Nelio Biedermann
Benny Madalijns
fictie
  • 18 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

9 april 2026 Lázár
Op de Frankfurter Buchmesse van 2024 deed het manuscript van een onbekende 21-jarige Zwitserse student uitgevers tegen elkaar opbieden. Intussen zijn er in Duitsland meer dan tweehonderdduizend exemplaren van ‘Lázár’ over de toonbank gegaan, zijn de filmrechten verkocht aan regisseur Tom Tykwer (‘Babylon Berlin’) en verschijnt de roman nu ook in Nederlandse vertaling.
De auteur, Nelio Biedermann, geboren in 2003, studeert filmwetenschappen en germanistiek in Zürich. Zijn grootouders aan vaderskant vluchtten in 1956 uit Hongarije naar Zwitserland, een gegeven dat dit boek in meer dan één opzicht kleurt.
Lázár is een familiesaga die vier generaties van een Hongaars adelsgeslacht volgt van omstreeks 1900 tot de volksopstand van 1956. 
De roman begint in een afgelegen kasteel aan de rand van een donker bos bij de Zuid-Hongaarse stad Pécs, op het moment dat er een bijzonder kind ter wereld komt: Lajos von Lázár, een jongetje met een doorschijnende huid waaronder de organen zichtbaar zijn. Zijn vader staat te boek als de kille baron Sándor, maar zijn biologische vader is de stalknecht, die kort na de geboorte overlijdt. Rond dat geheim wikkelt zich het verdere verhaal: de neergang van de Habsburgse monarchie, twee wereldoorlogen, de Sovjetbezetting, en ten slotte de gedwongen emigratie van de overlevenden. 
De historische achtergrond is ambitieus, de tijdspanne indrukwekkend en de thematiek zwaar geladen, maar Biedermann kiest voor een episodische verteltrant in korte, snedige hoofdstukken. Hij schrijft zonder nostalgie en zonder omhaal, en zijn vertelinstinct is onmiskenbaar.
De sfeer is donker en eigenzinnig, met duidelijke gothic accenten. Bossen en wouden omringen de personages als iets dreigends en mythisch. Een broer van de baron vervalt in krankzinnigheid na het lezen van de nachtelijke horrorverhalen van E.T.A. Hoffmann. De spreeuwen die in het najaar verzamelen kondigen de winter aan als een wilde ruiter met ijzige kling. Biedermann speelt bewust met romantische en mythologische clichés uit de Duitse literatuurtraditie, en dat werkt wanneer hij die beelden in dienst stelt van de sfeer. 
Zijn stijl is snel en soms haast onverschillig tegenover de grote historische gebeurtenissen die hij passeert, alsof die nu eenmaal bij het leven horen, wat ze op hun beurt al te direct herkenbaar maakt als literair procédé. Wie De Buddenbrooks van Thomas Mann of Radetzkymars van Joseph Roth in gedachten heeft, zal merken dat Biedermann naar die traditie knikt maar er de ruimte noch de diepgang van heeft.
Wat Biedermann wel heeft, is de gave om een personage in weinig regels scherp neer te zetten en een sfeer te laden met details die blijven hangen. Volgende passage is daar een goed voorbeeld van. Mária kerft haar armen open boven de wastafel terwijl haar man zich aankleedt en haar zonder een woord de les leest over de plichten van de dag. Haar dochter Ilona ontwaart dezelfde ochtend een donkerrode vlek in haar bed, begrijpt er niets van en besluit de zaak te vergeten. En de baron zelf leest zijn krant van de vorige dag, tevreden vandaag alsnog kennis te kunnen nemen van de wereld zoals hij gisteren was:
Zijn taal volgde de regels van de Duitse grammatica maar was met zoveel vreemde woorden doorspekt dat hij zich in Wenen nauwelijks verstaanbaar had kunnen maken. Ook zijn houding tegenover de keizer en de monarchie was die van iemand die lange tijd in het buitenland heeft geleefd. Hij praatte over de keizer alsof die nog altijd een jonge man was en over het rijk alsof het in veertig jaar tijd onveranderd was gebleven. Net als Sándor leefde hij in het verleden - voor sommige mensen bestaat er nu eenmaal geen andere plek.
(p. 54)
In die scène voel je de roman op z’n best aan: een wereld die zichzelf met één dag vertraging bekijkt, omgeven door vrouwen die zwijgen en pijn omzetten in routine. Dat soort details geeft Lázár zijn scherpste momenten. Biedermann heeft een goed oog voor het lichamelijke, het concrete, het ietwat groteske detail dat meer zegt dan een lange uitweiding. De seksscènes zijn talrijk en expliciet, en ze dienen grotendeels een doel: het lichaam als het terrein waarop de geschiedenis zich het directst inscribeert, van de onwettige conceptie waarmee de roman begint tot de massaverkrachtingen waarmee de Sovjet-bezetting gepaard gaat:
Toch schrok hij er niet voor terug om zijn gezicht in haar maar zelden gewassen schoot te begraven. Integendeel! Hij verafgoodde haar lijf, dat zijzelf altijd op z’n best volstrekt banaal vond. Maar misschien was het juist wat Sándor zocht: een lijf dat niet meer dan een lijf was. Márias lijf was immers een symbool geworden, een tempelruïne van een al lang uitgestorven godsdienst, terwijl mevrouw Virágs lijf het heilige oord van een bloeiend geloof was, dat Sándor geregeld hulde bewees door in haar vochtige schoot te stoten, met zijn tong het vuil van haar voetzolen te likke, zijn neus in haar oksels te boren en haar achterste op zijn gezicht te zetten.
Daaronder kon hij alles vergeten: de slechte graanoogst, de nationalistische aspiraties van de Balkanlanden, de dreigende adem van Rusland, de grote keizer die klein en oud over zijn afbrokkelende rijk heerste, zijn broer, zijn vrouw, ja zelfs zijn ziekelijke, bleke zoon.
(pagina’s 49-50)
Maar er valt me nog iets op. Lázár is een roman over neergang, over erfenis als last, over een familie die haar geheimen meesleurt van generatie op generatie. Alleen jammer dat de schrijver geen lastige vragen stelt over die erfenis. 
Biedermann beschrijft haar, soms raak en soms schematisch, maar de personages zijn eerder slachtoffers van het lot dan mensen die iets te kiezen of te doordenken hebben. Dat is denkbaar een heel bewuste keuze, en ze past wonderwel bij de gotische grondtoon van het boek. Maar het brengt ook mee dat de roman, voor alle historische stof die hij verwerkt, veel te weinig penetrante vragen stelt over kwesties die je niet meer zouden loslaten. 
De 565.000 Hongaarse joden die in de Holocaust werden vermoord, passeren als een organisatorische last die Lajos moet afhandelen. Het is een legitieme verteltechnische keuze om de gruwel te neutraliseren door hem in de alledaagsheid onder te brengen, maar hier voelt die keuze eerder als haast dan als beheersing.
Nu ja. Nelio Biedermann is 23 jaar oud en schrijft met een zelfverzekerdheid die de meeste debutanten hem niet kunnen nadoen. Mijns inziens is Lázár geen echt meesterwerk, ondanks wat sommige recensenten ervan beweren. Het is een ambitieuze, levendige roman met echte kwaliteiten en echte lacunes, en het is, naar mijn aanvoelen, lichtelijk overroepen door de hype die hem begeleidde. Maar het is ook een boek dat je blijft lezen, dat bewijs levert van een vertelinstinct dat, als het de ruimte en het geduld krijgt die het verdient, in een volgende roman weleens tot iets werkelijk indringends zou kunnen leiden. 

En dat is al bij al geen kleine concessie voor een schrijver die zijn beste jaren nog voor zich heeft.

Benny Madalijns
Vertaling Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen
Nelio Biedermann
Benny Madalijns
fictie
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies