Julian Baggini
Sophia De Wolf
Non-fictie
  • 27 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

14 april 2026 Hoe de wereld denkt. Een mondiale geschiedenis van de filosofie.
De Britse filosoof Julian Baggini (oprichter van ‘The Philosopher’s Magazine’ en auteur van meerdere boeken) schrijft in zijn eindconclusie: “Kunnen de historische waarden en filosofieën van een cultuur ons echt iets duidelijk maken over de snel veranderende wereld van nu? Kunnen we Confucius echt vinden in de straten van Qufu, of Aristoteles in de Atheense supermarkt? Ik zie allerlei redenen om daaraan te twijfelen.”
Niettemin ziet hij de bewijzen dat er nog steeds een sterke connectie is tussen filosofie en cultuur. De auteur ondernam een reis door de verschillende continenten om zelf de grote klassieke filosofieën te bestuderen. En het dus niet enkel aan de antropologen over te laten. Hij noemt het de meest waardevolle intellectuele reis van zijn leven. Baggini bestudeerde dertig jaar van zijn professioneel leven de westerse filosofie, de filosofie die wordt gepresenteerd als “de universele filosofie, het ultieme onderzoek naar menselijk inzicht”. Daarom besloot hij meer aandacht te besteden aan oosterse filosofie en cultuur die, hoewel ze hun duidelijk te onderscheiden kenmerken hebben, toch nauw verbonden zijn met filosofie en cultuur van de mondiale gemeenschap.
Het boek, uit 2018 en recent vertaald door Ronnie Boley, is onderverdeeld in vijf delen. De eerste vier delen gaan voornamelijk over de rede, logica, pragmatisme, metafysica, kosmologie, reductionisme, naturalisme, enz.  De auteur geeft een uitgebreid overzicht en behandelt kwesties zoals “hoe we naar onszelf kijken”, “hoe de verschillende denkbeelden over de menselijke natuur tot stand zijn gekomen”, en wat de diverse opvattingen zijn van over kennis, structuur van de wereld, de aard van het zelf. Op die manier wil de auteur uiteindelijk inzicht geven “in de opvattingen over de vraag hoe we moeten leven”.
Verwacht u dus voornamelijk aan oosterse filosofie, wat enigszins logisch is, want dat was de opzet van de uitgave. Baggini beschrijft vooral de Chinese, Indiase en Japanse cultuur, en maakt duidelijk dat in tegenstelling tot de westerse filosofie, waar je een spinozist, een kantiaan of een platonist kan zijn, de oosterlingen hun scholen niet naar personen vernoemen, maar het gewoon hebben over taoïsme, samkhya, vendanta en falsafa. De meer specifieke termen wil ik u besparen. Of misschien kan ik toch een zin citeren: “In alle Vedanta-scholen komt iemand tot moksha wanneer hij weet dat Brahman (het goddelijk principe) en atman (het individuele zelf) identiek zijn, zodat het onterechte samenvallen van jiva (het blijvende zelf) met het lichaam wordt overwonnen”. De auteur gaat er diep op in, waardoor hij in bepaalde delen van het boek mijn aandacht verliest, ik heb de neiging eroverheen te lezen. 
Ik roep mezelf niettemin tot de orde. Beseffende dat ik een product ben van het westen, realiseer ik me dat de waarden en overtuigingen van mijn cultuur in mij “afgezet” zijn zoals “sediment in een rivierbedding”. Door de geulen van de geest stromen onze gedachten en ervaringen, zonder dat we merken hoe we worden gestuurd, aldus Baggini. Verder lezen dus. Echter, ergens in het midden van het boek zag ik door de tsunami aan termen het oosters bos niet meer. Of ik zag nog wel het bos, maar ik verdwaalde erin. Gelukkig was daar af en toe de vertrouwde westerse filosofie, werden vergelijkingen gemaakt met de wijsheden van gekende filosofen zoals Descartes, Hume, Rawls, Bentham, Mill, Locke. Alsof ik even op vertrouwde grond kwam.
Maar deze negatieve noten zijn wat oneerlijk. Het boek verwijdt de horizon, laat de lezer kennis maken met het Oosten. Er staan spitsvondigheden in die tot nadenken stemmen en het bevat interessante stellingen die het overwegen waard zijn. Veel waarden zijn zonder meer bruikbaar en mooi, het zijn dan ook waarden. Baggini besluit dat de verschillende filosofieën en culturen nauw met elkaar verbonden zijn ondanks de eigen karaktertrekken. Dit valt het best te illustreren met behulp van de Gulden Regel. Die is, met weliswaar nuances, terug te vinden in zowat elke cultuur of filosofie en is een universeel principe van menselijke moraliteit. Uit deze uitgave vallen ook veel richtlijnen te puren over hoe op een humane manier met elkaar om te gaan. Dat is zonder meer en zonder twijfel een verdienste van het boek. 
Een te verwachten conclusie van de auteur is dat westerse filosofen van oudsher waarheidszoekers zijn en de oosterse filosofen voor het merendeel wegzoekers. Baggini toont de verschillen tussen het meer individualistische westen en het eerder collectivistische oosten. Maar wijst er eveneens op dat we dat stereotype beeld moeten nuanceren. “Net zoals het egoïsme van westerlingen niet zo groot is als hun individualistische reputatie doet vermoeden, is het gebrek aan individualiteit bij oosterlingen niet zo extreem als hun collectivistische reputatie doet vermoeden. Daarbij komt dat oosterse gebruiken en tradities, zoals de theeceremonie, moeten opboksen tegen de versnelde modernisering. Net zoals de brasserie Le Procope in Parijs waar Voltaire en de ‘encyclopédistes’ de verlichting uitplozen enkel nog nostalgie verkoopt.”
Algemeenheden hebben altijd hun uitzonderingen, een bergachtig land kan ook vlaktes hebben en een serieus iemand kan best eens hartelijk lachten, dixit Baggini. En dat is wat hij wil bereiken met zijn boek: dat we niet in stereotypen blijven denken. Ideeën worden, net als mensen, gevormd door een cultuur, maar kunnen wel reizen. Reizen heeft Baggini alvast gedaan, het hielp hem zijn eigen filosofische landschappen te herscheppen. De lezer kan de reis maken vanuit zijn zetel door dit waardevolle boek te lezen. 

Sophia De Wolf
Julian Baggini
Sophia De Wolf
Non-fictie
Recensent
_Sophia De Wolf Vrijwilliger bij het Huis van de Mens Zottegem
Meer van Sophia De Wolf

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies