26 juni 2026
DAGERAAD - Geschiedenis in het ochtendlicht
Van Hengel neemt je mee op een reis door de geschiedenis, met de dageraad als metafoor voor het verlangen naar een nieuw begin.
Van Hengel laat zich bij zijn overpeinzingen leiden door een breed scala aan denkers, schrijvers, filosofen en vooral door zijn eigen gedachten. In de inleiding legt hij aan de lezer uit waar zijn fascinatie voor de dageraad vandaan komt, die: “… elke dag opnieuw een belofte draagt van een nieuw begin”. In een volgende regel duikt dan een Russische filosoof op die eerder gelooft in de mythe van het einde.
Tijd
Deel I heet ‘Het Begin’ en dat begin is wanneer hij gewekt wordt door hanenkraaien: “Als een mes valt het kraaien door de grijze pudding van de ochtend”. Deze zin toont aan dat van Hengel geen genoegen neemt met een alledaagse verwoording van zijn gedachten. Omdat hij op dat moment in een klooster verblijft, mijmert hij voort over hoe de tijdsindeling van het kloosterleven voor een stressloos bestaan zorgt. Voor het eerst, maar niet voor het laatst, duikt de vierde-eeuwse kerkvader Augustinus op, die “meende dat je het best zingend kon bidden, omdat je dan alle tijden en werelden samenbrengt”. De auteur zelf gaat voort: “Het zingen is ook een vorm van vergeten: van de nacht, de slaap, de vorige dag”. Dat brengt hem bij bedenkingen over de tijd. De katholieke kerk deelde de dag in fasen in, waardoor een meer natuurlijke tijdservaring verdween. De klok is tegenwoordig vooral een boosdoener.
Ik kwam een mooi rijm tegen over begin en einde: “Met een eindpunt in zicht draagt het begin minder gewicht.”
Copernicus
In een volgend hoofdstuk komen we meer te weten over Augustinus, die in 354 ter wereld kwam. Dan maken we een sprong in de tijd tot in de twintigste eeuw. Hannah Arendt vond inspiratie bij Augustinus, al was ze het niet helemaal met hem eens.
De mensen keken altijd naar de sterren en zo zitten we in Oezbekistan, zoals dat gebied tegenwoordig heet, met de dynastie van de Timuriden. Vandaar is het een ‘kleine’ sprong naar Copernicus en andere geleerden die beseften dat de aarde niet het middelpunt van alles was.
De nieuwe wereld
In dit hoofdstuk vertelt hij kortaf wat een ramp de ontdekking van “de nieuwe wereld” was voor de inheemse bevolking van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. Popol Vuh werd in de zestiende eeuw geschreven, “toen de Mayacultuur werd opgegeten door die van de Spaanse conquistadores en missionarissen”. Popul Vuh is een boek over de dageraad, als metafoor voor een begin, een oorsprong en een schepping.
“Licht is macht” en daarmee zitten we in het tijdperk van de kunstmatige verlichting. Aleister Crowley met de sekte van De Gouden Dageraad (waartoe ook W.B. Yeats toetrad) treden nu op en ook Kafka en de betekenis van ‘Verwandlungen’.
WO I en II
De Grote Oorlog werd eerst door sommigen, onder wie H.G. Wells en Freud, gezien als een louterend wereldvuur voor Europa, dat “zou worden gewassen in bloed en tevoorschijn komen als een nieuwe, vitale cultuur”.
Van Hengel besteedt een lang hoofdstuk aan de ‘rode dageraad’ die een dageraad des doods werd in Rusland. Vandaar naar 1944 en de jonge Günther Grass, die popelde om mee te doen aan de oorlog. Hij vertegenwoordigt het Duitse volk dat aanvankelijk geloofde in Hitler en een nieuw Duits Rijk. In volgende hoofdstukken denkt van Hengel na over het lijden van de Joden, over het droppen van de atoombom en over de dichter Schulz, bij wie de dageraad een eigen wil krijgt.
Voor er kunstmatig licht was, joeg het donker gedurende honderdduizenden jaren angst aan, “want de nacht leeft, op een voor mensen ontoegankelijke wijze… ook voor de zoogdiersoort ‘mens’”. De lichtvervuiling als onderdeel van de klimaatproblematiek zou relatief eenvoudig op te lossen zijn, schrijft hij: doe gewoon het licht uit.
Zee, oorsprong, slaap
Aan boord van een vissersboot dringen zich allerlei gedachten op, van scheppingsverhalen in allerlei godsdiensten tot wat een vis kan voelen. De Egyptenaren, met de scarabee als symbool van de dageraad, hoort in dit boek thuis en ook de Morgenster die voorafgaat aan de dageraad.
Frederik van Eeden was een dromer, wat een aanleiding vormt voor filosoferen over slaap. De meest wakkere droom komt voor de dageraad. Andere dieren dromen ook, zoals zijn hond, schrijft hij.
Twee hoofdstukken gaan over de merel die prijkt op de cover. Het laatste hoofdstuk eindigt met de mooie woorden: “Het is waarschijnlijk dat ik de merel die gisteren zong van kanonnen, bloed en inkt nu weer hoor. Maar het klinkt anders in het ochtendlicht. En met die ernstige én lichte melodie blaast hij het leven in de dag.”
Het was niet altijd gemakkelijk om mijn gedachten bij die van de auteur te houden. Het is geen boek dat je in één ruk uitleest, integendeel, je zal af en toe moeten hérlezen.
Er staan verschillende zwart-wit illustraties met de verantwoording (indien nodig) op de bladzijde vóór de Noten. Daarin vinden we alles terug wat in de tekst met een klein nummertje aangeduid wordt: dat kan een schrijver zijn of de titel van een boek. Het register maakt het opzoeken nog vollediger.
Gerda Sterk
Guido van Hengel is historicus en schrijver van verhalende non-fictie. Hij studeerde in Groningen, Jena en Belgrado en werkte als redacteur, onderzoeker en vertaler. Guido van Hengel is momenteel werkzaam bij de vakgroep Eigentijdse Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.