Jonathan Haidt
Nick De Clippel
Non-fictie
  • 89 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

22 februari 2021 Het rechtvaardigheidsgevoel. Waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over politiek en moraal.
Als u vergeten bent een voorouder of een nakomeling iets te geven ter ere van Darwins verjaardag (12 februari), dan heb ik een tip om dat goed te maken, want ´Het rechtvaardigheidsgevoel´ van de Amerikaanse psycholoog Jonathan Haidt ligt sinds januari in de boekhandel.
_De gelijkhebberige geest
Zelf kan ik nauwelijks geloven dat de bestseller pas nu in het Nederlands verkrijgbaar is. The Righteous Mind verscheen al in 2012 en voor al wie enige interesse heeft in het samenspel van politiek, psychologie, sociologie en/of evolutietheorie is het bijzonder aanbevelenswaardig. Righteous is een moeilijk te vertalen term. Het betekent ‘rechtvaardig’, maar heeft ook een connotatie van morele verontwaardiging. Over de kwaliteit van de vertaling kan ik u verder weinig vertellen, want ik las het boek een paar jaar terug in de taal van Republicans en Democrats, die af en toe in de tekst opduiken. De wij in de ondertitel –  ‘Waarom wij niet allemaal hetzelfde denken over politiek en moraal’ – slaat echter op de menselijke geschiedenis en de menselijke natuur in het algemeen. En helemaal vooraan wordt erop gewezen dat ‘liberal’ in de Verenigde Staten en in Europa een bijna tegengestelde betekenis heeft. Waarschijnlijk is het wel zo dat de dramatische polarisering in de Verenigde Staten en de schokkende reality tv die daar recent het resultaat van was, de uitgever over de streep trok om het boek in de vitrine te leggen. Beter laat dan nooit.
Stelt u zich soms de vraag waar moraal vandaan komt? Er zijn twee antwoorden mogelijk: van boven of van beneden. In het eerste geval bent u geen atheïst, in het tweede geval zijn er drie mogelijkheden: moraal is aangeboren of het is aangeleerd. Nummer drie is een beetje van beide en dat is meteen ook de piste die Haidt bewandelt, al is de basale insteek zonder twijfel die van de evolutietheorie, met accenten van de sociobioloog E.O. Wilson die al in 1975 stelde dat De nieuwe synthese van biologie, evolutie en menswetenschappen veel gedrag kon verklaren (daardoor werd hij overigens de eerste wetenschapper die omwille van vermeend racisme al in ’78 te maken kreeg met de idiotie van de cancel-culture).
Het rechtvaardigheidsgevoel is zeer leesbaar. De onderzoeken en hypotheses worden helder en duidelijk weergegeven, zonder ooit te blijven steken in het detailwerk dat academische papers zo moeizaam lezen maakt. Haidt heeft bovendien gevoel voor humor en een fijne pen. Hij haalde een eerste keer de internationale pers met The Happiness Hypothesis (2006). Een derde bestseller, The Coddling of the American Mind (2019), is té Amerikaans om vertaald te worden, al zijn de slechte ideeën die hij erin fileert evengoed te mijden aan deze kant van de plas. Dat laatste werk veegt de vloer aan met veel van wat Woke (u weet wel: de nageboorte van de Kritische Theorie) hoog in het vaandel voert, dus aan die kant van het politieke spectrum heeft de man het grotendeels verkorven. Woke onderuithalen doet Haidt ook tijdens lezingen en op YouTube, waardoor hij vaak, samen met Jordan Peterson, als rechts wordt weggezet. Het klopt dat Peterson en Haidt over een aantal dingen een gelijkaardige mening zijn toegedaan, maar Haidt weegt academisch een stuk zwaarder en is aantoonbaar meer dan een YouTubefenomeen. Rechts mag je de sociale psycholoog niet noemen. Haidt was speechschrijver voor democratisch presidentskandidaat John Kerry, maar kwam door zijn onderzoeken tot de conclusie dat republikeinen niet a priori fout zitten. Het boek leest dan ook als een poging om vat te krijgen op de politieke loopgravenoorlog die stilaan pandemische proporties aanneemt en een zinnig debat onmogelijk maakt.
In eerder werk zag Haidt de mens als een irrationele hond met een rationele staart en het is niet de staart die kwispelt met de hond. Die metafoor wordt in Het rechtvaardigheidsgevoel vervangen door de mens als kleine, rationele ruiter op een grote, intuïtieve olifant, met dien verstande dat de evolutie de ruiter selecteerde om de olifant te dienen, niet andersom. Wil je iemand overtuigen, richt je dan tot de olifant, want diens mening weegt zwaarder door. Zover ik weet, heeft die ook een goed geheugen. De mens is vooral een intuïtief wezen en moreel redeneren is nagenoeg altijd post hoc. Men kiest eerst welke passie men volgt en daarna welke argumenten kunnen aangedragen worden. Onvoorwaardelijke fans van David Hume zullen de expliciete verwijzingen naar de Schotse filosoof van de menselijke natuur en voorloper van Darwin appreciëren.
Op zoek naar waar moraal precies over gaat, de inhoud van de olifant, is Haidt verder gaan kijken dan bij kandidatuurstudenten aan de Amerikaanse universiteiten. Samenwerkingen in Indië (vandaar allicht de olifant), Argentinië en met het internet leerden dat er in hemel en aarde meer is, Horatio, dan gedroomd wordt in de filosofie van WEIRD (white, educated, industrialized, rich and democratic). De Moral Foundations Theory (MFT) die Haidt van daaruit heeft opgebouwd, is best wel innovatief. De dichotomieën zorg/schade en rechtvaardigheid/bedrog volstaan niet. Die kenmerken voornamelijk de moraal van mensen aan de linkerkant van het spectrum (liberals). Om recht te doen aan de morele gevoeligheden — Haidt heeft het over smaken —  van de hele mensheid moeten deze aangevuld worden met trouw/verraad, autoriteit/subversie, sacraliteit/ontaarding en vrijheid/verdrukking. Dat bredere palet zou aan de rechterzijde van de samenleving beter tot zijn recht komen, waarmee bijvoorbeeld de republikeinen punten winnen.
De veelheid aan morele gevoeligheden zijn in het Westen wat vertrappeld door de nadruk op het individu. Haidt betreurt dit en haalt Emile Durkheim uit zijn boekenkast: we zijn een homo duplex, we hebben een duale natuur, we horen als individu thuis in een familie of een groep. En het concept groep betekent per definitie uitsluitingsmechanismen en conflict met andere groepen.

Voor darwinisten komt hier de aloude controverse over selectie op het niveau van het individu of dat van de groep weer boven water. Darwin zelf zag mogelijkheden in selectie op groepsniveau, maar die denkpiste is sinds Richard Dawkins e.a. een aantal decennia taboe geweest. Haidt vindt in de wetenschap genoeg evidentie om de hypothese te rehabiliteren. Er zijn wel degelijk groepsgerelateerde adaptaties. Zo zorgde bijvoorbeeld een veehouderscultuur voor een grotere lactosetolerantie binnen de stam. De co-evolutie van de groep (cultuur) en het individu kan een aantal fenomenen zoals altruïsme en het succes van religies goed verklaren. Altruïsme is in essentie gereserveerd voor de eigen groep. Religie is de vorm die een aangeboren groepsgedrag in de geschiedenis gekregen heeft, als verbindend verhaal. Dat gaat voor Haidt probleemloos samen met alternatieve hypotheses, zoals dat we als aangeklede primaten achter elk geritsel een gevaar vermoeden, of dat we in alles en nog wat gezichten herkennen. Religie speelde een cruciale rol in onze evolutionaire geschiedenis. Zo begeleidden religieuze praktijken vooral na de agrarische revolutie de uitbouw van steeds grotere morele gemeenschappen. Moraal is uiteindelijk iets dat verbindt en verblindt. Als groepsdier houdt ze ons samen, maar als olifant zijn we niet geneigd iets anders dan de gekende paden te zien. We blijven blind voor rationele argumenten om dat soms wel te doen. We zijn — Haidt houdt van dierenmetaforen — 90% chimpansee en 10% bij, welke percentages hij overigens niet letterlijk bedoelt. Chimpansees werken nooit echt samen. Net als wij zijn het egoïsten. Maar mensen werken soms bijna evengoed samen als bijen.
De evolutietheorie van Haidt kon mij niet helemaal overtuigen en de schrijver geeft zelf ook toe dat dit deel van zijn verhaal erg speculatief is. Maar een rationele verklaring voor de bestorming van het Capitool of de scheldkanonnades op de sociale media voldoet niet. Er is meer aan de hand. De evolutionaire insteek van Haidts morele psychologie, de idee dat we ‘ontworpen’ zijn voor de gelijkhebberigheid van de groep, helpt zeker verklaren waarom de mensheid gespleten wordt door politiek en religie. Dat darwinistische ontwerp maakt het moeilijk om verbinding te vinden met mensen die een andere morele matrix hebben. Maar het moet kunnen. Anders kon dat boek immers nooit geschreven, laat staan gelezen worden.
Jonathan Haidt
Nick De Clippel
Non-fictie
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies