Ayaan Hirsi Ali
Jan-Willem Geerinck
Non-fictie
  • 288 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

8 maart 2021 Prooi. Immigratie, islam en de uitholling van de rechten van vrouwen
In 2012 werd België opgeschrikt door een documentaire van een pas afgestudeerde filmschoolstudente. In 'Femme de la rue' was Sofie Peeters de Brusselse straten opgegaan met een verborgen camera. Ze registreerde hoe mannen van Arabische origine haar achtereenvolgens complimenteerden, nafloten, toesisten en met poezengeluiden lokten om haar vervolgens – bij gebrek aan succes – te intimideren, te beschimpen en te beledigen. Andere jonge vrouwen deden gelijkaardige getuigenissen en gaven elkaar goede raad. Geen jurkjes, noch rokjes. Alles bedekken. Voor je uit kijken. Koptelefoon ophouden. Sommige meisjes vertelden hoe ze ook bespuwd werden. Het was een nieuw fenomeen.
Prooi, het laatste boek van Ayaan Hirsi Ali, gaat hier dieper op in, en wil verklaren waarom vrouwen zich in de openbare ruimte steeds onveiliger en ongewenster voelen.
Ayaan Hirsi Ali? Mensen onder de dertig kennen haar naam niet meer. Zij kwam in 1992 als Somalische asielzoeker naar Nederland, op de vlucht voor een gedwongen huwelijk. Ze aardde hier als een vis in het water. In het begin was zij gematigd in haar islamkritiek, maar na 9/11 heeft ook zij een evolutie doorgemaakt. In 2004 haalde ze voor het eerst het internationale nieuws na de moord op filmmaker Theo van Gogh. In diens borst stak toen een dolk die vijf vellen papier doorboorde waarop een aan haar gerichte doodsbedreiging stond. Zij zou de volgende zijn.
Zover is het gelukkig niet gekomen. Ze dook onder. Mevrouw Hirsi Ali is gevlucht naar de Verenigde Staten. Daar leeft zij tot op de dag van vandaag onder permanente politiebewaking. De lijst van zij die net zoals Hirsi Ali ondergedoken moeten leven, is lang en ongeschreven. Niemand weet precies hoeveel gelijkaardige slachtoffers – romantischer gezegd: martelaren van het vrije woord – er precies in Europa rondlopen. Sommige doden zijn welbekend: Theo van Gogh, de twaalf van Charlie Hebdo en Samuel Paty.
Wie onder die politiebewaking staat, wordt in het algemeen afgeraden om dat te vermelden. Je vestigt daarbij teveel de aandacht op jezelf bij zij die slechte bedoelingen hebben.
_De these
Dit is inmiddels het zesde boek van mevrouw Hirsi Ali en ze ontwikkelt erin de volgende these: de publieke ruimte is in Europa onder druk van de immigratie uit islamitische landen vrouwonvriendelijker geworden. Niet alleen de vrijheden van migrantenvrouwen, maar ook de vrijheden van autochtone vrouwen komen steeds meer onder druk te staan.
Zoals gekend deed die immigratie zich in twee golven voor. Enerzijds was er de 'gastarbeider'-immigratie sinds de jaren zeventig, anderzijds de recente 'wir schaffen das'-immigratiegolf sinds 2015. Hirsi Ali focust zich op die tweede golf. Ze wil aantonen dat die tot meer zedendelinquentie en ergo tot een vrouwonvriendelijker klimaat geleid heeft, een these die haast per definitie onbewijsbaar is. Als we dan op pagina 159 lezen dat "we hebben vastgesteld dat er wel degelijk een verband bestaat tussen toegenomen immigratie en de toename van het aantal gevallen van seksueel geweld in Europa", fronsen wij onwillekeurig de wenkbrauwen. Wij hebben niet de indruk dat we dat samen met mevrouw Ali in dit boek onomstotelijk hebben kunnen vaststellen.
Een van de redenen waarom verbanden in dit dossier zo moeilijk te leggen zijn – laat staan oorzakelijke verbanden – is dat de Europese criminaliteitscijfers niet uitgesplitst worden naar etniciteit en dat bovendien de link tussen etniciteit en religie niet eenduidig is.
Hoewel er in het boek enkele pagina's met cijfertabellen, onderzoeksresultaten en statistieken voorkomen, bulken de hoofstukken die dit onderwerp behandelen, zowat de eerste honderdvijftig pagina's, van de anekdotiek. Meldingen van kinderverkrachtingen in zwembaden die gepleegd worden uit "seksueel noodgeval"; baardkinderen die hun opvangvrouw mishandelen en zelfs vermoorden; vliegtuigpassagiers die verhinderen dat een medepassagier naar zijn thuisland gerepatrieerd wordt, zonder te beseffen dat het om een veroordeelde serieverkrachter gaat; dat soort nieuws passeert allemaal de revue.
Feiten die dan wel waar mogen zijn, maar die op zich geen diagnostische noch voorspellende waarde hebben.
De aanleiding voor dit onderzoek, kan ik me zo voorstellen, moeten de aanrandingen geweest zijn op oudejaarsavond 2015 in Keulen, nu zes jaar geleden. Groepen jonge mannen hadden zich aan het station van Keulen vergrepen aan een hele menigte feestende vrouwen. De daders waren ook hier van "Noord-Afrikaanse of Arabische" origine. Er was veel kritiek op het persbericht van de politie dat op 1 januari verscheen. Dat maakte gewag van een rustige nacht. Er was geen enkele verwijzing naar de ongeregeldheden te vinden. Diverse Duitse media kwamen onder vuur te liggen, omdat zij pas dagen na de voorvallen naar buiten brachten wat er gebeurd was. Beschuldigingen van zelfcensuur waren niet van de lucht.
Dat dit gebeurde na de 'wir schaffen das'-immigratiegolf van datzelfde jaar bleek veelbetekenend. Mensen die zich pro-immigratie getoond hadden, wilden dit incident zo veel mogelijk minimaliseren. Tegenstanders van immigratie konden het niet breed genoeg uitsmeren. Russische 'fake news'-websites deden de rest. Het illustreert de spagaat waarin onze gepolariseerde samenleving zich bevindt.
Dat Hirsi Ali's taalgebruik bij tijd en wijlen suggestief is, kan niet ontkend worden. Ze doet uitschijnen dat er een "decriminalisering van verkrachting" op handen is en maakt dramatisch gewag van "pas aangekomen jonge mannen die op nietsvermoedende vrouwen azen".
En op pagina 200 deelt ze de migranten in vier categorieën en ze concludeert: "er zijn wel aangepasten, maar dat is een minderheid", want de meesten zijn bedreigers, marginalen of fanaten.
Maar op evenveel pagina's benadrukt ze dat niet alle moslims zo zijn. Ze slaat en ze zalft. Dat haar boodschap niet altijd in dank wordt afgenomen, mag geen verwondering wekken. The New York Times noemt haar nog net geen racist. Nét niet. En dat heeft ze alleen te danken aan het feit dat ze zowel ervaringsdeskundige als iemand van kleur is.
_Metaperspectief
Wij missen een helikopterzicht in dit boek, een filosofische toon. Nergens lezen wij bespiegelingen die duidelijk maken dat Europa een liberale democratie is die zich nog maar zo'n vijftig jaar geleden bevrijd heeft van een theocratisch christelijk juk. Het ontbreekt aan duiding over het belang van de seksuele revolutie die voor nieuwe vrijheden zorgde in Europa, vrijheden die zich onder meer vertaalden in het aanvaarden van het homohuwelijk. Wij missen een duiding dat dit eigenlijk recente ontwikkelingen zijn en dat bijvoorbeeld in Duitsland tot 1994 bepalingen rond homoseksualiteit nog in het strafwetboek stonden.
Evenmin vinden wij aanwijzingen dat sommige van die vrijheden hun hoogtepunt bereikt hadden. Dat wordt onder meer duidelijk als men vandaag de Franse pers bekijkt met hun seksuele schandalen met minderjarigen. Zo was er vorig jaar de zaak Gabriel Matzneff en dit jaar de zaak Olivier Duhamel. Er was in het verleden de zaak Polanski die in de jaren 70 seks had met een veertienjarig meisje. De tijden zijn veranderd. De moraal is verstrakt. De seksuele revolutie is in de gedaante waarin zij ontstond tot een eind gekomen rond het begin van de aidsepidemie eind jaren 80. De wereld is ook geglobaliseerd. Het was een utopie dat alles bij het oude zou blijven. Ook zonder immigratie uit islamitische landen zouden conservatieve stemmen zich ooit weer laten horen.
Toegegeven, sommige inzichten verschaft Hirsi Ali wel. Het holocaustschuldgevoel bijvoorbeeld, dat knagend schuldcomplex dat ons sinds 1945 tot begrijpelijke, maar vreemde reflexen dwingt. Zo vertelt Hirsi Ali op pagina 131 over een incident waarbij een vrouw aangifte doet van een verkrachting in de metro waar ze net getuige van was. Als de politieagent vraagt welke huidskleur de dader heeft, roept ze "dat doet er niet toe!" Ze is bang om voor nazi versleten te worden. Niet voor nazi versleten willen worden, geeft Hirsi Ali ook als verklaring waarom zovelen de immigrantengolf in 2015 met 'Refugees welcome'- en 'Kein mensch ist illegal'-plakkaten verwelkomden. Het was de manier om een historische schuld af te betalen.
Hirsi Ali vermeldt ook dat de nieuwe immigranten Europa en haar ordehandhavers soft vinden. In traditionele islamitische gemeenschappen heerst een patriarchaat met vaders met zeer losse handen die om een tik meer of minder niet verlegen zitten. Maatschappijen waar je je altijd aan politiegeweld moet verwachten. In vergelijking met die maatschappijen is Europa een zachte, zalvende moeder die in iedereen het beste ziet, de Maria lactans van de wereld die de melk rijkelijk laat vloeien. Verwijfd, zullen conservatieve kwatongen en leiders van autocratische en theocratische regimes zeggen. Humaan, zullen haar verdedigers volhouden.
_Wat leer je
Je leert wel wat uit het boek. Je leert hoe het kwam dat Merkel op een bepaald moment "wir schaffen das" zei, dat daar een televisie-uitzending met een Palestijns meisje aan voorafgegaan was, en dat een hele tijd daarna niemand expliciet heeft besloten om de grenzen te openen, maar dat een heleboel mensen zich er niet toe konden brengen om het bevel te geven die grens te sluiten. Je leert hoe polygame samenlevingen, die ouder zijn dan de islam, ontwrichte, gewelddadige maatschappijen opleveren. Je leert dat meer dan 750 miljoen mensen ter wereld zouden emigreren mochten ze daar de kans toe krijgen. Je leert over Frontex, de grensbewakingsdienst van Europa, die binnen afzienbare tijd uit tienduizend manschappen zal bestaan.
Je leert welke invloed een overschot van mannen op een samenleving kan hebben. Over grooming, over loverboys. Over migranten en hun verbrijzelde dromen eens ze hier in Europa op de onderste trede van de sociale ladder terechtkomen. Over bijstandsmigratie. Over kindhuwelijken hier in onze contreien. Over taharrush gamea, groepsverkrachtingen in Egypte die de Arabische Revolutie in 2011 ontsierden. Je leert over het falen van de integratie-industrie.
En – niet onbelangrijk – mevrouw Ali herinnert er graag aan dat je moet kiezen: ofwel een welvaartstaat, ofwel vrije immigratie, beide tegelijkertijd kan je niet hebben.
_De remedie
De hoofstukken met remediërende oplossingen zijn teleurstellend kort, slechts een fractie van de pagina's lange anekdotiek van voorbeelden van en verhalen en rechtszaken over seksueel geweld van immigranten. Hirsi Ali toont zich voorstander van het Oostenrijkse model waar de uitkering afhankelijk is van de inburgering. Ze is voorstander van verplichte seksuele voorlichting.
Ze blijkt bovendien ook voorstander van het herbekijken van de modaliteiten van het Vluchtelingenverdrag van Genève, dat in 1951 in voege trad. Het verdrag ontstond naar aanleiding van de genocide op de Europese Joden en wilde ook een veilige haven bieden voor Koude Oorlogsvluchtelingen en dissidenten uit communistische regimes. Het ging toen altijd om relatief kleine aantallen mensen. Sinds die tijd is de wereldbevolking verdrievoudigd. Heel het systeem moet herbekeken worden, zegt ze. Het is in zekere zin het interessantste stuk uit haar boek en ook het meest controversiële, omdat het zo nauw aanleunt bij standpunten die bij ons worden ingenomen door partijen zoals N-VA en Vlaams Belang, en in Nederland door politici zoals Wilders en Baudet. Ze zit daarmee ook op dezelfde lijn als Assita Kanko (N-VA) die voor dit boek ook door mevrouw Ali en haar team geïnterviewd werd.
Er zijn ook op andere vlakken ideologische raakvlakken met die politieke partijen. Hirsi Ali heeft het in haar boek over blank, niet over wit, zoals het bij progressiefgezinde mensen de gewoonte is. Bovendien heeft ze het over assimileren, niet over integreren, ook blasfemisch in diezelfde progressieve milieus.
Hirsi Ali is zich er terdege bewust van dat ze illiberale recepten heeft om de liberale democratie te vrijwaren.
Immigratievriendelijkheid wordt nog altijd gezien als het speerpunt van het humanisme, maar dat is aan het keren. Onderzoek van de Eurobarometer wijst uit dat het draagvlak voor migratie daalt. Het bewijs voor dat krimpend draagvlak zit hem uiteraard in de toename van de populariteit van rechts-populistische partijen in heel Europa. Maar ook gematigder commentatoren laten zich kritisch uit over migratie. Zo liet Mark Elchardus zich in een opiniestuk naar aanleiding van de Global Compact for Migration ontvallen dat de nadruk op migranten als 'agents of change' nonsens was. Moeten we veranderen, vroeg hij zich luidop af? Waarom? Moeten we misschien "meer op Mogadishu lijken?" Mogadishu is, niet toevallig, de hoofdstad van Somalië, het land van oorsprong van Ayaan Hirsi Ali.
De angst van vele politici in het politieke centrum is dat als progressieven blijven weigeren naar de verzuchtingen van 'bezorgde burgers' te luisteren, dit nog meer in de kaart van de rechts-populisten zal spelen. Wat dat betreft ligt 2024 als zeer belangrijke datum in het verschiet. De vrees is dat in 2024 in Vlaanderen Vlaams Belang met N-VA een absolute meerderheid zou kunnen halen. Is het niet mede daardoor dat Conner Rousseau ook flinkse taal begint te spreken en oppert om een hoofddoek te verbieden aan kinderen onder een bepaalde leeftijd?
_Pessimismeporno
Je wordt niet vrolijker van het lezen van Prooi. Het leest als pessimismeporno. Bovendien deed het me denken aan The Bell Curve uit de jaren 90 van de vorige eeuw, een boek dat wilde onderzoeken of er een relatie bestaat tussen intelligentie en ras. Tegenstanders van het boek vroegen zich af waarom men überhaupt zoiets zou willen meten. Waarom zouden we willen weten of Europeanen minder intelligent zijn dan Aziaten? Waarom zouden we dat willen gaan onderzoeken? Wat brengt dat onderzoek ons? In welke mate maken we er een betere wereld mee? Welke beleidsconclusies kunnen we daaruit trekken?
De analogie met Prooi is de volgende. Indien het echt zo is dat de migratiecrisis die sinds 2015 heel wat nieuwe vluchtelingen uit islamitische landen naar hier bracht, een stijging van het aantal zedendelicten met zich meebracht, waarom zouden we daar dan een boek over willen schrijven? Wat brengt dat op? Een beter beleid? Meer maatregelen?
Ik betrapte me erop dat ik tijdens het lezen ervan op de trein hyperalert reageerde op een man van Noord-Afrikaanse origine die zich plots verplaatste en naast een jonge vrouw ging zitten, haar iets toefluisterde waarop zij niet reageerde en daarna met regelmaat haar richting uitkeek. Ik stond klaar om die vrouw te hulp te schieten en hield hen zijdelings in de gaten. Dat bleek niet nodig, want toen de trein de eindhalte bereikte, stapten ze samen af. Misschien was het zijn dochter.
Ik had het dus bij het foute eind. Ik kan me niet voorstellen dat Hirsi Ali dit soort reacties beoogt.
_Oordeel
Wij zijn het eens met Hirsi Ali dat er in de Europese steden getto's bestaan, tegenwoordig vaak met het eufemisme 'parallelle werelden' aangeduid. In die getto's is het voor vrouwen akelig vertoeven. Maar ik had de discussie graag breder gezien. Want ook homo's hebben het er moeilijk om zichzelf te zijn in dat soort buurten, en er als twee mannen hand in hand lopen is onmogelijk. Ook het nieuwe antisemitisme steekt er de kop op, en dat beperkt zich niet tot die buurten. Recentelijk kregen de joden in Berlijn van hun eigen beleidsorganen bijvoorbeeld de raad om in het openbaar geen keppeltje meer te dragen.
Er kan geen twijfel bestaan over het feit dat de islam Europa verandert. Maar moet je je dan in dezelfde beweging ook niet afvragen of Europa de islam verandert? Zou dat de sleutel kunnen zijn tot gematigd optimisme in de plaats van het pessimisme in dit boek? Zullen we hoe dan ook niet tot een vergelijk moeten komen?
Wat dat betreft zijn boeken over politieke demografie zoals Whiteshift (2018) van de hand van Eric Kaufmann veel genuanceerder en redelijker. Dat boek is taaier en academischer en niet vertaald naar het Nederlands, maar het geeft wel een zicht op de toekomst zonder daarbij in de pessimismeporno van mevrouw Ali te vervallen. Het geeft perspectief hoe de 'beigen' in de toekomst geleidelijk aan een nieuwe meerderheid zullen vormen. Hoe 'beige' het nieuwe wit zal worden, een nieuw 'wij', een nieuw 'ons'. Ik schreef daarover elders in een recensie van dat boek Whiteshift:
"de rechts-populisten en de links-modernisten zullen water in hun wijn moeten doen. De linksmodernisten zullen hun verlangen naar grotere immigratie moeten temperen om de migratiestromen de kans te geven zich vrijwillig te assimileren, om op die manier een nieuwe redelijk homogene meerderheid te kunnen vormen."
Maar laten we tegelijkertijd ook alert zijn. MeToo mag zich niet beperken tot Hollywoodsterren en VRT-coryfeeën. We moeten blijven vechten voor de rechten van autochtone en allochtone vrouwen, ook in de parallelle werelden in onze grootsteden.
Voor Sofie Peeters, de vrouw van de documentaire Femme de la rue waar ik deze recensie mee begon, moeten we het niet meer doen. Hoewel zij er echt op gebrand was om in haar buurt te blijven wonen, hield ze het uiteindelijk niet vol. Het was er te vrouwonvriendelijk. Dat is jammer en koren op de molen van mevrouw Hirsi Ali die ik het liefst ongelijk zou willen geven, maar waarvan ik weet dat het niet helemaal kan. Veel van wat ze zegt, laat zich niet bewijzen, maar klinkt wel aannemelijk. Het klinkt hard, maar is niet lichtvaardig gezegd. En ook ik zeg dit niet onbezonnen.
Ayaan Hirsi Ali
Jan-Willem Geerinck
Non-fictie
Jan-Willem Geerinck (°1965, Sint-Niklaas) is docent, filosoof en schrijver. Hij debuteerde in 2011 met De geschiedenis van de erotiek, redigeert verschillende websites en woont in Antwerpen. Zie Liberales.be voor meer recensies van zijn hand.
_Jan-Willem Geerinck -
Meer van Jan-Willem Geerinck

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies