Jan Blommaert & Jef Verschueren
Marc De Bock
Non-fictie
  • 372 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

20 april 2022 Het Belgische migrantendebat - De pragmatiek van de abnormalisering
“Het Belgische migrantendebat” is een letterlijke heruitgave van het boek uit 1992 dat toen heel wat stof deed opwaaien. Auteurs waren Jan Blommaert (ondertussen op 7 januari 2021 overleden) en Jef Verschueren, beiden Vlaamse taalwetenschappers. Ze poneerden dat het debat van de “tolerante meerderheid” beheerst werd door een geloof in de heilzaamheid van een homogene samenleving en een afkeer van verregaande diversiteit. Hun ongemakkelijke conclusie luidde dat ons migrantenbeleid doordrenkt was van de traditionele analyses van de Vlaams Blok-ideologie.
Het boek sloeg in als een bom en viel niet overal in goede aarde. Toch ontving het tweetal hiervoor in 1993 de Arkprijs van het Vrije Woord. Is het migrantenbeleid dertig jaar later nu anders en beter? Nauwelijks, verkondigt Verschueren in zijn inleiding. Die extreemrechtse grondstroom is alleen maar sterker geworden. De mate waarin extreemrechts de politieke agenda reeds lang bepaalt, kan niet overschat worden. Een herdruk van deze publicatie is dus zeker verantwoord, zo betoogt hij.
Het boek vertrekt vanuit een enigszins andere invalshoek dan men vaak gewend is. Het is geen sociologische studie en ook geen politiek pamflet. De basis van het boek is de pragmatiek, een deelwetenschap van de linguïstiek, die zich niet, zoals de semantiek, met de betekenis van woorden bezighoudt, maar met het gebruik van taal in concrete situaties. Of anders gezegd: de bevindingen in het boek zijn het resultaat van een pragmatische ontleding van het debat over de migrantenproblematiek en gaan ervan uit dat de denkbeelden en conceptualiseringspatronen worden weerspiegeld in taalgedrag, communicatie en retoriek.
Die bevindingen zijn onthutsend: een heel groot deel van het discours over migranten (berichtgeving in kranten, magazines, radio en televisie, in wetenschappelijke publicaties en in politieke documenten, zelfs vanuit gematigde en expliciet tolerante middens) staat bol van racistische opvattingen. Nog meer verbazingwekkend dan dit laatste, behandelt het boek een centraal idee, met name dat van de abnormalisering van de vreemdeling in het migrantendebat. Voorbeeld: wanneer we Afrikanen als lui bestempelen, gebruiken we als maatstaf de vooronderstelling dat wijzelf het prototype van ijver en inzet zijn. We creëren aldus een geheel van ideeën over de “cultuur” en de “volksaard” van onszelf en van de anderen. Zo blijkt het Belgische migrantendebat zich volgens Blommaert en Verschueren in essentie te baseren op een verwijderende en zelfs confronterende visie van “ons” versus de “anderen”, gevat in een kader van “normaliteit” tegenover “abnormaliteit”.
Die abnormalisering mag dan wel dikwijls met goede bedoelingen gepaard gaan, veelal schemert tegelijkertijd een onderhuids superioriteitsgevoel door dat volgens de auteurs zeer kenmerkend is voor het Europese “bewustzijn”. Het is een soort van gevoel, eigen aan de Europeaan, dat hij van nature uit of vanuit zijn cultuur, tolerant is en dat hij dan onmogelijk “racist” kan zijn. In schril contrast met de feiten, aldus de twee scribenten, en ze halen talrijke voorbeelden aan om deze vaststelling te ondersteunen. Ook vinden ze in de pers een vorm van vergoelijking terug waarmee duidelijk racistische uitlatingen worden verklaard vanuit socio-culturele omstandigheden, zoals werkloosheid of verslechterde economische toestand.
Maar de problematisering zoals die in het migrantendebat voorkomt, vindt haar voedingsbodem niet alleen in het Europees superioriteitsgevoel. Naar de mening van Blommaert en Verschueren heeft dat in hoofdzaak te maken met het homogeneïsme, zoals verwoord op pagina 125: “Het vrije Westen predikt openheid, verdraagzaamheid en pluralisme. Niettemin leeft onder de predikanten zowel als onder de gelovigen en zondaars een algemene visie op een samenlevingsmodel dat steunt op de ideologie van het homogeneïsme, volgens dewelke de ideale maatschappij zo gelijkvormig mogelijk moet zijn”. Ook in dit verband worden voorbeelden gegeven waaruit zou blijken dat sommigen de aanwezigheid van grote groepen vreemdelingen in onze bestaande orde als abnormaal en problematisch beschouwen en/of ervoor ijveren de fundamentele aanvaarding van verregaande en eventueel blijvende diversiteit te bestrijden met een inpassings- of integratiebeleid om te grote verschillen uit de weg te ruimen. Het schrijversduo voegt eraan toe dat het homogeneïsme volgens hen sterk aanleunt bij een bepaalde interpretatie van nationalisme als zouden volkeren natuurlijke, objectieve, haast biologische eenheden zijn die recht hebben op zelfbestuur binnen een eigen gelijksoortige leefruimte.
“Het Belgische migrantendebat” is geen licht verteerbare brok leesvoer. Niet in het minst vanwege de talrijke langgerekte zinsconstructies, doorspekt met academische woordenschat. De grootste verdienste van de auteurs is evenwel dat ze met dit boek de problematiek op gedurfde alternatieve wijze hebben benaderd en geduid. Wel is het jammer dat de lezer op zijn honger blijft zitten omdat er weinig echte perspectieven worden geboden. Helemaal op het einde van het boek worden enkele aanbevelingen verstrekt om uit de beschreven maatschappelijke impasse te geraken en een gezond migrantendebat te verwezenlijken. Maar die zijn erg dunnetjes en zonder veel diepgang uitgewerkt. Alsof ze met een vingerknip probleemloos kunnen toegepast worden in een heterogeen gemeenschapsmodel waarvan Blommaert en Verschueren fervente pleitbezorgers zijn…

Marc De Bock
Jan Blommaert & Jef Verschueren
Marc De Bock
Non-fictie
-
_Marc De Bock - Recensent
Meer van Marc De Bock

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies