David Meijer
Ignace Claessens
Non-fictie
  • 673 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

4 februari 2023 Zusters van Tarakan. Een vrouw. Een oorlog. Een geschiedenis.
David Meijer studeerde geschiedenis. Vandaar zijn fascinatie voor het verleden, wat hem ertoe gebracht heeft het waargebeurde verhaal van zijn grootmoeder, Mila Herman, Rode-Kruis helpster op Java, te reconstrueren. Bij het uitbreken van de oorlog met Japan vertrekt zij eind december 1941 samen met een twintigtal medezusters naar Tarakan, een klein olie-eiland voor de kust van Borneo, dat deel uitmaakte van het toenmalige Nederlands-Indië.
De auteur heeft negen jaar onderzoek gedaan naar de oorlogsbelevenissen van zijn oma. Het was een intense periode van opzoekingen in diverse archieven en boekantiquariaten, van interviews met familieleden en overlevenden van de oorlog. Hij maakte zelfs een reis naar de diverse locaties op Borneo waar zijn oma verbleven en gewerkt heeft en waar ze tenslotte opgesloten werd.
Het boek valt uiteen in drie delen. In een eerste deel wordt zijn grootmoeders reis van Java naar Tarakan beschreven en de ontvangst daar door de plaatselijke artsen, de verpleegkundigen, de Nederlandse bestuurders, de strijdkrachten en het personeel van de oliewinning. Japan had voor zijn oorlogsvoering zeer veel brandstof nodig en bezat zelf bijna geen oliebronnen. Het olierijke Tarakan was dus strategisch zeer belangrijk en een inval van Japan stond in de sterren geschreven.
Amper achttien dagen na haar aankomst was het zo ver: Japan landde op 11 januari 1942 op Tarakan. Het Nederlandse leger, dat geen partij was voor de Japanse strijdmacht, capituleerde amper één dag later. Voor Mila, de andere gezondheidswerkers en soldaten brak een gevangenschap aan die iets minder dan vier jaar zal duren. Het thuisfront bleef al die tijd in het ongewisse en Mila werd samen met nog andere zusters in februari 1942 dood verklaard. Haar familie liet zelfs voor haar een mis opdragen.
De oorlogsverrichtingen en de gevangenneming vormen het tweede deel van het werk.
In het laatste deel behandelt de auteur de opsluiting in diverse kampen: de ontberingen en de lotgevallen van zijn oma en haar medegevangenen. Pas op 31 augustus 1945, twee weken na de capitulatie van Japan, vernemen ze dat de oorlog ten einde is.
In tegenstelling tot de oorlogsverrichtingen wordt de langdurige opsluiting eerder summier behandeld. Beschikte de auteur over onvoldoende informatie? In ieder geval sprak zijn oma zelden over het kampleven: enkel in flarden, onsamenhangend en zonder context. Haar opsluiting had haar getekend voor het leven en vele jaren later had zij er nog nachtmerries van. Zij leed aan wat men thans een trauma of post traumatische stress zou noemen.
In een nabeschouwing schetst de schrijver de verdere levensloop van zijn grootmoeder. Zij huwde in 1946 met een oud-gevangene, een jonge Nederlands-Indische luitenant, in Bandjermasin (Borneo), uitgerekend op de plaats waar zij beiden gevangen hadden gezeten. Zijn opa bleef actief in het leger en nam deel aan de thans beruchte politionele acties. Later werd hij adviseur bij het nieuwe Indonesische leger. In 1962 vestigden zij zich definitief in Nederland.
De auteur geeft ons een beeld van de heersende mentaliteit van het koloniale bestuur. De Nederlandse overheid was behoudsgezind. Jazz muziek bij voorbeeld was toch maar ‘de volksmuziek van de Noord-Amerikaanse negers’.
Ook heerste er een latent racisme. De Nederlandse geneesheren wensten niet in het openbaar gezien te worden met een Chinese collega. De Europeanen voelden zich superieur en schrokken ervoor terug te buigen voor de Japanse bezetter: ‘Een Europeaan die zich onderdanig moet opstellen tegenover een Aziaat, dat blijft de wereld op zijn kop’.
De Japanse invasie en de korte strijd die erop volgt worden bijzonder levendig weergegeven. Het boek leest als een oorlogsroman. De auteur heeft bij de weergave van de dialogen noodgedwongen zijn verbeelding aan het werk moeten zetten. Hij gaat daar wel erg ver in, soms wat te ver bij de weergave van de dromen van de hoofdpersoon.
Het besproken werk biedt een interessante blik op een kleine, vrijwel onbekende episode uit de oorlog met Japan. Dit is voor vele lezers, vooral voor Vlamingen, onbekend terrein. Een reden om er zich verder in te verdiepen.

Ignace Claessens
David Meijer
Ignace Claessens
Non-fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies