Kwintessens
Geschreven door Jürgen Pieters
  • 1578 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

7 juni 2023 Literatuur als troost, 'und kein Ende' (deel 3)
'Literature of Uplift.' Mijn stellige indruk is dat de meeste beschouwingen over het lezen tijdens Covid, zowel in het boek waar ik van uitging als in een aantal teksten die ik over het onderwerp las, de kant van Sand kozen, niet die van Flaubert of van de vertegenwoordigers van de 'discrepante troost' die James bespreekt. De meeste lezers – met  uitzondering misschien van degenen die onmiddellijk naar Camus' 'La Peste' grepen in een poging het heden van waaruit zij het boek lazen beter te begrijpen – leken in het memorabele voorjaar van 2020 weg te blijven van romans die een grimmig portret schetsten van een beklemmende werkelijkheid en kozen in plaats daarvan voor wat David James elders 'Literature of Uplift' noemt, de literatuur die ons een hart onder de riem steekt (2023).
Die keuze ligt gegeven de omstandigheden meer dan voor de hand. Zoals Siri Hustvedt opmerkte in een stuk dat in april 2020 op LitHub verscheen: in tijden van isolatie en pandemie, 'reading for comfort and escape is readily explicable' (89). Het is logisch dat lezers die zich in een context van wanhoop, pijn en angst bevinden, op zoek gaan naar berichten van hoop en veerkracht, schrijven ook Kaitlin Fitzgerald and Melanie C. Green. Zij spreken, in de lijn van anderen voor hen, over 'restorative narratives', verhalen die de mogelijkheid van herstel van een trauma of buitengewone moeilijkheid benadrukken ('a story that provides an authentic sharing of negative experiences while highlighting the strength and meaningful progression of the individual' (229)).
James ijkt zijn begrip 'Literature of Uplift' naar wat de Britse literair journaliste Danuta Kean voor de komst van covid al 'Up Lit' noemde (2017). In een stuk over het onderwerp voor The Guardian citeert Kean onder meer romanschrijfster: 'We are living in very dark times and my response is to show how when the world is dark, human beings have the capacity to … show the best in humanity as well as the worst'. Het is een late echo van het punt waarvan George Sand haar goede vriend Flaubert probeerde te overtuigen in hun briefwisseling van de winter van 1875 – zonder succes, zoals we zagen.
De roep om literatuur die 'uplifting' is, was ook vrij nadrukkelijk te horen in een reeks gesprekken die de boekenredacties van The Guardian en The New York Times in het voorjaar van 2020 voerden met een reeks auteurs. In de leesadviezen die in beide reeksen centraal staan, komt het woord 'uplifting' meer dan eens voor. Het staat zelfs centraal in de titel van het Guardian stuk: 'Novelists pick books to inspire, uplift, and offer escape'. Inspireren, een hart onder de riem steken en de mogelijkheid van een uitweg bieden: het zijn alle aspecten van wat troost beoogt. En inderdaad, in de stukken uit The Guardian en The New York Times die in de lente van 2020 in volle lockdown verschenen, gaat het voortdurend over de troost van de literatuur.
In het stuk uit The Guardian brengt de Britse auteur David Mitchell de troostende kracht van literatuur in verband met klassieke, canonieke fictie: 'Fiction this evergreen cannot fail to uplift', merkt hij op met een verwijzing naar Rosemary Sutcliffs trilogie Eagle of the Ninth, historische fictie voor jongeren, die in de woorden van Mitchell de gedachte viert dat de mensheid in moeilijke omstandigheden het hoofd boven water kan houden. Sutcliffs boeken zijn voorbeelden voor Covid-lezers, stelt Mitchell, omdat ze ons eraan herinneren dat we deel uitmaken van wat hij 'the human continuum' noemt, de geschiedenis van de mensheid die problemen en crises overwint. De angst dat de zon morgen niet opkomt is niets nieuws, schrijft Mitchell. Maar toch komt de zon altijd op. Historische fictie zoals die van Sutcliff biedt ons het vooruitzicht van een toekomst van waaruit we met een iets geruster goed terug kunnen kijken op een dreiging uit het verleden die we overwonnen hebben. Ze geeft ons het perspectief van de overlever en moedigt ons op die manier aan ons niet teveel zorgen te maken over wat sommige media als een onoverkomelijke apocalyps verbeelden.
Mitchells argument voor de troostende kracht van historische fictie brengt me terug bij het derde citaat over de troost van het lezen uit Reading Novels During Covid-19 waar ik mee begon (pro memorie: 'there was consolation in feeling that there was something in the world that had been there for a long time and that it'll also exist when we get to the other side' (76). Dat is ook wat Michiko Kakutani schreef in het 'Coronavirus Notebook'-essay dat ze bij het begin van de pandemie publiceerde in de NY Times (5 mei 2020: 'Finding Solace, and Connection, in Classic Books'): 'In this time of crisis we are reminded that literature provides historical empathy and perspective, breaking through the isolation we feel hunkered down in our homes to connect us, across time zones and centuries, with others who once lived through not dissimilar events'.
Het dubbele negatief van die laatste zin ('niet ongelijkaardig') geeft aan dat Kakutani beseft dat het nooit een goed idee is om literaire teksten te zien als de simpele weergave van een bepaalde werkelijkheid, noch om ze te reduceren tot wat deze of gene lezer of groep lezers erin ziet of erdoor begrijpt. 'Enduring classics', schrijft Kakutani bij een andere gelegenheid, 'speak not only to the circumstances of the day in which they were written but across the decades or centuries – uncannily anticipating our own experiences and world today' (56). De klassieker in kwestie is Camus' De pest, die Kakutani aanbeveelt als lockdownlectuur omdat het boek zijn lezers aanmoedigt om nooit – zelfs niet in de bitterste momenten van welke plaag dan ook (echt of symbolisch) waarin we ons bevinden – toe te geven aan gevoelens van berusting. In Kakutani's Covid-lectuur van Camus' roman fungeert De pest als een broodnodig pleidooi voor hoop en tegen wanhoop, met een boodschap die niet verschilt van die waarvan George Sand Flaubert hoopte te overtuigen. In navolging van conventionele lezingen van de roman vergelijkt Wikipedia De pest met geschriften van Kafka, waarbij eveneens de nadruk wordt gelegd op 'de machteloosheid van de individuele personages om hun lot te beïnvloeden' (Wikipedia). Maar voor Kakutani leidt het lezen van De pest in Covid Times tot een heel andere indruk, een die de Kafkaëske sfeer waarop Wikipedia wijst, bagatelliseert: de roman van Camus, schrijft Kakutani, is 'a testament to the dedication of individuals' (57). Dit is vooral het geval in de verhaallijn in De pest die draait om dokter Rieux, het middelpunt van Kakutani's analyse, wiens 'sense of individual responsibility, combined with his feelings of solidarity with others' zij ziet als het centrale thema van de roman (57).
Een al bij al vergelijkbare Covid-lezing van Camus' roman vinden we terug in het 15e hoofdstuk van Michael Ignatieffs On Consolation. Daarin heeft Ignatieff het niet alleen over de historische en biografische achtergrond van Camus' tekst, maar ook over het opvallende succes dat de roman in het voorjaar van 2020 kende, toen lezers in zowel Frankrijk als de Engelstalige wereld zich tot De pest wendden in een poging het moment waarin zij zich bevonden beter te begrijpen: 'Reading Camus again helped us to open our hearts to those like Rieux who were fighting, at the cost of their lives, to keep us safe' (227), schrijft Ignatieff, die zich ook richt op het personage van de arts die probeert te zorgen voor de slachtoffers van de plaag die in de roman de inwoners van Oran bedreigt, de Algerijnse stad waar de handeling in La peste plaatsvindt. Net als Kakutani besteedt Ignatieff bijzondere aandacht aan de uiteindelijke overtuiging van de goede dokter dat 'on the whole, men are more good than bad' (228).  Anders dan Kakutani, echter, lijkt Ignatieff meer oog te hebben voor de aanwezigheid in Camus' roman van elementen die een somberder visie presenteren en die ingaan tegen het ontlenen van een al te gemakkelijke en al te illusoire vorm van troost aan het lezen van De pest.
Camus' roman keert terug in het zeventiende hoofdstuk van Ignatieffs On Consolation, dat gaat over het werk van Cicely Saunders, de Britse arts en verpleegster die het grootste deel van haar carrière heeft gewijd aan de ontwikkeling van hospices en de beweging voor palliatieve zorg. Saunders, zo schrijft Ignatieff, was samen met anderen verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een nieuwe, seculiere praktijk van troost (245), waarbij troost voor stervenden niet werd overgelaten aan aalmoezeniers of andere religieuze vertegenwoordigers. Zoals Ignatieff opmerkt, was Camus een van Saunders' inspiratiebronnen. Een van haar terugkerende verwijzingen is naar de scène in De pest waarin dokter Rieux samen met een priester aangeeft dat ze ondanks hun verschillend geloof eenzelfde strijd voeren: de redding van wie gevaar loopt. Ze komen tot die conclusie nadat ze er niet in slaagden een kind van de dood te redden. 'For her, the scene was only too real' (249), schrijft Ignatieff: het boek van Camus leerde Saunders dat valse troost in momenten van lijden geen optie was en dat religie voor velen die surrogaatfunctie vervulde. Haar pionierswerk in de palliatieve zorg beoogde een ander, in de ogen van Saunders 'authentieker' soort troost.
_Troostend lezen
Het is niet verrassend dat De pest ook een prominente plaats inneemt in Reading Novels During the Covid-19 Pandemic. Dat is meer bepaald het geval in het tweede hoofdstuk van het boek, waar de auteurs ingaan op opmerkingen van verschillende van hun respondenten over de roman van Camus, waarvan de algemene strekking de lezing van Kakutani en Ignatieff lijkt te bevestigen: de specifieke troost die ook de respondenten van het onderzoek uit hun lezing van de roman putten, ligt in de veronderstelde historische kennis die zij op het heden werpt. 'Fiction opens up a historical vector of connection along which readers situate themselves' (49), schrijven Davies, Lupton en Schmidt. Deze verbondenheid brengt het troostende inzicht voort dat we niet alleen staan met onze problemen (en evenmin de eersten om ze te ervaren) en doet verhopen dat ook wij in staat zullen zijn dit moment achter ons te laten. In de woorden van respondent Fran: 'what’s happening to us now, although it feels we're consumed by it and it feels very awful, it will pass. I think literature helps with that.' (49)
Frans voorzichtig geformuleerde overtuiging berust op de idee dat historische ficties – anders dan academische analyses van een welbepaald verleden door professionele historici – beter werken als bronnen van troost. Niet alleen omdat ze de lezer een meer 'immersieve' leeservaring bieden, maar ook omdat ze sensitiever functioneren als wat de auteurs van Reading Novels During the Covid-19 Pandemic omschrijven als 'register[s] in which humans must actively deal with their own fate' (49). 'There's something quite comforting about knowing that this is something that humans deal with and have dealt with at regular intervals', zegt Nicola, een Britse historica die tijdens de eerste Covid-lente een roman over de Spaanse griep las.
Het interessante aan de roman van Camus evenwel is dat die helemaal geen specifiek historisch moment weergeeft: er was geen epidemie in Oran in het jaar waarin de roman zich afspeelt en het was ook niet Camus' bedoeling om een feitelijke epidemie weer te geven die op een ander moment in de geschiedenis had kunnen plaatsvinden. Aangezien de meeste respondenten van het Deens-Britse onderzoek dit wisten, kunnen we besluiten dat de 'historische' kennis die zij aan het boek van Camus beweerden te ontlenen niet gerelateerd is aan de actie die erin wordt uitgebeeld, maar aan het moment van ontvangst van de roman, aan hun eigen heden van waaruit zij lezen. Voor hen was de roman ook niet zozeer een allegorie (zoals in de meeste traditionele analyses van De pest wordt gezegd), maar de realistische weergave van een herkenbare (transhistorische?) waarheid. Wat Camus had verzonnen, was, om Michael Ignatieff nogmaals aan te halen, maar al te echt voor hen.
Ignatieffs omschrijving van de impact die de roman van Camus had op Cicely Saunders, zegt iets fundamenteels over de troost van de literatuur. We weten dat wat we lezen maar fictie is, maar toch ervaren we de fictie als 'only too real'. Herkenbaarheid, de mogelijkheid om de tekst op ons eigen leven te betrekken en daaruit voortvloeiend de idee dat de tekst de werkelijkheid voorstelt op een manier die getrouw is aan hoe wij die werkelijkheid ervaren, lijken voorwaarden te zijn voor wat ik hiervoor al troostend lezen noemde. Troost is enkel mogelijk als we haar toelaten en vertrouwen hebben in de goede intenties van degene die ze ons aanbiedt en in de juistheid van de woorden waarin de troost komt. Waarom zou dat bij literaire troost anders zijn?
Wie getroost wil worden door een literaire tekst, staat niet alleen voor de uitdaging die ene tekst te vinden die dat bewuste effect heeft, maar moet dus ook een manier van lezen ontwikkelen die de tekst in kwestie zijn troostwerk laat doen. De voorbeelden die door deze bijdrage heen aan bod kwamen, doen vermoeden dat de personages in de romans die we lezen daarbij een belangrijke rol kunnen spelen. Niet alleen als bronnen van troostende woorden of gedachten, maar evengoed als rolmodellen die we aan het werk zien in situaties die weinig evident zijn. Voor Cicely Saunders (en voor Michiko Kakutani en Michael Ignatieff na haar) was dokter Rieux zo'n rolmodel. Voor Katharine Smyth was het Mrs. Ramsay, de mater familias uit To the Lighthouse. Voor Joseph Luzzi was het Vergilius, degene die Dante bij zijn tocht door de hel systematisch 'il mio conforto' noemt. Dat die personages niet echt zijn is voor de meeste onderzoekers die zich met deze kwestie bezighouden duidelijk ondergeschikt aan de stellige indruk van lezers dat ze echt overkomen. '[I]t is their fictional qualities that make characters real' (87), schrijft Rita Felski – hetzelfde kan worden gezegd van de troost die de literatuur ons brengt.
Lees hier deel 1 en hier deel 2 van dit essay.
_Bibliografie
  • Christophe André, Consolations. Celles que l'on reçoit et celles qu l'on donne, Paris: L'Iconoclaste, 2022.
  • Ella Berthoud & Susan Elderkin, De boekenapotheek. Lees & Genees, Amsterdam: Podium, 2013.
  • Beth Blum, The Self-Help Compulsion. Searching for Advice in Modern Literature, New York: Columbia University Press, 2020.
  • Hanna Engelmeier, Trost. Vier Übungen, Berlin: Matthes & Seitz, 2021.
  • Rita Felski, Hooked. Art and Attachment, Chicago: University of Chicago Press, 2020.
  • Kaitlin Fitzgerald & Melanie C. Green, 'Stories for Good: Transportation into Narrative Worlds', in: Louis Tay & James O. Pawelski (eds.), The Oxford Handbook of Positive Humanities, Oxford: Oxford University Press, 2021, 222-232.
  • Gustave Flaubert & George Sand, Wij moeten lachen en huilen. Brieven, Amsterdam: Arbeiderspers (Privédomein), 1992.
  • The Guardian, 'Novelists pick books to inspire, uplift, and offer escape', 5 April 2020.
  • Siri Hustvedt, 'Reading During the Plague', Mothers, Fathers and Others. New Essays, London: Sceptre, 2021, 89-92.
  • Michael Ignatieff, On Consolation. Finding Solace in Dark Times, New York: Henry Holt and Company, 2021.
  • David James, Discrepant Solace. Contemporary Literature and the Work of Consolation, Oxford: Oxford University Press, 2019.
  • David James, 'Literature of Uplift', in: James F. English & Heather Love (eds.), Literary Studies & Human Flourishing, Oxford: Oxford University Press, 2023, 99-122.
  • Michiko Kakutani, 'Coronavirus Notebook: Finding Solace, and Connection, in Classic Books', New York Times, 5 May 2020.
  • Michiko Kakutani, Ex-Libris. 100+ Books to Read and Reread, London: William Collins, 2020.
  • Danuta Kean, 'Up lit: the new book trend with kindness at its core', The Guardian, 2 August 2017.
  • Joseph Luzzi, In A Dark Wood. What Dante Taught Me about Grief, Healing and the Mysteries of Love, London: William Collins, 2015.
  • Montaigne, De essays, Amsterdam: Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2004.
  • Jürgen Pieters, Literature and Consolation. Fictions of Comfort, Edinburgh: Edinburgh University Press, 2021 (paperback in 2023).
  • Jürgen Pieters, Een boekje troost, Gent: Borgerhoff & Lamberigts, 2021.
  • Nina Sankovitch, Tolstoy and the Purple Chair. My Year of Magical Reading, New York: Harper Collins, 2012.
  • Katharine Smyth, All The Lives We Ever Lived. Seeking Solace in Virginia Woolf, London: Atlantic Books, 2019.
Kwintessens
Jürgen Pieters doceert algemene literatuurwetenschap en praktijk van de kunst- en cultuurkritiek aan de Universiteit Gent. Hij publiceerde in 2021 'Literature and Consolation. Fictions of Comfort' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts).
_Jürgen Pieters -
Meer van Jürgen Pieters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws