9 januari 2026
De wondere wereld van Luc Boudens
Vrijdag 19 december 2025 kende een feestelijke avond: Luc Boudens stelde een nieuw boek voor. De plaats van de blijde gebeurtenis was boekhandel De Groene Waterman in Antwerpen, die samen met het Humanistisch Verbond voor de organisatie tekende. Zoals verwacht daagde er veel volk op. Het literaire werk van Luc Boudens (Kortrijk, °1960) is geliefd bij fijnproevers. Bovendien is hij geen veelschrijver, wat elke nieuwe publicatie van zijn hand bijzonder maakt. Boudens debuteerde in 1988 met 'Vrijdag Visdag' en 'De tiende provincie', twee verhalenbundels. Met een mengeling van empathie en ironische distantie beschrijft hij de lotgevallen van doodgewone vrouwen en mannen die tevergeefs iets van het leven proberen te maken. De goede wil mag aanwezig zijn, maar relationele problemen, slechte karakters, ongelukkige toevalligheden, financiële beslommeringen en de verlokkingen van alcohol en het nachtelijke leven dwarsbomen doorgaans de nobele doelen die mensen zich stellen. Er zit een flinke dosis fatalisme in Boudens' verhalen. De mythe van Sisyphus lijkt nooit ver weg: we mogen nog zoveel stenen verleggen, ze rollen steevast naar beneden. Wat het draaglijk maakt, is de humor, al is die doorgaans subtiel en ingetogen.
In Het zijn lange dagen (1989), zijn eerste roman, evoceert Boudens het leven van een barman in Kortrijk. Zijn seksualiteit is ambigu, zijn identiteit onbepaald. Boudens roept een sfeer op van eenzaamheid, onrust en vervreemding. Die existentialistische dimensie is een terugkerend thema in zijn oeuvre. In Het lijden van de jonge Werner (1990) maken we kennis met iemand die schrijver wil worden, maar weinig succes kent. Het hoofdpersonage is een eenzaat met een haat-liefdeverhouding met alcohol die er maar niet in slaagt om zijn weg te vinden in het leven en in de stad waarin hij woont, maar zich niet thuis voelt. Het is lastig om die romans niet autobiografisch te interpreteren. Boudens kampte zelf een tijd met een alcoholverslaving, een duivel die hij vijfentwintig jaar geleden kon bedwingen.
De verhalen en romans van de jaren tachtig en vroege jaren negentig – in 1992 publiceert hij nog de bundel Gesloten wegens familieomstandigheden – leverden hem de titel van literair wonderkind op. Daarna lijkt hij stil te vallen. Schijn bedriegt evenwel, want Boudens schrijft verder, meer bepaald poëzie. Vrienden voor het leven. Een zwanenzangverscheen in 1993, de bundel Laat maar waaien in 1995. Eerder kwamen Op een kameel gezeten (1989) en Wie legt er mee patience? (1991) uit. Behalve die laatst genoemde bundel, publiceerde Luc Boudens zijn poëzie in kleine, bibliofiele edities, waarvan hij er sommige zelf illustreerde. Daar moeten we De Carbolineum Pers dankbaar voor zijn, het eenmansproject van Boris Rousseeuw (1959-2024) die ambachtelijk een driehonderdtal werken realiseerde, met de handpers gedrukt op kwaliteitspapier. (Een interessant stukje over Carbolineum Pers lees je hier.)
Na Laat maar waaien is het lang wachten op nieuw werk van Boudens. Pas in 2009 verschijnt Betere tijden lachen ons toe, eveneens vormgegeven door De Carbolineum Pers. Er volgen meer poëziebundels, zij het dat er vaak meerdere jaren verlopen vooraleer Boudens ertoe komt om te publiceren. Dat betekent niet dat hij creatief niks doet. Integendeel, hij is niet enkel een begenadigd schrijver en dichter, maar ook een bijzonder getalenteerd grafisch en beeldend kunstenaar. Hij maakt schilderijen, lino’s, tapijten en tekeningen en stelt die tentoon in meerdere gerenommeerde kunstgalerieën. Wie niet vertrouwd is met zijn werk, kan dit filmpje bekijken, gemaakt bij de opening van een expo in Andrés Van Hove Gallery, in 2011. Het geeft een idee van de beeldende kunst die Boudens creëerde.
We maken een sprong naar 2018, het jaar waarin Boudens een brievenbundel uitbrengt, zoals zijn poëtisch werk in beperkte oplage. Ook dit werk, Hoofse brieven, verschijnt bij De Carbolineum Pers. Die homo-erotische brieven zijn geschreven tussen 2006 en 2011 en gericht aan een geliefde. Wie een exemplaar in zijn bezit heeft, mag zich gelukkig prijzen. Het werk, zoals overigens vrijwel alle andere bibliofiele uitgaven van Boudens poëzie, is moeilijk te vinden. Het is geen toeval dat Boudens bevriend werd en samenwerkte met de zielsverwant en literaire duizendpoot Henri-Floris Jespers (1944-2017). Ze maken onder meer samen een vertaling van een theatertekst van de Belgische kunstenaar en auteur Michel Seuphor, pseudoniem van Ferdinand Louis Berckelaers (1901-1999). Jespers schreef geregeld over het werk van Boudens op zijn langlopende blog Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie. Hij was lid van de door Patrick Conrad en Nic Van Bruggen opgerichte Antwerpse literaire groepering Pink Poets, samen met onder andere Paul Snoek en Hugues C. Pernath. Luc Boudens is te laat geboren om tot de Pink Poets te behoren, maar het is niet meer dan normaal dat hij tot de Postume Pink Poets wordt gerekend, een literair en artistiek collectief dat zich tegenover de gevestigde kunst en literatuur plaatste.
In 2014 drinken de fans van Luc Boudens champagne: hij publiceert bij Uitgeverij Vrijdag een nieuwe roman, Op eenzame hoogte. Het boek geeft een indringend portret van Amaury, een oudere bankier die in de ban geraakt van Bastien, een student die tot een jongere generatie behoort. Amaury wordt zich bewust van verborgen emoties en verlangens, wat hem verheugt maar ook in verwarring brengt. Hij deelt met Bastien een interesse voor Jean Cocteau. Dat maakt hun band sterker, maar uiteindelijk loopt het slecht af voor Amaury. De afstand tussen de bankier en de student blijkt te groot, zowel door het leeftijds- als het standenverschil. Het boek wordt geprezen omwille van de fijnzinnige analyses van zelfontdekking en de emotionele complexiteit van intergenerationele relaties.
De dichtbundel Ik heb de zon zien zakken verschijnt in 2020, waarop in 2021 een autobiografische roman volgt: De oogappel. Het hoofdpersonage Fitou is een uitgeschreven auteur, die gaat samenleven met Leduc, een erudiete schrijver en kattenliefhebber. Op de cover zien we het schilderij Le chat noir (1921) van de Belgische avant-gardekunstenaar Marcel-Louis Baugniet, een van Boudens' favoriete kunstenaars. Het is niet moeilijk om in Leduc Henri-Floris Jespers te herkennen, en in Fitou uiteraard Boudens. De naam Fitou verwijst naar de wijn uit de Languedoc waarmee Boudens een innige band had, maar die hem naar eigen zeggen ook ten gronde wou richten. Gelukkig dolf de wijn het onderspit, anders maakten we wellicht nooit kennis met Prins Pouppy en Tanteluc. Boudens voerde Prins Pouppy al eerder op, in het jeugdverhaal Prins Pouppy en de 3 bergen plus 4 is 7 bergen samen. Hij schreef de tekst reeds in 2006, maar liet hem pas in 2015 drukken, in een oplage van amper 36 exemplaren. In 2024 duikt de prins opnieuw op, in een verhaal getiteld De wondere wereld van prins Pouppy en Tanteluc. Pouppy is wel degelijk een echte prins, die zich met zijn hoofd in de wolken bevindt en vrijwel voortdurend welgemutst door het leven gaat. Dat is niet zo bijzonder moeilijk, aangezien hij zich nooit druk maakt over aardse beslommeringen en hij buiten de tijd en in zijn verbeelding leeft. Tanteluc is zijn trouwe knecht, een man met realiteitszin die zich uitslooft voor zijn prins maar daar zelf niet onverdeeld gelukkig door wordt. Tanteluc – 'de zanger van het vergeefse' volgens de prins – woont min of meer samen met Mathieu, een ezel die voortdurend moppert en scherpe opmerkingen maakt. Prins Pouppy en Tanteluc, vergezeld door een paard en Mathieu, gaan op reis en beleven meerdere absurdistische avonturen. Het boek verschilt inhoudelijk en qua toon sterk van Boudens' eerder werk, maar het sluit niettemin goed aan bij zijn liefde voor het dadaïsme en het belang van verbeelding en verwondering. Boudens had duidelijk de smaak te pakken, want eind 2025 verscheen het tweede deel van De wondere wereld van prins Pouppy en Tanteluc, zoals deel een bij Baltisberger. Prins Pouppy leeft ondertussen al een tijdje samen met prinses Halal, die dagelijks bidt voor het gehele mensdom. Tanteluc moet ook nu samen met Mathieu diverse problemen oplossen. Dat loopt niet altijd van een leien dakje, niet in het minst doordat de bejaarde hertogin d'Embrouille meent dat Tanteluc een geschikte huwelijkspartner voor haar is. Tanteluc ziet dat anders, wat tot soms onverkwikkelijke, vaak hilarische situaties leidt.
Het is zo goed als onmogelijk om aan te geven tot welk literair genre de verhalen over de prins en zijn secondant behoren. Ik heb geen idee op welk schap in de boekhandel en bibliotheek die boeken kunnen staan. Ongetwijfeld is dat precies zoals Luc Boudens het wenst: je kan geen etiket op de man en zijn werk kleven. Uitgever Cornelis van den Berg vatte het op de avond van de voorstelling treffend samen: Prins Pouppy en Tanteluc zijn een ode aan de verbeelding, een bijdrage aan de literatuur die tot de fantasie behoort. De boeken zijn moeilijk te vinden in de handel. Wie er die avond bij was in De Groene Waterman, kon ze ter plekke kopen. Anderen zijn allicht aangewezen op de online winkel van de uitgeverij. Uit eigen ervaring kan ik getuigen dat de lotgevallen van de prins en zijn knecht verslavend zijn. Het was daarom prettig dat op de laatste pagina 'einde van het tweede deel' gedrukt staat. Dat impliceert ongetwijfeld dat we mogen uitkijken naar een derde deel.