2 juni 2026
Met AI is veel meer aan de hand dan systemen
De golf aan generatieve artificiële intelligentie (GenAI) van vandaag lijkt technologisch op de hype over artificiële intelligentie (AI) in de jaren ‘80 van vorige eeuw. De grote verschillen zijn sociaal en politiek. Wat leren we uit de vergelijking en vooral hoe gaan we om met de breinopslorpende technologie die ons nu overspoelt?
Toen ik in de industrie begon te werken met de IT-tools van begin de jaren ’80 werden informatici overspoeld met beloftes dat AI zou zorgen voor onbemande met robots gevulde computer-integrated manufacturing-fabrieken. Die beloftes waren gebaseerd op het gebruik van expertsystemen die complexe beslissingen zouden nemen op basis van data en symbolische logica en operatoren die met machines praten om ze te bedienen. Uiteindelijk bezweek deze golf van te hoge verwachtingen onder zijn eigen gewicht, het gebrek aan data en te zwakke rekenkracht van de computers.
Toch overleefde een aantal computerfuncties. Die vormden de basis voor de algoritmes in zoekmachines, zoals Google en Yahoo, en in de eerste vormen van sociale media, zoals Facebook. De echte doorbraak van deze toepassingen kwam met de hardware van tablets en smartphones. Vanaf dan explodeerde het aantal gebruikers samen met de reclame-inkomsten van die bedrijven.
In de periode van pakweg 2005 tot 2025 werden miljarden gebruikers in de fuik gelokt van de ‘aandachtmachine’ die smartphones en apps werden. Stap voor stap bereidden nieuwe functies die onze aandacht vasthielden ons voor op een volgende stap.
De huidige technologie van GenAI verschilt met vroeger op aspecten als de beschikbaarheid van veel meer data, automatisch lerende algoritmes, cloudcomputing en openheid van modellen. Daardoor bestrijkt deze technologie veel meer domeinen, past ze zich aan individuele gebruikers aan, zijn alle functies overal en altijd toegankelijk en kunnen tekst, beeld en audio gemakkelijk gekoppeld worden. De ambities om beslissingen te automatiseren, mensen te vervangen door robots en met systemen te praten, blijven. De uitdagingen van betrouwbaarheid, begrijpen hoe GenAI werkt en/of het gebruik ethisch te verantwoorden is, worden alleen maar groter.
Het grote verschil met vroeger zit in de sociale omgeving. In de vorige eeuw keken mensen op nationale zenders naar dezelfde tv-programma’s waarop een sociale controle was. Toen waren er nog journaals waar je erop kon vertrouwen dat de feiten objectief waren. En vooral, er waren sociale kringen om van mens tot mens te praten, te discussiëren of eindeloos te palaveren.
Door de sociale media werden en worden gebruikers in een aandachttrechter gezogen waarin elk individu een privéwereldje opbouwt aan de hand van tekst, audio en videofragmenten. Twee mensen vlak naast elkaar kijken op hun smartphone naar een totaal verschillende wereld en schrikken ervan op als ze beginnen te praten hoe sterk hun kijk op de wereld verschilt.
In diezelfde periode zijn een aantal bedrijven, bekend als ‘the magnificent seven’ (Alphabet, Amazon, Apple, Meta, Microsoft, NVIDIA, Tesla/xAI) uitgegroeid tot hightechecosystemen die niet alleen het denken van gebruikers monopoliseren met hun systemen en data, maar de laatste jaren hun financiële macht open en bloot gebruiken om de wereldpolitiek te beheersen. Samen met GenAI-bedrijven als OpenAI en Anthropic investeren ze fors in energie- en waterverslindende datacenters. Door GenAI komt het eigen wereldje dat gebruikers al opbouwden totaal los te staan van de reële wereld. Doordat de gecreëerde beelden steeds reëler lijken, vervagen de grenzen tussen feiten en fictie of tussen realiteit en verzinsel.
Vandaag zitten we in een paradox. Omdat de hightechreuzen uit de VS de race met China absoluut willen winnen, omarmen wij steeds sneller systemen die we vrezen voor hun hallucinaties, bedreigingen voor onze kennis, teloorgang van onze werkgelegenheid en zelfs voor onze gezondheid wegens het effect van datacenters op het klimaat.
Twee auteurs beschreven in een recent essay hoe zij Europa uit die paradoxale spiraal van ‘ontwerkelijking’ zien geraken.
Jurist en auteur Roxane van Iperen schrijft dat om ons niet langer te conformeren aan de virtuele AI-wereld, we moeten openstaan voor de werkelijkheid en de trukendoos van politiek en hightechbedrijven bevragen en doorgronden. Daarom moeten we de virtuele marktplaatsen van de cloudomgeving verlaten voor reële publieke ruimtes. Daar ontmoeten we reële mensen, met andere ideeën, andere houdingen en gewoontes. Om dat te bereiken kunnen we de hightechtechnologie slim gebruiken en grote groepen mobiliseren om buiten te komen, om voor lokale politici te stemmen die ingaan tegen het wegrationaliseren van speelpleinen, bibliotheken, concertzalen of het minder subsidiëren van buurtwerk en kunst.
Uiteindelijk gelooft deze auteur dat GenAI gaat stikken in zijn eigen pulp. Door veel sneller GenAI-data te genereren dan mensen nieuwe feitelijke data creëren, komt er volgens haar een punt waarop gebruikers hun verschralende bubbels verlaten om elkaar te ontmoeten.
Politica en privacy- en internetexperte Marietje Schaake formuleert antwoorden vanuit de geopolitieke context. Binnen Europa moeten we loskomen van de in de VS gebaseerde hightechbedrijven. Dat kost tijd. Er moet een strategische aanpak en financiering komen om op eigen benen te staan in verschillende lagen van de technologie (grondstoffen voor hardware, computer- en cloudsystemen, software voor beheer en AI …). Dat moeten we stapsgewijs doen voor bijvoorbeeld fiscaliteit, defensie, justitie en gezondheid. We moeten talent verzamelen in regio’s waar nu al veel kennis aanwezig is, bijvoorbeeld Wageningen voor landbouw, München voor energie, Leuven en Eindhoven voor chips. We moeten steun zoeken, onder andere bij Canada, Australië en India. Maar dit heeft enkel zin als we ook investeren in onderwijs (iedereen AI-geletterd) en in onafhankelijke controle- en adviesinstanties. Op korte termijn moet Europa zijn regelgeving realistisch aanscherpen en afdwingen. Als onderdeel daarvan moeten we opleggen dat nieuwe versies van GenAI getest worden vóór ze op de markt komen, net als geneesmiddelen.
De verweving tussen AI, politiek en onze manier van naar de wereld kijken gaat dus veel dieper dan beelden op TikTok of Instagram. Het startpunt voor verandering ligt bij de bereidheid van elke gebruiker om uit de AI-cocon te komen, de werkelijkheid onder ogen te zien en er sociaal en politiek consequent naar te handelen.