15 juni 2026
Een korte geschiedenis van abortustoerisme naar Nederland? Blijkbaar is België hiervoor dan toch geen ethisch gidsland
Nadat de minister van Justitie eerder al duidelijk was over de katholieke gronden waarop zij haar beleid voert op het vlak van euthanasie, bevestigde ze de voorbije week ook ondubbelzinnig dat haar stringente christendemocratische morele kompas zich ook uitstrekt naar de kwestie van abortus. Hoewel de wetenschappelijke consensus pleit voor het verlengen van de termijn voor de uitvoering van de praktijk naar 18 weken, limiteert Verlinden samen met haar partij de uitbreiding tot 14 weken, met aloude argumenten van pijn van de foetus – wat onderzoek tegenspreekt, maar vooral met de veelzeggende quote ‘dat het niet de wetenschap is die de politiek bepaalt’. Volgens recente berichtgeving koppelt het voorstel daaraan ook een uitzonderingsregeling tot 18 weken voor verkrachtingsslachtoffers en een inkorting van de bedenktijd van zes naar twee dagen.
De Belgische wet zelf, die in 1990 met een wisselmeerderheid en de minikoningskwestie tot stand kwam, beperkt momenteel de abortustermijn tot 12 weken. Een van de gevolgen daarvan is dat jaarlijks een 400-tal vrouwen de procedure in Nederland ondergaan, waar de ingreep is toegestaan tot 24 weken. Die grens is niet zomaar een technische parameter, maar de uitkomst van een politieke geschiedenis waarin abortus nooit verdween, alleen van vorm veranderde. Strengere wetgeving deed de praktijk nooit verdwijnen: ze ging ondergronds, werd medisch clandestien of verplaatste zich over de grens. Het is precies dat patroon dat België al anderhalve eeuw toont.
Abortus is historisch altijd gebeurd. Legaal of niet. In de negentiende eeuw bestond er al medische abortus in noodsituaties, naast vroedvrouw-aborteuses en abortieve middelen; in de kranten dook die praktijk gewoon op, tot de wetgever in 1911 en vervolgens in 1923 de toon verhardde en abortus en anticonceptie onder moreel en strafrechtelijk vuur plaatste. Maar ook dat maakte de praktijk niet ongedaan. Het strafrecht verplaatste de werkelijkheid alleen naar de schaduw.
Net daarin ligt ook de geschiedenis van het abortustoerisme naar Nederland. Vanaf de jaren 1960 en vooral in de jaren 1970 werd abortus in België tegelijk een sociaal en medisch probleem, precies omdat vrouwen voor een legale of veiliger ingreep naar Nederland of Groot-Brittannië trokken. In het jaar 1975 ging het al om zowat 12.000 abortussen van Belgische vrouwen in Nederland. De kloof tussen wet en praktijk werd dus niet kleiner door morele strengheid, maar groter door haar falen.
Wat vandaag opnieuw opvalt, is de schijnbare terugkeer van dat moraliserende karakter in de politieke arena (van nooit weggeweest?). Alsof de wetgever weer niet goed hoort dat België intussen levensbeschouwelijk pluralistisch is, en dat inclusieve wetgeving niet kan vertrekken van één moreel wereldbeeld dat zich als neutraal vermomt. In de jaren vijftig en zestig probeerden vrijzinnige organisaties net wél een wetenschappelijk onderbouwde en pluralistische benadering te ontwikkelen, maar ze bleven lang een klein netwerk in een verzuilde logica. Ook dat is een les die vandaag weer vergeten lijkt.
De vraag is dan of dit opnieuw een voorbeeld is van de Belgische pacificatiedemocratie, of net van haar perversie. Die vorm van bestuur gold als een politieke conflictregeling in een verzuilde samenleving; later werd dat model ook gelezen als een consociatieve democratie waarin via compromis stabiliteit werd verzekerd. Maar wanneer dat compromis systematisch leidt tot uitstel van fundamentele rechten, dan wordt pacificatie geen democratische deugd meer, maar een dekmantel voor stilstand.
Het is nochtans niet alsof de medische sfeer op hetzelfde punt is blijven steken. In tegenstelling tot wat het politieke debat soms doet vermoeden, bestaat er binnen de internationale medische kringen een brede consensus dat abortuszorg, wanneer zij volgens de geldende richtlijnen wordt uitgevoerd, een veilige en routinematige vorm van gezondheidszorg is. Dat is geen ideologisch standpunt, maar een samenvatting van de huidige wetenschappelijke en medische consensus.
Men mag dus hopen dat, zoals in het verleden, dappere parlementairen zullen opstaan en dat België ad minimum in de wereld van 2026 de wetenschappelijke consensus in deze materie volgt. Niet om de geschiedenis te vergeten, maar net om te vermijden dat ze zich als morele kramp blijft herhalen en vrouwen daarmee de clandestiniteit in duwt.
(Tekst oorspronkelijk gepubliceerd op demorgen.be, 11 juni 2026. Overgenomen met toestemming van de auteur.)