Het Vrije Woord
Geschreven door Eddy Bonte
  • 94 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

18 juni 2026 'Souvenirs' van Pierre Goldman: joods gangstertje of linkse intellectueel?
Toen Pierre Goldman tot levenslang werd veroordeeld voor moord, veerde heel uiterst links in Frankrijk recht om die uitspraak aan te klagen als klassenjustitie. En van de weeromstuit, veerde ook elders uiterst links verontwaardigd recht. Nochtans werd Goldman niet veroordeeld voor revolutionaire daden, integendeel, zo bevestigt hij zelf in zijn gevangenismémoires met de zeer passende titel 'Souvenirs obscurs d’un juif polonais né en France'.
Goldman bekende zonder omwegen een paar hold-ups, maar zijn betrokkenheid bij die ene overval mét doden op 19 december 1969 bleef hij altijd ontkennen. Hij werd veroordeel tot levenslang, maar in 1976 vrijgesproken. 
De burgerlijke justitie speelde geen onpartijdig spel, zoveel is duidelijk, maar voor een openbaar ministerie op jacht naar een moordenaar op een apothekerskoppel, lachte Goldmans verleden de rechters en de assisenjury toe. Hij verkaste met valse papieren naar Venezuela om zich aan te sluiten bij de guerilla. In zijn appartement lag een plan voor stadsguerilla in Parijs, want het studentenprotest van mei ’68 vond hij te mak – ‘onanisme collectif’! En in datzelfde appartement vond de politie wapens en passende munitie: pistolen die hij vaak bij zich droeg, ook tijdens die overvallen. Zogezegd zonder de bedoeling te schieten. De achteloze Goldman veroordeelde bijna zichzelf. 
_Romantische revolutionair
Uiterst links sprong in de bres, omdat zijn Venezolaans avontuur à la Régis Debray alle romantisch-revolutionaire harten sneller deed kloppen. Ook al had hij daar, tot zijn grote frustratie, geen schot gelost. Goldmans koelbloedigheid en avonturisme, de totale onverschilligheid voor de traditionele waarden van de toenmalige Franse samenleving én het socialisme in Polen en Tsjechië, zijn ongedwongen omgang met het Antilliaanse lompenproletariaat – zijn woordenschat – leverden hem vanzelf een uiterst linkse ereplek op. Vreemd, want uiterst links, van Libération over de Trotskistische voorman Alain Krivine tot de maoïstische Gauche Prolétarienne, is precies wars van avonturisme, onverschilligheid en normenlosheid. Een echte uiterst linkse is streng in de leer, zijn levensbeschouwing valt samen met zijn levenshouding, de proletarische avant-garde haalt het op de Lumpen, hij volgt een leer die is te boek gesteld en afgestempeld door het Centraal Comité. 
De steun van uiterst links komt Goldman goed uit, want hij speelt het proces heel handig. Hij blijft erbij en bewijst het onrechtstreeks: die soixante-huitards zijn domme, maar bruikbare dromers. De uiteindelijke vrijspraak van dit gangstertje werd door Krivine & Co. op gejuich onthaald.
_Doodsverachting
In het eerste en meest interessante deel van zijn autobiografie, Curriculum Vitae, geeft hijzelf aan dat zijn strijd een persoonlijk gevecht is, vrij expliciet een gevecht tegen zijn demonen, te beginnen met een doodsverlangen. Hij hoopt geen dertig te worden en, bijvoorbeeld, te sneuvelen als guerillero ergens in Zuid-Amerika. Een hoop bedenkingen van die orde tonen aan dat Goldman uit hetzelfde romantische hout is gesneden als de 68’ers die hij romantisme verwijt, met één verschil: deze Poolse Jood heeft zijn leven veil voor de vervulling van zijn ‘droom’ en plaatst zichzelf daardoor op een hoger existentieel, ja, bijna spiritueel niveau. Is hij geen profeet met een zending, dan vertegenwoordigt hij toch het diepe, aangeboren lijden dat in martelaarschap kan uitmonden, gewild of niet. 
Een verdachte jood, dat is in bepaalde progressieve kringen op zich al verdacht. Goldman laat zich rustig meedrijven op de golf van anti-antisemitisme die vanzelf in sympathie omslaat. ‘J’avais, un moment, représenté les Juifs face à la Justice des goyes.’
Justitie staat onder druk, het linkse geweten is gesust. Pierre Goldman: Ten Points! 
Zijn onverwachte dood in 1979, amper drie jaar na de vrijspraak, maakt van Goldman een icoon, temeer daar hij op straat als een hond werd afgeschoten in zogenaamd ‘verdachte omstandigheden’. Een complot? De heldendood nabij voor links. In elk geval dood door de kogel zoals hij vaak stilletjes had gehoopt. 
De mythe is alive and kicking, op Wikipedia staat hij omschreven als een ‘left-wing intellectual’. 
_Identiteit eerst
Nochtans. Vrij jong nog, kent Goldman zichzelf één identiteit toe: de Joodse. ‘Joods’: Goldmans alfa en omega. Alle andere adjectieven en bepalingen zijn eraan ondergeschikt, mochten ze al enige relevantie bezitten! 
Tot nader order, hoort een dichtgeslibde identiteit bij rechts, niet links. Het hele boek door, klinkt het onmisbaar en in die volgorde: 1 ‘Juif’ 2 ‘Juif polonais’ 3 ‘Juif polonais né en France’. 
‘Je tenais, absolument, à conserver en prison mon identité de Juif […] l’expérience que je vivais, l’épreuve d’être faussement accusé de meurtres, impliquait une forme de malheur spécifiquement juive.’  
Fransman voelt hij zich niet. Frankrijk, een toevalligheid, omdat zijn vader er terechtkwam, in het verzet vocht en zo recht deed gelden op de Franse nationaliteit, tevens identiteit. En omdat zijn moeder, ook behorende tot de harde kern van de Résistance, hem ter wereld bracht in Lyon, een kwestie van Burgerlijke Stand, hoewel net daarvan geen bewijs overblijft. ‘Un acte de naissance qui fausse mon identité.’ 
Staatloos en ook weer niet, want vaders tweede echtgenote erkent hem. 
Zo valt Goldman terug op de traditie en geschiedenis gevat in naamwoorden: Jood, Joods. In de gevangenis, wordt hij goeie maatjes met de rabbi en leeft hij Joodse rituelen na. 
Staatloos bij de geboorte: voor Goldman voldoende grond om valse paspoorten normaal te vinden.
_Onverschillig
Met ouders die armoede en vervolging in Polen ontvluchten en zich vervolgens in Frankrijk bij de Résistance voegen, de gewapende, de communistische; met een biologische moeder die Stalin blijft verdedigen ook als blijkt dat hij het communistisch verzet in West-Europa heeft geboycot: met zo’n achtergrond, zijn wapens, moorden, overvallen, valstrikken, heldhaftigheid, opoffering en verraad inderdaad banaal. Doodgewoon. 
Zijn vader haalde hem weg bij zijn biologische moeder, ontvoerd. Niets raakt deze man nog. Nu en dan verschalkt een traan hem, bij het weerzien van zijn moeder of zijn vader of een kompaan, nadat hij hen jarenlang grondig heeft verwaarloosd. Hun loyaliteit, hun aanvaarding ondanks alles, haalt het van zijn gevoelens. Zelf opteert hij voor de verdoemenis van het uitschot, die Lumpen, de vodden, de roes van hoeren, goedkope en hele luxueuze, van rum en wodka zonder maat, van Antilliaanse muziek, van het ritme vooral, hoewel hij ook in de rumba de dood ontwaart. 
Niets kan deze man redden. Wanneer hij toenadering zoekt tot een vrouw die hij eerder heeft gedumpt, vangt hij bot. Ook dat gaat over. Hij is de eeuwig lijdende Jood, die strijdend ten onder gaat. De karaktegestoorde die in de Parijse wijk Belleville de Antilliaanse gemeenschap opzoekt omdat hij zich er uitgesloten voelt, ja, opdat hij zich zo zou voelen, voor wie Israël tot de Diaspora behoort, ‘un autre exil’. 
_Collectieve masturbatie
Laten we eindigen met een positieve noot: de intelligentie van Goldman. Goldman, die in deze pocketuitgave door de uitgever wordt voorgesteld als een ‘intellectuel engagé d’extrême gauche’, is een genadeloos criticus van Mai 68, een beweging die hij definieert als ‘onanisme collectif’, groepsmasturbatie. En hoewel ik deze contestatie een warm hart toedraag, volg ik deels Goldmans kritiek.
De Franse samenleving van 1968 is conservatief, katholiek, grotendeels agrarisch, met een generaal als president. De machthebbers zien Mei ’68 niet eens komen. Studenten steken het vuur aan de lont, geen maand later leggen arbeiders het land lam. De generaal verschijnt dreigend op televisie, de vakbonden aanvaarden loonopslag en de lont dooft uit. De studenten vallen stil.
Goldman merkt terecht op dat de contestanten geen passend antwoord voorzien wanneer er doden vallen. De macht speelt een rondje ‘repressieve tolerantie’, zoals Marcuse terecht heeft begrepen. De protesteerders zijn geen verzetsstrijders en de oproerpolitie geen SS. Het regime is an sich niet gewelddadig, maar een omslag is gauw gebeurd: de repressie zal dan dienen om een zekere tolerantie te garanderen, al was het als alibi. Enkele doden zijn ingecalculeerd, schuldigen gauw gevonden.
_Onrecht, oneerlijk, onecht
Er is echter meer aan de hand. Volgens Goldman redeneren ook de studenten, de marxistische incluis, vooral zij eigenlijk, net als de macht: zij verwarren het Ware [le Vrai] met het Goede [le Bien]. Anders gezegd: de verwarring tussen het Zijn – zoals de mens zich voordoet – met het Ideaal – zoals de mens hoort te zijn. De mensen zijn niet zoals het hoort, omdat ze worden onderdrukt. Dit betekent dat de mens in wezen, in zijn diepste Zijn, een vrij wezen is. De Revolutie zal de mens voeren van het banale Zijn naar het Verbeterde Zijn, het Ideaal. Tot daar de idealistische kijk van zowel het systeem als van het marxisme.
Goldman riposteert dat de mens niet gemaakt is om vrij te zijn, dat hij zijn vrijheid niet heeft ‘verloren’, want die behoort eenvoudigweg niet tot zijn essentie. Wel beschikt de mens over de passie om zich te bevrijden van slavernij en onderdrukking, omdat hij die aanvoelt als ‘injustice’, als onrecht, die ook oneerlijk is en onecht, omdat het onrecht met leugens en valse argumenten wordt gelegitimeerd. Dat alleen volstaat, aldus Goldman, om onderdrukking te benoemen als onrecht en de strijd als rechtvaardig. Het Ware en het Goede dat zowel ons systeem als de progressieve krachten gebruiken om te veroordelen, heeft hier geen uitstaans mee. 
Blijft de strijd. 
Goldman heeft ze gevoerd, vooral tegen zichzelf.
_Referentie
Pierre Goldman: Souvenirs obscurs d’un juif polonais né en France, Ed. du Seuil, Paris, 1975. Hier gebruikt: de integrale pocketuitgave P1294 in de reeks Points», s.d. 
Het boek bestaat uit drie delen, waarvan delen twee en drie, zowat de helft, specifiek over het proces handelen. De gedetailleerde analyse toont de intelligente aan van Goldman, die in de gevangenis een paar universitaire graden behaalde. 
Later, naar ik hoop, komt deze Goldman aan bod: L'ordinaire mésaventure d'Archibald Rapoport, 1977.
Het Vrije Woord
Eddy Bonte is publicist en radiomaker, gewezen freelancer voor De Morgen en Knack. (Foto © Lut Conings)
_Eddy Bonte -
Meer van Eddy Bonte

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws