Jean-Luc Cambier en Eric Verhoest
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 794 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

19 mei 2023 De erfenis van Jacobs
De Jacobs uit de titel is natuurlijk Edgar P. Jacobs van “Blake en Mortimer”, van de “Zwaardvis”, van “Het Gele Teken”, “Olrik” en zelfs “Kuifje” en de “Klare Lijn”.
Het boek is een 280 pagina’s dikke kanjer waarin je alles kan lezen (en zien) wat te maken heeft met de dertien stripalbums, hun tekenaars en scenaristen, die verschenen zijn sinds het overlijden van E.P. Jacobs in 1987. Zoals dat gaat bij het wegvallen van een striptekenaar, sterven ook zijn oeuvre en helden, zoals bij Kuifje waarvoor Hergé duidelijk had gestipuleerd dat Kuifje niet mocht verdergezet worden door een andere tekenaar. 
Soms wil de tekenaar dat wel, zoals Vandersteen en Suske en Wiske die daarna nog overvloedig verder leven in ontelbare albums die allemaal op elkaar beginnen lijken en zich opstapelen in tweedehands boekenwinkels. Er zijn er ook die er niet om geven wat er gebeurt na hun dood en dan rommelt het soms nogal tussen vermeende eigenaars en erfgenamen.
Blake en Mortimer zijn een apart geval. Die bleven eerder verweesd achter na het nog met ogen en haken afmaken van het laatste album dat Jacobs aan het tekenen was. Er viel een soort religieuze stilte, net alsof niemand zijn oeuvre durfde aanraken. 20 jaar stilte.
Nochtans werd Jacobs - samen met Hergé - beschouwd als de uitvinder van de klare lijn, waarbij er getekend wordt met weinig of geen variatie in de lijndikte. Dit vereist grote nauwkeurigheid en het wegvallen van al het overbodige ten voordele van het essentiële. De vlakken die overblijven worden gewoonlijk ingevuld met effen kleuren. Misschien is dat wel één van de redenen waarom Kuifje zo bijzonder populair werd.
Na met Hergé samengewerkt te hebben aan Kuifje begon Jacobs met striptekenen voor zichzelf. Dan tekende hij, weer min of meer toevallig, een soort science fiction verhaal, Het Geheim van de Zwaardvis, dat samen met andere stripverhalen zal verschijnen in het zeer populaire weekblad Kuifje, de Nederlandstalige tegenhanger van het Franse Tintin.
Een wrede natuurlijk en gevaarlijke dictator is bezig de derde wereldoorlog te winnen. Het enige wat hij nog moet doen, is het kleine maar dappere Engeland veroveren. Daar wonen gelukkig een professor Mortimer en een Kapitein van de Geheime Diensten, Blake. Het zijn twee beschaafde, altijd keurig geklede heren en die staan op het punt een buitengewoon krachtig geheim wapen in de strijd te gooien. Het heeft de naam “zwaardvis” en is een prachtig gestroomlijnd amfibievliegtuig dat van onder het water omhoog kan schieten, zich met hoge snelheid op gelijk welk doel kan richten en dat vernietigen. Enkele exemplaren van deze technische juweeltjes zouden het tij van de oorlog doen keren. Ergens in basis in een onderwatergrot in De Indische Oceaan staat een productielijn klaar om ze te produceren. Helaas, de plannen die daarvoor nodig zijn, moeten door hoogst onherbergzaam en vijandig gebied nog tot daar gebracht worden en het zijn onze heren, Mortimer en Blake die die onmogelijke taak moeten volbrengen. Dan blijkt dat ze niet alleen taai zijn en dapper, intelligent, slim, vindingrijk, zeer British “by Jove” en uiterst sympathiek. Je zou denken, wat een plot. Houdt geen steek.
Maar de avonturen van onze twee helden waren ongelooflijk populair bij de lezers van het weekblad Kuifje, niettegenstaande een vreemd soort toezicht vanuit de redactie en de maatschappij die vonden dat de strip te gewelddadig was voor de jeugd.
Er volgen nog andere albums Het mysterie van de Grote Piramide en Het Gele Teken die een soort verslaving beginnen teweeg te brengen. In Het Gele Teken heeft de eeuwige slechterik en tegenstander van B&M buitengewone krachten waarmee hij plots overal kan opdagen en dan een groot, geel teken aanbrengt. Het zal niet lang duren of in het echte leven verschijnen ook overal gele tekens, aangebracht door enthousiaste lezers, natuurlijk.
Jacobs tekent traag, uiterst nauwkeurig, verricht minutieus opzoekingswerk, draagt zorg voor het kleinste detail. Hij houdt van tijdreizen, ondergrondse zalen en gangen, spionnen, klimatologische dreigingen, science fiction. Ongewoon is ook de taal die hij gebruikt, zowel precies, semi-literair als dagelijks en vult dikwijls zowat één derde van de oppervlakte van de platen op een pagina. Wat toch een stevige leesinspanning vergt. En toch is Jacobs, in alle stilte, een cultfiguur geworden, met een semi-religieus aura rond de persoon van de “meester.” Als hij sterft verschijnen er dus geen verdere M&B-albums, alhoewel Jacobs zich daarover niet negatief uitgesproken had.
Zo een strip op de markt brengen, vergt natuurlijk een hele investering. Als Jacobs lezerspubliek enkel zou bestaan uit nostalgiekelingen, zou het een financiële ramp betekenen. Jacobs mag dan in strip-begrippen het statuut “groot” bereikt hebben en de evenknie van Hergé zijn, maar de vraag is: vertaalt zich dat in voldoende lezers/kopers?
Uiteindelijk durft men het toch aan een ander Blake en Mortimer-album te tekenen, weliswaar na het onofficieel opstellen van een soort Blake en Mortimer-canon betreffende het juiste Jacobs-universum: tijdspanne, leeftijd, geen politiek, geschiedenis, woordenschat, kledij, beroep, karakter, inkleuring.
Het duurt 9 jaar en dan tekenen Benoit en Van Hamme De Zaak Francis Blake in 1996. Blijkbaar hebben ook nieuwe, jonge lezers Jacobs ontdekt en het nieuwe album en al de volgende zijn een groeiend succes. Toch loopt het tekenen van een volgend album zelden van een leien dakje. Er zijn dertien scenaristen en tekenaars nodig om een zekere continuïteit in stand te houden. Striptekenaars lijken onzeker of ze “hem” wel kunnen benaderen, laat staan evenaren. Het tekenen van een album zal telkens buitengewoon uitputtend blijken. De tekenaars spreken van ”Bloed, zweet en tranen”, “Onder druk te staan”, “De verantwoordelijkheid dragen”.
Het is wel zo dat lezers uiterst kritisch zijn. Er is toch altijd wel iets dat ontbreekt om er een échte B&M van te maken en de erfenis van de échte Jacobs, hun Jacobs dus, over te dragen. “Yves Sente is te clean, teveel licht en kleuren, Blake is toch geen engelachtige Sint Sebastiaan, Blake draagt het verkeerde uniform, je kan van Olrik toch geen rechtschapen burger maken, zo ziet Venetië er niet uit”.
Over deze “erfenis” gaat het in dit boek. Na een eerder ontluisterende uitleg over geld- en financiën begint het te rommelen rond Blake en Mortimer in het stripuitgeverijwereldje waar plots een grote club van overnemers verder-tekenaars blijkt te bestaan. Er wordt geboden, het woord “overname” doet duchtig de ronde er wordt financieel touwtje getrokken door directeurs. Dan kom je tot de essentie van het boek: een eerbetoon aan de dertien tekenaars en scenaristen die de ondertussen een lange reeks van veertien albums tot stand brachten.
Ieder van die “erfgenamen” en albums passeert de revue. Je duikt dus in een zich 25 jaar lang vullend zwembad vol interviews, schetsen, tekeningen, getuigenissen, anekdotes, foto’s, een feest van na-Jacobs-tekenaars, allemaal bezeten door B&M en allemaal bezeten door het Jacobs-ideaal dat ze moeten bereiken. Het ideaal dat Jacobs boetseerde in Het geheim van de Zwaardvis, 50 jaar geleden.
Enkele dingetjes die opvallen:
Net zoals hun model en ideaal, willen de tekenaars “juist” en “correct” zijn in wat ze tekenen. Voor Jacobs betekende dat reizen over de ganse wereld en ter plekke gaan schetsen. Voor de eerste nieuwe albums moesten de tekenaars dat nog altijd doen. Dan moest dat plots niet meer want revolutie “digitaal” en “internet” waren losgebroken. Nu hoeft iedere tekenaar zijn studiootje niet meer uit.
Je komt veel te weten over hoe tekenaars en scenarioschrijvers te werk gaan, wat ze graag tekenen, hoe ook voor de besten, “wat” moeilijk blijft. Hoe de “juiste” Olrik tekenen? En ervoor zorgen dat de personages vakje na vakje dezelfde zijn. Voor bijkomende figuranten houdt eentje een gezichtendossier bij.
De ene wil tekenen zoals Jacobs. De andere wil een echt B&M-album tekenen. Wat grotendeels op hetzelfde neerkomt. Ze voelen de altijd aanwezige kritische blik van de lezer die zijn/haar – en dus enige juiste - Nasser wil. Welke tekenaar irriteert je gewoon omdat hij zulke slordige, on-Jacobsiaanse dingen durft doen.
Waar schrijvers en tekenaars ook veel mee worstelen is de vraag naar het evenwicht tussen tekst en tekening. Jacobs schreef ongewoon veel, zowel tekst als in spraakballonnetjes. Hij deed dat zeer gericht en echte B&M-lezers wisten dat die lectuur een essentieel onderdeel was van de strip.
Ze moeten ook zorg dragen de vaste Jacobsiaanse uitdrukkingen te behouden, alhoewel die nu totaal obsolete zijn: “By Jove”, “old boy” “old fellow”, Goddam, Dammed.”
Het tekenen van een B&M-album is voor ieder van hen een stevige last. Minstens 10 maanden lang doet de tekenaar letterlijk niets anders. Opvallend hoe belangrijk inkleuring geworden is: Het kost één derde van de tijd.
De grote revolutie – en een enorme breuk met de “canon” is de introductie van vrouwelijke personages.
Er bestaat een soort B&M-biografie. Nuttig voor iedere volgende tekenaar. Hoe weet je anders wat de lievelingswhisky is van Mortimer.
Wist je dat het archief Jacobs nog onaangeraakt in een bankkluis zit? Onvoorstelbaar wat daar zal uit tevoorschijn komen, gezien Jacobs iemand was die letterlijk nooit wat weggooide.
Het blijft een raadsel waar die fascinatie met Jacobs vandaan komt en de invloed die zijn albums hadden op zoveel striptekenaars.
Eén aspect is wel duidelijk: de hardnekkige, minutieuze tijd en zorg die je proeft in ieder punt, woord en lijntje van iedere Jacobs-tekening. En dat zijn natuurlijk dingen die je niet kan nabootsen, want ieder lijntje van iedere kunstenaar is ander dan dat van een andere.

Geniet dus maar van de veelheid van wat er in deze “De Erfenis van Jacobs” rond zwalpt.

Victor De Raeymaeker
Jean-Luc Cambier en Eric Verhoest
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies