Susan Neiman
Fons Mariën
Non-fictie
  • 1371 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

25 mei 2023 Links is niet woke
Onlangs is de Nederlandse vertaling verschenen van ‘Left is not woke’ van de Amerikaanse filosofe Susan Neiman (hier eerder al besproken door Nick De Clippel). In dit boek bekent de schrijfster zich tot het linkse kamp en probeert ze duidelijk te maken dat hedendaags woke-links in feite niet echt links is. Net zoals anderen die ze kent, herkent ze zich niet in woke-links. Susan Neiman onderzoekt de filosofische achtergrond van woke.
Woke-links appelleert aan ‘linkse’ emoties: “Wat verwarrend is aan de woke-beweging is dat de aanhangers alle gevoelens uiten die traditioneel bij links horen: empathie voor de gemarginaliseerden, verbolgenheid over het lot van de onderdrukten, vastberadenheid dat onrecht uit het verleden rechtgezet zou moeten worden.” (p. 15). Woke is te vaak een vorm van symboolpolitiek geworden en is te weinig gericht op maatschappelijke verandering. Vooral de theoretische ideeën die schuilgaan achter het woke-gedachtegoed zijn volgens filosofe Susan Neiman in wezen niet links. Essentieel hiervoor zijn volgens haar “een streven naar universalisme, een duidelijk onderscheid tussen recht en macht en een geloof in de mogelijkheid van vooruitgang” (p. 12). Meteen hebben we hiermee de drie hoofdstukken van haar boek genoemd. De theoretische aannames van woke-links ondermijnen de linkse gevoeligheden. Volgens Neiman is rechts gevaarlijker maar heeft “links afstand gedaan van die ideeën die we nodig hebben als we de ruk naar rechts willen tegengaan” (p. 13).
Belangrijk in haar gedachtegang is het concept universalisme dat ze tegenover tribalisme plaatst. Neiman gebruikt deze term in de plaats van identiteitspolitiek. Er is niet alleen het tribalisme van nationalistisch rechts (genre ‘eigen volk eerst’ bij ons), maar nu ook een links tribalisme, gericht op minderheidsgroepen, voornamelijk gevormd rond (vermeend) ras of etnische afkomst en rond genderverschillen. Volgens Neiman zijn gedeelde overtuigingen van groter belang dan de toevallige verbondenheid rond bijvoorbeeld eenzelfde bloedband. De reductie van de identiteit tot hoofdzakelijk twee kenmerken (ras en gender) gaat bovendien gepaard met een shift die de slachtoffers van (historisch) onrecht centraal plaatst, terwijl voorheen vooral de’ helden’ alle aandacht kregen. “De beweging voor de erkenning van de slachtoffers van slachtpartijen en slavernij begon met de beste bedoelingen” (p. 25). Maar slachtofferschap of lijden is geen verdienste of iets om trots op te zijn. Slachtofferschap te boven komen is dat wel. Of slachtofferschap kan aanleiding zijn tot eisen tot schadeloosstelling. Dit vasthangen aan slachtofferschap is gelieerd aan de standpunttheorie. Susan Neiman “zou liever zien dat we naar een model terugkeren waarbinnen je aanspraken op autoriteit gericht zijn op wat jij voor de wereld hebt gedaan, en niet op wat de wereld jou heeft aangedaan” (p. 28).
Voor Neiman is het universalisme belangrijk: “het idee dat er één wet zou gelden voor protestanten en katholieken, joden en moslims, landheren en boeren, simpelweg op grond van hun gemeenschappelijk menszijn, is een recente verworvenheid die onze aannames nu zo volledig bepaalt dat we het helemaal niet als een verworvenheid herkennen’ (p. 33). De auteur traceert dit universalisme, deze verworvenheid terug tot de Verlichting. Ook de idee van rechtvaardigheid en de mogelijkheid tot vooruitgang zijn terug te voeren tot de Verlichting. Het is nu juist in het hedendaagse woke-gedachtegoed dat de ideeën van de Verlichting onder vuur komen te liggen. Het universalisme bijvoorbeeld zou “een vorm van oplichterij (zijn), verzonnen om eurocentrische ideeën die het kolonialisme ondersteunden te verdoezelen” (p. 40). Neiman noemt dit “een verbijsterende beschuldiging” en tracht dit denkbeeld te weerleggen met duidelijke verwijzingen naar auteurs als Rousseau, Voltaire, Diderot en Kant.
Vanwaar komt de woke-wind? In de hoofdstukken over recht en macht en over vooruitgang wijst ze vooral naar het postmoderne denken, in casu vooral van Michel Foucault (1926-1984). Minder evident vind ik dat ze ook de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt (1888-1985) bespreekt. Deze laatste was sterk verbonden met het naziregime en legt uiteraard de nadruk op het machtsprinicipe in tegenstelling tot recht en universalisme. Volgens mij is vooral het postmoderne gedachtegoed van filosofen als Michel Foucault van belang om te begrijpen waarom ideeën van de Verlichting ondermijnd werden. Voor Foucault is rechtvaardigheid “slechts een rookgordijn; de drijvende kracht achter de echte wereld is macht” (p.66). We vinden dat machtsdenken terug in het woke-gedachtegoed, dat de maatschappij onderverdeelt in onderdrukkers en onderdrukten. Susan Neiman gaat dieper in op het denken van Foucault, dat ze verwerpt: “Beweren dat macht de enige drijvende kracht is, gaat hand in hand met een minachting voor de rede” (p. 73). Foucaults denken is in strijd met de principes van de Verlichting, die Neiman hoog acht.
Ook het vooruitgangsdenken komt voort uit de Verlichting. Het is een denken dat links meer typeert dan rechts: “Links zijn betekent het idee onderschrijven dat mensen samen substantiële verbeteringen in de werkelijke toestand van hun eigen leven en dat van anderen kunnen realiseren” (p. 99). Het vooruitgangsgeloof wordt opnieuw tegengesproken door de ideeën van Foucault, voor wie echte vooruitgang slechts een illusie is. Volgens Foucault geldt dat “wat stappen in de richting van vooruitgang leken, onheilspellende vormen van onderdrukking blijken te zijn.” (p. 100). Susan Neiman pleit voor de hoop op vooruitgang, waarbij hoop iets anders is dan optimisme. Ze noemt dit een moreel standpunt, maar denkers als Foucault ondermijnen die hoop. Neiman verdedigt de idee dat we reeds vooruitgang hebben geboekt en verwerpt de cynische gedachte dat we slechts met subtielere en minder zichtbare machtsstructuren te maken hebben.
Uiteraard doe ik Susan Neiman een beetje onrecht aan door deze rode draad in haar betoog te benadrukken, want het boek gaat ook over andere kwesties, zoals de manier waarop we met het verleden omgaan. Ook heeft ze het vrij uitgebreid over de evolutionaire psychologie, wat volgens mij minder relevant is in dit boek. Ook verliest ze soms woke uit het oog en focust ze vooral op de hedendaagse visie op de Verlichting, die volgens haar fout is.
Van groot belang is evenwel dat de auteur woke vanuit een duidelijk links standpunt bekritiseert. Al te vaak leggen mensen de nadruk op het feit dat woke-kritiek (enkel) van rechts zou komen (genre Over woke van Bart De Wever), wat hen doet concluderen dat woke links is. Maar dit is een simplistische redenering en Neimans betoog toont aan dat het woke-gedachtegoed niet echt links is. Sommigen beweren ten onrechte dat woke links is, anderen ontkennen helemaal de bedreiging van woke of beweren dat woke slechts een schijnprobleem is, een rookgordijn waarachter de echte problemen schuilgaan. Voor eenieder van deze mensen is de lectuur van dit boek sterk aanbevolen.

Fons Mariën
Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Nick De Clippel.
Susan Neiman
Fons Mariën
Non-fictie
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme', uitgave in de reeks Kwintessens-cahiers.
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies