Dirk Lauwaert
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 694 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

14 november 2023 Dirk Lauwaert Zelfportret
Het boekje 'Dirk Lauwaert, Zelfportret' werd samengesteld door zijn vriend de toneelschrijver, dichter en essayist Bart Meuleman. Het omvat vijf autobiografische essays en werd in omloop gebracht door toneeltekstuitgeverij Bebuquin.
Dirk Lauwaert (1944 – 2013) was een Vlaams schrijver, docent en kunstcriticus. Hij studeerde pers en communicatie aan de KU Leuven en filmregie aan het Centro Sperimentale, de filmschool van Cinecittà in Rome. Als docent fototheorie en - geschiedenis was hij jarenlang verbonden aan de Hogeschool Sint-Lukas. Tevens doceerde hij cultuursociologie aan het RITS, het departement Audiovisuele en Dramatische Kunsten en Technieken van de Erasmushogeschool.
Lauwaert schreef over fotografie, film, mode, beeldende kunst en een aantal autobiografische essays over zijn jeugd. Hij was bekend voor zijn bijdragen in tijdschriften als Film en Televisie, Kunst en Cultuur, Andere Sinema en De Witte Raaf en was ook werkzaam in de audiovisuele media (onder meer Radio 3). Hij overleed aan de gevolgen van een hersentumor, een ziekte waarvan hij reeds acht jaar wist dat deze hem fataal zou worden.
De teksten van Lauwaert krijgen zonder mankeren het predikaat moeilijk en ontoegankelijk mee. In zijn stijfhoofdige manier van schrijven, ontbreken immers niet zelden die argumentatieve aanknopingspunten die een onvoorbereide lezer vriendschappelijk bij de hand kunnen nemen. De ruimtes tussen de zinnen vullen zich niet vanzelfsprekend. Als je niet oplet, glippen de zinnen je zomaar door de vingers. Meestal is het de schrijver die zijn zinnen mêleert, bij Lauwaert is het de lezer zelf die de inspanning moet doen ze bijeen te houden. Soms vindt de lezer de brug om ze (die zinnen) te overschrijden, soms niet. En als het lukt is de beloning subliem.
Tot het uniform behoort de knoop. De priester draagt een rok met achtendertig knopen! Als dit geen ijdelheid in de hand werkt! De matrozen in Potemkin, wat een knopen! De rits is een revolutie. Stel je een priester voor die met één welluidend ‘routschhhhh’ van de rits de achtendertig knopen voorbij schiet! (De legionair, pagina 106)
Lauwaert overvalt zijn lezers met toegenegen graagte. Hij laat hen liefst onaangekondigd binnentuimelen in zijn wereld, maar eenmaal daaraan gewend wil je niet meer anders. Ook in deze bundeling van vijf autobiografische essays die hij in het laatste decennium van zijn leven schreef (over het grootouderlijke huis, over zijn vader, over vriendschap, over zijn kleerkast en over de ziekte de hem finaal zou vellen) zie je zijn leven uiteenvallen in fragiele fragmenten waarover hij reflecteert. Stoutmoedig, bijna dwangmatig.
In het eerste essay Kunst in een glijdend huis ontleedt Lauwaert de geborgenheid in de woonst van de grootouders. Hoe de ruimtes er waren, wat er aan de muren hing, welke boeken er stonden en het dagdagelijkse leven van de mensen daarrond. Het grootouderlijk huis als rusthuis. Om ietwat te bekomen van de drukte en het gedoe van zijn nomadische ouders.
Het roekeloze was de grootouders onbekend, meer nog: weerzinwekkend. Geen roekeloze tuin, geen roekeloos interieur, geen roekeloze muziek. (pagina 26)
Het tweede stuk Tombeau – de Krant, de Tafel, het Uniform is een particulier pijnlijke compositie. Hoe schrijf je per slot van (af)rekening over een vader die al voor de oorlog overtuigd fascist was en tijdens de bezetting een actieve rol speelde bij de SS? Over diens geprefereerde medeplichtigheid aan een regime van furieuze dwingelandij?
De knoop ontwarren is zich aan een groot gevaar blootstellen. Wat is het geheim dat in de knoop werd gelegd. Dat het begin noch einde heeft. Iedere draad leidt naar een impasse. Geen heldere polariteit waar een verhaal op steunt, geen massieve zekerheden, geen doxa. (pagina 43)
Het derde geschrift getuigt dan weer van een bijzondere intimiteit. De arm om zijn schouder is boven alles een autobiografische verhandeling over de vriendschap. De jongensvriendschap, meer bepaald. Een hartstochtelijk stuk dat bulkt van de virulente maximes, meestal met een hoek af. Zo is liefde in Lauwaerts omschrijving dé akker van cynische troosteloosheid en vriendschap dé permanente beoefening van ongebonden trouw. Sic. En de liefde, zo staat er verder, staat bestendig bloot aan teleurstelling, de liefde aan verraad. Vriendschap is een ethische passie, liefde is ammoreel. Punt andere lijn.
Het volgende opstel oogt opmerkelijk luchtig. De Man, het Leven, het Kostuum bevat een serie overpeinzingen over zijn eigen kleerkast. Je kleren van weleer vertellen nu eenmaal wie je ooit was of wilde zijn, schrijft hij. De kleerkast als archief. Schrijven over kleren als archeologische speurtocht naar een verklungeld tijdscharnier.
Jeans beloven een snelle, hevige stap in de wereld. De aarde is nabij. Men houdt van haar. Geen sociale klim (het kostuum), maar een horizontaal ‘vooruit’. Illusies. Genereuze illusies. De kledij van de twintigste-eeuwse sansculottes. (pagina 103)
Het boek eindigt met het essay De niet meer gezonde Man, het pregnante slotstuk ‘over zijn ziekte’, dat hij schreef in 2013. De tumor in zijn hoofd heeft hem zijn evenwicht ontnomen en, erger, zijn spraakvermogen wordt langzaam minder. Wie Lauwaert ooit als vleesgeworden welsprekendheid zag optreden, begrijpt dat dit in zijn ziekteproces een tragedie te ver is.
Een variant. Het struikelen, of juister, de angst om te struikelen. De opstoot van paniek als ik aan het struikelen ben. Een hoge stoeprand die ik nochtans vaak met succes, zij het niet zonder angst, gebruik. Ik struikel over mijn angst. Eerst: daar gaan we weer! Vloeken. Dan, als de zwaartekracht aan me gaat trekken, een slow motion. Het vallen duurt langer dan de val. (pagina 130)
Tot slot nog dit. In tegenstelling tot dit laatste citaat, acteert er vrijwel nooit een ik in Lauwaerts geschreven teksten. Hij bediende zich doorheen de jaren zoveel liever van een soortement auctoriale stem. Een vox die de lezer desalniettemin liet geloven dat hij naar een wezenlijk betoog in persona luisterde. Alsof er een alwetende verteller boven de verhalen dwaalde.
Nu ja, wie bij Lauwaert alsnog een eenduidig antwoord zoekt, over welk onderwerp dan ook dat hij onder handen neemt, zal vruchteloos lezen. Nada. Geen alles omvattend verhaal, geen markant punt om te zetten. Een ontologische model of verankering ontbreekt in zijn verhalen telkens weer. Zijn teksten zijn veeleer maneuvers, handelingen en wendingen. Strategieën om te ontsnappen. Om te overleven.
Het komt er onmiskenbaar op neer dat hij telkens weer het ouderlijk huis probeert te verlaten. Al weet hij al vooraf dat zoiets toch tevergeefs zal zijn. Rest hem enkel de missie om blijvend zijn gedachten uit een welhaast onpersoonlijke taal te beitelen. Om zo voorgoed een plek uit te houwen, waar je als schrijver enerzijds aanwezig kan zijn (iemand moet op de keper beschouwd de woorden minstens eenmaal uitspreken dan wel uittypen, toch), maar anderzijds ook niet.

Benny Madalijns
Dirk Lauwaert
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. Hij is ondervoorzitter bestuursorgaan Instelling Morele Dienstverlening Vlaams-Brabant. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies