Hans Vandecandelaere
Ignace Claessens
Non-fictie
  • 122 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

18 april 2024 We moeten eens over Brussel praten
Hans Vandecandelaere studeerde geschiedenis aan de UGent. Zijn interesse voor Brussel dateert van zijn studententijd: zijn licentieverhandeling had “De Brusselse opstand” tot onderwerp. Over Brussel publiceerde hij verder in 2012 “In Brussel. Een reis door de wereld” en in 2015 “Oud-Molenbeek”. Hij verzorgde ook historische wandelingen door Brussel. De auteur is dus zeer goed geplaatst om een actuele stand van zaken over de Brusselse samenleving te schetsen.
Vandecandelaere deed dit aan de hand van ongeveer driehonderd interviews waarin hij de mening vroeg van diverse Brusselaars over allerhande aspecten van de Brusselse samenleving. Zo kwamen armoede en huisvesting, zorg, publieke ruimte, cultuur, jeugd, onderwijs en arbeidsmarkt aan bod.
De auteur vertrekt van de vaststelling dat Brussel een hyperdiverse stad geworden is: veel diverse groepen zonder dat iemand nog een meerderheid vormt. Vandaag zou 83% van de Brusselaars een migratie-achtergrond hebben. Dit kan genegeerd noch teruggedraaid worden, zo dit al zou gewenst zijn. Politici die iets anders beweren doen aan goedkope volksverlakkerij. De hyperdiversiteit heeft onvermijdelijk zijn invloed op alle deelgebieden van het maatschappelijk leven.
Veel migranten leven in armoede, wat gepaard gaat met barslechte huisvesting. Op dit vlak valt geen verbetering waar te nemen. De kas voor het bouwen van nieuw sociale woningen is leeg, net zoals de schatkist van het Brusselse Gewest.
De nieuwe inwoners hebben ook een andere culturele en religieuze traditie, wat gevolgen heeft op de gezondheidszorg, de houding over contraceptie, abortus en seksuele beleving. In de toekomst zal ook in Brussel de ouderenzorg een groot probleem worden. Tegen 2035 zullen meer dan 50% van de 65-plussers een migratieachtergrond hebben. Zullen er afzonderlijke en voldoende verzorgingsinstellingen zijn voor allochtone ouderen?
Veel migranten belijden de islam. Deze godsdienst munt niet uit in een vrouwvriendelijke opstelling of aanvaarding van homoseksualiteit. Vrouwen voelen zich niet veilig op straat en mijden bepaalde buurten. Een vrouwvriendelijke inrichting van de openbare ruimte wordt noodzakelijk. Een goed ingerichte publieke ruimte bevordert bovendien de contactmogelijkheden tussen mensen die verschillen in leeftijd, afkomst en religie.
Het hoofdstedelijk onderwijs vormt een bijzonder probleem. Zowel het Nederlandstalig als het Franstalig onderwijs boet in aan kwaliteit. Deze achteruitgang van het onderwijsniveau wordt veroorzaakt door onvoldoende kennis van zowel het Frans als het Nederlands, door religieuze en culturele gevoeligheden en door de kloof tussen school en ouders. Leraars ontwijken soms gevoelige onderwerpen zoals seksuele voorlichting, de evolutietheorie, gelijkheid tussen man en vrouw, geaardheid, de Palestijnse kwestie. De moeilijke onderwijsomgeving veroorzaakt bovendien een groot lerarenverloop wat het algemene lerarentekort nog aanzwengelt.
Het lamentabele Brusselse onderwijs heeft gevolgen voor de arbeidsmarkt. Vijftien procent van de schoolverlaters zijn compleet analfabeet. Vele migrantenjongeren komen daardoor niet in aanmerking voor de vele jobs voor hooggeschoolden in het Brusselse. Zij vinden geen fatsoenlijk betaald werk en komen door gebrek aan talenkennis ook niet in aanmerking voor minder veeleisende jobs in de Vlaamse Rand. Gesluierde moslima’s vinden moeilijk werk zolang werkgevers de hoofddoek verbieden. Geen wonder dat de informele economie in Brussel boomt.
Is nu alles kommer en kwel? Op cultureel gebied ziet de auteur een positieve tendens. Cultuurparticipatie zit in de lift. De volkswijken zijn geen culturele woestijnen: er wordt gedanst, gemusiceerd, geschilderd, gefilmd, gezongen,… De gevestigde cultuurhuizen omarmen meer en meer de pluraliteit van de stad.
De auteur komt tot het besluit dat er voor de Brusselaars geen andere keuze is dan samen te leven. Aan de actuele segregatie zal op termijn een einde moeten komen. Er dient zich een samenleving aan met enkele basisprincipes waaraan niet getornd kan worden: de klassieke grondwettelijke vrijheden zoals het recht op vrije meningsuiting, gelijkwaardigheid, godsdienstvrijheid en recht op vereniging, met daarnaast veel vrijheid. Zo kunnen de mensen hun leven naar eigen inzicht organiseren. Vaak zal er nog gebotst worden. Pragmatisch onderhandelen, afspraken maken, kortom marchanderen zal altijd nodig zijn.
Veel Vlamingen kennen Brussel niet en lopen er met de daver op hun lijf. Zij kennen Brussel van betogingen, manifestaties en relletjes, drugshandel en -geweld, criminaliteit, sloppenwijken, daklozen en bedelaars. Een plaats om te mijden. Ze hebben ongelijk. Brussel is een boeiende stad, met pluspunten en uiteraard ook met de problemen waarmee alle grote steden te kampen hebben. Men moet de moeite doen de liefde voor deze stad te verwerven. Ze dient zich niet aan.
De auteur brengt slechts terloops de manke bestuurlijke inrichting van de hoofdstad ter sprake. Hij klaagt wel aan dat de complexe bevoegdheidsregeling in veel gevallen tot inertie leidt, maar kaart het probleem van de negentien afzonderlijke gemeenten en zes politiezones niet grondig aan. Steden, véél groter dan Brussel, worden bestuurd door één Stadsbestuur met één Burgemeester en één Politiecommissaris. Waarom kan dit in Brussel niet? Verdient dit probleem niet meer aandacht?

Ignace Claessens
Hans Vandecandelaere
Ignace Claessens
Non-fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies