Jorge Semprún
Fons Mariën
fictie
  • 92 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

6 juni 2024 De grote reis
De Spaans-Franse schrijver Jorge Semprún schreef zijn eerste boek ‘Le grand voyage’ in 1963. Het boek verscheen al in een Nederlandse vertaling van Jean Schalekamp in 1964 en werd daarna talrijke keren herdrukt. Nu, zestig jaar na de eerste publicatie in het Nederlands, verschijnt een nieuwe uitgave bij Schokland in de reeks Kritische Klassieken, met een nawoord door hispanist Peter Venmans.
Ik heb hierboven bij de categorie getwijfeld tussen fictie en non-fictie. Jorge Semprún beschrijft in zijn boek immers de dagenlange treinreis naar Buchenwald, een reis die hij effectief maakte als gevangene van de nazi’s. Zijn leven verdient een verduidelijking: hij werd geboren in Madrid in 1923; in 1936 ging hij in ballingschap met het gezin Semprún bij de start van de Spaanse burgeroorlog. Het gezin kwam eerst terecht in Den Haag, waar vader Semprún een diplomatiek vertegenwoordiger was van de Spaanse republiek bij Nederland. In 1939, met het verlies van de republiek tegen generaal Franco, kwam een einde aan die diplomatieke functie van vader Semprún.
Het gezin verhuisde dan naar Parijs, waar de jonge Semprún naar het bekende Lycée Henri IV ging. Wanneer nadien de Tweede Wereldoorlog losbreekt en Frankrijk bezet wordt door de Duitsers, gaat de nog jonge Jorge Semprún bij het communistische verzet. In 1943 wordt hij evenwel gevat en na een gevangenschap in Auxerre werd hij op transport naar Duitsland gezet. Dit transport met zo’n honderdtwintig medegevangenen opeengepakt in een treinwagon, zonder eten of drank en dat tijdens de koude wintermaanden is de centrale verhaallijn in het boek.
Het verhaal dat de auteur in De grote reis vertelt is dus autobiografisch. Maar toch zijn er fictieve elementen, zo heeft Jorge Semprún een dialoog met “de jongen uit Sémur” tijdens de treinreis. Uit latere geschriften weten we dat dit personage fictief is. Zo ook heeft de conversatie met een Duitse soldaat in Auxerre, die in het boek beschreven staat, nooit plaatsgehad. Typisch voor Semprún is dat hij geen lineair, chronologisch relaas van de reis brengt. De auteur springt heen en weer in de tijd, met herinneringen aan het verzet en zijn gevangenschap in Auxerre enerzijds en verhalen over de bevrijding door de Amerikanen en de terugkeer naar Frankrijk later anderzijds.
Deze passages vullen een groot deel van het boek dat eindigt met de aankomst van de trein in Buchenwald, waar Duitse soldaten met blaffende en bijtende honden de gevangenen opwachten en ze moeten marcheren naar de ingangspoort. Over het leven in het concentratiekamp zelf vernemen we in dit boek bijna niets.
Het is belangrijk te noteren dat dit boek kan gezien worden als eerste kennismaking met een grotendeels autobiografisch oeuvre. Zo schreef Jorge Semprún in 1980 Wat een mooie zondag, dat wel over het kampleven gaat. Een sluitstuk vormt zijn boek Schrijven of leven uit 1994, waarin hij beschrijft dat hij al kort na de kampervaring geprobeerd heeft over die periode te schrijven. Maar dat was vruchteloos en hij koos toen voor leven in plaats van schrijven. Het heeft hem dus vele jaren gekost om over de treinreis en het kampleven te kunnen schrijven. Ook in De grote reis neemt hij zich voor geen oud-strijder te worden maar effectief te blijven handelen, zich engageren.
Jorge Semprún, die in 2011 overleed, was een interessante figuur. Na de oorlog gaat hij bij de Spaanse communistischen partij in ballingschap, onder schuilnamen reist hij verschillende keren naar het Spanje onder Franco. In 1964 werd hij uit de partij gezet wegens meningsverschillen over de te varen koers. Na de dood van Franco wordt hij minister van cultuur (van 1988 tot 1991) in de regering Felipe Gonzalez, waarover hij ook een boek schreef. Jorge Semprún kreeg verschillende prijzen voor zijn boeken en was ook de auteur van een aantal filmscenario’s, waarvan Z (1969) van Costa-Gavras wellicht het bekendste is.
Kortom, laat dit boek van Jorge Semprún vooral een eerste kennismaking zijn met een rijk en boeiend oeuvre van een meer dan interessant mens.

Fons Mariën
Jorge Semprún (Madrid, 1923 – Parijs, 2011) was een Spaanse schrijver en politicus. Vrijwel al zijn werk schreef hij in het Frans. Van 1988 tot 1991 was Semprún minister van Cultuur van Spanje.
Jorge Semprún
Fons Mariën
fictie
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme', uitgave in de reeks Kwintessens-cahiers.
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies