Benjamin Duerr
Marc De Bock
Non-fictie
  • 63 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

6 juni 2024 De droom van Den Haag - De Haagse Vredesconferenties en het ontstaan van een nieuwe wereldorde.
In 1899 en 1907 werden in Nederland twee internationale vredesconferenties gehouden: een bont gezelschap van diplomaten, juristen en activisten kwam bij elkaar om te werken aan verdragen en organisaties die tot een vreedzamere wereld moesten leiden. Zij staan bekend als de Haagse Vredesconferenties.
In zijn nieuw boek De droom van Den Haag poogt de Duits-Nederlandse politicoloog, jurist, schrijver en spreker Benjamin Duerr aan te tonen dat het fundament van de wereldorde van vandaag werd gelegd tijdens die twee geruchtmakende conferenties.  
Aan de hand van enkele sleutelfiguren vertelt de auteur het verhaal van de conferenties. Hierin bekleedt de Oostenrijkse radicale pacifiste Bertha von Suttner (1843-1914) een prominente plaats. Haar afschuw voor oorlogen gaf ze vorm in “Die Waffen nieder!” (“De wapens neer!”). Deze roman verscheen voor het eerst in 1889 en sloeg in als een bom. Binnen enkele jaren werd het boek vertaald in 26 talen en heeft het mensen uit de hele wereld ertoe bewogen om voor vrede te ijveren. Zo behoorde de Russische tsaar Nicolaas II (1868-1918) tot haar lezers en liet hij zich door haar boek laten inspireren om in 1899 de eerste vredesconferentie van Den Haag in de steigers te zetten.
Maar Suttner ondervond ook tegenkanting. Vooral vanwege Alfred Thayer Mahan (1840-1914), officier van de Amerikaanse marine, geostrateeg en algemeen beschouwd als 's werelds meest vooraanstaande theoreticus van militaire macht op zee. In zijn bekendste boek The Influence of Sea Power Upon History uit 1890, pleit hij er net voor dat een oorlog zo hard mogelijk moest worden gevoerd. Alleen dan bestond er immers voldoende afschrikkende werking en was de druk op een land om vrede te sluiten het hoogst. Ontwapening vond hij maar onzin.
Een andere belangrijke figuur in de vertelling is de Nederlandse liberale politicus Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918). Als minister van Buitenlandse Zaken gaf hij steun aan de wens van de Russische tsaar om in Den Haag een vredesconferentie te houden. Het voorzitterschap van de conferentie moest de Beaufort daarom aan de Russische afgevaardigde laten, maar uit erkentelijkheid koos de conferentie hem tot erevoorzitter. In de zomer van 1907 was hij Nederlands delegatieleider op de tweede vredesconferentie van Den Haag, en vicevoorzitter van de conferentie.
Fedor Fedorovich Martens (1845-1909), diplomaat en jurist in dienst van het Russische Rijk, was werkzaam bij het vastleggen van de conceptagenda voor de eerste Haagse vredesconferentie maar zag het voorzitterschap aan zich voorbijgaan ten voordele van Egor Egorovich Staal, Russische ambassadeur te Londen.
Benjamin Duerr legt breedvoerig uit waarom Den Haag werd gekozen als locatie voor de vredesconferentie en waarom vele landen geen uitnodiging kregen. Bertha von Suttner ontving evenmin een uitnodiging, zij was immers geen diplomaat, en zou dus niet als officiële afgevaardigde aan de conferentie deelnemen. Maar dat weerhield haar niet om zich in de voorbereidingen en de discussies te mengen.
Het plan achter de conferentie in Den Haag was revolutionair. Grootmachten zouden de uitkomsten niet meer onderling kunnen bepalen, over voorstellen zou gestemd worden als in een parlement, waar elk deelnemend lid een stem had en al die stemmen hetzelfde gewicht zouden hebben. De conferentie zou de grootste diplomatieke bijeenkomst worden sinds het Congres van Wenen (1814-1815), waar de Napoleontische Oorlogen werden beëindigd. Maar er was vanuit alle richtingen ook veel kritiek, in de Nederlandse Kamer werd op het nippertje een crisis afgewend.
De eerste vredesconferentie in Den Haag begon op 18 mei 1899, de verjaardag van initiatiefnemer tsaar Nicolaas II. Suttner was de enige vrouw die bij de openingsceremonie aanwezig mocht zijn, weliswaar als toeschouwster. Koningin Wilhelmina had Paleis Huis ten Bosch als vergaderruimte ter beschikking gesteld. Het paleis lag tot 1907 op het grondgebied van Wassenaar, reden waarom de gemeente Den Haag niets met de organisatie van doen had, alleen de rijksoverheid, onder de persoon van oud-minister en Tweede Kamerlid A.P.C. van Karnebeek (1836-1925), tevens vicevoorzitter van de conferentie.
Tijdens de bijeenkomsten debatteerden verschillende commissies over drie hoofdonderwerpen. De eerste commissie boog zich over wapenbeheersing met als resultaat een verbod op het uitvoeren van bombardementen vanuit luchtballonnen, het gebruik van gifgassen en andere chemische wapens, en het bezigen van dumdumkogels. De tweede commissie zette zich in voor de verbetering van het oorlogsrecht en de toepassing van het humanitair recht. De derde commissie had als opdracht om de internationale rechtspraak verder te ontwikkelen. Toen de conferentie op 29 juli tot een einde kwam had vooral deze laatste commissie succes geboekt met een besluit tot oprichting van het Permanent Hof van Arbitrage.
Ondanks de beperkte resultaten was de conferentie toch belangrijk geweest. Het was voor het eerst dat er over vrede werd onderhandeld zonder dat er oorlog was. Het ging voor het eerst over beperking van oorlogsgeweld en het voorkomen van een oorlog. Maar de buitenwereld bleef sceptisch: de grote Russische schrijver Leo Tolstoj (1828-1910) bestempelde de conferentie zelfs als een “belachelijk toneelstuk”. Anders dan Suttner, die de weg naar vrede wenste te bewandelen via verandering in de samenleving, richtte hij zich op verandering van het individu. Het was een scheiding die ook op de conferentie bestond, tussen diegenen die de harde werkelijkheid als onoverkomelijk accepteerden (de realisten), en diegenen die zich ertegen verzetten (de naturalisten).
Dat er minder dan drie maanden na het einde van de conferentie al een oorlog zou uitbreken (de Eerste Boerenoorlog in Zuid-Afrika), was voor critici en cynici de laatste bevestiging dat de conferentie had gefaald. Anderzijds was de Russisch-Japanse oorlog (1904-1905) de eerste oorlog waarin de partijen zich aan het oorlogsrecht onderwierpen, zoals bedongen in de Haagse conventie. In 1901 was het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag geconstitueerd. Het jaar daarop waren de Verenigde Staten en Mexico de eerste landen die een internationaal dispuut aan het Haagse Tribunaal onderwierpen.
Het Doggersbank-incident in de nacht van 21 op 22 oktober 1904 veroorzaakte een diplomatiek conflict tussen Rusland en Groot-Brittannië dat uiteindelijk werd opgelost door de oprichting van een internationale onderzoekscommissie die haar activiteiten volgens de bepalingen van het Hof uitvoerde.
De Amerikaanse staalmagnaat en filantroop Andrew Carnegie (1835-1919) kon in 1903 alleen worden overgehaald een bedrag van $1.500.000 te schenken voor de bouw van het Vredespaleis als locatie voor het Hof, indien daaraan een openbare bibliotheek werd verbonden. In 1905 ontving Bertha von Suttner als eerste vrouw de Nobelprijs voor de Vrede.
Op 15 juni 1907 startte een vervolgconferentie in Den Haag, met de bedoeling de bepalingen van de vorige vredesconferentie uit te breiden, andere bepalingen te wijzigen en meer nadruk te leggen op oorlogvoering ter zee. De 108 deelnemers uit 26 landen bij de eerste conferentie waren nu 256 gedelegeerden uit 44 staten geworden. Er waren nog meer landen die nog meer voorstellen en ideeën presenteerden, en nog meer commissies die zich opsplitsen in subcommissies en werkgroepen.
De meeste zittingen waren openbaar en er werd ruimte gereserveerd voor de pers. Suttner hekelde het feit dat de agenda slechts de regulering van oorlogen bevatte, niet hun afschaffing. Op 30 juli 1907 vond de eerstesteenlegging van het Vredespaleis plaats. In de daaropvolgende weken en maanden volgden slepende discussies en onderhandelingen. Op 18 oktober 1907 eindigde de conferentie. Zij resulteerde in dertien conventies en één verklaring. Maar hierin was nergens sprake van een bewapeningsstop, laat staan van afschaffing van oorlog. Integendeel, in de zeven jaar tussen de tweede conferentie en het moment dat een derde conferentie in 1915 moest beginnen, nam de internationale bewapeningswedloop een hoge vlucht die finaal zou uitlopen op de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
Toch was het duidelijk dat er voorgoed iets veranderd was. De conferenties hadden voor het eerst het bestaan van een internationale gemeenschap erkend, waarin kleine en grote staten vrijwillig samenwerkten, normen instelden en organisaties oprichtten.
In het laatste hoofdstuk behandelt Benjamin Duerr de vervolgstappen van de Haagse conferenties. Zij golden als lichtend voorbeeld voor de oprichting van zowel de Volkenbond (1919) als de Verenigde Naties (1945) met het Internationaal Gerechtshof in Den Haag als een van de hoofdorganen van de organisatie. Vele Haagse bepalingen werden in toekomstige verdragen en protocollen opgenomen. Met de vestiging van het Internationaal Strafhof in Den Haag (2002), dat individuele personen voor zware misdrijven kon vervolgen, verwierf de stad wereldwijde bekendheid.
Maar meer dan honderd jaar na de Haagse conferenties zijn hun verworvenheden evenwel nog steeds niet vanzelfsprekend. De vaak aanhoudende brandhaarden in Afrika en het Midden-Oosten alsook de aanval van Rusland op Oekraïne in 2022 zijn hiervan een pijnlijk bewijs. “Vrede is het resultaat van een proces, van de wil zich van conflict af te keren. Vrede vereist inspanningen, in elke era opnieuw. Het is daarom aan de huidige en toekomstige generaties om de droom van Den Haag voort te zetten”, zo besluit Benjamin Duerr in zijn epiloog.
Het boek is een echte aanrader voor wie geïnteresseerd is in internationale politiek, recht en geschiedenis. Het grondig onderzoek van Duerr en zijn meeslepende schrijfstijl maken het tot een zeer boeiende en informatieve leeservaring.

Marc De Bock
Benjamin Duerr (1988) is een Nederlands-Duitse diplomaat, jurist en schrijver op het gebied van oorlog, vrede en recht. Hij is auteur van een in Duitsland veelgeprezen biografie van Matthias Erzberger, de man die in 1918 de Eerste Wereldoorlog heeft beëindigd. Hij woont in Den Haag.
Benjamin Duerr
Marc De Bock
Non-fictie
-
_Marc De Bock - Recensent
Meer van Marc De Bock

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies