Egon Hostovský
Ignace Claessens
fictie
  • 38 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

29 augustus 2025 De brandstichter
Egon Hostovský werd op 23 april 1908 geboren in Hronov (Tsjechië) in een Joodse familie. Hij studeerde filosofie in Praag, werkte als redacteur bij verschillende uitgeverijen en later als ambtenaar bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Tsjecho-Slowakije. Toen zijn land in 1939 door Duitsland bezet werd was hij op dienstreis in Parijs. Hij keerde niet terug en in 1940 vluchtte hij naar de VS, waar hij in 1973 overleed. Zijn familie overleefde de vernietigingskampen niet. Hij schreef een omvangrijk oeuvre bijeen waarin thema’s van ontheemding en ballingschap centraal staan. Het besproken werk verscheen in 1935 en werd het jaar daarop bekroond met de Tsjechoslowaakse Staatsprijs voor Literatuur.
De roman speelt zich af in Zbecnov, een klein stadje in Bohemen niet ver van de Duitse grens. Centraal staat het gezin van Josef Simon, uitbater van de herberg “De Zilveren Duif”. Hij is gehuwd met een 22 jaar jongere vrouw die haar draai niet vindt in het huwelijk en in de kleine dorpsgemeenschap.  Zij hebben twee puberende kinderen: een dochter Eliska (17 jaar) en een zoon Kamil (15 jaar). In het gezin heerst een gespannen sfeer. Eliska ligt voortdurend in conflict met haar moeder, die haar meestal negeert. Kamil is hopeloos verliefd op een vriendin van Eliska, Dora die tijdelijk bij hen logeert en die hem constant aantrekt en afstoot.
Economisch gaat het in de regio ook niet goed, terwijl aan de grens de Duitse oorlogsmachine gromt. In deze gespannen sfeer wordt het dorp opgeschrikt door een reeks branden. Een boerderij gaat in de vlammen op, daarna een landgoed en in dezelfde nacht ook nog de dorpsmolen. Enige tijd later het huis van de kousenmaker en op de dag van de begrafenis van de echtgenote van de barbier, diens huis en vier aanpalende woningen. De kousenmaker en de barbier zijn vaste stamgasten in De Zilveren Duif. Samen met de paardenhandelaar vormen zij er een vast trio.
De angst slaat toe in het dorp. Er heerst een sfeer van verdachtmakingen. Iedereen en niemand is verdacht. Geen enkele inwoner gaat met gerust gemoed slapen. De veldwachters slagen er niet in een verdachte te arresteren. De inwoners organiseren brandpatrouilles die ’s nachts het dorp bewaken. Er wordt gezocht naar een mysterieuze Pruis die de veldwachters hebben laten ontglippen.
Uiteindelijk blijkt dat de brandstichter of de brandstichters in eigen rangen moeten gezocht worden. Als de beweegredenen verdwijnen stoppen ook de brandstichtingen. Het dorp herademt terwijl ook in het gezin van herbergier Simon de harmonie hersteld wordt.
De auteur slaagt erin de verstikkende sfeer in het dorp en in het gezin van de herbergier weer te geven. De speculaties rond de identiteit van de dader en de verdachtmakingen rond diverse dorpsgenoten tegen een achtergrond van economische crisis en toenemende buitenlandse dreiging vormen de kern van het verhaal. Zo is het boek veel meer dan een spannend verhaal naar de identiteit van de brandstichter.
Hetzelfde thema vinden we terug in het boek van Hervé Bazin L’huile sur le feu, verschenen in 1954. Ook in dit boek wordt een kleine gemeenschap, waar iedereen iedereen kent, geteisterd door nachtelijke brandstichtingen. Verschillende boerderijen gaan in de fik. De hoofdpersoon, de latere brandstichter, kampt ook met echtelijke moeilijkheden en een gestoord oorlogsverleden. Het dorp wordt eveneens geregeerd door angst en verdachtmakingen. Een gelegenheid om oude rekeningen te vereffenen.
De uitgeverij verdient onze waardering om ons negentig jaar na het verschijnen van het boek te verblijden met een Nederlandse vertaling.

Ignace Claessens
Egon Hostovský
Ignace Claessens
fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies