8 januari 2026
JAWEL, IK ZING TERWIJL IK INADEM!
Als verwoed lezer en liefhebber van de Schone en Vrije Kunsten merk ik dat sommige boeken mij niet alleen iets bijleren, maar mij ook even doen stilstaan — om aandachtiger te luisteren en met hernieuwde nieuwsgierigheid te kijken naar wat het menselijk lichaam en de stem kunnen betekenen. ‘Jawel, ik zing terwijl ik inadem’ is zo’n boek. Het vertrekt van een ogenschijnlijk eenvoudige, maar tegelijk ontwrichtende vraag: wat gebeurt er wanneer we onze vaste ideeën over lichaam, adem en expressie durven loslaten?
Deze publicatie is de toegankelijke neerslag van Vanheckes doctoraat in de kunsten en richt zich tot lezers die geïnteresseerd zijn in vernieuwende artistieke praktijken én in een veranderend mensbeeld. Het boek vraagt geen gespecialiseerde voorkennis, maar wel aandacht — en vooral bereidheid om te luisteren. Door tekst, beeld en geluidsfragmenten met elkaar te verbinden, toont het hoe artistiek onderzoek vandaag kan functioneren als een kritische, seculiere en mensgerichte vorm van kennisproductie, waarin het lichaam niet wordt gereduceerd tot object, maar ernstig genomen als bron van ervaring en betekenis.
Het ontstaan van Inhaling Singing laat zich moeilijk los zien van de persoon Françoise Vanhecke zelf. Haar biografie is geen rechtlijnig carrièreverhaal, maar een traject van voortdurende verkenning. Vanhecke is sopraan, pianiste, componiste, actrice, improvisator en pedagoog — rollen die zij niet netjes scheidt, maar voortdurend met elkaar laat interfereren. Doorheen haar loopbaan bewoog zij zich tussen klassiek repertoire, hedendaagse muziek, muziektheater en experimentele performance.
Die veelzijdigheid is geen bijkomstigheid, maar een sleutel tot haar onderzoek. Ze werd herhaaldelijk geconfronteerd met partituren die geen eenduidige instructies gaven, maar vragen stelden. Inhaling Singing ontstond precies in zo’n moment van zoeken en proberen — niet als doelbewuste uitvinding, maar als een lichamelijk antwoord op een artistiek probleem. Haar pedagogische ervaring voegt daar een ethische dimensie aan toe: wie met stemmen werkt, ontwikkelt niet alleen durf, maar ook zorg. Het doctoraat in de kunsten verschijnt hier niet als academische formaliteit, maar als een noodzakelijk kader om een ontdekking te begrijpen, te toetsen en verantwoord door te geven.
Die houding van zoeken en durven werd voor mij pas echt tastbaar in de directe ervaring van Vanheckes stem op scène.
Die houding van zoeken en durven werd voor mij pas echt tastbaar in de directe ervaring van Vanheckes stem op scène.
Mijn kennismaking met Vanhecke gebeurde niet via haar onderzoek, maar via de directe ervaring van haar stem op scène. Ik hoorde haar voor het eerst als zangeres in de rol van Madame Chauchat tijdens de vernissage van HuMANNidentities. De Toverberg verbeeld. In vol ornaat en met een opvallende vanzelfsprekendheid verbond zij muziek, literatuur en theatrale présence. Wat toen vooral bijbleef, was de manier waarop haar stem zich losmaakte van conventie en tegelijk uiterst precies bleef.
Pas later, bij het lezen van Jawel, ik zing terwijl ik inadem, werd duidelijk hoe diep die podiumervaring verankerd is in een jarenlang artistiek en onderzoeksmatig traject. Die eerste luisterervaring kleurt onvermijdelijk mijn lectuur van dit boek: ze maakt hoorbaar dat Inhaling Singing geen abstract idee is, maar voortkomt uit een levende praktijk waarin stem, lichaam en verbeelding samenkomen.
Vanuit die eerste luisterervaring wordt ook duidelijk waarom Vanhecke de vanzelfsprekendheden van de zangtraditie niet als grenzen, maar als uitnodigingen tot onderzoek benadert.
Zingen terwijl men inademt gaat lijnrecht in tegen de westerse zangtraditie, waarin uitademing als norm geldt. Vanhecke verwerpt die traditie niet, maar bevraagt haar uitgangspunten. Wat gebeurt er wanneer een fundamentele lichamelijke handeling wordt omgekeerd? Welke klanken en ervaringen komen dan vrij?
Inhaling Singing opent een klankwereld die zich moeilijk laat vergelijken met bestaande technieken. De klanken kunnen fragiel, archaïsch of dierlijk aandoen, soms bijna buitenaards, maar ze zijn tegelijk precies inzetbaar binnen hedendaagse muziek en performance. Cruciaal is dat deze vernieuwing grondig werd onderzocht. In samenwerking met stemartsen en onderzoekers werden onder meer MRI-scans en videostroboscopieën uitgevoerd. Vernieuwing staat hier niet los van verantwoordelijkheid: de stem wordt niet geforceerd, maar zorgvuldig bestudeerd.
Het boek biedt een helder inzicht in hoe artistiek onderzoek vandaag functioneert. De vragen ontstaan niet in abstracte theorie, maar in de praktijk van de performer. Het doctoraat in de kunsten maakt het mogelijk om die praktijk systematisch te onderzoeken, te delen en te verdiepen. Voor de hedendaagse lezer toont dit een alternatief kennismodel: een vorm van onderzoek waarin verbeelding, analyse en reflectie elkaar versterken.
Vanhecke plaatst haar werk expliciet tegenover een muzikaal landschap dat sterk wordt beïnvloed door digitalisering en automatisering. Waar technologie vaak mikt op controle en reproduceerbaarheid, verkent Inhaling Singing net de onvoorspelbaarheid van het ademende lichaam. In theatervoorstellingen zoals Tristesses (Festival van Avignon) blijkt de techniek bijzonder krachtig waar elektronische klanken tekortschieten. De menselijke stem wordt hier geen concurrent van technologie, maar een noodzakelijk tegengewicht.
Dat dit onderzoek in Vlaanderen tot ontwikkeling kwam, is geen toeval. Rond de Gentse Logos Foundation wordt al decennia geëxperimenteerd met robotorkesten, mechanische muziekdozen en geautomatiseerde instrumenten, op het kruispunt van kunst en wetenschap. In die context krijgt Inhaling Singing een duidelijke plaats: niet als afwijzing van technologie, maar als onderzoek naar wat menselijke expressie kan zijn naast en tegenover machinale perfectie. Het lichaam blijft hier een actieve kennisdrager.
Binnen dat veld nemen de werken van Moniek Darge, Sebastian Bradt en Annette Vande Gorne - en de poëtische tekstwereld van Werner Lambersy - elk een eigen, maar onderling verbonden positie in. Het zijn slechts enkele van de vele voorbeelden die het boek aanhaalt, maar als lezer, beluisteraar en recensent zijn het deze werken die mij persoonlijk het meest boeiden en het sterkst tot mijn verbeelding spraken.
In Question Marks ontstaat betekenis via improvisatie en luisteren in het moment. Triticus Arscotiensis integreert Inhaling Singing in een uitgewerkte compositie, waarin adem en lichamelijkheid de muzikale structuur dragen. In Déluges et autres péripéties beweegt de stem zich binnen een acousmatische ruimte waar taal, klank en verbeelding samenvallen. Samen tonen deze werken hoe improvisatie, compositie en gemedieerde klank geen tegenpolen zijn, maar complementaire antwoorden op dezelfde onderzoeksvraag.
Jawel, ik zing terwijl ik inadem laat zich niet volledig vatten op papier. Via QR-codes wordt de lezer uitgenodigd om te luisteren naar fragmenten en performances. Het boek functioneert daardoor ook als een luisterboek: een hybride lees- en luisterervaring waarin klank onmisbaar is om begrippen als adem, spanning en klankkleur werkelijk te begrijpen. De lezer wordt actief betrokken: bladeren, scannen, luisteren, herlezen.
Oriëntatie voor de lezer en slotbeschouwing. Jawel, ik zing terwijl ik inadem is geen boek dat snelle antwoorden biedt of zich laat consumeren in één lezing. Het is een publicatie die vooral resoneert bij lezers en luisteraars die bereid zijn tijd, aandacht en nieuwsgierigheid te investeren - en die openstaan voor een onderzoekende omgang met stem, lichaam en klank.
Jawel, ik zing terwijl ik inadem is meer dan een boek over een nieuwe zangtechniek. Het is een reflectie op hoe we vandaag omgaan met lichaam, kennis en expressie. Door improvisatie, compositie en acousmatische praktijk samen te brengen, toont Françoise Vanhecke hoe artistiek onderzoek kan functioneren als een open, kritische en mensgerichte manier van denken. Een denken dat niet vertrekt vanuit beheersing, maar vanuit aandacht, ervaring en verbeelding.
Voor de hedendaagse lezer die geïnteresseerd is in vernieuwende artistieke praktijken en in een veranderend mensbeeld, is Jawel, ik zing terwijl ik inadem dan ook niet alleen een boek om te lezen, maar ook een uitnodiging om aandachtig te luisteren. Het is een heuse aanrader voor wie diep zoekt naar nieuwe, niet voor de hand liggende paden, en bereid is om zich te laten meenemen in een onderzoeksproces waarin de stem, het lichaam en het luisteren zelf opnieuw betekenis krijgen in een technologisch gedreven wereld.
Met zijn heldere opbouw, persoonlijke betrokkenheid en rijke verweving van artistieke praktijk en onderzoek verdient Jawel, ik zing terwijl ik inadem een ruime aanbeveling. Ik geef dit boek met graagte vier sterren. Voor de durf om bestaande kaders open te breken, voor de zorgvuldigheid van het onderzoek en voor de uitnodiging om anders, aandachtiger en dieper te luisteren.
Benny Madalijns