15 januari 2026
De moord op Julius Caesar - Een reconstructie
Barry Strauss is een Amerikaanse historicus gespecialiseerd in de militaire geschiedenis van de Oudheid. Vanuit deze specialisatie publiceerde hij verschillende werken over oorlogen in de Oudheid: de Trojaanse Oorlog, de Slag bij Salamis en de diverse Romeinse oorlogen en krijgsverrichtingen zoals de strijd in Judea. Hij is hoogleraar oude geschiedenis aan Cornell University in New-York.
Op 15 maart 44 v.Chr. werd Julius Caesar in de Romeinse Senaat vermoord. Deze politieke moord dankt zijn bekendheid aan de tragedie van William Shakespeare Julius Caesar waarin Caesar de legendarische woorden “Et tu, Brute” uitspreekt wanneer zijn vriend Brutus hem met een mes doorboort.
Caesar staat bekend als de veroveraar van Gallië. Toen zijn mandaat in dit gebied in 50 v.Chr. eindigde beval de Senaat hem naar Italië terug te keren. Caesar wantrouwde de Senaat en vreesde zijn liquidatie zonder de bescherming van zijn trouwe veteranen. Hij stak met zijn leger de Rubicon over. Dit riviertje vormde de grens tussen Gallia Cisalpina en Italië. Een leger mocht deze grens niet overschrijden zonder toestemming van de Senaat. Zo werd Caesar staatsvijand nummer één wat hem in conflict bracht met Pompeius, die zich uitgeroepen had tot de verdediger van Rome en de Republiek.
De daaropvolgende burgeroorlog duurde vier jaar. Caesar versloeg Pompeius en zijn bondgenoten en keerde in 45 v.Chr. triomferend naar Rome terug.
Hij was op dit ogenblik op het hoogtepunt van zijn macht en werd met een goddelijke status bekleed. Veel senatoren zagen zijn groeiende macht met lede ogen aan. Zij vreesden het einde van de Republiek en de herinvoering van de monarchie met Caesar als koning. Caesar deed weinig om die vrees te temperen.
De auteur omschrijft Caesar als een moedige krijgsaanvoerder met veel lef, een machtspoliticus die bescheidenheid niet als een deugd beschouwde. Hij had een torenhoog zelfbeeld en even grote ambitie. Het gewone volk en zijn veteranen droegen hem op handen. Hij was ervan overtuigd dat hij het volk het best kon leiden zonder inmenging van de Senaat, die hij negeerde.
Zo rijpte bij drie senatoren het plan hem uit de weg te ruimen. Brutus, zoon van Servillia, de minnares van Caesar, koos in de burgeroorlog eerst de kant van Pompeius om vervolgens over te lopen naar het kamp van Caesar die hem clementie verleende. Hij werd het gezicht van de samenzwering.
Cassius volgde het parcours van Brutus en schaarde zich ook aan de kant van Caesar, die hij nochtans verafschuwde omwille van zijn koninklijk gedrag.
Tenslotte was er nog Decimus, de echte vriend van Caesar, die diens volle vertrouwen genoot. De auteur beschouwt Decimus als de werkelijke verrader. Caesar was op de dag van de moord niet van plan de zitting van de Senaat bij te wonen. In een droom had zijn vrouw een visioen van de moord gehad en ook waarzeggers voorspelden zijn dood. Toen Caesar niet kwam opdagen in de Senaat begaf Decimus zich naar zijn woning om hem naar zijn dood te lokken. Caesar wilde niet als een zwakkeling beschouwd worden die zich liet leiden door de droom van een vrouw en door een aantal dwaze waarzeggers. Lange tijd stond Brutus model voor de grote verrader, terwijl Decimus, zijn echte vriend, hem in de val lokte.
Bij het binnentreden van de Senaat werd Caesar door een twintigtal senatoren belaagd en met 23 messteken vermoord.
Nadat Caesar een indrukkwekkende begrafenis gekregen had, greep een groep rond Marcus Antonius de macht. De samenzweerders, die aanvankelijk genade gekregen hadden, moesten Italië verlaten. Samen met Octavianus en Lepidus vormde Antonius een triumviraat, dat de samenzweerders de dood injoeg. Decimus werd vermoord in september 43 v.Chr. Brutus en Cassius sneuvelden in oktober 43 v.Chr. in de slag bij de Macedonische stad Philippi.
Het triumviraat hield ook niet lang stand. Lepidus vertrok in 35 v.Chr. in ballingschap. Octavianus versloeg Antonius in 30 v. Chr. en werd alleenheerser over Rome en de Romeinse wereld. In 27 v.Chr. verleende de Senaat hem de titel van Augustus, werd hij de eerste Romeinse Keizer en creëerde een dynastie. Zo kwam er een einde aan de Republiek, die op dit ogenblik toch al niet veel meer voorstelde. De samenzwering, die tot doel had de republiek te herstellen, ging zo volledig de mist in.
De geschiedenis houdt ons een spiegel voor. Het volstaat niet een dictator te vermoorden of te ontvoeren, als er geen plan klaar staat om het ontstane machtsvacuüm op te vullen. De samenzweerders hadden dit onvoldoende voorbereid en hadden de reactie van de bevolking en van de veteranen van Caesar onderschat.
De auteur schetst in een spannend verhaal de gedetailleerde reconstructie van de moordaanslag op Caesar. Niet alleen de moord zelf, maar ook de aanloop ertoe, de maatschappelijke context en de afwikkeling van de samenzwering komen uitgebreid aan bod. Zijn werk is wetenschappelijk onderbouwd en de historici onder de lezers zullen het uitgebreide bronnenmateriaal zeker naar waarde kunnen schatten.
Ignace Claessens
Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Paul Van Aelst.