Els Snick
Paul Van Aelst
Non-fictie
  • 20 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

1 februari 2026 De feestzaal van mijn ouders
Dit is de uitgesponnen familiegeschiedenis van een Vlaamse familie met start in 1813. Ze wordt doorkruist en soms beheerst door de collaborerende figuur van priester-dichter Cyriel Verschaeve.
Els Snick is geboren in Kortrijk in 1966. Ze studeerde Germaanse filologie en geschiedenis aan de Universiteit Gent. In 2011 promoveerde zij op schrijver en journalist Joseph Roth. In 2014 richtte zij, samen met Geert Mak, het Joseph Roth Genootschap voor Vlaanderen en Nederland op. Zij doceert Duits aan de Universiteit Gent.
Els Snick is de jongste dochter van Monique Vanacker en Oswald Snick. Deze kochten in 1969 De Visscherie om er een feestzaal te beginnen. Bijzonder aan deze plek was dat de vorige eigenaars in 1920 op dit domein een villa lieten bouwen voor hun bewonderde vriend, de controversiële priester-dichter Cyriel Verschaeve. Als Snick in 2017 verneemt dat het complex zal worden afgebroken, organiseert ze een afscheidswandeling doorheen de plaats voor alle belangstellenden. Die dag hoorde ze commentaren over de vorige bewoners van De Visscherie: broer en zus Lootens. Ook Verschaeve werd vernoemd en dat was de aanleiding tot de zoektocht van Els Snick naar de band van de familie Lootens met Cyriel Verschaeve.
Snick reconstrueert minutieus de geschiedenis die De Visscherie verbergt. Wat was de politiek-maatschappelijke impact van priester Verschaeve op de bewoners van dit Oostrozebeekse domein? In 2017 start haar zoektocht. Haar ouders leven dan nog en hadden respect voor Verschaeve wat het voor haar niet gemakkelijk maakte. Daartegenover stond haar volstrekte afwijzing van de ideologie die Verschaeve na WO I propageerde. Vanuit een genuanceerde benadering onderzoekt zij de invloeden van zowel het fenomeen als de mythe die rond Verschaeve werden gecreëerd.
Met het gebouw De Visscherie als rode draad gaat de auteur terug in de tijd om de bewoners en hun familie een plaats te kunnen geven in de geschiedenis. Ze raadpleegt daarvoor archieven en bezoekt getuigen om Verschaeve en zijn twee mecenassen te kunnen beschrijven. Ze onderzoekt de complexe relaties binnen de familie Lootens, Tack en Lambrecht. De katholieke opvoeding, de rol van vrouwen en de morele macht van de katholieke kerk komen aan bod. In dit aangrijpend verhaal beschrijft ze hoe de geschiedenis van haar ouders verweven raakte met de duistere kanten van de Vlaamse collaboratie. Ze ontdekt hoe het mogelijk was dat dankzij de familie Lootens een priester-collaborateur kon uitgroeien tot het boegbeeld van de Vlaamse beweging. Naast de villa, die speciaal voor hem was gebouwd, werd er ook een uitgeverij opgericht om zijn boeken, waarmee hij nergens anders terechtkon, uit te geven. De beelden die hij van zijn mannelijke vrienden maakte, werden er uitgestald.
De feestzaal van mijn ouders is een persoonlijk en sterk geëngageerd boek waarin de verhaallijnen beeldend en informatief samenkomen. Snick is zeer kritisch over de kringen waarbinnen deze collaboratie zich kon ontwikkelen en op steun rekenen. Ze geeft duidelijk aan dat het vergoelijken van zulke collaboratie-figuren na de oorlog een zwarte bladzijde blijft in de Vlaamse geschiedenis. Zo wijst ze er o.a. op dat een redevoering van Verschaeve uit 1941 ter gelegenheid van een Rodenbach-herdenking in de jaren ’50 opnieuw werd uitgegeven. De citaten uit Mein Kampf van Hitler bleven erin staan, ongecensureerd en zonder verder commentaar. De mythe van Verschaeve kende zijn oorsprong in de biografie van Dirk Vansina, flamingant, die in heel wat passages de waarheid verdraaide of wegliet. Snick weerlegt die mythe die rond die figuur werd gecreëerd in drie topics: hij had charisma, maar was verslaafd aan bewondering; hij was een bevlogen redenaar, maar leed aan zelfoverschatting. Hij was noch een groot schrijver, noch een groot denker en al zeker geen beeldhouwer. Maar door de onvoorwaardelijke financiële steun van Jozef en Maria Lootens kon hij zich veel permitteren. Deze Vlaamse familiegeschiedenis biedt voldoende tegengif om de ontluistering kracht bij te zetten en de groep, die zich voordoet als slachtoffer van de repressie, op zijn plaats te zetten.

Paul Van Aelst
Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Michel Ackaert.

Els Snick
Paul Van Aelst
Non-fictie
-
_Paul Van Aelst - Recensent
Meer van Paul Van Aelst

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies