16 april 2026
Het ontstaan van taal - Over de evolutie van de mens
Dat de Homo Sapiens zo’n ingewikkeld communicatiemiddel als taal kan gebruiken, houdt wetenschappers al lang bezig. Hebben ze het aangeleerd omdat het nodig was voor de jacht, voor het bouwen van werktuigen, of voor andere typisch mannelijke bezigheden? Neen, legt de evolutiebioloog Beekman uit, het feit dat onze kinderen compleet hulpeloos geboren worden, dat is de reden!
Madeleine Beekman (Amsterdam 1964) is emeritus hoogleraar Evolutionaire Biologie en Gedragsecologie aan de universiteit van Sydney. Haar boek Het ontstaan van taal komt voort uit een sabbatical aan het Institute for Advanced Study in Berlijn. Ze toont aan dat het verhaal van de taal er een is van onze geest, maar evengoed van ons lichaam.
Evolutie
Haar radicaal nieuwe theorie onderbouwt ze met een afdaling van zes tot zeven miljoen jaar in de ontstaansgeschiedenis van de mens: dankzij ons DNA weten we nu dat we toen voor het laatst een voorouder gemeen hadden met de chimpansees. In een voetnota verklaart ze dat ze gemakshalve de bonobo weglaat, alhoewel we even verwant zijn aan hen, namelijk ook 99%. Bij mensen onderling is de genetische samenstelling identiek voor 99,9%. Met varkens hebben we ongeveer 98% DNA gemeen!
Vele opgegraven skeletten komen ter sprake, vooral in de zoektocht van paleoantropologen naar de ontbrekende schakel (the missing link). Wist je, beste lezer, dat de Piltdown-mens nep was?
Beekman behandelt wat we nu weten over de evolutietheorie zo grondig, dat ze eigenlijk de titels op de kaft zou moeten omdraaien. Ze wil namelijk bewijzen dat we zijn beginnen te praten vanwege een ontwerpfout die het einde van de Homo Sapiens had moeten betekenen.
Ontwerpfout
Toen onze soort zo’n 30.000 jaar geleden haar intrede deed en rechtop liep, moest het skelet zich aanpassen: onze heupen werden smaller. Vervolgens werd ons hoofd groter om méér hersenen onder te brengen. Verbind groot hoofd met smalle heupen en je ziet dat baby’s niet in de baarmoeder kunnen blijven tot ze volgroeid zijn, want het geboortekanaal is dan te smal en de volledige ontwikkeling van de hersenen vraagt te veel energie van moeder en van baby.
Hoe de natuurlijke selectie deze ontwerpfout toeliet, stelde Beekman voor een raadsel. Ze kwam tot de bevinding dat onze eigenaardige soort wel moest leren praten, omdat zonder de samenwerking van de groep, de hulpeloze kinderen anders zouden sterven. Het duurt namelijk bijna 20 jaar eer ze volgroeid en zelfstandig door het leven kunnen. Het boek is een ontdekkingsreis in de moleculaire biologie en in wat voor wezens we zijn.
DNA
De evolutietheorie interesseert me enorm, maar er wordt geduld van de lezer gevraagd in de hoofdstukken die de auteur wijdt aan DNA, eiwitten (zoals het Sonic Hedgehog), de genfamilie (zoals Hox-genfamilie) en de segmentatieklok. Die zijn voor haar theorie uitermate belangrijk, maar mij had ze met die uitleg niet meer mee!
Beekman maakt heel duidelijk dat in de evolutie kleine veranderingen een groot effect hebben. Het gaat inderdaad om bijvoorbeeld “één enkele mutatie in een van de acht bekende genen voor botmorfogenetisch eiwit (BMP-genen)” om van een gewone muis in een kwekerij een vertederend gemuteerd exemplaar te maken.
Moeilijke concepten blijven moeilijk, al is Beekman zeer kundig in de verpakking ervan. Haar taal is zo ‘gewoon’ en vlot mogelijk, met de nodige humor doorspekt en veelal vertrekt ze van een voorbeeld. Dat kan uit haar eigen dagelijks leven zijn, uit een stripverhaal, uit een onderzoek door Jane Goodall of Stephen J. Gould, uit een film, enz.
Belang van taal
Na in ongeveer een derde van het boek de evolutie van de Homo Sapiens te hebben doorlopen, spitst ze zich nu toe op: waarom en hoe zijn we tot zo’n ingewikkeld communicatiemiddel als taal gekomen? Hoe komt het dat kinderen één of twee talen vlotjes aanleren en dat volwassenen er zo’n moeite mee hebben? Deze vaststelling en nog vele andere doorlopen we samen met Beekman via biologie, maar ook via filosofie. We zijn het gebruik van taal zo gewoon, dat we ons niet meer bewust zijn van het feit dat we daarin een uitzonderlijke diersoort zijn.
Hoe belangrijk taal is voor het voortbestaan van de soort illustreert ze o.a. aan de hand van de film van Stanley Kubrick: 2001: A Space Odyssey uit 1968, waarin de computer, HAL, de heerschappij overneemt en de bemanning doodt tot er 1 man overblijft. Hij kon dit doen omdat hij de taal verstond en zelfs kon liplezen.
Hoe doen andere dieren het?
Misschien is het boek niet geschikt voor iedereen. Wie in de evolutietheorie geïnteresseerd is, zal hier zeker bijleren, ondanks of dankzij de gespecialiseerde passages. We komen ook veel te weten over het gedrag van andere dieren. Hoe ziet een viervoeter de wereld met ogen die op een gebogen nek staan? De wipsnavelkraaien staan bekend om hun intelligentie. Vele dieren gebruiken werktuigen. Eén bepaalde klimplant bootst het blad na van de plant waar hij naast of op leeft. Honingbijen hebben een taal die danst. Eén hond beheerste meer dan 200 woorden, een andere 1022 woorden. Mieren hebben elkaar veel te vertellen! Welk nut heeft het voor de mens om oogwit te hebben, terwijl een chimpansee het zonder moet stellen? Wilt u het antwoord weten? Lees dat in het boek, maar de goede richting werd al door Shakespeare aangegeven: “Ogen zijn de spiegel van de ziel”.
Darwin, Dawkins, De Waal, Dubois, Baldwin, Wallace, Wilson
Ik noem enkele van de meest bekende namen die bijgedragen hebben aan de wetenschappelijke interpretaties van de evolutie. Beekman citeert ze regelmatig. In alle bescheidenheid geeft ze in het eerste hoofdstuk al toe dat haar bijdrage relativerend kritisch moet behandeld worden.
Mensen die humor gebruiken, zoals zij, kennen de waarde van relativeren.
De enige reden waarom ik geen 5 sterren aan het boek geef, is omdat sommige hoofdstukken gespecialiseerd en moeilijk zijn. Een andere reden voor 1 ster minder is de ietwat misleidende titel, zoals ik al uitlegde. Maar 4 sterren verdient het boek zeker: u heeft harde wetenschap in handen, voorgesteld als een detectivestory met meeslepende verhalen, die telkens een nieuw – soms baanbrekend - concept onthullen.
In Noten vinden we extra uitleg en soms nog wat extra humor! In de Index kunnen we alles onder trefwoorden terugvinden.
Gerda Sterk