7 september 2026
Door de ogen van een vogel - Hoe het is om een vogel te zijn?
Achilles Cools lijkt me een renaissance-kunstenaar: hij verenigt vele bekwaamheden. Zijn illustraties tekeningen in dit boek zijn elk afzonderlijk een bestudering waard. Wat hij te weten kwam over vogels via ontelbare observaties, zal zelfs vogelkenners verbazen. Zijn gefilosofeer over wat menselijke dieren speciaal of juist heel gewoon maakt, zou Charles Darwin nog graag gelezen hebben! En dan hanteert hij een schrijfstijl, die je aandacht gaande houdt, je doet glimlachen, je verbaast.
Spotter of observator
Hij noemt zichzelf geen ‘spotter’: “Het woord vogels spotten gebruik ik nooit. Ik ga toch ook geen schilderijen spotten in een museum? Nee, ik kijk, observeer en neem waar”. Dit citaat verduidelijkt hoe hij te werk gaat sinds hij jong was. Het waarnemen doet hem nadenken: hij zoekt de mens in de vogel en de vogel in de mens. De inleiding alleen al bevat genoeg filosofische vragen om je een paar uur bezig te houden: “We zijn ons pijnlijk onbewust van onze beperkingen, want we zijn als goudvissen in een kom.” Of: “De waan van de dag rukt veel waarheden uit hun verband” en nog “De vraag of we alleen zijn in het heelal houdt ons bezig, terwijl nog geen kwart van de levende wezens op aarde is ontdekt”. Kijk door het raam, open de voordeur: wat weten we van de paardenbloem, de mus of de mier? “Maar iets herkennen is nog geen kennis”.
Kauwen
Cools is vooral door kauwen gefascineerd. Hij heeft een Kauwenhuis in Geel: hij hervormde een toren, zodat die eruitziet als het gezicht van een uil. Daarin heeft hij gaten gemaakt, die kauwen uitnodigen tot het bouwen van een nest en het leggen van eieren.
In 1992 publiceert hij een boek: Kauwen in de spiegel, waarin hij uitgebreid verslag doet van het feit dat kauwen zichzelf herkennen in een spiegel. Die opmerkelijke observatie weergalmde niet in de wetenschappelijke wereld. Pas16 jaar later ontdekten Duitse vorsers dat eksters zich herkennen in een spiegel en dat werd wereldnieuws omdat ze hun revelatie publiceerden in Science!
Hij heeft altijd tamme kauwen gehad. Als hij die als jonge vogel kon redden van de dood, zorgde dat voor ‘imprint’: de vogels rekenden zichzelf tot de menselijke soort. Het kostte enige moeite om ze op geslachtsrijpe leeftijd te bekeren tot vogel. Cools ondervindt tot op vandaag dat elke vogel een eigen karakter heeft, dat vooral kraaiachtigen kunnen nadenken en dat ze geluk, stress, onzekerheid kunnen ervaren. Hij vertrouwt daarvoor niet enkel op zijn eigen grondige observaties, we vinden achteraan 5 bladzijden Literatuurlijst. Natuurlijk komt Darwin erin voor, Dawkins ook, maar ook Dirk Draulans. Van Frans de Wael staan er 5 boeken genoteerd en 4 van Cools zelf. Hij heeft tientallen schilderijen van kauwen. Op Google zag ik een schilderij van hem die een kauw met mensenbenen voorstelde: dat is mens en vogel samen uitgebeeld, want ze verschillen niet zo veel…
Tekeningen
In zijn Verantwoording schrijft hij: “De afbeeldingen in het boek zijn zowel etsen, tekeningen, aquarellen, olieverf als acryl. Vaak zijn het fragmenten. Allemaal omgezet naar zwart-wit”. Er zijn er meer dan 50 en je moet ze elk even bestuderen. Je ziet bijvoorbeeld dat twee uilen je strak bekijken en dan zie je tientallen dezelfde oogjes op de achtergrond. Heel af en toe staat er een mens tussen de vogels. Een grutto heeft een koningskroon op. Als je even zoekt, zie je nog twee kronen. Een uil, afgebeeld met een verbijsterde blik in de ogen, zit – als je goed kijkt - op het skelet van een vogel.
Kunst
Regelmatig komt Cools terug op het verband tussen kunst en wetenschap. Over zichzelf en zijn vaststelling dat kauwen zich herkennen in de spiegel, schrijft hij: “Ik deed als weetgrage kunstenaar die wankelt tussen wetenschap en kunst een belangrijke ontdekking.” Hij vindt dat het verwante beroepsgroepen zijn: “Wetenschap als georganiseerde verwondering en kunst als onberedeneerde verwondering… Ik streef naar een kunst die het leven niet negeert en probeer verder te peilen dan mijn borstel lang is.”
Kritiek op dierenleed
Het is duidelijk dat Cools menselijke en andere dieren dezelfde rechten gunt. Hij kan zich af en toe niet inhouden: “Dagelijks worden in Nederland en België en 2,75 miljoen dieren geslacht. Dat zijn er trouwens 1500 per minuut. Enorm dierenleed, uitstoot van ammoniak, vergiftiging en vernietiging van grote oppervlakten van onze planeet. De vee-industrie is de grootste misdadigheid uit de hele mensengeschiedenis.”
Waarom lezen?
Cools presenteert deze natuurfilosofische verkenning van het leven van vogels in een meeslepende stijl, waarvan hier nog een voorbeeld: “Wat de mens ongewild aan zijn schoen of laars lapt, daar trapt een kauw niet in. Integendeel, hij bestudeert de drol met grote aandacht en haalt zijn gevleugelde schouders op.” Er was nog een passage over waarnemen die me trof, omdat ik zoiets zelf meegemaakt heb. Hij schrijft: “Oog in oog staan is een voorrecht. Zoals een uil die je aankijkt vanuit zijn roestplaats, de ogen op je gericht. Het is alsof de natuur zelf terugkijkt.” Dat euforische gevoel had ik toen ik een walvis recht in de ogen keek. Onvergetelijk!
Op basis van gewone en zeldzame soorten neemt Cools de vogelwereld waar met aandacht voor gevoel, denken en gedrag, allemaal gespiegeld aan de menselijke kijk op natuur en zelfbeeld. Dit boek zet aan het denken en zal niet enkel de vogelliefhebbers aanspreken. Het is nooit een droge opsomming van wetenswaardigheden, het is een leesbaar verhaal dat soms oude inzichten onderuithaalt.
Gerda Sterk