7 september 2026
¡Me gusta! Waarom de Spanjaarden zo Spaans zijn
Sarah De Vlam is een Gentse historica, auteur en linguïste die al meer dan twintig jaar in Spanje woont en werkt. Ze studeerde Geschiedenis en Spaans aan de Universiteit Gent, Spaanse geschiedenis in Madrid en Catalaans in haar huidige habitat La Seu d’Urgell, gelegen aan de voet van de Pyreneeën. Haar literair werk focust zich sterk op de Spaanse cultuur, politieke geschiedenis en historische migratieroutes.
Eerder publiceerde ze Passage Pyreneeën (2020), waarin ze het vergeten verhaal beschrijft van Belgische vluchtelingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog via Frankrijk en de Pyreneeën naar Spanje probeerden te ontkomen, alsmede Het Catalaanse labyrint (2022), een diepgaande analyse van het Catalaanse nationalisme en de complexe politieke en culturele strijd om onafhankelijkheid, gebaseerd op haar eigen observaties in de regio.
Met haar meest recente schepping ¡Me gusta! wil ze de hardnekkige clichés en stereotypes over Spanje doorprikken, de complexe, minder zichtbare werkelijkheid achter de toeristische façade tonen en poogt ze te ontrafelen wat de Spanjaarden zo Spaans maakt.
Van meet af aan wordt men in Spaanse stemming ondergedompeld. De cover toont een artistiek silhouet van een flamencodanseres gecombineerd met de contour van een stier, de ultieme symbolen van de Spaanse folklore en traditie. Op de achtergrond spelen warme en contrastrijke tinten die de zon, de passie en de sfeer van het Iberisch schiereiland evoceren. De Spaanse uitroep ¡Me gusta! (ik vind het leuk/Ik hou ervan) staat prominent en uitnodigend op de voorzijde. In de teksten zelf gebruikt De Vlam doelbewust vele Spaanse woorden en uitdrukkingen om je direct mee te zuigen in de leefwereld, de geschiedenis en de psychologie van de Spanjaarden.
Het boek is niet chronologisch opgebouwd, maar volgt een thematische structuur waarbij voortdurend zijsprongetjes worden gemaakt in die mate dat haast niets onbesproken blijft. En dat allemaal in een levendige, vlotte schrijfstijl, hier en daar voorzien van taalweetjes en humor. Met een onschatbare rijkdom aan feiten, namen of data die verband houden met een specifiek of breder onderwerp. Hierdoor krijgt het werk haast encyclopedische allures die van de auteur ongetwijfeld vele uren research en schrijverij gevergd hebben om dit voor elkaar te krijgen. Neem bijvoorbeeld het vijfde hoofdstuk over pleinen, cafés, familiebanden, lege dorpen en de zuiderse nestwarmte. De lezer vergaart hier meteen een stroom aan gedetailleerde kennis over de Spaanse demografie, de rivieren, de financieel-economische crisis van begin deze eeuw, de keukengeheimen, de paasprocessies, de conservatieve jongeren van vandaag, de opkomst van uiterst rechts, de gitanos en nog veel meer. Dit kapittel illustreert echter vooral dat de Spaanse identiteit niet uniform is, maar bestaat uit talloze lokale micro-identiteiten gebaseerd op het dorp en de familie. Dit hoofdstuk belicht de diepe emotionele band met de geboortegrond (el pueblo), de tegenstelling tussen het lege binnenland en de drukke kustgebieden, en de aanzienlijke regionale culturele verschillen, waarbij lokale trots prevaleert boven nationale eenheid.
Niettemin draait het boek fundamenteel om “Spain is different”. Deze bekende slogan - in de jaren zestig gebruikt door het Franco-regime om buitenlandse toeristen te lokken - moest beklemtonen dat Spanje anders was dan de rest van Europa: zonnig, goedkoop, traditioneel en met een eigen cultuur die onaangetast leek door de moderniteit. Waar de gemiddelde toerist slechts de buitenkant ziet, legt De Vlam de klassieke clichés over Spanje op de anatomietafel om de historische en culturele waarheid erachter te onthullen. Haar voorbeelden zijn legio. Zo luidt het cliché dat Spanjaarden lui zijn en de siësta zien als een eervolle, dagelijkse vorm van nietsdoen. De auteur laat zien dat de lange middagpauze geen uiting van luiheid is, maar een historisch overblijfsel en een klimatologische noodzaak, en stelt vast dat de overgrote meerderheid van de werkende Spanjaarden in de steden helemaal geen siësta houdt.
Een ander cliché betreft het stierengevecht: de corrida is de ultieme, universele uiting van de Spaanse passie en traditie die door iedereen wordt gedragen. De Vlam belicht de diepe interne verscheurdheid over dit thema en haalt aan dat het spektakel in regio’s zoals Catalonië en de Canarische Eilanden zelfs politiek verboden of maatschappelijk doodgebloed is. Ook van het cliché dat Spanje een door en door conservatief, devoot katholiek land is, maakt De Vlam brandhout. Ze poneert dat er een enorme paradox bestaat tussen uiterlijke folklore en feitelijk gedrag. Hoewel de traditionele religieuze feesten en processies nog altijd miljoenen mensen op de been brengen (vaak puur als blijk van culturele en sociale identiteit), is Spanje in recordtempo geseculariseerd. De Vlam legt uit dat het land op wettelijk en maatschappelijk vlak - denk aan abortus, euthanasie en LGBTQ+-rechten - inmiddels tot de meest progressieve en liberale landen van Europa behoort.
In het indringende hoofdstuk "Ons verleden heet dolor" koppelt ze het Spaanse begrip voor pijn en verdriet rechtstreeks aan de nationale geschiedenis en de psychologie van de Spanjaarden. Ze gebruikt het schilderij Duelo a garrotazos (Gevecht met knuppels) van Francisco de Goya als een krachtige metafoor voor de Spaanse geschiedenis. Het kunstwerk toont twee mannen die elkaar tot de dood bevechten terwijl ze tot hun knieën vastzitten in de modder. Dit symboliseert de eeuwige, pijnlijke verdeeldheid van het land - twee Spanjes die elkaar niet kunnen luchten of zien, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De Vlam betoogt dat de burgeroorlog (1936-1939) en de daaropvolgende decennia van Franco-dictatuur diepe wonden hebben geslagen die nog steeds niet volledig zijn geheeld. De politieke polarisatie en de maatschappelijke spanningen van vandaag zijn directe, voelbare echo's van dat pijnlijke verleden.
Eigenlijk bewijst zij doorheen gans het boek dat de slagzin “Spain is different” vandaag vooral verwijst naar de immense territoriale en politieke diversiteit alsook naar de frappante tegenstrijdigheden binnen Spanje zelf.
Maar wat ¡Me gusta! echt zo sterk maakt, is de toon. Het is nergens een gortdroog historisch traktaat. De Vlam schrijft met een vlotte, geestige en beeldende pen. Haar liefde voor het land en zijn inwoners spat van de pagina’s, maar ze schuwt de kritische noten niet. Ze legt nauwgezet de contradicties bloot van een natie die balanceert tussen hypermoderniteit en diepgewortelde tradities, tussen haar uitbundig en zonovergoten toeristisch imago en een cultuur die fors gehavend is door historisch leed, melancholie en een collectief gedragen gevoel van verlies. Bovendien tilt haar background als linguïste het boek naar een hoger niveau. Door gebruik te maken van specifieke Spaanse uitdrukkingen en taalnuances, legt ze haarfijn uit hoe de Spanjaard denkt en voelt. Uiteindelijk is ze in staat gebleken - omdat ze al zo’n lange tijd in Spanje woont en werkt - de analytische blik van een historica te combineren met de diepe, culturele voeling van een inwoner.
Dit boek is een absolute aanrader voor mensen die een zwak hebben voor Spanje, er vaak op vakantie gaan, er wonen of naartoe willen emigreren, voor avonturiers en cultuurliefhebbers die het land en de mens achter de Spaanse stereotypes willen begrijpen en voor iedereen die op een toegankelijke, literaire en informatieve manier meer wil weten over de Spaanse geschiedenis, gewoontes en maatschappij. Het is tegelijk een leerzaam en vermakelijk juweeltje.
Marc De Bock