• |
Nicholas Christakis
Arno Keppens
Non-fictie
  • 566 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

19 maart 2020 Het goede in de mens. De evolutionaire wortels van onze samenleving
’Het goede in de mens’ viel in mijn brievenbus toen ik net drie andere, gerelateerde werken had gelezen. Vooral de link met Bregmans ’De meeste mensen deugen’ (2019) – nu al een bestseller in onze contreien – lijkt het grootst. Het lijkt alsof Bregman zich liet inspireren door Christakis’ boek, dat een half jaar eerder verscheen.
Daarnaast las ik ´The wisdom of crowds´(2004) door James Surowiecki, dat al kiemen bevatte van de standpunten van Christakis en Bregman, maar vanuit meer economische insteek. Deze drie optimisten kunnen echter niet om de zwartste bladzijden uit onze Westerse geschiedenis heen: het systematische uitroeien van mensen in concentratiekampen tijdens WO II. Primo Levi’s ’Is dit een mens’ (1947) is een van de sterkste getuigenissen daarvan, en gaf me letterlijk ziekmakend weerwoord. De drie andere auteurs dienden dit – terecht – te plaatsen in hun uiteenzetting.
Nicholas Christakis is professor en directeur van het Human Nature Lab aan Yale University. Hij verwierf al enige bekendheid met zijn boek ’Connected: The surprising power of our social networks and how they shape our lives’ (2008). ’Het goede in de mens’ bouwt daar nu op verder, al liet het dus wel even op zich wachten. “De evolutionaire wortels van onze samenleving” als ondertitel doet correct vermoeden dat Christakis veel meer de sociaal-biologische kaart trekt dan het ‘geschiedkundige’ werk van Bregman. De eerder anekdotische (emotionele) aanpak van deze laatste staat dan ook in sterk contrast met de wetenschappelijke benadering in dit boek. Waar Bregman een aantal (al dan niet onbedoelde) barbaarse sociale ‘experimenten’ weerlegt met een enkel tegenvoorbeeld, bestudeert Christakis systematisch een dertigtal geïsoleerde gemeenschappen van verschillende groottes en culturen, én hun wiskundige modellen.
Christakis geeft zijn kernboodschap al in de inleiding mee: “(De) pessimistische blik die mensen van elkaar scheidt door het kwaad te onderstrepen en verschillen te benadrukken, mist een belangrijke onderliggende eenheid en negeert onze gemeenschappelijke menselijkheid. [Dit boek] laat zien dat mensen overal voorgeprogrammeerd zijn om een bepaalde soort samenleving te vormen: een samenleving vol liefde, vriendschap, samenwerking en leren.” Daartoe bezitten mensen volgens Christakis een evolutionair aangeboren (dus niet cultureel) ‘sociaal pakket’ dat bestaat uit (1) het vermogen om een individuele identiteit te hebben en te erkennen, (2) liefde voor partner en nakomelingen, (3) vriendschap, (4) sociale netwerken, (5) samenwerking, (6) voorkeur voor de eigen groep, (7) milde hiërarchie, en (8) sociale kennisoverdracht.
De volgende hoofdstukken van het boek leveren overtuigende wetenschappelijke duiding. Enerzijds wordt al snel duidelijk dat alle aspecten van het sociaal pakket ook in de dierenwereld voorkomen, al zijn deze eerder zeldzaam en komen ze ook nooit allemaal samen voor. Anderzijds blijkt dat gemeenschappen die niet tegemoetkomen aan het sociaal pakket, snel ten onder gaan. De auteur gebruikt enkele Amerikaanse hippiegemeenschappen als voorbeeld. Die faalden ondanks hun vredelievendheid, vaak door het ontbreken van partnerliefde en/of hiërarchie. De rol van (mild) ‘leiderschap’ valt dan ook moeilijk te onderschatten voor grotere groepen. Christakis toont dit aan voor verschillende gemeenschappen van schipbreukelingen. Zijn boodschap hierover is dan ook veel genuanceerder dan die van Bregman, al argumenteren beiden dat het ontstaan van natiestaten het sociale evenwicht aanzienlijk heeft verstoord.
Christakis komt onderweg tot een opmerkelijk besluit: “Analyses van modellen van de menselijke evolutie duiden erop dat in het verleden de omstandigheden rijp waren voor het verschijnen van zowel altruïsme als etnocentrisme, maar – en dat is het addertje onder het gras – alleen wanneer beide aanwezig waren. (...) Om aardig te zijn voor anderen, zo lijkt het, moeten we onderscheid maken tussen ‘wij’ en ‘zij’. (Dus) als soort zijn we geëvolueerd om op vriendschap, samenwerking en sociaal leren te vertrouwen, al zijn die aantrekkelijke eigenschappen ontstaan uit het vuur van rivaliteit en geweld. (…) Onze soort heeft cognitieve systemen ontwikkeld om snel bondgenootschappen te ontdekken en deze te onderhouden, maar dit systeem kan gekaapt of ingezet worden om de basis te vormen voor gemene handelingen.” Daarmee komen we terug bij de zwarte bladzijden aan: mensen doen ‘slecht’ onder het mom – vaak gedreven door sterk en/of misleidend leiderschap – van ‘goed’ te doen voor de eigen groep (zoals de Arische Duitsers in Levi’s historische case).
Ondanks zijn hoogtes en laagtes ziet Christakis onze sociale structuur en cumulatieve cultuur als een ‘exofenotype’ (een uiting buiten het lichaam) van ons genetische sociaal pakket (zie ook ’The extended phenotype’ van Richard Dawkins uit 1982): “De sociale omgeving die mensen creëren wordt deels bepaald door onze genen. Deze omgeving koppelt op haar beurt terug en beïnvloedt ons door sommige manieren van sociaal zijn optimaler te maken dan andere en te selecteren op de genetische varianten die dat ondersteunen. Als mens hebben we onszelf veranderd.” Hoe socialer een soort is, hoe socialer ze zal worden, met andere woorden. Deze zelfdomesticatie, om nog eens een term van Bregman te gebruiken, leidt bijvoorbeeld tot meer gelijkheid tussen de seksen. Maar dit leidt ook tot een ironische conclusie over cultuur, namelijk: het sociaal pakket als de “stabiele, universele eigenschappen van de mensheid – samenwerking, vriendschap en sociaal leren – zijn precies die dingen die de wonderbaarlijke verscheidenheid aan culturen mogelijk maken”.
In het laatste hoofdstuk van het boek gaat Christakis meer de kritisch-filosofische toer op, waarbij ook alle standaardwerken de revue passeren. Vooral in het kader van Hobbes’ Leviathan bespreekt hij de ‘machtsparadox’ of de ‘ijzeren wet van de oligarchie’: “Studie na studie wijst uit dat mensen de meest bescheiden en vriendelijke types verkiezen als hun leiders. Maar als die leiders eenmaal de top hebben bereikt, kan de macht hun zomaar naar het hoofd stijgen.” Gelukkig staat het sociaal pakket ook aan de basis van onze ethiek: “De universalia van het sociaal pakket – gevormd door natuurlijke selectie en gecodeerd in onze genen – zijn niet alleen feiten, maar bronnen van ons geluk. Ze zijn in eerste plaats van essentieel belang voor het vermogen te oordelen welke sociale maatregelen goed zijn voor de mens.” Alweer volgt een belangrijk besluit: niet de inhoud van ethiek op zich is genetisch geëvolueerd (wat goed of slecht is), maar wel ons vermogen tot morele afwegingen…
In dit lijvige boek stelt Christakis dat de blauwdruk van ‘het goede in de mens’ aanwezig is onze genen onder de vorm van een ‘sociaal pakket’. Hij stelt eerst de juiste vragen en beargumenteert daarna zijn stelling met bakken ervaring in relevant wetenschappelijk onderzoek. Dat laatste heeft als nadeel dat de tekst al eens droog en langdradig wordt, en bovendien doorspekt is van geleerd jargon. Dat de structuur daardoor soms wat zoekraakt en de voetnoten enkel online staan, zijn nog enkele andere, eerder beperkte nadelen. Maar niemand zal Christakis van een gebrek aan grondigheid kunnen betichten. Zijn kernboodschap is overduidelijk, en vollediger dan die van Bregman. Deze laatste is duidelijk de vlottere verteller, maar Christakis is de wetenschapper die streeft naar argumentatie en correctheid.

Lees, afhankelijk van je voorkeur, toch minstens één van beide.

Bekijk hier de recensie van Rugter Bregmans boek op onze website bij de Boekenpagina´s.
Nicholas Christakis
Arno Keppens
Non-fictie
Arno Keppens is wetenschapper aan de Belgian Space Pole (www.spacepole.be) en wetenschapsschrijver (www.sciencescripts.be).
_Arno Keppens -
Meer van Arno Keppens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies