Floris van den Berg
Johan Braeckman
Non-fictie
  • 1367 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

23 maart 2021 De vrolijke naturist. Filosoferen over schaamte en naakte levenskunst
Floris van den Berg (°1973) is een veelzijdig en zeer productief schrijver en filosoof. Uit alles wat ik van hem las, leerde ik telkens veel bij. Dat geldt niet het minst voor zijn nieuwste boek, waarin hij een meer ongedwongen omgang met naaktheid bepleit.
Met de onderwerpen van zijn vorige boeken, waaronder atheïsme, religie, ecohumanisme, veganisme, feminisme en liberalisme, was ik al in meer of mindere mate vertrouwd. Maar over nudisme en naturisme had ik nauwelijks voorkennis. Toch dacht ik reeds na een tiental bladzijden: hij heeft gelijk. Of beter: opnieuw gelijk, want ook met de kernboodschappen van zijn andere werken kan ik grotendeels instemmen. Dat is niet vanzelfsprekend, want de meningen van Floris van den Berg zijn behoorlijk radicaal en hij brengt ze weinig omfloerst. Zo argumenteert hij bijvoorbeeld dat kritisch nadenken automatisch tot atheïsme leidt, en dat veganisme de enige ethisch verantwoorde voedingswijze is. Niet iedereen is daarmee opgezet, waardoor de titels van zijn boeken zoals De vrolijke veganist (2013) en De olijke atheïst (2018) mogelijks wat misleidend zijn. Zijn analyses stemmen Van den Berg zelf vaak niet vrolijk. Er is veel dierenleed, de klimaatopwarming bedreigt het leven op de hele planeet, en feminisme, vrijdenken en liberalisme zijn in meerdere landen nog steeds zo goed als onbestaande. Maar De vrolijke naturist dekt wel degelijk de lading. Je voelt bijna op elke pagina dat de auteur zijn kennismaking met het naaktlopen bijzonder goed is bevallen. Zodanig zelfs, dat hij er iedereen wil toe aanzetten. Het voelt heerlijk om zonder kleren aan rond te lopen, om geen schaamte te ervaren over het eigen lichaam, om ongedwongen om te gaan met andere mensen, die eveneens naakt zijn. Als we naakt tegenover elkaar staan, zijn we ook meer gelijk aan elkaar. Naakte mensen stellen zich kwetsbaar op, ze staan opener in de wereld en authentieker tegenover anderen; ze verhullen niet alleen letterlijk minder, maar deels ook figuurlijk. Wie ervan houdt om zoveel mogelijk zonder kleren aan door het leven te gaan, straalt allerlei positieve waarden uit. Het is een taboedoorbrekende levenswijze, en de maatschappelijke tolerantie ervoor een lakmoesproef voor de mate waarin de samenleving echt vrij is. En ook omgekeerd: zo is een maatschappij die vrouwen dwingt om een boerka te dragen ook het minst vrij.
Van den Berg maakt een zinvol onderscheid tussen nudisme en naturisme. Nudisme is simpelweg naaktheid. Naturisme is een levenswijze, gekoppeld aan een levensbeschouwing. Wie het naturisme aanhangt, maakte zich allerlei waarden eigen en wil die ook uitdragen. De naaktheid is geen naaktheid op zich; ze is betekenisvol. Een nudist daarentegen kent geen blootideologie. Hij ligt naakt op het strand met het oog op een gebronzeerd lichaam, of doet aan streaken, voor de fun of om te choqueren. Van den Berg maakt dat historisch mooi duidelijk. Meerdere pioniers van het naturisme verzetten zich tegen een verstikkende religieuze cultuur, of wilden minder vervreemd van de natuur zijn. Ze leefden vaak vegetarisch en zetten zich in voor dierenrechten. Om de ontwikkeling van het naturisme goed te begrijpen, is het van belang om de nu vrijwel onvoorstelbare preutsheid die in de negentiende eeuw in zekere kringen heerste, onder ogen te zien. Van den Berg wijst erop dat er vrouwen waren die er prat op gingen dat hun man hen nooit naakt had gezien. Ik citeer: ‘Van de Engelse koningin Victoria – koningin van de preutsheid – mochten zelfs boeken van mannelijke en vrouwelijke schrijvers niet naast elkaar staan. Ook liet zij de stoelpoten met doeken omwikkelen, omdat ze te veel aan vrouwenbenen deden denken’. (p. 38) De ontwikkeling van het moderne naturisme was een verzetsvorm tegen een al te beklemmende, deprimerende levensstijl. Dat is het overigens nog altijd, aldus van den Berg: ‘Naturisme is een rationele levenshouding. Het is een bevrijding van paternalisme net als atheïsme, feminisme en veganisme een bevrijding zijn van religieus paternalisme, patriarchisme en carnisme’. (p. 173)
In Nederland en België heeft religie, zeker sedert de jaren zestig van de twintigste eeuw, veel van haar invloed verloren. Maar dat is niet het geval in vele andere landen. Zo werd in 2004 in de Mexicaanse stad Villahermosa, onder druk van katholieke zedenmeesters, een wet aangenomen die naaktheid binnenshuis verbiedt. In Europa had de kerk lange tijd een obsessieve aandacht voor kledij in het algemeen, en badmode in het bijzonder. Dat is nu veel minder het geval, maar Van den Berg wijst op de huidige nefaste invloed van de islam, zie bijvoorbeeld de opgang van de zogenaamde boerkini. Het raakt aan een heikel punt, dat de auteur niet uit de weg gaat: het mogelijke conflict tussen feminisme en naturisme. Historisch zijn feminisme en naturisme objectieve bondgenoten. De zelfbeschikking over kledij, tot en met topless zonnen en totale naaktheid, was een overwinning van het feminisme. Niemand hoeft vrouwen op te leggen hoe ze zich moeten kleden. Daartegenover staat dat vele huidige feministen, vanuit diezelfde logica, de boerkini en zelfs de boerka verdedigen. Het toont voor Floris van den Berg vooral aan hoe sterk de invloed van religie kan zijn. Hij heeft er ook wel begrip voor, en wijst op het probleem van de ‘male gaze’: de al te wellustige, intimiderende of vernederende blik waarmee sommige mannen vrouwen aankijken. Naaktstranden hebben vaak last van gluurders, en sinds iedereen een smartphone bezit waarmee men ongemerkt opnames kan maken, zijn vrouwen steeds minder geneigd om topless te zonnen. De oplossing die sommigen voorstellen, voor mannen en vrouwen aparte sauna's, zwembaden en misschien ook naaktstranden, verwerpt Van den Berg: ‘Gescheiden naturisme is geen naturisme.’ Veeleer moeten we zowel feministische als naturistische waarden en idealen verder verspreiden: ‘Een bloeiende, breed geaccepteerde naturistische subcultuur is een indicatie dat het feminisme in deze cultuur doordringt. Gemengd naturisme is feminisme in de praktijk’. (p. 143)
De vrolijke naturist is een uitdagend en inspirerend boek. Van den Berg kwijt zich excellent van zijn filosofische taak: zijn lezers aan het denken zetten over conventies, taboes, vastgeroeste tradities, gewoontes en vertrouwde waarden en normen. Hij stelt ogenschijnlijk simpele vragen, maar de antwoorden erop zijn vaak lastig te vinden. Op de eerste plaats: waarom dragen we eigenlijk kleren, ook als het warm is? Tot op heden zijn er culturen, zogenaamde natuurvolkeren, die zo goed als helemaal naakt leven. Ze hebben geen schaamte voor de naaktheid van het eigen lichaam, en vinden niks vreemds aan de naaktheid van alle anderen in hun gemeenschap. Waarom kennen zij geen schaamte, en wij wel? Wat is het nut van schaamte? Zouden we beter af zijn zonder schaamtegevoel, of is het een essentiële emotie? Waarom doen westerlingen doorgaans zo verkrampt over naaktheid? Waarom tolereren we extreem geweld op televisie, maar nauwelijks naaktheid? Terwijl er ondertussen wel gigantisch veel pornografie op het internet circuleert. Ik wil er nog een vraag aan toevoegen: waarom tolereren we enkel naaktheid op daartoe voorziene plaatsen, zoals naaktstranden en sauna's? Enerzijds is het een teken van liberalisering, maar anderzijds illustreert het de moeilijke omgang met blote lichamen die we ook nog in West-Europa hebben. Naaktheid kan, maar enkel op afgezonderde plaatsen, zodat anderen er geen last van hebben. Wie zich elders naakt vertoont, riskeert opgepakt te worden. Floris van den Berg bespreekt, wikt en weegt de mogelijke antwoorden op al die vragen. Het zijn boeiende cultuurfilosofische oefeningen, die meerdere van de basisaspecten van onze samenleving en onze sociale conventies in vraag stellen. Wat dat betreft kent het naturisme reeds een oude geschiedenis, denk bijvoorbeeld aan de Oudgriekse filosoof Diogenes van Sinope, die alle bezittingen afwees, inclusief kleren. Het was zijn vorm van zacht verzet tegen de machtigste en gevaarlijkste man van zijn tijd, Alexander de Grote.
Het pleidooi van Floris van den Berg voor naturisme als een vorm van levenskunst die van de wereld een betere plek kan maken, is overtuigend. Maar hij beseft als geen ander hoe lastig het is. Hoewel hij vol lof is over de moed en de voorbeeldfunctie van naaktlopers, geeft hij grif toe dat hij het er persoonlijk nog steeds moeilijk mee heeft om zijn naturistische idealen in de praktijk om te zetten. Het kostte hem weinig moeite om een publiek atheïst te worden. Van vleeseter om te schakelen naar veganisme ging ook vlot. Zelfs aangekleed met een rok rondlopen, in de periode dat hij zijn boek over het feminisme schreef, ging relatief makkelijk. Maar consequent zijn wat naaktheid betreft, blijkt minder eenvoudig. Ofschoon zijn opvoeding slechts mild katholiek was, liet de katholieke schaamtecultuur sporen na. Van den Berg schrijft zeer openhartig over de moeite die hij ervaart om niet alleen theoretisch, maar ook zo veel mogelijk praktisch uit de kast te komen als naturist.
De vrolijke naturist is een eerlijk, authentiek en uitdagend boek. Ik leerde ook heel wat nieuwe woorden kennen, zoals nactivism, Australian cleavage, Beijingbikini, microkini, bottomless, gymnosofie en anarchonaturisme. De kans is niet zo groot dat ik die woorden ooit gebruik, maar ik ben niettemin toch blij dat ze aan mijn woordenschat zijn toegevoegd. Wie niet weet wat ze betekenen, kan uiteraard het boek lezen, maar Google Afbeeldingen helpt ook. Verder stak ik veel algemene cultuurgeschiedenis op. Zo had ik nog nooit van Breasts not Bombs gehoord en wist ik niet dat er in Duitsland een wandelpad voor naturisten bestaat.
Dat pad gaat door het dal van de rivier de Wipper, maar dat is ongetwijfeld geheel toevallig. Evenmin had ik weet van de Free the nipple-beweging, die het taboe op blote borsten bestrijdt, om tot grotere gendergelijkheid te komen.
Ik citeer in dat verband nog eens Van den Berg: ‘Op ontblote vrouwelijke tepels rust zo'n taboe dat het lijkt of het om een verschrikkelijke misvorming gaat. Vrouwentepels moeten koste wat het kost verborgen blijven’. (p. 60) Wie het Facebookbeleid hierover kent, moet Van den Berg gelijk geven. Al lezend ontmoet je ook meerdere boeiende, inspirerende en excentrieke figuren, zoals – wie kent haar nog? – Ilona Staller, Edward Carpenter, Stephen Gough, Vincent Bethell en meerdere anderen.
Naaktheid, naturisme, en alles wat daarbij komt kijken, is een onderbelicht onderwerp in de filosofie. Floris van den Berg schreef er een boeiend en uitdagend boek over. Hij citeert uit Philip Carr-Gomms boek A Brief History of Nakedness (2010): ‘Of all human rights movements, the campaign for the freedom to be naked in public is perhaps the most doomed to failure, and it seems highly unlikely that a society will ever exist on earth that will tolerate granting that one freedom universally to its citizens’. (p. 87) Dat klopt, vrees ik. Het is zeer legitiem om te vragen: hoe verklaren we dat? Floris van den Berg geeft een deel van het antwoord. Mijn voornaamste kritiek op zijn boek: er staan wel leuke cartoons in (van Gier), maar geen foto's, hoewel het onderwerp dat echt wel vereist.
Floris van den Berg
Johan Braeckman
Non-fictie
Hoogleraar wijsbegeerte UGent en lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman -
Meer van Johan Braeckman

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies