Wouter Bulckaert
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 770 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

24 december 2021 Randy Newman
Randy Newman (1943) is één van die namen die men “kent” maar dikwijls niet kan duiden. Toy story, Pixar films… Hij is de man die daar de muziek voor componeerde. Weet men soms. Anderen weten dan dat hij een Amerikaanse zanger is en dat niemand minder dan Bob Dylan hem de grootste songwriter van de eeuw noemde.
Inderdaad, hij is een singer-songwriter die dikwijls vernoemd wordt samen met “gekenden” zoals Johny Cash, Ry Cooder, Elton John, Van Morrrison, Fats Domino, the Beatles, the Rolling Stones. Hij is “arranger”, muzikant, zanger, componist van popmuziek, ragtime, rock and roll, maar die duidelijk ook de klassieke muziek  kent. Wouter Bulckaert weet ons te vertellen dat hij vijf jaar les volgde bij de “pianojuf”, dan volgde 3 jaar studie van de grote klassieke stukken, contrapunt en harmonie, hij leerde orkestreren, studeerde muziektheorie en compositie, schreef zijn eerste song toen hij 15 was.
In 1966 scoort Newman als componist plots drie hits in Engeland. Maar net als hij begint bekend te geraken als songwriter komen de Beatles het muzikale landschap in de jaren zestig helemaal doorheen schudden, want ze zingen songs die ze zelf hebben geschreven… Gedaan dus met professionele songschrijvers. Iedere zanger wil nu ook zijn eigen materiaal schrijven. Als Newman dus ook enkele liedjes opneemt waarin hij zelf zingt, hoor je reeds kiemen van zijn latere stem: zijn zompige articulatie, zijn spreekstem die de melodie mijdt, zijn lijzige uitspraak van de klinkers.
Newman geeft het op liefdesliedjes te schrijven. Hij wil net zoals Paul Simon een meer literaire weg inslaan en schrijven over datgene waarin hij geïnteresseerd is, wat zijn aandacht trekt in het dagelijks leven of reactie uitlokt. Hij is zijn eigen stijl aan het vinden: een hoogst individuele en onconventionele, die past bij zijn karakter, temperament en stem. Hij moet wel zijn eigen liedjes opnemen, want de meeste vertolkers begrijpen ze gewoonweg niet. Song na song wordt hij beter. De combinatie van een 75-koppig orkest, zijn schurende stem en vooral snijdende teksten worden zijn trade mark. Een stroperige liefdesgeschiedenis dreigt zoals gewoonlijk  uit te monden in huisje, tuintje, kindje. Dan slaat Randy toe: “We’ll have a kid/or maybe we’ll rent one/He’s got to be straight/We don’t want a bent one.” Zijn teksten zijn erg clever, ze blinken uit in verfijnde ironie, niet in vulgaire satire. En dat in de VS. Met natuurlijk het te verwachten gevolg: een eerste plaat met die ingrediënten (1968) is een groot succes, bij de kritiek, maar flopt aan de kassa.
Hij is intelligent, cynisch en heeft een voorliefde voor Amerikaanse muziek in al haar vormen. Hij schrijft impressionistische, compacte popsongs, met menselijke details, humor,  onderhuidse woede.
In een tweede plaat “12 songs” vinden we onderwerpen terug zoals: toxische seks, brandstichting, stalking en zelfdoding. Zijn teksten zijn diepzinnig, ontroerend, kritisch en wrang en al de nummers componeerde hij zelf. Het zijn subtiel onheilspellende verhalen: een jong meisje ziet een orgie: “I seen so many things here/I ain’t never seen before/I don’t know what it is/I don’ wanna see no more/Mama told me not to come”. Het nummer “Yellow Man" is een vroege meditatie over én van Newman’s uitverkoren thema’s: het absurde van raciale vooroordelen: “They just live for dancing/ They’re never blue or forlorn/Ain’t no sin to laugh or grin/That’s why darkies were born”. "My Old Kentucky Home" is een hilarische en eerder onvriendelijke kijk op het leven in de “Deep South”. Nog een thema dat regelmatig zal terugkeren. De humor van Newman is meer en meer “zuur” aan het worden. Maar zelfs wanneer hij op zijn bijtendst is, meesmuilend dingen met dubbele bodem en met bijna-sarcasme debiteert, blijft het echte, het oprechte, het humane en medelijdende karakter van Randy Newman de bovenhand halen. Want eigenlijk is hij in-goed en heeft hij medelijden zelfs met de meest verachtelijke personages, want het zijn ook maar mensen, eigenlijk sukkels en veel wordt hen dus vergeven.
Prachtig materiaal, briljant uitgevoerd, met het kenmerkende understatement, is Newman’s eerste “groot” album en blijft, ook vandaag nog, één van zijn knapste momenten op plaat. Tenminste: de critici zijn razend enthousiast “DE vernieuwer van Rock and Roll”. “De beste van het jaar”. Hij krijgt hiermee een trouwe cultaanhang. Maar weer geen verkoopshit… Story of his life.
Nochtans, als je eens gaat kijken op Wikipedia, dan word je om de oren geslagen met een enorme lijst “awards and honors”, waaronder een 80-tal nominaties voor Golden Globe, Academy, Grammy, enz. en een 25-tal daarvan heeft hij gewonnen. Ook nog 12 studio albums, 10 film scores: Toy Story, Awakenings, Cold Turkey, een pak Disnay-Pixar animated films… Maar hij heeft niet die grote massa fans die je zou mogen verwachten, enkel die eerder kleine kring van cult followers. Waarom dat zo is, wordt meteen duidelijk als je enkele teksten van hem beluistert of als je weet welke  reacties het liedje “Short people of America” kreeg vanwege zekere groepen in de VS, reacties gaande van verontwaardigde pers tot en met het bekegelen van foto’s van Newman…  Het is een lichtvoetig, vrolijk nonsense liedje, met al of niet dubbele bodem, dat een hit werd in Japan en Europese landen, maar niet bij zijn landgenoten. “Short people got no reason/Short people got no reason /Short people got no reason/To live/They got little hands/And little eyes/And they walk around/Tellin’ great big lies/They got little noses/And tiny little teeth /They wear platform shoes /On their nasty little feet.” Het is meteen duidelijk dat hier geen kleine-mensen-groep geviseerd wordt maar het louter om de fantasie en het spel te doen is, een gek sprookje. Zeker als je het melodietje hoort en het Newman hoort zingen.
En daar ligt het hem net. Het grotendeel van de folk-song, rock- en pop-muziek fans in de States voelen dat ze veilig meekunnen met Pete Seeger, Dylan, Paul Simon, Elton John. Je krijgt wat je hoort. Het is “straightforward stuff”. Er wordt niet gezinspeeld. Zelden aan poëzie gedaan, want daarmee begint al de onzekerheid. Als in de song “ik” gebruikt wordt en “mij” wil dat zeggen dat het over de zanger zelf gaat. Terwijl Newman verklaart: “De meeste van mijn liedjes zijn niet autobiografisch. Als dat wel het geval was, zat ik allang in een instelling.” De dingen poëtisch gaan uitdrukken, is het toch onnodig moeilijk maken. Zoals: “Broken windows and/A pale dead moon/in a sky streaked with gray/empty hallways.” Zelfs als het over echt Amerikaanse toestanden gaat, zoals een ochtend, ergens in een Amerikaanse stad: “The milk truck hauls the sun up/And the paper hits the door/The subway shakes my floor/And I think about you.” Prachtig, toch.
Natuurlijk blijven de songs ook komen waarvan hij weet zat ze controversieel zijn en die gegarandeerd reactie gaan teweegbrengen. In “Good old boys” een conceptalbum over het Diepe Zuiden, beschrijft hij de “Rednecks”. “We talk real funny down here/We drink too much and we laugh too loud/We’re too dumb to make it in no Nothern Town/And we’re keeping the niggers down.”
Een “song” is natuurlijk enkel “goed” als muziek, tekst en opvoering in elkaar versmelten. Als je echt Newman wil smaken, moet je niet enkel lezen, natuurlijk,  maar ook luisteren en horen.

Wat Wouter Bulckaert met dit boek doet, is Randy Newman aan je introduceren: zijn biografie, zijn aanleg en groei, zijn karakter, zijn interesses, zingen, optreden, songwriting, componeren, het publiek, zijn ideeën, ook over pollutie en politiek, zeker over rassendiscriminatie, over dominantie, oorlog, het nefaste neo-liberale systeem en godsdiensten, vrouwenmishandeling, Putin, God en het blinde imperialisme van de VS.
Je kan je geen betere introductie inbeelden. Hij schreef al over zijn liefde voor de vinylplaat, over Ry Cooder en JJ Cale.  Dit boek, over Randy Newman, past dus in het rijtje van luisteren naar de groten van de rockmuziek. Dat “luisteren” wordt er maar enkel beter op als je meer weet over “de plaat”, het ontstaan ervan, de zanger, zijn bedoelingen. Je leert luisteren naar de muziek, de achtergrond, de spelers. Wouter Bulckaert helpt je daarbij. Met een blijkbaar onuitputtelijke kennis die zo maar uit zijn pen lijkt te vloeien, je details vertelt, dingen doet opmerken en vooral een soort indringende liefde en enthousiasme afscheidt die bijzonder aanstekelijk werken.
Randy Newman is trouwens ook iemand uit één stuk, zonder pretentie, zoekend, met een links moreel kompas, die vooringenomenheid verafschuwt. Hij zegt-zingt zijn songteksten meestal, met duidelijke nadruk op alle medeklinkers, waardoor de woorden zeer precies uitgesproken worden. In tegenstelling tot Bob Dylan, bijvoorbeeld, waarvan je de teksten onmogelijk goed kan begrijpen zonder geschreven exemplaar. Het heeft het effect dat hij zich blijkbaar inleeft in de tekst van iedere song. Iets wat hij zich zeker als taak stelt en daarom niet op tournee wil gaan, want als je weken aan een stuk dezelfde teksten brengt op het podium kan je die onmogelijk blijven “beleven”. Hij gebruikt ogenschijnlijk weinig noten en weinig woorden, waardoor de songs meestal kort zijn maar krachtig.
Om het Newman-effect te begrijpen kijk je best eens naar een YouTube optreden, en dan zie je hoe zijn fans gek zijn op hem, glunderen als hij op het podium klimt, duidelijk iets stouts en onconventioneel van hem verwachten, zijn succes-songs kennen en meeprevelen. Hij is ondertussen 78 en grijs maar blijft een scherpe aanwezigheid op het podium.

Het boek van Wouter Bulkaert zeker lezen dus. Randy Newman volgt dan automatisch.

Victor De Raeymaeker
Wouter Bulckaert
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies