Michael Ignatieff
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 504 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

28 december 2021 Troost. Als licht in donkere tijden.
Het woordje “troost” en de “taal” die traditioneel met troost te maken had, wordt niet erg courant meer gebruikt en heeft nu een klank die verwijst naar ogenblikken van verlies (dood, vertrek, ziekte, rampen) en het gebruik ervan in kringen van godsdienst en geloof. Maar de huizen van religie worden nog maar dunnetjes bezocht en vele staan leeg. De typisch religieuze taal is vervangen door een andere terminologie.
In onze “logische” wereld moet alles immers kunnen gemeten en berekend worden, ook alles wat met de mens te maken heeft en dus ook “troost”, gevoelens, gemoed, verlangen moeten vatbaar, berekenbaar en gecontroleerd kunnen worden en daar zijn “wetenschappen” rond ontstaan zoals de psychologie en psychotherapie die uit het rijke vermogen tot empathie en verbeelding van Freud ontsproten en in een structuur gegoten werden. Zo kon “troost” gaan deel uitmaken van therapieën, ideologieën, depressie, onderbewuste, recessie, autisme, regressie, burn-out, geestelijke gezondheid en tal van andere toestanden en ogenblikken in een mensenleven die men nu gaan beschouwen is als een ziekte en dus kan genezen worden.
Toch troosten elkaar nog op ogenblikken van verlies, zeer dikwijls met lapidaire en andere middelen die we gaan zoeken in wijsheden en gebruiken uit een ver verleden of in andere ongekende en daardoor aantrekkelijke andere culturen.
Michael Ignatieff gaat eens kijken hoe “grote” figuren en personen – die toch ook leden aan (min of meer lange) periodes van intens verdriet, wanhoop, hopeloosheid - er in lukten troost te vinden of zichzelf te troosten. Hij is ongelovig maar wil meteen duidelijk maken dat de “heilige” teksten uit de vele boeken die religies rijk zijn, toch wel “troost” kunnen bieden aan seculieren, ook atheïsten, door de intrinsieke schoonheid en wijsheid doorheen de eeuwen van mondelinge en schriftelijke overleving gerijpt. Net zoals je geen gelovige moet zijn om de muziek van Bach te kunnen te kunnen genieten en je eraan te verrijken. Schoonheid is geen onderdeel van religie of godsdienst. Ieder denkend en voelend mens kan de Psalmen uit de bijbel genieten, of het boek Job waar inderdaad het verhaal van zijn uiterste beproeving en zijn verhouding tot god hem geneest en uit het diepste dal haalt, maar ook de schoonheid en rijkdom van de taal.
Een van die “groten” is Paulus die een manier moest vinden om het nieuwe Christus-denken te injecteren in de klassieke denkwereld en aanvaardbaar te maken voor niet-joden en “gentiles” voor wie het idee van een Messias en monotheïsme totaal nieuw waren.

Of Cicero die ontdekt dat hij iets kon doen “wat niemand voor mij ooit gedaan heeft”, namelijk zichzelf troosten over de dood van zijn dochtertje door te schrijven. “Ik kan je vertellen dat er geen betere troost bestaat.”

Of Marcus Aurelius, die walgt en gruwelt van de stank van de lichamen, van de uiteengereten lijken, van een afgehakte hand of voet, of een afgeslagen hoofd dat op enige afstand van de rest van het lichaam lag maar voor zijn soldaten opwinding en vastberadenheid moet uitstralen, ’s avonds gaat schrijven, aan zelfonderzoek gaat doen en daar troost in vindt. Schrijver schetst hier een gans ander beeld van de man dan het courante geschiedenisbeeld van de stoïcijnse keizer die, zijn ganse keizerlijk leven te paard en aan het hoofd van zijn leger de grenzen van het Romeinse Rijk ging consolideren, terwijl hij ondertussen stoïcijns erin slaagde een hoogstaand filosofisch oeuvre bijeen te schrijven dat wijsheid en troost gaat brengen aan mensen, generaties later.
De troost kan ook gevonden worden in beelden. Michael Ignatieff geeft daar zelf een prachtig voorbeeld van met de beschrijving en interpretatie van “De begrafenis van de graaf van Orgaz” van El Greco in de kerk van Santo Tomé in Toledo. Daarin schilderde El Greco “de blijde zekerheid van verlossing en de immense troost die een dergelijk beeld de gelovigen kan bieden”. Perfect stukje interpretatie van een schilderij door middel van het woord.
Troost in een directe kunst zoals de muziek is een bijna vanzelfsprekend iets. Koralen, hymnen, oratoria, missen bieden mensen al honderden jaren troost. Het requiem van Mozart en van Brahms, het Stabat Mater van Dvoràk en natuurlijk de “Kindertotenlieder” van Gustav Mahler die vijf liederen van de jonge Duitse hoogleraar Rückert, geschreven na de dood van twee van zijn kinderen, op muziek zette. Muziek biedt dus ook betekenis, uitleg en antwoorden.

En wat een prachtig verhaal van de stugge brombeer Ludwig van Beethoven die - zo vertelt Mendelssohn - toen hij hoorde van het immense verdriet van de pianiste Dorothea von Ertmann bij de dood van haar driejarig zoontje, bij haar thuis langs ging, plaats nam aan de piano en een uur lang improviseerde zodat Dotrothea voor het eerst kon huilen. Waarna Beethoven opstond, in haar hand kneep en vertrok zonder nog iets te zeggen.
Schrijver wijst er op dat zelfs “troost” uit de toekomst bestaat. Inderdaad, je kan je nu voor iets inzetten dat zich enkel zal voltrekken in de toekomst: Het totaal wegvallen van rassendiscriminatie, bijvoorbeeld. Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot en soms kunnen dingen hard aankomen. Het besef dat dit ten goede komt aan de volgende generatie, verschaft je nu troost. Alhoewel ik me kan voorstellen dat de ontgoocheling erg groot zou kunnen zijn als vele idealisten zouden zien waar hun opoffering en zelfs dood uiteindelijk in uitgemond zijn. Denk maar even aan de Russische Revolutie.
Een van de genoegens bij het lezen van dit boek is het gemak waarmee de schrijver in relatief korte hoofdstukjes uit een onuitputtelijke koffer eruditie put, niet enkel het aspect “troost” te belichten, maar er ook die anekdotes tussen te gooien die zijn betoog duidelijk maken of ten minste verrassend illustreren. Zoals de Beethoven uit het verhaal van daarnet, of de “echte” Marcus Aurelius.

Hij zet trouwens nog meer “historisch” aanvaarde feiten recht, belicht bepaalde aspecten die nooit elders vernoemd worden, hakt graag een stukje van een overdreven legendarische heldenoverlevering omdat hij weet dat dwepen met en geloven in altijd nefast is. Of hij toont net hoe moeilijk het leven toch was van “helden” of “groten”. Zo moest Michel de Montaigne met gezin en bedienden het huis verlaten en een half jaar lang rondzwerven om aan de pest te ontsnappen. En die concludeert:  “Wat troost biedt is de sociale wereld met zijn spelletjes, rituelen, onderscheidingen en beloningen”.

Of het lot van Boëthius voor wie “De gezanten van de dood” zoals hij ze noemde uiteindelijk arriveerden. “Ze boeiden Boëthius zonder veel omhaal, wurgden hem met een koord tot zijn ogen uit zijn kassen puilden en knuppelden hem daarna dood.”
Schrijver heeft het natuurlijk ook over recente manieren van troost krijgen of verschaffen. Zoals Hume die als eerste een “nieuwe manier van te sterven” aanwees, die opgenomen wordt door Cicely Saunders. En het ontwikkelen van dat idee waarbij de beoefenaars van de geneeskunde kunnen ontdekken dat patiënten helpen een goede dood te sterven soms belangrijker is dan ze per sé in leven te houden. 

Onder het mom van een boek over troost, schreef Michael Ignatieff met veel genoegen een boek vol verrassingen en wijsheden, terwijl hij er zelf het ethisch plezier aan beleefde zich te kunnen uitdrukken in bijzonder elegante zinnen en denkpatronen. Misschien gedeeltelijk ook wel te danken aan de kunde van de vertalers.

Victor De Raeymaeker
Oorspronkelijke titel: On consolation. Finding solace in dark times
Vertalers: Nannie de Nijs Bik-Plasman en Pon Ruiter
Michael Ignatieff
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies