Johan Braeckman & Linda Van Speybroeck
Karel D'huyvetters
Non-fictie
  • 900 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

8 maart 2022 Fascinerend leven. Een geschiedenis van de biologie.
Met zijn 744 bladzijden, 27 teksten, talrijke prachtige illustraties in kleur en zwart/wit, een presentatie van de auteurs, een bibliografie voor elke bijdrage, een persoonsnamen- en een trefwoordenregister, dat alles in een klassieke harmonieuze lay-out en typografie is dit boek een streling voor het oog, en met zijn forse afmetingen en ruim 1,5 kg een indrukwekkende turf. Het is de tweede, gewijzigde editie van een publicatie uit 2013, die al geruime tijd uitverkocht was. Vele teksten werden herzien, en het al ruime aanbod werd nog aangevuld met vijf extra hoofdstukken. Daarmee is deze uitgave helemaal up to date.
De redacteurs vermelden in hun inleiding dat het doelpubliek bestaat uit ‘mensen met interesse in cultuur- en wetenschapsgeschiedenis in het algemeen en leerkrachten biologie, wetenschappen en geschiedenis in het bijzonder’. Na lezing meen ik dat de traditionele, maar wat in onbruik geraakte uitdrukking ‘de geïnteresseerde leek’ hier zeker van toepassing is. Dat betekent enerzijds dat de teksten geen gespecialiseerde voorkennis vereisen en dus voor elke gevormde lezer begrijpelijk zijn, maar anderzijds toch eveneens dat enige belangstelling voor de materie, geschraagd door eerdere verwante lectuur, meer dan wenselijk is, zeker gezien de omvang en diversiteit van het aanbod. Op een enkele uitzondering na geldt deze kwalificatie voor alle teksten, zelfs wanneer ze behoorlijk ingewikkelde, historische of weinig bekende materie behandelen.
Herhaaldelijk wordt benadrukt dat de biologie zelf en bijgevolg ook haar geschiedenis veelal later tot ontwikkeling en bloei is gekomen dan de fysica. Het is inderdaad pas in de 20ste eeuw dat men de fundamentele wetmatigheden van de biologie ten volle is gaan begrijpen en experimenteel heeft kunnen bewijzen. De revolutionaire inzichten van Darwin, bijvoorbeeld, die hij pas na heel lang aarzelen en onder druk van omstandigheden vrijgaf voor publicatie in 1859, bleven nog bijna een eeuw ‘slechts’ een theorie, wat door tegenstanders uiteraard graag aangegrepen werd (en wordt) om die in twijfel te trekken.
Desondanks begint dit overzicht terecht meer dan 2000 jaar eerder, bij het begin van onze westerse beschaving in het ‘antieke’ Griekenland. Meteen is ook opvallend de toon gezet voor alle bijdragen: dit is een geschiedenis op wetenschappelijke grondslag, wars van elke ideologische of religieuze vooringenomenheid. De christelijke opvattingen over de schepping en al de merkwaardige en zonderlinge of zelfs absurde of komische consequenties daarvan worden slechts terloops vermeld, vooral wanneer ze de evolutie van de wetenschap in de weg stonden of verhinderden, hetzij vanuit de machtspositie van de Kerk, hetzij door de religieuze scrupules of intimidatie van de wetenschappers en onderzoekers in de loop der tijd.
Opvallend is dat experimenten, of zelfs maar feitelijke waarneming, in verband met levende organismen en wezens, vooral de meer complexe, en zeker de mens zelf, vanouds en tot op onze dagen ten minste met schroom ondernomen werden, indien men zich daaraan al waagde, en men liever vertrok van vaste ideeën die men zich gevormd had, of overnam van anderen, en die vaak niets met de biologie of met het leven te maken hebben. De mens is steeds op zoek naar orde, regelmaat, systematiek, logische samenhang, en wanneer men die meent gevonden te hebben, is de neiging groot om die te veralgemenen en onterecht toe te passen. Tevens zijn mensen meer geneigd om gezagsvolle opinies klakkeloos over te nemen dan om ze aan ernstige kritiek te onderwerpen, of ze te toetsen aan de werkelijkheid. Zo heeft niemand, ook Aristoteles zelf niet, de moeite genomen om zijn uitspraak dat vrouwen minder tanden hebben dan mannen, en dat dit ook het geval is bij schapen, geiten en varkens, op haar juistheid te testen door een eenvoudige telling, terwijl proefexemplaren toch zeer overvloedig voorhanden waren, en de inspectie op levende exemplaren niet-invasief kon verlopen. Aristoteles meende ook dat ‘hoorndragers (en hij bedoelde dat uiteraard letterlijk) geen boventanden hadden’ (blz. 71), wat evenmin moeilijk te verifiëren was. Anderzijds was het dezelfde Aristoteles die zeer uitvoerige en gedetailleerde waarnemingen deed in de natuur, ook en zelfs vooral op levende wezens, en mede daardoor als de stichter van de biologie kan beschouwd worden.
Het is duidelijk dat de geschiedenis van de biologie er een is van vallen en opstaan, van verrassende inzichten die zelfs twintig eeuwen later experimenteel en theoretisch bevestigd werden, en absurde ideeën die evenveel eeuwen standhielden tegen alle beter weten en gezond verstand in. De vooruitgang verliep soms, achteraf bekeken natuurlijk, frustrerend traag, maar op andere momenten met spectaculaire schokken, zoals de ontdekking van de bloedsomloop en de functie van het hart, of het proces van de fotosynthese, of de evolutietheorie van Darwin, of de ontdekking van het DNA. In elk van de bijdragen komt een of ander belangrijk aspect van de biologie aan bod, meestal aan de hand van figuren die een belangrijke rol gespeeld hebben in de ontdekking of verklaring daarvan. Meestal situeert men dat in het leven van de betrokkenen en in de tijdsomstandigheden, wat aanzienlijk bijdraagt tot de levendigheid en de verstaanbaarheid. De teksten over de Oudheid en de Middeleeuwen beslaan samen iets meer dan honderd bladzijden, voor de 17de eeuw is dat tachtig, voor de 18de eeuw honderdtien, voor de 19de eeuw honderddertig, voor de 20ste eeuw honderdveertig, voor de ‘toekomst’ vijftig.
Voor (oudere) lezers die het weinige dat ze vernamen in de lessen biologie ook nog vlot vergeten zijn, is dit boek niet zozeer een grondige opfrissing als een stevige nieuwe kennismaking met de belangrijkste feiten en theorieën. Maar zelfs wie enigszins vertrouwd is met deze tak van de wetenschap zal hier niet zelden onverwachte en verrassende inzichten aangeboden krijgen, die ons verplichten om onze ‘kennis’ bij te stellen. Verscheidene eminente figuren zijn duidelijk al te lang in de schaduw gebleven, terwijl de individuele faam van andere door de geschiedenis langer in stand is gehouden dan vereist door de feiten.
Het belang van deze publicatie kan nauwelijks overschat worden. De titel is bijzonder goed gekozen: zo fascinerend als het leven zelf is, is de studie ervan, en daarvan getuigen deze teksten op voortreffelijke wijze door hun wetenschappelijke degelijkheid, hun onbevangen visie op het leven en op de mens, hun zorgvuldige afwegingen en niet het minst door hun treffende en boeiende verwoording, ook wanneer de behandelde onderwerpen door hun complexiteit de volle aandacht van de lezer vergen. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat deze herziene uitgave opnieuw ter beschikking is en haar noodzakelijke rol weer kan opnemen, om zo krachtig bij te dragen tot een verantwoord inzicht in het fascinerende leven op onze aarde.

Karel D’huyvetters
Johan Braeckman & Linda Van Speybroeck
Karel D'huyvetters
Non-fictie
Karel D’huyvetters (°1946) legt zich toe op de geschiedenis van het atheïsme en het antiklerikalisme. Van hem verschenen Nederlandse vertalingen van de belangrijkste werken van Spinoza, met uitvoerige commentaren. Hij onderhoudt een website over Spinoza en een persoonlijke website.
_Karel D'huyvetters -
Meer van Karel D'huyvetters

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies