Wil van Esch
Karel Van Dinter
Non-fictie
  • 996 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 januari 2023 De staat van bewustzijn. Van zielenroerselen tot hersenspinsels.
Een beetje filosoof zal er zich moeiteloos in herkennen: ‘Ik ervaar maar één bewustzijn. Het mijne…’ David Hume op zijn best… Maar houdt het daarna op? Of geraakt een vastgelopen filosoof toch nog voorbij zijn zelfverklaard solipsisme? Valt er na ‘Cogito!’ (Descartes), Idealisme (Hegel), fenomenologie (Husserl), existentiefilosofie (Heidegger), Samkhya-yoga en boeddhisme - van Esch schenkt ook daar aandacht aan - nog wel iets toe te voegen aan al dat introspectieve gemijmer randje metafysica, mystiek of religie?
‘Bewustzijn is een specifieke ervaring.’ (p.10-11)
Zielenroerselen van een vleermuis
Gelukkig wel! Want ooit was er die ietwat bizarre vraag van Thomas Nigel: ‘What is it like to be a bat?’ (Mortal Questions, 1979) Daarin veronderstelde hij dat de subjectieve ervaring van bewustzijn niet kan worden gemeten door middel van de objectieve methoden van de moderne wetenschap. Waarom zou je dan nog empathisch willen inbreken in het wereldbeeld van een vleermuis? Tja… Al verwierp Nigel daarmee een reductionistisch model van bewustzijn, toch zette het heel wat denkers en wetenschappers aan het werk richting wàt is bewustzijn?
En met nog meer verve sinds de fMRI-scanner zich er mee ging bemoeien. Drommen filosofen, goeroes, pastoors, spindoctors en andere zielenknijpers later mengden zich vanaf dan ook neurologen, cognitieve en andere psychologen, evolutiebiologen, IT’ers en breinwetenschappers in het roerige debat over de Zaak Bewustzijn. Wetenschappelijk? Systematisch? Misschien…
En valt daar ook wat goeds van te verwachten? Toch wel, laat Wil van Esch met stelligheid weten. En in De staat van bewustzijn. Van zielenroerselen tot hersenspinsels brengt hij rigoureus de resultaten van al dat gezoek in kaart. Zonder daarbij de noodzakelijke filosofische waakzaamheid uit het oog te verliezen… De Zaak Bewustzijn werd er door meer wetenschappelijkheid immers niet eenvoudiger op en kan qua onderzoeksmethoden, heldere aanpak en ethiek meer dan ooit wel wat filosofische sanering gebruiken. Want her en der toch nog vastgereden in het drijfzand van paradigma’s, reductionistische antinomieën en kwantumfysische paradoxen…
Hét bewustzijn?
Met vragen over wàt bewustzijn is, waar het vandaan komt, wat het doet, waar je het moet zoeken, en - vooral! - waarom er überhaupt bewustzijn ís, beland je al vlug in filosofische doolhoven en enigmatische controversies zoals het klassieke mind-bodyprobleem, materie of geest, dualisme of monisme, bewustzijn als illusie, emergentisme, enz. Uitzichtloos? Zeker niet…
Maar de Zaak Bewustzijn pak je best niet aan met essentialistische containerbegrippen en vermeende entiteiten zoals geest, ziel, consciousness, psyche of mind. Die dienen grondig ontmanteld te worden. Er is immers niet zoiets als hét Bewustzijn. Zondermeer een problematisch paraplubegrip. En wat schuilt daar dan onder… Al vlug blijkt het dus lonender om te gewagen van staten en complexen van bewustzijn. Niet de ontologische status van bewustzijn en wat het ís werd daarbij de metafysische focus, maar wel hoe het werkt. Noem het gerust een zoektocht naar de functie van een illusie…
Cogito ergo sum
Het was vooral het cartesiaanse dualisme van res extensa en res cogitans - en ach die pijnappelklier! - dat de richting van de wetenschappelijke zoektocht naar bewustzijn zou aangeven. (p.28) Vanuit slechts die éne ervaring van bewustzijn. Míjn bewustzijn. Zelfbewustzijn. Filosofisch en avontuurlijk genoeg om daarin enige tijd rond te struinen en te verdwalen. Dat wel. En te bezinnen. Dat ook. Maar toch niet meer dan een eerstepersoonsperspectief (51). In een mentale kerker?
Van het eerstepersoonsperspectief naar een derdepersoonsstandpunt dan maar... Het probleem werd ‘dat wetenschap een objectief verslag van een verschijnsel moet leveren, terwijl bewustzijn een inherent subjectieve ingesteldheid betreft’. (p.51;410) Geen eenvoudige shift. Maar eens het introspectieve solipsisme voorbij, mét de geëngageerde aanname dat andere (menselijke?) wezens ook een soortement bewustzijn hebben, én met een wetenschappelijke benadering ging het snel. Aanvankelijk nog met allerlei bedenkelijke technieken om bewustzijnservaringen ‘zichtbaar’ te maken, te meten, te situeren, te ontleden of te duiden: dieptepsychologie, psychoanalyse, testreacties, introspectie, trances, frenologie, droomduiding, transcendentale meditatie, neurotransmitters, enz. En nogal eens met een arsenaal aan ingrepen en training - voorspelbaar - om desgewenst het bewustzijn ook te ‘verruimen’ of anderszins bij te sturen…
Wàt je denkt
Sinds de komst van de fMRI-scanner werd - vooral - de complexiteit van bewustzijn in kaart gebracht. Althans gedeeltelijk. Want: een netwerk in het brein, zonder centrum, maar met vele kruispunten, straten en steegjes… Weg homunculus. Weg ziel. Welkom qualia. Waarmee echter niet alles zondermeer helder en begrijpelijk werd. En al zeker niet de subjectieve bewustzijnservaring. Want hoe roodheid, schoonheid of pijn en verdriet ervaren worden, blijft een subjectieve beleving: ‘Kleuren zijn een creatie van het brein.’ (p.251)
fMRI-mapping heeft daarnaast nog wel meer beperkingen: ‘Artikelen met plaatjes van hersenscans zijn gewild en suggereren wetenschappelijkheid. Het wordt verdedigt als onderzoek vanuit derdepersoonsperspectief, maar de onderzoeker hanteert zelf een eerstepersoonsperspectief, er is immers altijd iemand die interpreteert.’ Maar vooral: ‘Het is toch niet aannemelijk dat de voxels van de MRI-scan werkelijk precies tonen wat iemand denkt. Gedachten zijn toch niet zo uitgesproken eenduidig?’ (p.411) Gelukkig maar! En - voorlopig - een goeie zaak voor de filosofen van het vrije denken. En het humanisme…
Bewustzijn van een amoebe
Reeds vlug na Darwin beschreven evolutiebiologen bewustzijn graag als een geëvolueerde adaptatie. (p.203;231) Met centraal de vraag wanneer in de evolutie bewustzijn zich voor het eerst manifesteerde. En met welke eigenschappen, variaties en adaptieve kwaliteiten dan wel? Een belangrijk stuk darwinistische revolutie… Waarna meteen het onvermijdelijke debat volgde of het daarbij om doelgerichtheid en intentionaliteit ging, dan wel om louter een toevalstreffer in het arsenaal van overlevingsstrategieën. Aanhangers van creationistische illusies en intelligent design zorgden daarbij maar al te graag voor het nodige gekrakeel en een ontregelend debat. (p.209) Vergelijkbaar met het geruzie over de vrije wil. Die andere illusie…
Bewustzijn, intenties, doelgerichtheid, intelligentie, vrije wil, … Het houdt ook IT’ers met meer dan een theoretische belangstelling voor denkmachines, zelfsturende drones en cyborgs bezig. Uiteraard. Voor vele sceptici echter een No-Go zone, want op hun hoede voor de dreiging van bewuste denkmachines die het kwaadwillig zouden willen overnemen… Al is dat voorlopig toch eerder sciencefiction, maar boeiend genoeg om de ontwikkelingen op dat vlak met alerte aandacht te volgen…
Lord Byron
In De staat van bewustzijn geeft Wil van Esch een overzicht van ‘het denken over bewustzijn, in filosofie en wetenschap, zowel in het verleden als in de huidige tijd, in het Westen, als in het Oosten’. (kaft) Dat is niet niks. Niet alles is daarbij voor de leek echter even toegankelijk, maar van Esch reikt in zijn overzicht aardig wat aandachtspunten voor ethische en humanistische reflectie aan. Gelukkig voorbij achterhaalde kwesties zoals het al dan niet bestaan van een onafhankelijke ziel, de mogelijkheid van reïncarnatie of waar ons religieus benul huist. Het gaat dan eerder over keuzebepalingen en opvattingen van hoe zelfaanmatigend antropocentrisch en egocentrisch de vigerende humanistische opvattingen nog wel kunnen zijn. Met name wat betreft de identiteit en - vermeende? - superieure uniciteit van menselijk bewustzijn. Míjn individuele sensatie van bewustzijn… Het raakt ook aan ethische kwesties zoals eigenheid, empathie, zelfbesef, integriteit, enz. Vragen een stuk voorbij óf, en in welke mate, bewustzijn gestuurd of gekneed mag worden. Ethische kwesties. Die blijven in De staat van bewustzijn echter eerder onderbelicht. Maar gelukkig kan wat ik denk of hoe ik een rode roos ervaar niet uitputtend verhakkeld worden door een scanner, de brein-techneut of welke goeroe dan ook. Dat is een geruststellende vaststelling…
Niet onterecht opende Wil van Esch zijn boek met Lord Byron (p.11):
‘Are not the mountains, waves, and skies, a part
Of me and of my soul, as I of them?’

Het had net zo goed Willem Kloos kunnen zijn: ‘Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten…’ Poëtische ontboezemingen om bij de hand te houden. Al dan niet met een hoofdletter….

Karel Van Dinter
Boek: De staat van bewustzijn. Van zielenroerselen tot hersenspinsels.
Wil van Esch
Karel Van Dinter
Non-fictie
Moraalfilosoof
_Karel Van Dinter Moraalfilosoof
Meer van Karel Van Dinter

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies