Barack Obama
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 773 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

3 februari 2023 Een beloofd land
November 2008 werd de 44e president van de Verenigde Staten verkozen. Hij zou dit ambt twee termijnen bekleden.
Enkel al zijn verkiezing was een mijlpaal in de Amerikaanse geschiedenis. Wat tot dan toe onmogelijk geacht werd, was toch gebeurd. In het racistisch Amerika waar onder anderen meer dan 1000 Afro-Amerikanen ieder jaar om het leven komen door politiegeweld en lynchen, er groeperingen bestaan zoals de Ku Klux Clan, er toch protestbewegingen op gang komen zoals de Montgomery bus boycot, de burgerrechtenbeweging en Black Power, waar leiders zoals Martin Luther King, Malcolm X en zelfs een president zoals John F. Kennedy vermoord werden, is gewoon al het feit dat een zwarte man tot president verkozen wordt, een historisch feit. Hij moet dan natuurlijk wel tonen dat ook een zwarte man in staat is een volwaardig president te zijn.
Deze man is Barack Obama en in deze memoires zal hij beschrijven hoe zijn presidentschap verliep, met welke obstakels hij te kampen kreeg, welke successen hij boekte, hoe het was om president te zijn, om te tonen wie hij was, waarom zekere beslissingen al of niet genomen werden, hoe de grote wereldleiders waren die hij ontmoette, en nog meer grote en kleine verhalen, anekdotes en feiten. Het is een boek waar met grote verwachting naar werd uitgekeken. Dit 864 pagina’s tellend boek eindigt met de Black Lives Matter-beweging, wat toch als een soort happy-end kan beschouwd worden.
Barack Obama vertelt in enkele bladzijden zijn jeugd als heel gewoon kind van een alleenstaande moeder dat opgroeit in Honolulu met zijn moeder en grootouders. Niemand zou verwachten dat hij in een openbaar ambt zou belanden, laat staan dat hij op een dag president zou worden. In zijn jeugd deed hij aan drugs, feestte en zijn cijfers op school waren middelmatig. Hij krijgt gelukkig de kans te gaan studeren aan de universiteit van Columbia en de Harvard Law School en hij gradueert. Hij werkt als gemeenschapsorganisator in Chicago, trouwt met Michelle LaVaughn Robinson in 1992. Hij werd senator en had een jong gezin. Het leek alsof hij alles had. Maar ergens wilde hij meer.
Hij besloot zich kandidaat te stellen voor het Huis van Afgevaardigden, niettegenstaande de tegenwerpingen van Michelle dat hij meer thuis moest zijn. Wat hij ook zal ondernemen, het zal altijd verlopen na overleg met Michelle en met een ten minste gedeeltelijke of tijdelijke overeenstemming. Als hij dan volop in de politiek belandt en verkozen wordt tot bepaalde functies, zal ze een uitgesproken en getalenteerde tweede stem van Barack worden en een opmerkelijk persoonlijke en aanwezige presidentsvrouw.
Het was een gewaagde zet, want zijn tegenstander was zeer populair. Obama verliest. Hij ervaart dat als een soort vingerwijzing, want misschien was hij te arrogant en voortvarend geweest en hij had zijn familie in de steek gelaten. We kennen hem als een charismatische en begaafde leider, maar hij is ook eerlijk en dus stond hij nu op het punt waarop hij de politiek wou opgeven. Maar er zijn ontmoetingen en gebeurtenissen die hem verder stuwen. Om de een of andere reden kon hij de politiek niet helemaal verlaten. Hij kon zijn droom niet loslaten om Amerikanen van alle verschillende politieke, raciale en sociaaleconomische achtergronden te helpen.  Dus besloot hij dat hij het nationale kantoor nog een keer zou proberen, met goedkeuring van Michelle. Ze waren het erover eens dat dit een laatste poging zou zijn. In 1996 wordt hij tot senator verkozen in The Illinois State Senate en hij zal die post gedurende de acht jaar bekleden, wat hem veel erg nuttige en nodige ervaring oplevert.
Dan komt het ogenblik dat hij moet beslissen of hij zich al dan niet kandidaat zal stellen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De media lijken geen nee te accepteren als antwoord, maar Obama twijfelt. Zijn standpunt verandert als hij senator Ted Kennedy bezoekt. Die zegt aan Obama dat dit zijn moment is en dat het leven ons niet laat kiezen wanneer het ons moment is. Hij zegt hem dat hij de juiste man is om zich kandidaat te stellen. Als hij aankondigt dat hij gaat runnen, komen mensen hem massaal opzoeken. Maar het zou niet allemaal gemakkelijk zijn. De raciale kwesties behoorden tot de ergste. Sommigen denken dat Amerika niet klaar is voor een zwarte president. Anderen bestempelden hem als "niet zwart genoeg". Toch komen menigten opdagen waar hij ook gaat. Hij beseft dat ze al hun hoop en dromen op hem hebben gevestigd en hij maakte zich voortdurend zorgen over de kans dat hij hen zou teleurstellen. 
Runnen voor president is geen lachertje, want een presidentsverkiezing is een vreemd gebeuren in een land dat zich democratisch noemt. Je moet namelijk eerst verkozen worden als de presidentskandidaat van je eigen partij. Dat wil zeggen dat je eerst campagne moet voeren tegen andere mogelijke kandidaten binnen de eigen partij, in zijn geval de Democratische Partij.
Binnen de partij is echter geen intiem onderonsje maar een erg publieke, openbare en gemediatiseerde vertoning. Een echte strijd waarin de kandidaten het tegen elkaar opnemen en moeten bewijzen wie de beste is, waarna er een verkiezing volgt. Het is eigenlijk bijna een generale repetitie voor de presidentsverkiezing. Wat zo vreemd is aan deze manier van het bepalen van de uiteindelijke kandidaat en ongetwijfeld schadelijk voor kandidaten en partij, is de procedure waarbij beide kandidaten elkaar aanvallen, wijzen op elkaars zwakheden en fouten in hun programma, hun eigen partij letterlijk in twee splijten. En stof leveren aan de Republikeinse Partij die dit later in de presidentsverkiezing kan gebruiken.
Je krijgt hiervan in dit boek een zeer klaar beeld door het onverbiddelijk en duidelijk verslag dat Obama levert van zijn strijd met Hillary Clinton, vrouw van de vorige president, een bevriend iemand en iemand met veel kennis en ervaring.
Hij wint en Hillary moet dit als een zware vernedering aanvoelen. Ik kan me ook enkel met de grootste inspanning voorstellen dat nu iedereen binnen de Democratische Partij die hele campagne luchtig gaat begraven, hun loyauteit en keuze vergeten en zich als één man scharen achter de winnende kandidaat.
Obama doet zijn best maar is eerlijk en kan dus niet verbergen dat hij eigenlijk Hillary graag als running mate zou gehad hebben in de komende presidentsverkiezing en dus kandidaat vicepresident, maar dat dat nu niet meer kan en het kwetsend is haar dit aan te bieden. Hij zal zelfs later veel moeite moeten doen om haar te overtuigen de post van minister van Buitenlandse Zaken te aanvaarden.
Daarna krijgen we een beeld van de presidentscampagne zelf, met al de gekte, de enorme energie, de inzet van duizenden mensen, de enorme kost om de campagne te kunnen betalen. Het is een twee jaar lange, slopende strijd waarbij Barack het land in alle richtingen doorkruist, telkens weer dezelfde boodschap herhaalt op telkens weer een volgende meeting, soms drie of vier per dag, op telkens weer een volgende persconferentie. Het gespannen lezen en beluisteren van de nieuwsmedia, het volgen van de zovele opiniepolls, van een volgend interview, een volgende vragensessie en uiteindelijk de grote debatten met de presidentskandidaat van de Republikeinse Partij. Hij is amper thuis, krijgt amper zijn familie en kinderen te zien.
Als we terugdenken aan die tijd dan verscheen Obama als die figuur die deed denken aan Kennedy, die charismatische figuur die wist wat er scheef zat met Amerika en de Amerikaanse politiek en die dat allemaal weer recht zou zetten. “Yes we can”, was de slogan die aansloeg omdat hij vertaalde wat alle Amerikanen beseften. Het ging niet goed meer met Amerika en het leek wel alsof het land machteloos stond tegenover zijn eigen inzinking. Natuurlijk moest er een einde komen aan de rassendiscriminatie. Obama was tegen de aanwezigeid van Amerikaanse troepen in Irak, hij wilde samenwerking met gematigde Palestijnen, hij zou de strijd aanbinden tegen armoede, inwijking regulariseren, de gevangenen uit Guantanamo Bay halen na toepassing van eerlijke procedures. Alle Amerikanen moesten toegang krijgen tot een degelijke gezondheidszorg, hij zou een president zijn voor alle Amerikanen, verdere stappen zetten voor een degelijke ontwapening.
Hij wint de presidentsverkiezing en de rally, en de toespraken die daarop volgen behoren tot de grote ogenblikken van de Amerikaanse geschiedenis.

Maar de economie was na het presidentschap van George Bush in recessie en nog voor hij goed en wel verkozen was, brak de grote financiële crisis los, misschien wel de grootste financiële crisis ooit die duidelijk het failliet toonde van het kapitalistisch systeem. Een crisis waarbij het ganse financiële systeem zou instorten, er een ongekende chaos zou ontstaan, waarvan niemand de draagwijdte kon inschatten. Het was de ineensorting van het kapitalisme, zoals de val van de Muur dat geweest was voor het communisme. Wat velen hoopten was dat Obama nu kordaat zou handelen. Wat een kans om eindelijk een rechtvaardige wereldorde te vestigen.
Obama grijpt die kans niet. Dat was meteen de eerste ontgoocheling voor de verwachting en het geloof in wat deze visionaire, vurige, welbespraakte leider had doen geloven in zijn vele grootse toespraken.  
In dit boek legt hij uit met welke moeilijkheden hij geconfronteerd werd, hoe belangen en tijd speelden, hoe verschrikkelijk de gevolgen zouden kunnen zijn als het leidende land in de wereld de verkeerde acties zou ondernemen. Je kan hem net begrijpen. Een fout op dit ogenblik zou het ineeenstorten van het ganse financiële systeem en de wereldeconomie kunnen betekenen, met ongekende, onvoorstelbare toestanden.
Hij vond dus ook ergens dat het banken en het kapitalistisch systeem too big too fail waren. De maatregelen die hij nam zorgden er voor dat Amerika, vlugger dan gelijk welk ander land, van de crisis herstelde.
Hij schrijft daarover in dit boek en het lijkt alsof hij zich met een zekere spijt nog altijd afvraagt hoe alles zou verlopen zijn, als hij tot andere besluiten was gekomen, andere maatgregelen had genomen. “Als ik de schuldigen voor de crisis maar naar de gevangenis had gestuurd; als ik maar een einde had gemaakt aan de buitenmaatse loonpakketten en de heads-I-win, tails-you-lose-cultuur van Wall Street, dan zouden we vandaag misschien een rechtvaardiger systeem hebben dat de belangen van werkende gezinnen diende in plaats van een handvol miljardairs. Ik begrijp zulke frustraties. In veel opzichten deel ik ze. Tot op de dag van vandaag onderzoek ik rapporten over de escalerende ongelijkheid van Amerika, de verminderde opwaartse mobiliteit en de nog steeds stagnerende lonen, met alle daaruit voortvloeiende woede en vervormingen die dergelijke trends in onze democratie veroorzaken, en ik vraag me af of ik in die eerste maanden moediger had moeten zijn, bereid om op korte termijn meer economische pijn te eisen in het streven naar een permanent veranderde en meer rechtvaardige economische orde. De gedachte knaagt aan me. En toch, zelfs als het voor mij mogelijk zou zijn om terug te gaan in de tijd en een do-over te krijgen, kan ik niet zeggen dat ik andere keuzes zou maken."
Dit gebrek en het dikwijls niet-nemen van duidelijke, radikale oplossingen zal een kenmerk worden van zijn beleid. De vurige visionair wordt uiteindelijk een voorzichtige president.
Toch begint zijn presidentschap eerder goed. Gedurende de eerste twee jaar kan hij werken met een Congress dat gedomineerd wordt door de Democraten en verbetert de economie. Hij lukt erin de nodige wetgeving voor zijn door de Republikeinen zo genoemde Obamacare gestemd te krijgen, hij trekt de meeste troepen uit Irak terug.
Het volgend onbegrijpelijk obstakel in de vier jaar lopende eerste regeringsoperiode is dat er na twee jaar altijd bijverkiezingen komen, de zo extra controverse opwekkende mid-term verkiezingen. Dat wil zeggen weer eens tijd, energie, geld die worden besteed aan het voeren van weer eens verkiezingen op zijn Amerkaans, met meetings, reklamecampagnes in kranten, op radio, tv. Met een belangrijke inzet, want de regerende partij verliest altijd zetels in deze tussentijdse verkiezing met - in dit geval - een grote kans dat de regerende partij de meerderheid zal verliezen, gezien er slechts enkele zetels verschil bestaat tussen de twee partijen.
Barack Obama verliest twee jaar na zijn grote overwinning inderdaad het Huis van Afgevaardigden. Dat gebeurde trouwens ook met Bill Clinton en Donald Trump.
Obama is van nu af gehandicapt en kan voor iedere regeringsbeslissing of maatregel, voor ieder stukje wettekst, zelfs datgene wat duidelijk nodig is, niet zonder de medewerking van de Republikeinen en die krijgt hij niet. Hij kan ervan opaan dat de Republikeinen hem zullen boycotten en tegen stemmen, gewoon omdat de Democraten de andere partij is, dus verkeerd, links, communistisch, de vijand.
Die houding en die toestand van blinde vijandschap heersen nog altijd en zijn met en na Trump nog toegenomen. Een dergelijke splitsing binnen één land is nefast, leidt tot allerlei mistoestanden en belet de werking van de democratie in het land dat het voorbeeld wil zijn van een democratie en de democratie overal in de wereld predikt.
Hij toont ons ook welke mogelijkheden en beperkingen presidentiële macht met zich meebrengt, en biedt ons een uniek inzicht in de dynamiek van de Amerikaanse partijpolitiek en de internationale diplomatie. Hij neemt ons mee tot in het Oval Office, waar hij duidelijk veel van houdt en de geschiedenis aanvoelt die daar bijna tastbaar aanwezig is. Hij brengt ons naar de Situation Room van het Witte Huis, naar de tuinen, de fameuze lawn. Hij reist natuurlijk ook en zo komen we terecht in Moskou, Caïro en Peking.
We zijn getuige van zijn overwegingen bij het samenstellen van zijn kabinet, hoe hij worstelt met een mondiale financiële crisis, Vladimir Poetin inschat, schijnbaar onoverbrugbare conflicten beteugelt om zijn Wet op de gezondheidszorg te verwezenlijken, botst met zijn generaals over de te volgen strategie in Afghanistan, hervormingen op Wall Street doorvoert. De Republikeinen vechten met hand en tand tegen en maken zich zorgen over wat zij een 'regeringsovername' noemen. Oppositie is overal, ook op internet en de nog meer radikaal rechtse Tea Party-beweging binnen de Republikeinse Partij voegt daar nog een extra verbetenheid aan toe. Ze zijn vooral gekant tegen een in onze ogen zeer minieme gezondheidszorg, die veel worstelende Amerikanen hielp om de broodnodige dekking te krijgen, en het zijn zij die het Obamacare gaan noemen.
Obama komt altijd zeer zelfverzekerd en zelfs belerend over maar binnenin heeft hij zelf toch veel twijfels, zeker in de eerste maanden, omdat je als president in het begin niet veel ervaring kan hebben. Toch is hij ook dikwijls zeer radikaal en doortastend, zoals wanneer hij optreedt na de ramp met de Deepwater Horizon en de opdracht geeft tot Operatie Neptune's Spear, die leidt tot de dood van Osama bin Laden.
Een beloofd land is een bijzonder intiem en persoonlijk boek. Het verhaal over een man die historische beslissingen neemt, over het rotsvaste geloof van de opbouwwerker die op de proef wordt gesteld op het wereldpodium. Obama is openhartig over de moeilijkheden die hij ondervond toen hij als zwarte Amerikaan president wilde worden, waarbij hij de verwachtingen verpersoonlijkte van een generatie die werd geïnspireerd door de boodschap van hoop en verandering en de morele problemen trotseerde die besluitvorming op het hoogste niveau met zich meebrengt. Obama is openhartig over de krachten die hem in eigen land en elders tegenwerkten, eerlijk over de invloed die het verblijf in het Witte Huis had op zijn vrouw en kinderen. Daarnaast is hij niet terughoudend in het delen van zijn onzekerheden en teleurstellingen. Toch wijkt hij nooit af van zijn overtuiging dat binnen het geweldige, zich voortdurend ontwikkelende Amerikaanse experiment, vooruitgang altijd mogelijk is. Democratie is geen geschenk van boven, maar iets dat is gestoeld op inlevingsvermogen en wederzijds begrip, iets waaraan we samen voortbouwen, elke dag weer.
Zijn overwinning bij de verkiezingen van 2008 schreef geschiedenis. Maar ook tijdens zijn twee termijnen had hij een aantal grote prestaties en hij schrijft daarover dat het er meer waren dan ooit tevoren.
In tegenstelling tot het imago dat hij heeft van grappig en humoristisch te zijn in het dagelijks leven, is er weinig humor terug te vinden in deze memoires. Misschien deze verklaring over de Duitse bondskanselier Angela Merkel: "Ze was beroemd achterdochtig over emotionele uitbarstingen of overdreven retoriek, en haar team zou later bekennen dat ze aanvankelijk sceptisch over me was geweest, juist vanwege mijn oratorische vaardigheden. Ik nam er geen aanstoot aan en dacht dat in een Duitse leider een afkeer van mogelijke demagogie waarschijnlijk gezond was."
Ondanks al hun gepraat over het willen dat politici met elkaar opschieten, belonen Amerikaanse kiezers de oppositie zelden voor de samenwerking met de regeringspartij. Hij gaat in op een korte geschiedenisles over het falen van beide partijen om het Huis of de Senaat te winnen via samenwerking met de president gedurende de afgelopen twintig jaar. Een deprimerende blik op hoe de regering eigenlijk functioneert, met bittere strijd en ijzeren greep, partijdigheid die persoonlijke machtsdoelstellingen voor het welzijn van het land plaatst. Hoewel hij hierover meermaals klaagt, geeft hij teleurstellend genoeg zijn eigen partij niet de schuld van hun eigen evenredige tactieken met zijn Republikeinse voorgangers, noch biedt hij een bemiddelde oplossing voor dergelijke opzettelijk schadelijke en weerzinwekkende strategieën.
Obstructionisme werkt goed voor de Republikeinen. Obama maakt van de gelegenheid gebruik om te kleineren, of op zijn minst om zijn frustratie te tonen over Republikeinen en hun achterkamertjesdeals en onoprechte benadering van politieke spelletjes zonder te erkennen dat dit een enorm probleem is aan beide zijden van het gangpad. De modder en het moeras dat acht jaar later zou culmineren in de verkiezing van Donald Trump. Het boek gaat over het Deepwater Horizon-incident, onrust in het Midden-Oosten, de opstanden van de Arabische Lente, de militaire interventie als onderdeel van de VN-operatie tegen de troepen van Kadhafi in Libië, en Obama's interacties met de Russische marionettenpresident Medvedev en zijn touwtrekker Poetin. Dit alles is goed geschreven, inzichtelijk met een fascinerende blik achter de schermen die me vooral betoverd hield. Obama is niet verlegen om zelfkritiek en erkenning van zijn eigen tekortkomingen en fouten tijdens die eerste jaren van zijn presidentschap. Die nederigheid is verfrissend, bevredigend en herkenbaar. Hij reflecteert zelfs op de betekenis van een van de keuzes die hij zou hebben gemaakt met deze uitspraak aan het einde van het boek: "Terugkijkend, denk ik soms na over de eeuwenoude vraag hoeveel verschil de specifieke kenmerken van individuele leiders maken in de sweep van de geschiedenis – of degenen onder ons die aan de macht komen slechts kanalen zijn voor de diepe, meedogenloze stromingen van de tijd of dat we op zijn minst gedeeltelijk de auteurs zijn van wat komen gaat. Ik vraag me af of onze onzekerheden en onze hoop, onze jeugdtrauma's of herinneringen aan onverwachte vriendelijkheid net zoveel kracht hebben als elke technologische verschuiving of sociaaleconomische trend.”
Dit soort gedachten en beschouwingen voegt Obama regelmatig in tussen het chronologisch verloop van de memoires. Het zijn de oprechte gedachten van een man die een duidelijke, altruïstische visie had op wat hij als president wilde bereiken. Of hij daarin geslaagd is, is moeilijk te bepalen, maar zijn motieven waren duidelijk zuiver. Sommige van Obama's openhartigheid en de botheid waarmee hij zijn problemen benadert, komen duidelijk naar voren in de opening van hoofdstuk 22: "Het zit in de aard van de politiek, en zeker het presidentschap, om door moeilijke momenten te gaan - tijden waarin, vanwege een bothoofdige fout, een onvoorziene omstandigheid, een goede maar impopulaire beslissing of een gebrek aan communicatie, de krantenkoppen zuur worden en het publiek vindt dat je tekortschiet. Meestal duurt dit een paar weken, misschien een maand, voordat de pers zijn interesse verliest om je rond te slaan, hetzij omdat je het probleem hebt opgelost, of omdat je berouw hebt geuit, of je hebt een overwinning behaald, of iets dat belangrijker wordt geacht, duwt je van de voorpagina. Als de moeilijke periode echter lang genoeg duurt, kunt u zich in een gevreesde situatie bevinden waarin problemen zich verergeren en vervolgens samensmelten tot een breder verhaal over u en uw presidentschap. De negatieve verhalen laten niet los, wat leidt tot een daling van je populariteit. Je politieke tegenstanders, die bloed ruiken in het water, gaan harder achter je aan en bondgenoten zijn niet zo snel om je te verdedigen. De pers begint te graven naar extra problemen in uw administratie, om de indruk te bevestigen dat u in politieke problemen zit. Totdat je - net als de waaghalzen en dwazen van weleer bij Niagara Falls - vastzit in de spreekwoordelijke ton, tuimelend door het neerstortende water, gekneusd en gedesoriënteerd, niet langer zeker weet welke kant op, machteloos om je afdaling te stoppen, wachtend om de bodem te raken en hopend, zonder bewijs, dat je de impact zult overleven. Het grootste deel van mijn tweede jaar in functie zaten we in het vat." Obama's team besluit deze afdaling in de vergetelheid te stoppen door aan te dringen op hervorming van Wall Street, culminerend in de Dodd-Frank Wall Street Reform and Consumer Protection Act, wetgeving die volledig tweeledig had moeten zijn, maar dat niet is vanwege wat Obama de Republikeinse obstinatie noemt.
Wat ik belangrijk vind is de bevestiging van de voornaamste reden waarom er zo een kloof was tussen de Obama tijdens zijn verkiezingsstrijd en Obama als president: de Bubble. Obama is duidelijk in het beschrijven van de bubbel waarin de Amerikaanse president zit en hoe hij pogingen doet om die te doorbreken met bijvoorbeeld bezoeken aan militaire ziekenhuizen of zijn aanwezigheid bij de plechtige terugkeer en overdracht van Amerikaanse soldatenresten in een poging om de ware kosten van oorlog te begrijpen. Of zijn ontmoeting met vijftien Amerikaanse topbankiers tijdens de financiële crisis in een poging om hun standpunten te begrijpen. Of zijn bevel aan zijn stafchef Rahm, om tien brieven per dag van burgers, goed en slecht, naar hem te laten sturen om te lezen en te beantwoorden. Hij bespreekt zijn verlangen om bij talloze gelegenheden actie te ondernemen. Een verlangen dat wordt getemperd door zijn adviseurs, wiens expertise hij respecteert en ter harte neemt. Wanneer hij het heeft over de Iraanse opstanden, de ‘Groene Beweging’ van 2009 die een van de belangrijkste uitdagingen voor de Islamitische Republiek in de recente geschiedenis vormde, vermeldt hij de genadeloze verwijten van Ayatollah Ali Khamenei en president Mahmoud Ahmadinejad. In het openbaar geeft hij een reeks flauwe, bureaucratische uitspraken als: "We blijven de hele situatie nauwlettend volgen". Maar privé zag hij af van een dergelijke passieve actie: "Naarmate het geweld escaleerde, nam ook mijn veroordeling toe. Toch viel zo'n passieve benadering niet goed bij me – en niet alleen omdat ik moest luisteren naar Republikeinen die huilden dat ik een moorddadig regime aan het afdwingen was. Ik leerde nog een andere moeilijke les over het presidentschap: dat mijn hart nu vastgeketend was aan strategische overwegingen en tactische analyses, mijn overtuigingen onderworpen aan contra-intuïtieve argumenten; dat ik in het machtigste ambt op aarde minder vrijheid had om te zeggen wat ik bedoelde en te handelen naar wat ik voelde dan ik als senator had gehad – of als een gewone burger die walgde van de aanblik van een jonge vrouw die door haar eigen regering werd neergeschoten."
Obama heeft het ook over de noodzakelijke tempering van zijn eigen ambities en verwachtingen met beleid: "Het presidentschap verandert je tijdshorizon. Zelden werpen je inspanningen meteen hun vruchten af. Daarvoor is de omvang van de meeste problemen die op je bureau komen te groot, de factoren die een rol spelen te gevarieerd. Je leert om vooruitgang te meten in kleinere stappen – die elk maanden kunnen duren om te bereiken, waarvan geen enkele veel publieke aandacht verdient - en om jezelf te verzoenen met de wetenschap dat je uiteindelijke doel, als het ooit wordt bereikt, een jaar of twee of zelfs een volledige termijn kan duren om te realiseren. Nergens is dit meer waar dan in het voeren van buitenlands beleid.”
Het boek eindigt kort na de moord op Osama bin Laden. Je kan dat moeilijk anders zo noemen. Ik was al zo ongelooflijk ontgoocheld in de morele vervormde kant van een anders toch uitgesproken moreel denkend en voelend iemand, toen bleek dat de Amerikaanse Defensie zich ‘verdedigde’ door onbemande, van op afstand bestuurde toestelletjes af te sturen op bepaalde ‘doelen’ die mensen bleken te zijn. Die zaten in hun auto, liepen gewoon over straat, waren op bezoek, als er dan plots van ergens nabij iemand op hen schoot die mijlen ver achter een tafeltje zat met een scherm voor zich. Een computerspelletje, maar dan in het écht.
Uiterst vreemd en onthullend en voor mij het meest ontluisterend beeld dat ik heb van Obama, heeft te maken met de moord op Bin Laden. Obama schrijft over de inlichtingen, die hebben geleid tot de ontdekking van Osama Bin Laden's schuilplaats in Pakistan en hoe die de quasi zekerheid bevestigen dat een inval in zijn huis gemakkelijk zal zijn en zijn ‘uitschakeling’ een ‘succces’. 
En dan is er de foto in het boek met als bijschrift: “Mei 2011. Met mijn nationale veiligheidsteam, toekijkend, terwijl de Navy SEALs de compound van Bin Laden binnenvielen.” De president zit, bijna ineengedoken, in een hoekje van het vertrek en kijkt gespannen naar het scherm. We hebben allemaal die beelden gezien van de life vertoning van de inval. Wat men op de foto niet kan zien, maar op het scherm wel horen, is de President die op het beslissende moment uitroept: “We got him!” Geen morele bedenkingen, geen presidentiele waardigheid. Een Amerikaans jongetje dat geweld en winnen belangrijk vindt en daar niet verder bij nadenkt. Wat goed is voor de veiligheid van Amerika, is immers altijd juist…
A Promised Land was een ‘good read’, een gemakkelijk te lezen en verhelderend boek, geschreven door toch wel een groot man, die blijkbaar eerlijk, ook zijn mislukkingen en moeilijkheden niet verdoezelt, die vragen stelt en die heel veel vertelt over al die dingen die je je al afvroeg als je nadacht over hoe het is president van de Verenigde Staten te zijn en hoe hij dat beleefde.

Een tweede deel is in de maak….

Om naar uit te kijken en te lezen.

Victor De Raeymaeker
Barack Obama
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies