Wojciech Stefaniec, Daniel Odija
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 1552 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

24 februari 2023 Stolp
Verwittiging. Dit is geen “gewone” strip.
Heb je al ooit een strip gezien waarin een ganse bladzijde zwart is om dan langzaamaan een toenemend herkenbaar beeld te tonen op de volgende pagina? Een beeld dat een gesloten oog blijkt te zijn dat langzaam opengaat en waarin achteraan een vaag lichtgevend wormpje te zien is. De ogen sperren wijd open en in een stralend gele, scherppuntige lichtspatting zit een naakte man en een voor zich uit starend meisje, dat Sava heet, het “verloren meisje” van het verhaal. De naakte man is de hoofdpersoon Stolp. Hij wil rechtveren uit zijn zetel en haar grijpen maar alles verdwijnt in een sterrenflits.
Of wat Wojciech Stefaniec doet met een rooksliert. Stolp rookt constant. De aangestoken joint verbrandt het astipje tot een rokende sliert die hem altijd en overal vergezelt, alsof het een lichaamsdeel was. Een opvallend lichaamsdeel, want de sliert is pastelblauw, kronkelt naar boven, tekent een krullerige schets rond zijn gezicht, rond zijn hoofd, wandelt achter hem aan, zuigt een rookspoortje uit de tussen de vingers zittende peuk, dampt uit de opengesperde mond van de man, stuwt in een straal van tussen zijn geperste lippen, lost zich op in een bollende wolk, staat voorzichtig dunnetjes te zijn in een asbak, landt onhandig op de grond en krijgt een straal spuug achter zich aan. Tot zover één voorbeeld van de ongelooflijke aandacht die de tekenaar heeft gegeven aan één elementje. Er is nog veel meer dat Wojciech Stefaniec doet met de strip. De grenzen verleggen om mee te spiegelen maar voorlopig dit om duidelijk te maken en om te benadrukken dat Stolp geen gewone strip is en traag, aandachtig moet gelezen en gezien worden.
Het verhaal daarentegen, is gewoon en zeker herkenbaar voor striplezers die met science fiction strips vertrouwd zijn.
Het hoofdpersonage, Stolp, herken je meteen aan zijn witgrijs haar, wat gelukkig is want in het algemeen baden de strip pagina’s in grijsdonkere tinten, de stad waarin hij zoekt is grauw en somber of ze zijn woelig levendig en spetteren psychedelisch schelkleurig, vol kleurexplosies terwijl Stolp op zichzelf weinig opvallend is, eerder stijf en ongemakkelijk gespannen, nooit glimlacht en lijdt onder het feit dat zijn vrouw Rita verdwenen is. “Eenzaamheid leert je niet alleen te zijn, maar de enige,” stelt hij vast. Blijkbaar was ze in het ziekenhuis en zou ze bevallen. “Het ziekenhuis,” overdenkt hij, “ik zal het nooit vergeten… Het ergste is dat ik niet weet wat er met haar is gebeurd. Hoe lang nog? Het is al 6 jaar geleden… 6 jaar 8 maanden 13 dagen sinds ze verdwenen is.” Dat is misschien waarom hij het mysterieuze beroep blijkt te hebben van, zo zegt hij zelf, “jager die vermiste kinderen terugvindt.”
Stolp herken je meteen aan zijn witgrijs haar.
Bij het begin van het verhaal loopt hij rond in de straten. “De late herfst heeft iets weg van een doodgraver voor wie lijken niks bijzonders zijn.” Overal liggen er lichamen en zijn de meeuwen bezig met hen de ogen uit te pikken.
Dan verschijnt hem plots, in een sterrepiekige lichtbal, een jongetje dat boven de straat zweeft. Stolp loopt achter hem aan maar kan hem niet inhalen. De jongen zweeft naar de pier die men “de pier van de zelfmoordenaars” noemt. Aan het einde gekomen, valt hij met een stille schreeuw en vervormd gezicht in het water. Hij verandert in een vis, een meeuw duikt naar beneden maar “de meeuw kan niet hebben opgeslokt wat als een kindergedachte maar een ogenblik duurt.”
Eigenlijk is hij op zoek naar Sava, een dertien jaar oud meisje dat vermist is. Ze werd geselecteerd voor het programma van de “redding van de menselijke soort” maar werd illegaal verstopt door haar familie, die weet dat kinderen die “geselecteerd” worden, nooit weerkeren.
Het gaat slecht in Bardo, de grote stad waar het verhaal zich afspeelt. Niemand herinnert zich nog bomen want bomen en planten zijn uitgestorven, weggebrand door de zure regen. De meeuwen stierven al een paar maand geleden, dan de honden, de katten, alle planten en de kinderen die overigens al 10 jaar niet meer worden geboren want mensen sterven abnormaal vlug en zijn daarenboven onvruchtbaar. Er zijn 30 miljoen spinachtigen en insecten in de plaats gekomen van vogels, reptielen, zoogdieren, amfibieën en vissen, die uitsterven.
De rondtrekkende en speurende Stolp beschrijft het zo: “De stad raakt verlaten. Woningen staan leeg. Je kunt er zo intrekken. Je hoeft niks te stelen. Al jaren verhuis ik van plek naar plek, leer ik mensen kennen die er niet meer zijn. De gebouwen zijn gehuld in kleurige duisternis die de vormen van de wereld een astint geeft.”
Tijdens zijn zoektocht bezoekt hij de zieke moeder van het meisje, die lijdt aan psychotische hallucinaties. “Zonder kind ben ik leeg,” zegt ze. “Ongedierte vreet mijn gedachten.”
Wetenschappers waarschuwen dat de massale genetische degeneratie die aan de gang is, ertoe zal leiden dat er nog meer diersoorten zullen uitsterven dan al het geval is. De diersoorten verdwenen toen de “zwarte zon” verscheen. We zien een zon met een dikke, zwarte rand in de hemel.
Uit een vraaggesprek op televisie blijkt dat “de Leider” zich omringd heeft met competente vakmensen met aan het hoofd de uitzonderlijke “Doctor Maaind”.
“Mijn overgrootvader vertelde me dat er dieren werden gehouden en dat ze er iets van maakten dat ze “worst” noemden en je moest het kauwen met je tanden.”
De tijd dat men dieren hield waaruit worst werd gemaakt, voedsel waarop men moest kauwen, is lang voorbij. Doctor Maaind heeft pilletjes ontwikkeld die voedsel vervangen. De pillen hebben voedingswaarde maar ook communicatiewaarde want ze “stellen de leider in staat onze gedachten te lezen”.
Hij heeft ook stralen ontwikkeld, een “gedachtenstroom” waarmee men van op afstand met elkaar kan communiceren.
Ergens weten de mensen wel dat het verdwijnen van de kinderen te maken heeft met het burgerlijk Gezag waarvan het symbool Leider genoemd wordt. “Leider heeft mijn zoon afgepakt”, zegt een man met een strikje voor wie een zoon “been is van zijn gebeente en vlees van zijn vlees.” Zijn helpers laten in het verborgen kinderen ontvoeren en in experimenten gebruiken.
Kinderen kopen is kinderspel. Je kan (hologram?) kinderen kopen of vervangkinderen. Die hebben een garantieperiode van twee jaar, maar ze zijn beperkt houdbaar en dus moet je elke maand betalen. Als je huid verzakt, koop je een spuit waarmee je huidoppervlakte verstrakt. Je kan ook lichaamsonderdelen kopen. De rechterhand van Stolp wordt op een ogenblik gestolen door de tegenpartij. In de onderhandelingen die moeten leiden tot de uitwisseling van een stukje inlichting, wordt die ingezet tegen een zekere prijs.
Mensen doen massaal wat wij nu ook al doen, ze gaan shoppen, verdringen zich in drukke straten, eten en drinken, praten door elkaar, over alles en nog wat. De pagina vol mensen en hun praatballonnetjes, een zestigtal, is een meesterlijke verzameling van al wat mensen zeggen als ze samen zijn. Wat een contrast met de rest van de stad, waar de speurtocht van Stolp zich afspeelt!
Mensen gebruiken ook drugs. Als Stolp bij zijn hermafrodiete vriend(in) op bezoek is, snuift hij er ook eentje. “Echt sterk spul, deze viator.” Wat Wojciech Stefaniec de kans geeft nog eens zijn meesterschap te tonen met de tekening van de trip op het tiental volgende pagina’s. De lichamen beginnen uit te rekken, vervormen, groeien scheef, zijn gezicht wordt schuin. “Net… nog… mijn… nu al niemands gezicht.” Zijn hoofd ontploft in felle kleuren en wat hij tekent-schildert-schept, grenst aan het onmogelijke. Alles is in beweging, alles verandert, ook Stolp die rondgegooid wordt, geduwd, door kleuren. Uiteindelijk groeien er vleugels uit zijn rug, hij wordt vlinder. “Het lichaam verschrompelt… De droom overrompelt… Het onzichtbare wordt het ware… Ik verlang naar kleurrijke verandering, naar ontpopping... als een droom geëtst in mijn verbeelding."
Een belangrijk personage is ook Dokter Maaind. Hij is eerder corpulent, heeft een eigenaardig knotje wit haar op zijn hoofd en een gekke snor die naar beneden krult. Hij draagt meestal een donkere bril. Hij is het die aan de Leider verslag doet van hoe het gaat met het opzoekingswerk.
Een toch wel heel bijzondere nevenfiguur is de hermafrodiete toneelspeler/ster die naakt optreedt, zijn/haar penis als microfoon gebruikt en erg gedurfde en gewaagde dingen zegt/uitspraken doet terwijl zowel de Leider als Maaind in hun loge aanwezig zijn.
Ik mag natuurlijk het verloop van het verhaal niet vertellen maar toch dit: Op een bepaald ogenblik staan er vijf mannen, allemaal dubbels van Maaind, voor een bolvormig aquarium waarin het lichaam van Sava drijft, zoals een vis onder water. Het staat vast dat het meisje zwanger is, maar ze kunnen nog altijd geen levensgevend plasma verkrijgen.
Om te weten waar dit sombere science fiction – detectiveverhaal je naartoe leidt, zal je nog moeten wachten, want Stolp is nog maar het eerste boek. Wat er verder gebeurt, kan je in het volgende album, Rita, lezen.
Maar misschien lees je best Stolp een tweede keer, want het boek is zo sterk gecondenseerd, met een origineel scenario vol intense dialogen en literair krachtige zinnen, morbide humor “Alle lijken zijn doodserieus”, een unieke stijl, een fascinerende lijnvoering, ongelooflijk knappe tekeningen die als “slechts een strip” gecamoufleerd zijn, beelden met een soms origineel brute kracht, visueel openlijk gewelddadig, dat je verbaasd zal zijn hoeveel je bij een tweede keer lezen ontdekt.
Kijk eens wat Wojciech Stefaniec met de ballonnetjes vermag, dat typisch o zo gewoon onderdeel van het stripbeeld. Eerst zijn er natuurlijk de gewone spreekballonnetjes, die met spraaksliertjes verbonden zijn met de spreker. Dan zijn er spraakballonnetjes die ingekleurd zijn en te maken hebben met niet meer levende personen die toch nog wijsheden verkondigen. Zoals: “Wie Ik werd ben ik niet. Ik ben wie ik vergeten ben.”
Dan zijn er gewone, ronde ballonnetjes maar zonder spreeksliertje die boven de plek zweven waar de inhoud uitgesproken wordt maar waarvan de spreker niet zichtbaar is. Bijvoorbeeld gevangenen achter een celdeur.
Dan zijn er piekballonnetjes, geel van kleur, met scherpe stervormige punten en een beeld erin; een injectiespuit of het meisje van zo even.
Korte teksten die uitleg geven, het verder verloop van het verhaal ondersteunen of gedachten verwoorden, zitten in rechthoekige “ballonnetjes”. Bijvoorbeeld: “Ze zeggen dat we denkende wezens zijn. Hoeveel gedachten passen in ons hoofd? Er heersen geen seizoenen, bevroren in tijdloosheid.”
De rechthoekige tekstballonnetjes kunnen ook een sliertje hebben, dat de richting aanwijst van waaruit de stem weerklinkt die iets verkondigt, van een nieuwslezer, bijvoorbeeld.
Dan zijn er nog de ballonnetjes die lichaamsfuncties tonen bijvoorbeeld als Stolp hoest, toont het ballonnetje een paar longen.
Het is ook literair een sterk boek. Enkele poëtische bedenkingen:
“De gedachte is sneller dan het lichaam, helderder dan het licht, donkerder dan de schaduw.”
“De mens is klein als een kakkerlak. Pas als zwerm is-ie sterk.”

Zeker lezen als je een goede Graphic Novel lezer bent, als je tijd hebt om traag een bijzondere strip te lezen!

Victor De Raeymaeker
Wojciech Stefaniec (1980) is een kleur- en contourspecialist — de werelden die hij bouwt worden gekenmerkt door buitengewone plasticiteit.
Daniel Odija (1974) is een van de belangrijkste Poolse stripmakers.
Wojciech Stefaniec, Daniel Odija
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies