Kim Duchateau en Dirk Stallaert
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 477 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 februari 2023 De hemeltergers
De nieuwe avonturen van Nero en Compagnie. Hommagealbum ter ere van Marc Sleen.
Madame Pheip (met een sliert rookwolkjes achter zich aan), Petoetje en Petatje, lopen vol energie door de straat. Ze zijn op weg naar Nero, want Madame Pheip vindt dat het al veel te lang geleden is dat ze Nero nog “geambeteerd” hebben. Petatje merkt op dat hij wel stram zal zijn van al zo lang niks meer te beleven en de ganse dag in pyjama televisie liggen te kijken.
Inderdaad. Het laatste “echte” Nero-album, nog door Marc Sleen zelf geïnspireerd en uitgedacht en getekend door Dirk Stallaert en waarin met zilveren tranen een punt gezet werd achter 54 jaar Nero-activiteit, dateert van 2002. Buiten Nero, werden ook Madam Nero, Professor Adhemar, Meneer Pheip, Jan Spier, Clo-Clo Pheip, Petoetje, Petatje, detective Van Zwam, Tuizentfloot en nog een panoplie van personages op rust gesteld. Ook Marc Sleen zelf trouwens, die ondertussen tot “ridder” was geslagen en een levende legende was geworden, met een eigen museum. Na zijn dood in 2016 kwam een ersatz Nero nog twee keer tot leven in een “huldealbum” en nu mag hij nog eens in actie komen in dit derde hommage-avontuur, met plezier en talent uitgevonden tevoorschijn gekomen uit de verbeelding van Kim Duchateau en getekend door de getalenteerde Dirk Stallaert.
Ons land is overgenomen door wat op televisie aangekondigd wordt als een “Vreemde Mogendheid”. Dat blijken dan wezens te zijn van ergens uit de ruimte, in de gedaante van twee half zwart-witte jonge vrouwen met minirokjes, Ezra en Esra. Hun wrede onderdrukkings- en uitbuitingsmethode bestaat er in de belastingen af te schaffen. Tenminste de bestaande belastingen. Opdat iedereen gelijk zou zijn voor de wet, worden die vervangen door een resem nieuwe taksen zoals een temperatuurtaks, grondstofbelastingen, luchtbelasting, belasting op zwaartekracht, regen en zon, vruchtbare aarde, uitzicht, denken…
De openbare orde wordt gehandhaafd door corpulente, zwevende engelen met blonde krullen en een politie-uniform onder hun wit kleed. Die zullen nodig zijn vermits we “in België zelfs protesteren tegen politiekers die we wel gekozen hebben.” Als straf word je meegenomen en met vele anderen opgesloten in een ruimte, waarna je zwaartekracht wordt afgenomen. Daardoor plakken massa’s misdadigers tegen het plafond. Zoals Tuizentfloot, die zich niet kon inhouden, met zijn mini-kanon door de vleugel van een politieagent schoot en nu tussen de andere misnoegde opstandelingen tegen het plafond plakt, niettegenstaande zijn acute hoogtevrees.
Dat deze ramp zou plaatsvinden, had men al lang kunnen weten, want er loopt al een tijd “een rare, scheve kwiet” rond, een soort onheilsprofeet, ”Marciel”. Hij is een vreemd schepsel dat bijna helemaal bestaat uit lang haar, scheef loopt en zegt dat hij geen onheilsprofeet is maar een apostel. Hij loopt rond met borden waarop teksten staan die voortdurend dezelfde boodschap anders verwoorden: “HET EINDE IS NABIJ. Het einde is niet ver meer. Het einde is komende. Het einde komt eraan. Het einde zal snel arriveren”, tot ”Het einde heeft gebeld dat het wat later komt”.
Die buitenaardse wezens zijn eerder veilig voor aanvallen van een toenemend boos publiek, want ze bevinden zich in een andere dimensie waarvan de toegang niet gemakkelijk te vinden is.

Dat wil dan toch ook weer niet zeggen “onkwetsbaar” want Madame Nero is, uit frustratie van altijd maar de keuken- en huisvrouwrol te moeten spelen, in een militair élan geschoten, heeft haar legeruniform bovengehaald en “gaat met ijzeren vuist regeren”, wat in de eerste plaats wil zeggen dat madame Pheip nu onder haar supervisie een grote berg patatten zit te jassen. Wat natuurlijk niet lang gaat duren.

Madame Nero commandeert erop los, gaat in het wapendepot van het leger wapens halen, ondermeer een tank, waarmee ze op de wolk schiet waarin de buitenaardse dames hun gesofistikeerd hoofdkwartier hebben.       

Nero ligt in zijn zetel het dagblad Kommer en Kwel te lezen als Petoetje komt binnenstormen met een briefje dat Adhemar achtergelaten heeft en waarin hij schrijft dat hij voor een bijzondere opdracht naar het buitenland vertrokken is. Dat doet Nero recht schieten want hij concludeert dat zijn zoon (weer eens) ontvoerd is. Dus gaat hij Van Zwam inschakelen. Die is weldra druk bezig met rond te kruipen op de vloer van het labo van Adhemar, vergrootglas in aanslag en die meteen zijn spoor oppikt. Dat leidt hem naar een plek in het bos waar het naar aangebrande rijstpap riekt. Dan is ook hij plots weg. Verdwenen tot grote consternatie van Nero… 
Je voelt het al, een onvoorspelbaar, knotsgek avontuur van Nero is in gang geschoten…   
Ook de tekening is bijna helemaal zoals in alle vorige Nero albums. Vanzelfsprekend, want Stallaert tekende al de albums na nr. 163, onder het waakzame en bewonderende oog van Marc Sleen die ooit zei dat Dirk beter tekende dan hijzelf. In zulke mate zelfs dat hij zijn ganse Nero-erfenis aan hem wou overdragen. Maar dan, tot zijn grote ontgoocheling moest ontdekken dat Stallaert wel een ongelooflijk tekentalent had maar niet in staat was een verhaal uit te vinden, een scenario te schrijven. Met de dood in het hart moest hij zijn schepping, de Nero-wereld, ten grave dragen en verklaren dat hij niet wou dat de Nero-strip zou verdergezet worden. Zoals Hergé met Kuifje, dus en niet zoals Blake en Mortimer van Jacobs en talloze anderen.
Misschien maar best ook, want Nero is een strip zoals geen andere. Het is een dagbladstrip, een volwassenenstrip, met verwijzingen naar de actualiteit en de politiek, die vroeger ook wel gelezen werd door jongeren voor de moppen, de dwaze situaties, en de onvoorspelbare kronkelingen, maar dat ligt nu blijkbaar anders.  
Ik verwacht dat deze strip wel zal gelezen worden door mensen d’un certain âge, die Nero nog van vroeger kennen en nieuwsgierig zijn. Het verhaal is goed, het scenario zit rond, de nieuwe personages, de politie-engelen zouden best een Sleen creatie kunnen zijn. De televisieverschijnselen en de nieuwe machthebbers zijn niet echt overtuigend. Het gebruik van dialectwoorden voelt geforceerd aan. De tweederangs medespelers, zoals de mensen die staan te wachten in de oneindig lange rij, de klanten van het café Sportwereld of de slachtoffers van het niet betalen van een bepaalde belasting, vallen uit de toon. Ze hebben niet het volle Sleen of Stallaert karakter.
Maar het verhaal is inderdaad op zijn Sleens knotsgek, de taal is volks, de grappen, het soort slapstick zijn lachwekkend onnozel-dom, er zit vaart in het verhaal, het is grillig, met een spanning waarin we niet echt geloven maar graag meespelen en Nero is inderdaad een ere-dagbladverschijnsel dat we nog eens graag bezig zien. Vele ouderen onder ons zullen deze Nieuwe avonturen van Nero en Co naar Marc Sleen waarschijnlijk met plezier gelezen hebben en met een tikkeltje nostalgie, terugdenkend aan de tijd van Gerard de duivel, die ze zien terwijl hij achter hen aanzit, gewapend met een bijl bijvoorbeeld, of zijzelf als tieners, maar dan ondersteboven, zoals in dit verhaal.
Het Sleen tijdperk was mooi afgerond met dat prachtige album, de Eeuw van Marc Sleen van Kerremans en Slangen en de sluiting van het Marc Sleen museum.

Een reeks Nieuwe avonturen van Nero en Co naar Marc Sleen zou misschien een tijdje voldoende succes hebben, afhangend van de lezers.

De hemeltergers toont in elk geval aan dat Duchateau-Stallaert in staat zijn zeer genietbare Nero’s te fantaseren en te tekenen en in een interview verklaarden ze dat ze niets liever zouden doen.

Aan uitgever en verkoopcijfers om te beslissen, waarschijnlijk.

Victor De Raeymaeker
Kim Duchateau en Dirk Stallaert
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies