Kwintessens
Geschreven door Hans Van Dyck
  • 1199 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 oktober 2023 Zesde brief van Hans Van Dyck aan Johan Braeckman
Beste Johan
Mijn lectuurtip van Ed Youngs jongste boek over beestige zintuigen heb je mooi naar de achtergrond geschreven in je brief. Zo gaat dat met academische vrijheid. Ik beroep me er ook graag en zelfs gretig op. Trop is zo nu en dan ook gewoonweg te veel. Het is een kwestie van wijs laveren tussen de opties. Maar het boek maakt toch enige kans om vroeg of laat op je boekenstapel te belanden, begrijp ik. Je fietst niet om de kern van de zaak heen. Er is inderdaad zoveel boeiends te lezen, te horen, te proeven, te ontdekken. Je permitteert je een vergelijking met enig appel-en-peergehalte door je bescheiden menselijke levensduur te plaatsen tegenover die van een sequoia. Bekijk het misschien wat minder plantaardig, Johan. In de middeleeuwen zat de gemiddelde levensverwachting van de club van de Homo sapiens rond 30 jaar. In de periode van Charles Darwin rond 44 jaar. Nu staat je verwachting boven 80 jaar. Anderzijds kan mijn positieve kijk wel makkelijk onderuitgehaald worden want er zijn sinds de middeleeuwen ook weer zoveel leerzame en onderhoudende boeken bij gekomen …
En dan hebben we het nog niet eens over het herlezen van boeken. Doe jij het ook? Ik maak altijd aantekeningen in de boeken die ik lees. Niet met balpen, maar met zacht potlood. Het helpt me om naderhand passages terug te vinden. Toegegeven, het heeft jaren geduurd voor ik de schroom heb overwonnen om te kribbelen in een keurig nieuw boek. Ik ging als tiener vaak naar de bibliotheek en was er het hart van in als iemand had geschreven in een boek dat ik uitleende. Ondertussen kan ik niet meer lezen zonder potlood in de hand. Lezen is schrijven en een beetje tekenen (pijlen, kaders, uitroep- en vraagtekens, smileys). Natuurlijk doe ik het alleen in boeken die ik koop. Het maakt ze wellicht waardeloos om later aan de tweedehandsboekhandel te verkopen. Het zijn zorgen voor later. Ik ben en blijf een boekenfreak en -verzamelaar, net als jij.
Ik heb nog meer fijne jeugdherinneringen aan die frequente bezoeken aan de stadsbibliotheek van Herentals, geregeld samen met mijn broer Tom. Soms deden we psychologische experimentjes. Een van ons ging met een forse stapel boeken richting balie. De andere stelde zich strategisch op achter een naburig boekenrek om te observeren wat zou volgen. De kruier van dienst liet zich dan enkele meters voor de balie al struikelend pardoes tegen de vlakte gaan. De boeken gingen alle kanten uit. Hoe zouden de mensen reageren? Het was prettig, ondeugend, proefondervindelijk amusement van tieners op woensdagnamiddag. Op andere momenten lonkte het bos, het bloemrijke veld of de heide. Vlinders en vogels, weet je.
Voor je drukke bezigheden met de 'megalomane’ reeks van hoorcolleges over de geschiedenis van de Westerse filosofie, verwijs je naar een terechte stelregel die stipuleert dat je om iets goed uit te leggen de zaak zelf goed moet doorhebben. Het klinkt evident, maar ik weet ook dat het lang niet altijd en overal zo gaat. Ik merk het bijvoorbeeld wanneer ik aan studenten vraag waarover hun thesis gaat. Geregeld krijg ik dan als antwoord: 'Ja … euh … dat is niet zo eenvoudig uit te leggen’, gevolgd door complex aaneengeregen jargon, acroniemen en codes van genen en andere moleculen. Dan kijk ik ze beminnelijk aan, glijdt mijn hand door mijn lange grijze baard en probeer ik ze duidelijk te maken dat ze moeten oefenen om hun moeilijke werkstuk in klare taal uit te leggen aan hun oma of opa. Voor het gemak maak ik dan de aanname dat hun grootouders geen doorgewinterde biologen zijn. En voor alle duidelijkheid, waarde Johan, die grijze lange baard is metaforisch. Anders dan de imposante Plato’s en Darwins van deze wereld is mijn kin tot nader order van het gladde type, op enkele occasionele stoppels na.
Je bevestigt in je jongste brief je pessimisme over ons gedeelde verlangen voor, en nieuwsgierigheid naar, meer academische kruisbestuiving tussen natuur- en menswetenschappen. Ik blijf het betreuren. Geen nood, ik grijp de gelegenheid niet aan om je opnieuw te trakteren op een leestip, maar wil er wel eentje solliciteren. Ik stootte onlangs op het boek: Epistemology of the Human Sciences: Restoring an Evolutionary Approach to Biology, Economics, Psychology and Philosophy van Walter B. Weimer. Los van de lelijke cover sprak het me wel aan. Ken je dit schrijfsel van meer dan 400 pagina’s uit 2022 en zijn auteur? Raad je me het boek aan of heb je een tegenvoorstel? Ik hoor het graag.
Misschien kunnen we nadenken over meer bescheiden tussenstapjes in de richting van structurele integratie tussen natuur- en menswetenschappen. Als een wetenschapper met zijn of haar bagage 'vreemdgaat’ in een ander vakgebied, dan bestaat er een kans op intellectuele creativiteit. Zouden we van 'intellectuele mutaties’ kunnen spreken? Wie als onmiskenbare novice maar wel met kritische geest en gulzige bereidheid tot lezen in een ander vakgebied arriveert of passeert, kan onbevangen pertinente of zelfs originele vragen stellen. Misschien moeten we dat promoten. Voorkennis is een troef, maar ook het niet gehinderd worden door alle 'details’ en 'gebruiken’ van een vakgebied, kan zo zijn voordelen hebben. Het klinkt als een paradox maar soms leidt gedoseerde naïviteit in combinatie met oprechte nieuwsgierigheid tot nuttige stoutmoedigheid om nieuwe vragen te stellen in een ander vakgebied. 'Zo hadden we het nog niet bekeken’, kan dan een prikkelend wederwoord zijn van de ingewijden. Toegegeven, het kan ook op een betekenisloze sisser uitdraaien. Sometimes you win, sometimes you lose (sometimes it rains). Zo gaat dat trouwens ook met echte mutaties. Heb je ervaring met die paradox, Johan?
Het brengt ons inderdaad bij de kracht van een goede vraagstelling. Mijn eigen mentor hechtte veel belang aan het leren stellen van een goede, uitgewerkte vraag. Een hypothese grondig formuleren. Antwoorden zijn de ultieme bestemming, maar goede vragen ontwikkelen vormt de boeiende reis ernaartoe, met wegen en omwegen. Platgetreden paden én wilde jungles die een machete vergen. Het schept kansen op serendipiteit; vinden wat je helemaal niet zocht. Als wetenschapper word ik er wild van. In de huidige manier van onderzoeksfinanciering is daar, naar mijn aanvoelen, te weinig ruimte voor. Onderzoeksprojecten krijgen nu vaak een haast ritueel karakter met ingebeelde glazen bol. Je doet alsof je weet wat je gaat vinden en in welk vakblad je dit en dat onderdeel zal publiceren. Werkelijk? Heb je nog niet gepubliceerd rond wat je wil onderzoeken, dan scoor je sowieso laag. Het zet vaker dan nodig een rem op wilde academische ideeën en creativiteit. Misschien is ons academisch milieu aan enige ‘rewilding’ toe?
Ik wil deze brief zowaar adellijk beëindigen, beste Johan. Ken je baron Edgar Kesteloot? Hij overleed in juni op honderdjarige leeftijd. Hij had dus meer tijd dan gemiddeld om te lezen, maar ik ken hem van andere zaken. Hij was wetenschapper die al in de jaren 1950 over klimaatverandering schreef, speelde een belangrijke rol in de natuurbeweging en werd ook een televisiepersoonlijkheid in het teken van natuur en natuurbescherming. Ik herinner me een lange babbel die ik met deze aimabele man had op een symposium in Oostende, de stad van die andere overleden held, Arno le plus beau. Vanaf 1965 bracht Kesteloot natuurkennis en -passie via het kleine kastje in de huiskamer met 'Le jardin extraordinaire’ op RTBF. Hij vertelde me hoe de directeur van zijn vroegere instituut boos was toen bleek dat Kesteloot zich als jonge wetenschapper had durven 'verlagen tot praatjes die toegankelijk waren voor het gewone plebs’. Een wetenschapper onwaardig, klonk het toen streng. Nu sturen instituten en universiteiten hun wetenschappers op dure mediatraining. Het kan verkeren.
Ik wens je veel leerzame pret met die Westerse filosofen en met alle andere paden die je ondertussen nieuwsgierig en onderzoekend bewandelt. Tot genoegen, Johan.
Grote groet
Kwintessens
Hans Van Dyck is als Hoogleraar Gedragsecologie en Natuurbehoud verbonden aan het Earth & Life Institute van de UCLouvain. Zijn onderzoekt focust op de winnaars en verliezers onder de dieren in landschappen op mensenmaat, met vlinders in een centrale rol. Recent publiceerde hij er een populariserend boek over: 'Het Orakel van de Bosnimf. Van Vlinders en Mensen' (Lannoo 2021).
_Hans Van Dyck -
Meer van Hans Van Dyck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws