Kwintessens
Geschreven door Johan Swinnen
  • 113 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 februari 2026 Panorama van Aotearoa #5: Doe normaal – notities uit de New World
Johan Swinnen is onafhankelijk kunstexpert, curator en fotograaf, en een drijvende kracht achter diverse kunst- en cultuurinitiatieven binnen het Humanistisch Verbond. Tijdens een verblijf van drie maanden in Aotearoa/Nieuw-Zeeland trekt hij op roadtrip met een camper, op zoek naar hedendaagse vormen van humanisering en zingeving, in dialoog met Māori-wereldbeelden en de lokale cultuurpraktijk. Hij was er eerder in 1999, 2017 en 2022; zijn zoon woont en werkt er al meer dan tien jaar. In deze wekelijkse reeks brengt Swinnen geen reisverhaal, maar een scherpe kijk: wat een diverse samenleving zichtbaar maakt, hoe kunst en gemeenschap elkaar kneden, en welke vragen dat terugkaatst naar Vlaanderen.
Je denkt: ver weg. Je hoopt: anders. En meteen staan ze tegenover elkaar: het kamp dat vooruit wil en het kamp dat vooral anders wil zijn, zonder precies te weten waarvan. En dan sta je in Nieuw-Zeeland voor een koelvak met kiwi's uit Italië. Niet als grap, niet als performance, niet als postkoloniale knipoog, gewoon: Italië. Alsof iemand in Rome op een slechte dag heeft gezegd: stuur ze maar naar die eilandjes daar. Die noemen zich toch al kiwi. Laat ze maar kauwen op de ironie.
Het moment is banaal, maar het blijft haken. Want een land zonder zijn fruit is een vlag zonder stof. Een identiteit zonder pulp. De kiwi is hier mascotte, vogel, knuffel, soldatennaam, toeristisch logo. Maar in de supermarkt is hij migrant. Globalisering samengebald in een sticker van drie centimeter. Iedereen draagt elkaars naam, niemand bezit nog zijn eigen inhoud.
En waar ligt die Italiaanse kiwi? In New World. De naam alleen al is een voetnoot waard. New World: het warenhuis als belofte, als ideologisch etiket. De nieuwe wereld verkoopt zichzelf als beginpunt, als schone lei. En daar ligt hij dan, het nationale symbool, geïmporteerd, aangepast, netjes gerangschikt onder tl-licht. De nieuwe wereld eet haar identiteit als logistiek product. Zelfs de mascotte moet zich aanpassen. Identiteit is hier geen oorsprong, maar circulatie. 
Niemand stoort zich eraan. Men koopt, scant, loopt door. Geen verontwaardiging, geen cultuurpagina, geen debat. In Europa zou dit aanleiding zijn tot een themanummer, drie opiniestukken en een panelgesprek. Hier is het gewoon fruit. De New World denkt niet in betekenissen, maar in beschikbaarheid.
Dat gevoel keert terug bij de melk. De melkfles hier lijkt niet op een fles. Ze lijkt op een oliebus. Hoekig, ondoorzichtig, met handvat. Melk als motorolie. Alsof je haar niet drinkt, maar bijvult. Geen glas, geen nostalgie, geen boer met bretellen. Zuivel als industriële noodzaak. Functioneel. Efficiënt. Sentimentloos. Europa zou hier onmiddellijk een beschermde oorsprongsbenaming op plakken, liefst met een commissie erbij. Nieuw-Zeeland zegt: drink en rijd verder.
En rijden, dat doen ze. Het wagenpark is een les sociologie op wielen. Geen Duitse auto's met identiteitscrisis, geen Italiaanse lijnen met midlifeproblemen. Hier regeert de Toyota Hilux. Met open bak of dichte bak. Altijd een bak.
De Hilux is geen auto, het is een levenshouding. Hij zegt: ik werk, ik sleep, ik help, ik trek je uit de modder. Hij zegt niets over succes, maar alles over bruikbaarheid. Zelfs wie nooit een schaap ziet, rijdt alsof hij er elk moment één moet vervoeren.
Dan de voeten. Of beter: de schoenen die ontbreken. Blote voeten, overal. Supermarkt, straat, café. Niet demonstratief, niet tegendraads: vanzelfsprekend. Huid op asfalt, zonder tussenzool, zonder drama. En wie geen blote voeten heeft, draagt laarzen. Plastic gumboots. Afwasbaar. Onverwoestbaar. Esthetisch onverschillig. De laars als verlengstuk van het landschap. Het is hier vaak altijd ofwel niets, ofwel functioneel: huid of plastic. Daartussen: weinig behoefte. En dan dat kleine, bijna komische detail van globalisering: sommige gumboots, zoals Bekina Boots, rollen uit een Vlaams dorp als Kluisbergen; andere, de klassieke 'kiwi'-boots, voeren hun stamboom terug naar Australië, Tasmanië. Geografie als herkomstlabel, maar in de praktijk: dezelfde nuchtere logica aan de voeten.
En dan de toiletten. Dat blijft verbazen. Overal toiletten. Proper. Gratis. Open. Soms midden in de ongerepte natuur (zie foto). Geen loket, geen sleutel, geen vandalisme. Europa zou dit onmogelijk achten. Te naïef. Te kwetsbaar. Te menslievend. Hier staat een wc in een landschap als een stil vertrouwen in de mens. Men gaat ervan uit dat de ander geen klootzak is. En raad eens: meestal klopt dat.
Panorama van Aotearoa #5: Doe normaal – notities uit de New World
Net zo vanzelfsprekend is de koffie. Overal goede koffie. Niet als uitzondering, maar als standaard. Espresso's met een crema die blijft staan. Flat whites met overtuiging: strak, romig, precies. Zelfs in dorpen waar verder niets is dan wind en hout, staat iemand bonen te malen alsof het een morele plicht betreft. Europa heeft patisserieën met pretentie. Nieuw-Zeeland heeft barista's met discipline.
En nog zo'n detail dat je pas na drie dagen begint te missen als het er niet is: water. Van café tot restaurant krijg je bijna overal meteen gekoeld water op tafel. Lekker. Gratis. Zonder blik van 'aha, die wil profiteren'. Zonder dat er een hele plastic liturgie omheen moet: flesje, merknaam, designdop, 'plat of bruis?', en een prijs die je doet twijfelen of het niet stiekem om champagne gaat.
Stel je dat eens voor in Vlaanderen. Dan staat de woordvoerder van de horeca op, zo iemand die 'de sector' belichaamt. Je hoort hem al: 'Wij zijn niet tegen water, hé. Maar gratis water… dat is complex. Dat is een kostenplaatje. Dat is personeel. Glaswerk. Afwas. Energiefactuur. En bovendien: dat creëert verwachtingen.' Verwachtingen. Alsof een karaf water het begin is van maatschappelijke ontsporing. En voor je het weet is water geen drank meer, maar een dossier. Een rondetafel. Een charter. Een strijd om marges die zich vermomt als beschaving. In Nieuw-Zeeland zetten ze gewoon een karaf neer en gaan ze verder met koken.
Wat voor ons vreemd is, is hier normaal. Schoenen uit in huis. Stilte in gesprekken. Eten om half zes – dinner wanneer een Europeaan nog aan apéro denkt; het dagritme volgt het licht, niet de klok. Geen fooi. En vooral: geen 'meneer de professor'. Geen titel die eerst de kamer binnenkomt en pas daarna de mens. Je wordt hier aangesproken zoals je staat: iemand onder anderen.
Autoriteit zonder theater. Men praat met artsen zoals met buren. Met politie zoals met mensen.
En het weer. In Europa is het weer vaak smalltalk, een opwarmertje voor iets anders. Hier is het existentieel. Regen, wind en zon bepalen routes, plannen en stemmingen. Het weer is geen achtergrondmuziek, het is de dirigent. Je leert snel: je maakt geen schema, je maakt een provisoire afspraak met de wolken.
En afstand is hier een relatieve grootheid. 'Just down the road' kan gerust drie uur rijden betekenen. Ruimte herschaalt het begrip nabijheid. Europa denkt in steden en tussenstops; hier denkt men in horizon. Je rijdt en rijdt, en je merkt dat 'dichtbij' een moreel begrip is, geen metriek.
En die natuur is hier geen decor. Ze is acteur. Soms regisseur. En als je echt pech hebt: producent. Aardbevingen, stormen, modderstromen, vulkanen, tsunami, landslides. En onder dat alles ligt nog een andere laag gezag: voor Māori is een deel van die grond niet zomaar grond, maar whenua met mana – heilige plaatsen en voorouderlijk land dat in eigen handen blijft, met eigen regels van respect en toegang. Ze leven hier met het besef dat het water niet altijd lief is. Dat de aarde kan schuiven. Dat een kustlijn geen belofte is. Het staat niet als dreiging in hun ogen, maar als feit in hun agenda.
En dat besef is niet theoretisch. Het zit in het dagelijks verkeer. Wegen gaan hier gewoon dicht. Tijdelijk afgesloten. Omleiding. Wachten. Terug. We hebben het intussen meerdere keren meegemaakt: je rijdt met het idee dat een route een route is, en de natuur zegt: vandaag niet. En iedereen knikt, zonder drama. Alsof een weg ook maar een voorstel is.
Je kunt het cinematografisch noemen. Niet omdat men het dramatisch maakt, maar omdat alles hier groot is. Regisseur? Zet er ironisch een naam op: Peter Jackson. Alleen zonder hobbits. Met echte modder. Echte schade. Echte stilte na het lawaai.
Misschien is dat het verschil. Europa redeneert. Nieuw-Zeeland handelt.
Europa legt uit waarom iets belangrijk is. Nieuw-Zeeland doet het gewoon.
Een barbecue in het park, gratis en proper. Geen zes pagina's reglement. Geen preventief wantrouwen. Men vertrouwt erop dat mensen weten wat vuur is.
En daar sta je dan. Europese humanist. Opgeleid in nuance, context, voetnoten. Je kijkt naar een Italiaanse kiwi in New World, een melk-oliebus, een Toyota Hilux, een toilet in de bush, blote voeten of plastic laarzen, en een perfecte koffie op een plek zonder straatnaam.
En je beseft: vreemd is niet wat anders is. Vreemd is hoe vanzelfsprekend het hier werkt. De echte cultuurshock is niet dat dingen ontbreken. Het is dat ze niet uitgelegd worden. Geen discours. Geen pose. Geen verontschuldiging. De New World geeft je geen handleiding. Hij geeft je een landschap en zegt: doe normaal.
En dan, tegen de avond, gebeurt het onvermijdelijke: Vlaanderen komt binnen als een automatische update waar niemand om vroeg. Niet in het hoofd alleen – letterlijk: tussen twee bochten en een thermos koffie schuift het de camper in, en begint het meteen te mompelen over hoe het 'bij ons' zou zijn: beter geregeld, strenger gecontroleerd, en toch op de een of andere manier altijd nét niet werkend.
De oude wereld op wielen. De wereld van regels, etiketten, procedures. Ik zie onze drang om alles te vergunnen, te controleren, te 'afstemmen', en vervolgens te vergaderen over die afstemming. Ons wantrouwen vermomd als zorgvuldigheid.
In Vlaanderen zou die gratis barbecue een beleidsnota worden. Dat natuurtoilet een bevoegdheidsconflict. Die Hilux een fiscale discussie. En die Italiaanse kiwi in New World? Een parlementaire vraag in de Kamer met zes bijlagen. De New World verkoopt zijn symbolen. De oude wereld archiveert ze.
 
En toch verlang ik naar huis. Dat is het vreemde en tegelijk het mooie: niet omdat het daar objectief beter is, maar omdat het daar van mij is. Omdat Vlaanderen mijn taal spreekt, ook wanneer het moppert. Omdat je er de rafelranden kent, de kleine absurditeiten, maar ook de warmte daaronder: mensen die klagen en toch helpen, die zuchten en toch doorgaan.
Na 90 dagen zal ik terugkeren naar Antwerpen-Zuid, in de schaduw van het KMSKA. Natte kasseien, tramgerinkel, een grijze lucht die op je schouders hangt. Koffie die chicorei als karakter verkoopt. En een wc-deur die je met je elleboog open duwt, uit hygiëne én zelfbehoud. En ja, ik zal mopperen. Dat is mijn immaterieel erfgoed. Maar ik zal ook glimlachen. Want pas na de New World voel je hoe strak de Old World nog rond je zit.
En dan zal ik weten: het kan dus anders. Het kan zelfs vooruit. Alleen hebben wij van vooruit een dossier gemaakt – met drie stempels, twee werkgroepen en één eeuwige nota.
Kwintessens
Kunstexpert
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws