Kwintessens
Geschreven door Pieter Beck
  • 93 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

4 maart 2026 Pseudowetenschappelijke rassentheorieën: terug van nooit weggeweest
Recent berichtte The New York Times dat data van kinderen die deelnamen aan de Adolescent Brain Cognitive Development Study werden misbruikt door een groep pseudowetenschappers voor hun 'onderzoek' naar de relatie tussen ras en IQ.
Centrale figuur in die groep is de Deen Emil Kirkegaard.
De wetenschappelijke gemeenschap maakt zich meer en meer zorgen over de groeiende verspreiding en invloed van deze pseudowetenschappelijke ideeën. Vorige zomer veroorzaakte een reclamecampagne voor jeans met Sydney Sweeney een globale internetrel door de weinig subtiele verwijzing naar de 'goede genen' van de blonde actrice met blauwe ogen. De keuze voor het thema van genen is niet toevallig. Donald Trump verwees in speeches geregeld naar immigranten met 'slechte genen' en naar 'de goede genen' van (een bepaald type) Amerikanen. 
Dichter bij huis waren er de voorbije jaren verschillende voorbeelden van academici aan Vlaamse universiteiten die pseudowetenschappelijke rassentheorieën publiceerden of legitimeerden. Zo verbrak de Vrije Universiteit Brussel in 2022 de banden met onderzoeker Michael Woodley nadat bleek dat enkele van zijn publicaties geciteerd werden in het manifest van een extreemrechtse terrorist. Woodley was redacteur bij het door Kirkegaard opgerichte pseudowetenschappelijke tijdschrift OpenPsych. Hij sprak ook meermaals op de London Conference on Intelligence, waarvan de organisatie werd overgenomen door Kirkegaard. Samen met de extreemrechtse vlogger Edward Dutton schreef hij ook een boek over de achteruitgang van de intelligentie van de mensheid door zogenaamde 'dysgenetische processen'. 
'Dysgenetica' (het omgekeerde van 'eugenetica') is een problematisch concept dat verwijst naar een vermeend proces waarbij de genetische kwaliteit van de mensheid daalt omdat een 'verkeerde soort' mensen te veel kinderen maakt en een 'goede soort' mensen te weinig. De focus ligt daarbij vaak op intelligentie. Wie betrouwbare academische literatuur zoekt over het onderwerp, zal van een kale reis terugkomen. Wel zal men zien dat dezelfde auteurs steeds weer terugkeren. Want hoewel er geen overtuigend empirisch bewijs is voor het plaatsvinden van dergelijke 'dysgenics', wordt het idee in leven gehouden door een klein netwerk van elkaar citerende auteurs, waaronder de kring van Kirkegaard. De Gentse professor Bouke De Vries verdedigde onlangs eveneens deze theorie in een artikel. Wie de bibliografie raadpleegt, zal zien dat er (onder andere) verwezen wordt naar Kirkegaard en het werk van Woodley en Dutton. Evolutionair gedragswetenschapper Rebecca Sear omschreef de bibliografie van het artikel als 'a who's who of scientific racists & eugenicists'. Eind vorig jaar onthulde het platform voor onderzoeksjournalistiek Apache dat De Vries ook een presentatie had gegeven op Kirkegaards London Conference of Intelligence. Het dient wel vermeld te worden dat De Vries op de conferentie niet sprak over ras. Het onderwerp van zijn presentatie was het 'bevragen' van het idee dat mannen en vrouwen een gelijke morele status hebben. Daarbij is intelligentie een van de factoren die volgens hem impact hebben op de morele status van een individu. Ook in het hierboven vermelde artikel doet hij zelf geen uitspraken over ras. 
Vorig jaar schreef De Vries samen met zijn doctoraatsstudent Craig Willy een reactie op een artikel in De Morgen. Daarin werd De Vries zijn artikel besproken, alsook het feit dat Willy verschillende artikels heeft geschreven voor Aporia, het online magazine van Kirkegaard (waarover hieronder meer). In hun reactie stellen De Vries en Willy: 'We erkennen dat vijandigheid tegenover populatiegenetica vaak voortkomt uit legitieme zorgen over racistische toepassingen.'
Die racistische toepassingen vinden we inderdaad in het werk van Kirkegaard. Die verspreidt namelijk niet alleen pseudowetenschappelijke rassentheorieën, hij gebruikt zijn pseudowetenschap ook om zijn racistische ideeën te verdedigen, bijvoorbeeld zijn stelling dat 'Afrikanen' (sic) om genetische redenen een grotere neiging tot geweld en agressie hebben. Ik wil voor alle duidelijkheid niet stellen dat het feit dat De Vries Kirkegaard citeert impliceert dat hij het eens is met diens racistische opvattingen. Ook uit zijn aanwezigheid op Kirkegaards conferentie mogen we niet afleiden dat hij het eens is met wat andere sprekers daar zeggen. Maar de casus biedt wel een voorbeeld van hoe de pseudowetenschap van Kirkegaard toegang vindt tot de academische mainstream. Ook kan men vragen stellen bij de manier waarop het citeren van deze figuren en het bijwonen van hun bijeenkomsten helpt bij het verlenen van een schijn van legitimiteit aan hun pseudowetenschappelijke ideeën. Zoals een groep van filosofen argumenteerde (waaronder filosoof van de biologie en kenner van pseudowetenschap Massimo Pigliucci): vrijheid van filosoferen is geen vrijgeleide om pseudowetenschappelijke theorieën over ras voor te stellen als onproblematische wetenschap. 
_Kirkegaards pseudowetenschap
Hoewel Kirkegaard zichzelf presenteert als een onderzoeker, wordt zijn werk niet serieus genomen door de wetenschappelijke gemeenschap. Hij schrijft over onderwerpen als genetica, erfelijkheid en intelligentie-onderzoek, maar heeft enkel een bachelor in de taalkunde op zak. Hij is ook niet verbonden aan een reële onderzoeksinstelling (zelf verwijst hij in publicaties vaak naar het onbestaande 'Arthur Jensen Institute') Er zijn verschillende redenen waarom Kirkegaards stellingen over IQ en ras de stempel van pseudowetenschap krijgen. 
Ten eerste is er al decennialang consensus in de wetenschappelijke gemeenschap dat het concept 'ras' zoals ingevuld door Kirkegaard geen biologische realiteit heeft. Hoewel sommigen opperen dat het wel zinvol kan zijn om in biologische en genetische zin te spreken over populatiegroepen, wordt door diezelfde auteurs benadrukt dat dit weinig tot niets te maken heeft met het concept 'ras' zoals dat in de volksmond gehanteerd wordt. Het is echter in die laatste zin dat Kirkegaard en aanverwanten het concept gebruiken, wanneer ze bijvoorbeeld spreken over verschillen tussen 'witte' en 'zwarte' mensen. 
Een tweede probleem is de hardnekkigheid waarmee verdedigers van pseudowetenschappelijke rassentheorieën onmiddellijk de sprong maken van correlatie naar causaliteit. Een alledaags voorbeeld kan helpen om het probleem uit te leggen. Wie onderzoek doet naar de aanwezigheid van asbakken in woningen en het risico op longkanker zal merken dat er een sterke correlatie is tussen het bezitten van een asbak en het risico dat iemand loopt om longkanker te ontwikkelen. Wil dit dan zeggen dat de asbak de oorzaak is van de longkanker? Uiteraard niet! De relevante causale factor is hier natuurlijk het rookgedrag, wat zowel het bezitten van een asbak als het verhoogde risico op longkanker veroorzaakt. Op een gelijkaardige manier vertrekken mensen als Kirkegaard van de vaststelling dat de gemiddelde scores op IQ-tests van zwarte mensen in de Verenigde Staten lager liggen dan die van witte mensen om meteen de conclusie te trekken dat dit verschil veroorzaakt wordt door genetische verschillen tussen witte mensen en zwarte mensen. Er wordt dus van de vaststelling van een correlatie tussen huidskleur en IQ in de data meteen overgegaan tot het poneren van een causale relatie tussen die twee. Maar net zoals bij het voorbeeld van de asbakken wordt er ook hier een onderliggende causale factor genegeerd. Om het met IQ-onderzoeker Han van der Maas te zeggen: 'Er is geen enkel genetisch mechanisme bekend voor verschillen in IQ-scores tussen bevolkingsgroepen. Er zijn daarentegen meerdere zeer goed gedocumenteerde omgeving-gebaseerde causale mechanismes bekend die deze verschillen wel verklaren (slecht onderwijs, armoede, racisme).'
Een derde probleem is de manier waarop deze pseudowetenschappers hun data vergaren en de berekeningen die ze op deze data uitvoeren. Hier gaat het om meer technische details. Wie daarin geïnteresseerd is, vindt in de literatuurlijst hieronder verwijzingen naar relevante literatuur. In de sectie hieronder zal ik het nog hebben over een veelgebruikte dataset in de kringen van Kirkegaard: de 'IQ-wereldkaart' van Richard Lynn. De casus van Heiner Rindermann (auteur en redacteur bij Kirkegaards OpenPsych) biedt misschien nog het kleurrijkste voorbeeld. In 2024 werd een artikel van hem terug ingetrokken omdat hij gesprekken met taxichauffeurs en hotelreceptionisten in verschillende landen had gebruikt als 'empirische data' om uitspraken te doen over de cognitieve vermogens van de lokale bevolking. In de melding over de terugtrekking schreef het tijdschrift droogweg: 'concerns were raised about the methodology and dataset used in this research', waaronder 'the prominence of individual examples taken from the author's life'.
_Van Pioneer Fund naar Human Diversity Foundation
Enkele jaren geleden slaagde een journalist van de antiracistische organisatie Hope Not Hate erin om te infiltreren in het netwerk van Kirkegaard. Dit biedt ons een beeld achter de schermen van deze pseudowetenschappelijke organisatie. 
Die organisatie noemde zichzelf Human Diversity Foundation (hierna HDF). Deze 'stichting' is in feite een rebranding van een andere organisatie: Pioneer Fund, opgericht in 1937 in de Verenigde Staten. Een van de eerste activiteiten van Pioneer Fund zette al meteen de toon: het verspreiden van de eugenetische nazipropagandafilm Erbkrank. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef de organisatie actief en richtte zich vooral op het financieren van onderzoek naar eugenetica en de vermeende inferioriteit van niet-witte 'rassen'. 
Pioneer Fund zat ook achter de oprichting van het pseudowetenschappelijke tijdschrift Mankind Quarterly. Een van de bekendste leden en voortrekkers van Pioneer Fund was Richard Lynn. Lynn was zeer expliciet over zijn racistische opvattingen. In de jaren '70 riep hij op tot het 'uitfaseren van populaties van incompetente culturen'. Ook pleitte hij ervoor om de VS op te splitsen in raciaal homogene staten om 'de witte beschaving' te redden. Lynn staat bekend voor zijn 'IQ-wereldkaart', die zogezegd een overzicht zou geven van het gemiddelde IQ van verschillende landen. Deze kaart wordt niet serieus genomen door de experts. Ondertussen kwam ook aan het licht dat Lynn – om het eufemistisch te stellen – nogal 'creatief' omging met zijn data om zijn ideeën over ras en IQ te kunnen bevestigen.
In 2022 vervelt de Pioneer Fund tot HDF. Kirkegaard had nauwe banden met Richard Lynn en was ook betrokken bij Mankind Quarterly. Dat tijdschrift zou nu in handen zijn van HDF. Kirkegaard richtte ook een eigen tijdschrift op, het reeds vermelde OpenPsych. Een journalist omschreef het tijdschrift treffend als een ‘pseudoscience factory-farm'. Via Lynn zou Kirkegaard ook de overgebleven fondsen van Pioneer Fund gekregen hebben, die nu worden gebruikt om de activiteiten van HDF te bekostigen. 
_De werking van Human Diversity Foundation
In een online meeting met de undercoverjournalist van Hope not Hate legt Kirkegaard de  werking van HDF uit. De organisatie bestaat uit een onderzoeksluik en een medialuik. Tijdens wekelijkse meetings worden 'onderzoeksprojecten' verdeeld en plannen gemaakt om papers binnen te krijgen bij gerespecteerde tijdschriften. Wanneer dat niet lukt (wat meestal het geval is) worden ze gepubliceerd in OpenPsych of Mankind Quarterly. 
Door op deze gecoördineerde manier tewerk te gaan, probeert HDF een schijn van wetenschappelijkheid te creëren rond haar ideeën. OpenPsych en Mankind Quarterly zien er op het eerste zicht namelijk uit als andere wetenschappelijke tijdschriften. Door telkens weer naar elkaars werk te verwijzen, krikken leden van het netwerk bovendien op kunstmatige wijze het aantal citaties van hun artikels op. Voor een buitenstaander lijkt het dan alsof een artikel zeer vaak geciteerd werd door 'wetenschappers', terwijl het in feite gaat om een beperkte circulatie in pseudowetenschappelijke kringen. 
Een andere manier waarop deze pseudowetenschappers legitieme wetenschap nabootsen is door het organiseren van eigen conferenties. De bekendste daarvan is de reeds genoemde London Conference on Intelligence, waarvan de organisatie initieel gebeurde door de kring rond Lynn en die nu eveneens overgenomen werd door Kirkegaard. 
_Het bredere publiek: Aporia
HDF steekt ook veel energie in pogingen om haar pseudowetenschappelijke theorieën verder te verspreiden naar een breder publiek. Hiervoor maakt ze gebruik van haar medialuik, waaronder het YouTube-kanaal van de hierboven vermelde Edward Dutton en het online magazine Aporia, nu beheerd door Bo Winegard en Noah Carl. Winegard werd in 2020 gedwongen een artikel terug te trekken (onder andere) omdat hij gebruik had gemaakt van de IQ-dataset van Richard Lynn. Noah Carl op zijn beurt verloor zijn aanstelling aan Cambridge University wegens zware methodologische fouten terug te vinden in de artikels die hij schreef voor Kirkegaards OpenPsych.
In een meeting met de undercoverjournalist werd de strategie achter Aporia uit de doeken gedaan. Deze bestaat erin om de schijn te creëren van een open debat waarin alles bespreekbaar is. Het uiteindelijke doel is echter om op deze manier meer extreme ideeën te normaliseren. Zo biedt het magazine een platform aan wit-supremacist Jared Taylor voor een artikel over 'race realism'.  Redacteur Bo Winegard heeft verschillende bijdragen over 'white identity'. In één ervan gebruikt hij volgende filmquote die zijn strategie weergeeft in de 'fight against anti-white identity': 'They pull a knife, you pull a gun. They send one of yours to the hospital, you send one of his to the morgue.' 
Een andere manier waarop Aporia haar geloofwaardigheid probeert te vergroten, is door het interviewen van bekende academici. Zo werd Steven Pinker vorig jaar zwaar bekritiseerd voor zijn beslissing om in te gaan op de uitnodiging van Aporia. Pinker antwoordde achteraf dat hij op de uitnodiging was ingegaan om te reageren op kritiek op zijn werk die op Aporia was verschenen. Hij benadrukte eveneens dat hij het belangrijk vindt om in debat te gaan met mensen met wie hij het oneens is.   
_Conclusie
In tegenstelling tot oudere verdedigers van pseudowetenschappelijke rassentheorieën maakt HDF actief gebruik van de mogelijkheden van online media. Hoewel de wetenschappelijke gemeenschap nog steeds unaniem is in haar oordeel over de pseudowetenschap van Kirkegaard en aanverwanten, vinden hun ideeën steeds meer hun weg tot een breder publiek en zelfs tot de academische mainstream. Dit maakt het des te belangrijker om in te zetten op het informeren van datzelfde publiek over het pseudowetenschappelijke karakter van de activiteiten van Kirkegaard en zijn groep, en over de strategieën die ze hanteren om hun ideeën een schijn van geloofwaardigheid te geven. In de Angelsaksische pers wordt dit reeds gedaan. Ik begon dit stuk met een verwijzing naar een recent artikel in The New York Times. Ook The Guardian bericht geregeld over deze netwerken, bijvoorbeeld over de London Conference on Intelligence en het undercoverwerk van Hope Not Hate. Tijd voor de Nederlandstalige media en de Vlaamse humanistische en skeptische verengingen om een inhaalbeweging te maken. 
_Literatuurlijst
Ik verwijs de lezer graag  naar het werk van genetici Alexander (Sasha) Gusev en Adam Rutherford en psycholoog Erik Turkheimer (zie hieronder) die op onvermoeibare wijze kritiek blijven leveren op nieuwe beweringen uit de hoek van de race science. In het Nederlandse taalgebied kan ik de blogpost op deze site van UGent-professor Lieven Pauwels aanraden, alsook een korte tekst van de Nederlandse IQ-specialist Han van der Maas. Die laatste werd geïnspireerd door zijn passage in de videopodcast Verboden Terrein, een initiatie van de Leerstoel Etienne Vermeersch. Hieronder ook een verwijzing naar een kort opiniestuk van geneticus Adam Rutherford, geschreven naar aanleiding van de onthullingen van The Guardian. Rutherfords boek How to Argue With a Racist: What Our Genes Do (and Don't) Say About Human Difference is ook sterk aan te raden. Het artikel van Jonathan M. Kaplan biedt een iets academischer, maar zeer degelijk beargumenteerde bespreking van de rol van contextuele factoren bij het verklaren van verschillen in gemiddelde IQ-scores bij verschillende populaties.
Kwintessens
Pieter Beck is postdoctoraal onderzoeker bij het Centre for Logic and Philosophy of Science – Sarton Centre for History of Science and Humanities, UGent.
_Pieter Beck -
Meer van Pieter Beck

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws