Kwintessens
Geschreven door Yves T'Sjoen
  • 279 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

18 november 2021 Laat literatuur niet louter aan letterkundigen
Op 12 november jongstleden tekende Anastasia de Vries (Universiteit van die Wes-Kaapland) in het Zuid-Afrikaanse 'Vrye Weekblad' in het artikel 'Stil broers, daar gaan 'n mens verby' het volgende op, hiermee refererend aan de Gentse openingstoespraak van Antjie Krog als writer-in-residence (4 oktober 2021): 'Letterkunde verwond jou, […] dit maak jou oop vir 'n lewensveranderende ervaring om iemand anders of iets anders te word, om op iets ander as die eie, klein wêreld te reflekteer, om te groei tot 'n voller menswees. Dit is die letterkunde wat ons toelaat "om langs die laste van dié wêreld te luister, want al dié laste las verrassend genoeg aaneen"'.
De dichter, essayist, vertaler en hoogleraar Antjie Krog, verbonden aan de Universiteit van die Wes-Kaapland, sprak in de door De Vries vermelde inaugurele rede over het maatschappelijk en intellectueel belang van literatuur. Tijdens de Boekenweek onlangs, op diverse plaatsen in Vlaanderen, kon inderdaad niet voldoende de nadruk worden gelegd op de betekenis van literatuur en het belang van lezen. Zeker op een moment dat een nijpend lerarentekort bestaat, onder andere voor het schoolvak Nederlands, en de geestes- en menswetenschappen onder druk staan en nooit eerder zo weinig financiële armslag hadden. Aan onze universiteiten zijn almaar minder inschrijvingen voor taal- en letterkundige studierichtingen. Voor taalopleidingen zoals Duits en Frans, maar bijvoorbeeld ook Nederlands, is dit academisch jaar een laagterecord gebroken.
Antjie Krog, recent ook in het radioprogramma Culture Club op Radio 1 (29 oktober), bepleit een module letterkunde aan alle hogeronderwijsinstellingen, in alle faculteiten van de universiteiten. Ik parafraseer haar formulering. Wanneer een CEO met zijn business miljoenen euro's binnenrijft, is het volstrekt onbegrijpelijk dat die man of vrouw zich nooit in een ander mens heeft verplaatst of de fascinatie van de verwondering heeft ervaren. Wanneer de regeringsleider van een machtig land in de gelegenheid is op de rode knop te drukken en een atoomoorlog te ontketenen, is het stuitend dat hij of zij nooit een gedicht heeft gelezen, geen benul heeft van het andere perspectief, niet de kracht van de schoonheid heeft ervaren.
Studenten ingenieurswetenschappen, bio-ingenieur, economie of geneeskunde, klimaatwetenschap of welke studierichting ook, zijn gebaat bij een (weliswaar beperkt) vak waarin wordt gevraagd 'drie gedichten en een roman' te lezen, aldus Antjie Krog. Literatuur biedt de kans zich in tijd en ruimte te verplaatsen, vanuit andere perspectieven werelden te aanschouwen, visies op werkelijkheid in de weegschaal te leggen. Romans en poëzie, kunst in het algemeen, stellen de lezer, toeschouwer of toehoorder, in staat om de particuliere kijk op mens en wereld ter discussie te stellen en te confronteren met afwijkende zienswijzen. De kracht van het lezen in het bijzonder bestaat erin, naast de esthetische ervaring, vragen te stellen bij het eigen referentiekader en de retorische kracht van taal onder ogen te zien. Hoe wij ons van taal bedienen en een wereld voor onszelf en de ander kunnen scheppen en vormgeven: is dat nu net niet een van de effecten van literatuur en kunst in het algemeen? Om finaal tot de bevinding te komen dat de wereld die we voor onszelf creëren niet de enige is, maar deel van een complex dat we gemakshalve werkelijkheid noemen.
Nu het boek centraal staat, recent LEES! Het boekenfestival (Antwerp Expo, 1-7 november 2021) en in de maand november de VRT Boekenmaand met het motto 'LangZullenWeLezen', kan niet genoeg de klemtoon worden gelegd op de wondere wereld van taal en literatuur. Met Antjie Krog, internationaal bekend schrijver, ben ik het eens dat letterkunde zich op een kruispunt bevindt van velerlei perspectieven, ongeacht of het nu over esthetische, politiek-ideologische, economische, culturele of filosofische benaderingen gaat. Wat zij bepleit, zou de evidentie zelf moeten zijn waarvan universiteitsbesturen, onderwijsinstellingen allerlei, al lang overtuigd zijn. Doorgaans stelt men dat literatuur en kunst van bijzondere betekenis zijn, maar hiernaar beleidsmatig handelen, is een ander paar mouwen.
Deze doordringende betogen raken in een neoliberale kenniseconomie, in een wereld waarin het rendementdenken de leidraad is, al gauw ondergesneeuwd en worden als maatschappelijk weinig relevant weggezet, zelfs als niet pertinent, laat staan nuttig. Wat is overigens nuttig? Het hangt er maar van af wat als maatschappelijk nuttig wordt verondersteld.
De redenering is in realiteit andersom. Wie later in een bedrijf, in een onderzoeksgroep (zoals bij de alfa's, bèta's en gamma's), op school of op een andere plek professioneel actief is, is gebaat bij literatuur en kunst, bij cultuur in de brede zin van dat woord. Literatuur als nuttige nutteloosheid, als dusdanig onontbeerlijk, als ademtocht in een verstikkend competitief tijdsgewricht. Wie in de opleiding, ongeacht de studierichting, gevraagd wordt ten minste drie gedichten en een roman te lezen, heeft kunnen kennismaken met hoe literatuur onze kijk op de wereld mee bepaalt, misschien wel wat het modieuze begrip multiperspectivisme precies inhoudt. Het klink moraliserend, zo zij het: van lezen en kijken word je een rijker mens en alleen al die kennismaking met literatuur en kunst, hoe beperkt ook, verruimt de blik en maakt van een opleiding een bijzondere ervaring. Onlangs was er een debat over UNIVERSITAS, een transdisciplinair educatief project dat dit en komend academiejaar vorm krijgt aan de Universiteit Gent. Daarin is geopperd dat je door romans te lezen niet per se een beter arts of ingenieur wordt, dat er trouwens niets is tegen specialismen (want je wil toch als patiënt de beste arts en de Tour de France win je niet als tennisser, aldus Ronald Soetaert), maar dat een brede belangstelling (ook voor andere wetenschapsdisciplines) in het leertraject voor meer algemene vorming zorgt. Een universiteit zou daarmee aangeven dat ze studenten wil opleiden als experts, maar ook met een algemeen-culturele bagage.
Naast specialismen is er ook zoiets als culturele en kritische competentie, wat we doorgaans met een verouderde term humaniora noemen, of in het modieuze Anglo-Amerikaanse discours Humanities. Wel ja, met Antjie Krog ben ik het eens dat we onze studenten dat perspectief moeten aanreiken, dat we in opleidingen universiteitsbreed zelfs een module letterkunde kunnen implementeren. Op maat van de studierichting: literaire teksten hebben de kracht om indringende vragen te stellen, inzichten te thematiseren, perspectieven pregnant te formuleren. Wat in een academisch vertoog misschien niet of zijdelings aan bod komt, wordt in de literatuur soms pertinenter uitgedrukt. Dat geldt voor geneeskundige, natuurkundige en biologische, economische of bijvoorbeeld juridische thema's en discussies. Ik bepleit dit, niet omdat ikzelf of de Gentse writer-in-residence literatuur zo belangrijk acht, maar omdat je de ervaring van het lezen van drie gedichten en een roman, de ervaring van de dislocatie en het belang van taal en retorica, niet één student mág onthouden.
Omdat die student later misschien wel CEO wordt, klimaatwetenschapper, leerkracht of onderzoeker. Ongeacht de vakdiscipline kunnen literaire boeken een verschil maken. Hogeronderwijsinstellingen bewijzen er hun studenten een ongelooflijke dienst mee.
Kwintessens
Yves T'Sjoen (°1966) is hoogleraar moderne Nederlandse literatuur (Universiteit Gent) en voorzitter van het Arkcomité van het Vrije Woord.
_Yves T'Sjoen -
Meer van Yves T'Sjoen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws