Raymond Carver
Benny Madalijns
fictie
  • 567 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

29 oktober 2023 Een kleine weldaad. Alle verhalen.
Het korte verhaal: in Amerika is het een ambacht, in ons taalgebied eerder een bijkomstigheid. De voornaamste kracht van de korte verhalen van Raymond Carver (1938-1988) is het fragmentarische karakter ervan, zonder dat ze ergens gemakzuchtig, storend of onaf overkomen.
De draagwijdte en de magie van Carvers vertelsels lees je dikwijls al in zijn openingszinnen. Ze blijven op een prettige manier plakken en verbinden een welbepaald gevoel van een herkenning met een onbestemd idee van vervreemding. Een gewaarwording die je als lezer denkbaar zelf moeilijk onder woorden had kunnen brengen.
Drie voorbeelden die mij alvast overtuigden van zijn grote talent:

Er kwam een man zonder handen aan de deur om me een foto van mijn huis te verkopen.

We hadden ons eten op en ik zat sinds een uur aan de keukentafel, met het licht uit, en keek.

Dit heeft niets met mij te maken.
In deze blikvangers komt het vakmanschap van Carver mijns inziens duidelijk en overtuigend naar voren: heel subtiel geeft hij zijn lezers stante pede de vrijheid om zelf mee af te tasten waar het op een bepaald moment allemaal zoal om draait in iemands leven: één van de moeilijkste en belangrijkste opgaven voor een auteur. Niet?
Carvers first cut Is simply the deepest, right? Neem nu de onweerstaanbare eerste zinnen van het verhaal ‘Zoveel water zo dicht bij huis’ op bladzijde 300:
Mijn man zit met smaak te eten, maar zo te zien is hij moe, gespannen. Hij kauwt langzaam, met zijn armen op tafel, en staart naar iets aan de andere kant van de kamer. Hij kijkt mij aan en kijkt weer weg, veegt zijn mond af aan het servet. Hij haalt zijn schouders op, eet verder. Er is iets tussen ons gekomen, al zou hij graag geloven van niet. ‘Wat kijk je naar me?’ vraagt hij. ‘Is er iets?’ zegt hij, en hij legt zijn vork neer. ‘Keek ik?’ zeg ik, en ik schud schaapachtig mijn hoofd. De telefoon gaat. ‘Niet opnemen,’ zegt hij.
Zijn dit zomaar observaties? Of staan ze wezenlijk voor de huidige levenshouding van de hoofdpersonen? En gaat er na deze zinnen werkelijk iets betekenisvols veranderen in hun leven? Carvers toon is dan wel zakelijk, enigszins registrerend, weinig groots, maar toch zijn zijn zinnen veel meer dan simpele, weliswaar keurig geschreven registraties van dagelijkse taferelen. Alle handelingen, feitelijk beschreven ruimtes en gesprekken, hoe eenvoudig ook, geven het geheel een onmiskenbare spanning. Carver kwam zelf uit een niet echt stabiel gezin, trouwde vroeg en werd nog voor zijn twintigste twee keer vader. Net als zijn vader was ook hij een zware drinker en kettingroker. Hij stierf aan longkanker, amper 50 jaar oud.
Carvers verhalen zijn minimalistisch, maar nooit té kaal, nooit té kort. Hij weet psychologisch inzicht, een strakke stijl en perfect gedoseerde achtergrondinformatie te mixen tot een markant en indringend geheel. Juist door het soms aanwezige gebrek aan context of verleden beklijven zijn verhalen zeldzaam goed. En ook als een verhaal is afgelopen, blijft het vaak onduidelijk of de personages zich op een kantelmoment in hun leven bevinden, of kregen we misschien alleen een fragment te zien van hun traag voortkabbelende bestaan? Zo eindigt het prachtige ‘Alles kleefde aan hem’, dat zich vrijwel volledig afspeelt in een huiskamer met kerst en het dus louter moet hebben van de interieurbeschrijving en de gesprekken tussen de twee aanwezigen, als volgt:
‘Hij zegt: Trek je schoenen aan, dan gaan we. Maar hij blijft bij het raam staan terugdenken. Ze hadden tegen elkaar aan gestaan en gelachen tot de tranen gekomen waren, terwijl al het andere – de kou, en waar hij in de kou heen zou gaan – buiten was, voorlopig in elk geval.’ (pagina 338)
Ik lees dit kort, eerder vluchtig en ‘dramatisch alledaags’ fragment uit een heel lang leven, dat Carver zo krachtig op papier zet, met alle plezier als een uitnodiging om de filmbeelden over het verdere verloop van zo’n leven verder uit te rollen in je hoofd. De vraag blijft immers: zouden ze blijven mijmeren over hoe het vroeger was? Blijven ze lekker warm binnen of trotseren ze alsnog de vrieskou buiten?
Carvers bedrieglijk eenvoudige beschrijving van de veelal uitgebluste levens van mannen en vrouwen die elkaar niet veel te vertellen hebben sleept je mee in een universum waar nauwelijks iets hardop uitgesproken of expliciet benoemd wordt. Gelukkig maar, want in dat fragmentarische en suggestieve schuilt nu eenmaal de grootste kracht van deze 72 gebundelde verhalen die de meester schreef in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.
Ik ben Uitgeverij Van Oorschot dan ook bijzonder dankbaar voor dit schitterend uitgegeven en door Sjaak Commandeur fraai vertaald boek mét leeslint van een van de meest herkenbare stemmen uit de twintigste-eeuwse Amerikaanse literatuur, en geef het bijgevolg graag 5 kloeke sterren mee.

Benny Madalijns
Raymond Carver
Benny Madalijns
fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies