Arnon Grunberg
Nest Van Ginderen
Non-fictie
  • 1010 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

2 november 2023 De vluchteling, de grenswacht en de rijke jood
Iedereen leeft precies in zijn eigen tijd, zijn eigen eindtijd. Enfin zo lijkt het. We leven allemaal een leven ‘to the fullest’. In onze veel te grote huizen, met een hof die minstens driedubbel zo groot moet zijn, en met altijd een auto in het stopcontact. We hijgen nog voor we kunnen spreken en onze bankkaart vliegt sneller in het rond dan ooit. En ondertussen zien we niet, kijken we niet, en luisteren we niet. Naar die verre stemmen. Oneindig dichtbij, maar de echo is verstomd alvorens onze trommelvliezen zouden kunnen trillen. De mazen van het net glippen sneller dan het geluid. De vluchteling, want daarover hebben we het, is het slachtoffer van het verdwijnen, het verdwijnen tussen twee tegen elkaar aan schurende platen.
Aan de ene kant ons Avondlandtafereel, dat ik daar zojuist schetste, en aan de andere kant de arme wereld, die we het liefst zo ver mogelijk willen houden. Want u wist het nog niet, beste Avondlander, blijkbaar stinkt armoede. Enfin, ik rook nog nooit iets, maar ja. En daartussen gedijt hij, enfin is hij, maar mag het niet. Het liefst willen we de asielzoeker, de vluchteling, in zijn eigen continent in een kamp opvangen, om hem daar ‘beter’ te maken. Dit artikel verschijnt na de aanval in Gaza, dus u weet nu al wat daarmee moet gebeuren. Bommen bombarderen hard en zonder genade. De asielzoeker is niet meer.
Ik kan het misschien wel in één gulp beschrijven, maar een boek dat het beter beschrijft is de nieuwste van Arnon Grunberg. Een man die ons al menig boek in de maag splitste, maar dan op een manier zoals het moet, met rede. Hij beschrijft al onze zelfkanten. Al de dingen die we zouden moeten zijn. Hij is onze bril. Ook nu weer. In zijn nieuwste De vluchteling, de grenswacht en de rijke jood, gaat hij “de vluchteling” achterna. “Zolang er mensen waren, was er migratie, en waar migratie ophoudt en de vlucht begint is een grijze zone. De mens is net als het paard een vluchtdier, ik heb het eerder gezegd, al meent hij in de spiegel dikwijls een held te zien. Daarmee is niet gesteld dat we allemaal vluchtelingen zijn, hooguit dat we het kunnen worden, misschien makkelijker dan menigéén denkt.” En dat beseffen we misschien minder dan we denken, en drijven we voortdurend voor ons uit. 150 jaar geleden: mislukte patattenoogsten, de fabriek bestond amper, Arm Vlaanderen was nog geen boek uit ver vervlogen tijden. Wij werden gelukszoekers. Amerika, Frankrijk, Wallonië… Wij hadden ook onze exodus.
Er is een stevige paradox die de wereld al sinds pakweg 2000 in een surrealistische ban houdt. Onze grenzen zijn open voor handel, voor personen, voor auto’s. Je kan een pakje van Finland naar Spanje sturen zonder douanerechten te betalen. “Niets aan te geven” is iets voor Zwitsers geworden. Maar de mensen die binnen mogen, die kiezen we meer dan ooit zelf. Dat je niet iedereen binnen kan laten, das stimmt. Er zijn inderdaad akelige gewelddadige nevenwerkingen van de migratie, die we zagen in pakweg Zaventem, Parijs en Nice. Maar deze terroristen verkorven het ook voor de mensen die simpelweg wat meer geluk in hun leven willen. Ze worden geboren in armoede, leven in nog grotere armoede en ze sterven, zelfs geen naam die voortleeft. En dan zijn we stomverbaasd dat die mensen geluk komen zoeken. En dat is het, gewoon ordinair geluk. Eten, geld, kledij… Elementaire deeltjes. Geen ruimtefysica voor gevorderden.
De nagel gaat diep in het hout als Grunberg stelt: “Misschien is de oorlog in Oekraïne daarom zo’n schok voor het Westen: de noodtoestand en de misère weigeren netjes in Azië of Afrika te blijven.” Ik zou daar zelf aan willen toevoegen, zonder mij ooit te willen opdringen: “Onmacht is onze samenleving, alleen onmacht als het de grenzen van het “fatsoen Europa” binnenkomt.” We zijn alleen nog verontwaardigd over dingen die in onze contreien gebeuren. En nu gaat u mij nooit horen zeggen dat Oekraïne niet belangrijk is, want anders zou ik het boek van Grunberg niet eens aanraken. Want hij schildert een nieuw Guernica, met zijn prachtige penseelstreken uit de voormalige Russische invloedssfeer. Hij laat zijn medereizigster Katherine het volgende zeggen: “Er is in de geschiedenis dan Hitler en Stalin. Aan het eind van de negentiende eeuw had je in Odessa Joden, Katholieken, Orthodoxen… alles leefde hier door elkaar. Je had hier zeventig synagogen, voor de Tweede Wereldoorlog was nog altijd één derde van de bevolking Joods. Maar in 1905, na de eerste mislukte Russische Revolutie, na de opstand op het slagschip Potjomkin hier voor de kust, die bloedig werd neergeslagen, vond er een grote pogrom plaats in Odessa. Daarna werd alles anders. Het nationalisme kwam hier opzetten, het Zionisme, het Russisch nationalisme, het Oekraïens nationalisme.”
Sterker kun je het niet gezegd krijgen. We zijn blind voor het buitenland. We hebben allemaal terug zo’n hoge hagen laten groeien rond onze eerst zo sappig groene weiden. De sappige weide is er nog wel. Maar door de hagen zien we niet meer hoe het land van de boer naast ons verdort. Misère zijn quotes in de krant. Een journalist die zijn leven riskeert en zijn afgrijzen in uw huiskamer mikt tussen Familie en de Slimste Mens. De ene crisis is er en we zijn de andere al vergeten. De maatschappij maakt alles zo flitsend, dat de misère van een aan honger stervende familie een vage onderbelichte foto is en zal blijven. We verstaan niets meer. Hoe komt het dat asielzoekers in ons Avondland het geluk komen zoeken? Het is meer dan “mensen die er niet uitzien als wij die een kunstmatig getrokken lijn overschrijden”. Iedereen is op zoek naar elementair geluk, ik zeg het nogmaals. Maar in de plaats van het geïmporteerde ongeluk, zouden we het beter hebben over het exporteren van geluk. Het kan toch niet zijn dat een maatschappij met zoveel kennis, welvaart en technologie niet wat van zijn zaad kan planten in de verre buitenlandse “Wastelands”. Als iedereen genoeg zou hebben, zouden we van het teveel aan alles af zijn. “Bomen die teveel verplant worden, gedijen niet meer.” En zo kan de plantkunde onze kennis over migratie weer bijspijkeren. Geluk is hier trouwens niet het kunstmatige geluk dat we hier weleens verwarren met schijn, maar echt geluk zoals het zou moeten zijn: voldoende, vrede, veiligheid.
Grunberg doet wat moet in De vluchteling, de grenswacht en de rijke jood. De spiegel wordt voorgehouden, maar je slaat hem niet in gruzelementen. Je kijkt gedurig wat er mis is, aan jouw gezicht in relatie tot het gezicht van de wereld. Hij doolt rond in het Oekraïne van nu, schetst ondertussen een haarfijn beeld van de migratiediensten in Nederland (maar recensies zijn kort), en probeert kortom gewoon wat menselijkheid te plaatsen in al die ontmenselijkte ellende. U zal misschien geen andere mens worden door het lezen van het boek, maar u weet weer wat “mens zijn” betekent.

Nest Van Ginderen
Arnon Grunberg
Nest Van Ginderen
Non-fictie
recensent
_Nest Van Ginderen recensent
Meer van Nest Van Ginderen

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies