Corine Nijenhuis
Ignace Claessens
fictie
  • 19 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

12 maart 2026 De strijd om het IJ - Het meeslepende verhaal van een ambitieuze koning en zijn rivaliserende ingenieurs
Corine Nijenhuis heeft een aantal historische romans geschreven waarin het water centraal staat. In Nederland is er nu eenmaal geen gebrek aan water. Zij woont overigens ook op het water. In ‘Een vrouw van staal’ uit 2015 brengt zij het verhaal van de door haar aangekochte Zeeuwse klipper, die haar woning geworden is. In ‘Waddenwolf’ uit 2020 beschrijft zij de mislukte poging tot inpoldering van de Waddenzee. In 2023 werd haar boek ‘Een nieuwe tijd’, waarin zij nagaat hoe het Zeeland verging na de ramp van 1953, bekroond met de Zeeuwse Boekenprijs.
Begin 19e eeuw was de haven van Amsterdam de belangrijkste haven van Nederland. Ook de werven van de Admiraliteit waren er gevestigd. Het ging echter niet goed met Amsterdam en met haar haven. Door de verzanding van het IJ en de ondiepte van de Zuiderzee werd de toegang tot de haven problematisch. Ook de steeds groter wordende schepen vormden een probleem. De levensader van de stad werd dichtgeknepen.
Daarbij kwam nog de economische crisis. Het Koninkrijk Holland werd in 1810 door Napoleon tot een Franse provincie herleid. Door de Continentale Blokkade viel de handel met Engeland grotendeels stil en Amsterdam werd ondergedompeld in diepe armoede. De stad lag er haveloos en verloederd bij.
Aan het hoofd van de Waterstaat, een onderdeel van het toenmalige Ministerie van Publieke Werken belast met het beheer van de rijkswegen, bruggen en waterwegen, stonden twee Inspecteurs-Generaal, die in onmin leefden. Jan Blanken was eigenwijs en verdroeg geen kritiek. Hij zag zijn oplossing om de toegankelijkheid van de Amsterdamse haven te herstellen als de enig mogelijke en overtuigde Koning Willem I, koning der beide Nederlanden sinds 1815, dat de aanleg van een nieuw kanaal tussen Den Helder en Amsterdam, dwars door Noord-Holland, de beste oplossing was. Dit kanaal werd eind 1824 plechtig geopend.
Zijn collega en tegenpool, Adrianus François Goudriaan, was voorstander van een korter kanaal tussen Kampen en Amsterdam. Ook met het graven van dit kanaal werd een aanvang gemaakt maar in 1828 werden de werken gestaakt omdat de gewenste diepte niet kon gerealiseerd worden.
Op termijn bood ook het Noordhollandsch Kanaal van Blanken geen bevrediging. De haven van Amsterdam is nu te bereiken via de haven van IJmuiden en het Noordzeekanaal. Het is een raadsel waarom deze ontsluiting, nochtans door de Koning gesuggereerd, toen niet kon verwezenlijkt worden. De auteur gaat er niet op in. Eerst in 1867 werd Amsterdam langs deze weg rechtstreeks met de Noordzee verbonden.
De groeiende vijandschap tussen Blanken en Goudriaan en de spanningen tussen Willem I en de Stad Amsterdam stonden toen een duurzame oplossing in de weg. Er werd veel tijd verloren en de schaarse financiële middelen werden onoordeelkundig aangewend. Twee waterkundigen aan het hoofd van de Waterstaat met gelijke rang en bevoegdheid was geen gelukkig initiatief. Er was nu eenmaal één baas nodig die de beslissing nam en de eindverantwoordelijkheid droeg.
De auteur geeft blijk van een grondige kennis van de problematiek. Zij bewijst dat, wanneer een verschillende kijk op verschillende mogelijkheden versterkt wordt door persoonlijke ambities en vijandschap, er een grote kans bestaat dat een project faliekant afloopt. Dit is ook gebleken bij het zoeken naar een oplossing voor de toegankelijkheid van de Amsterdamse haven.
Zij doorspekt haar verhaal met veel technische gegevens die echter vaak onvoldoende belicht worden. Van een doorsneelezer mag niet verwacht worden dat hij vertrouwd is met termen zoals scheepskameel, poolgeld, braadspillen, kaapstanders en waaiersluisdeuren. Wat juist de structuur van de Waterstaat was en haar exacte opdracht wordt evenmin geduid. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de lezer het zelf moet opzoeken. Voor een Nederlandse lezer is dit misschien bekend terrein, voor de Vlaamse lezer doorgaans niet.
Het verhaal mist ook een rechte, duidelijke lijn zodat het soms wat chaotisch overkomt. 

Van de lezer wordt wel verwacht dat hij of zij geïnteresseerd is in de geschiedenis van Noord-Holland, van de haven van Amsterdam en van waterbouwkunde in de 19e eeuw.

Wie wil weten waar de spreuk “voor Pampus liggen” vandaan komt moet wel het boek lezen.

Ignace Claessens
Corine Nijenhuis
Ignace Claessens
fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies