8 april 2026
Een woord voor
Zullen we er al maar meteen Wittgenstein bijhalen? Want daarover gaat Een woord voor van Eva Meijer. Zowat elke pagina van haar roman dolt met dat bedrieglijk evidente aforisme: “De grenzen van mijn taal betekenen de grenzen van mijn wereld.” (Tractatus Logico-Philosophicus (1921), stelling 5.6) Taalfilosofie op ‘zijn’ best… (Of is op ‘haar’ best grammaticaal correcter?)
Het punt is: welke woorden we ook gebruiken om de wereld te beschrijven, het gaat daarbij om een door en door politiek spel. Macht. (p.47) Zodat romanfiguur Agnes al van meet af moeiteloos gelijk krijgt: met elk woord dat je kwijtraakt, verlies je een stuk contact met een gezamenlijke wereld. En als die begint te rafelen en er losse eindjes ontstaan, kan hij ons op een bepaald moment niet meer dragen. (p.63) Verlies van taal is verlies van eigenheid. Én verlies van verbondenheid. Woorden zorgen voor verbinding…
Afasie
In Een woord voor gaat Meijer na wat er gebeurt wanneer een samenleving langzaam haar taal verliest. In haar dystopische roman verdwijnen woorden één na één uit de Nederlandse taal. Onze taal. Eerst valt het amper op. ‘Achteloos’ verdwijnt het eerst. Ongemerkt. Stiekem. Heimelijk. Nog andere woorden verdwijnen… Gaan ze hun eigen weg? Is het een complot? Of moedwillig terrorisme… (p.98)
Wanneer ook basale woorden zoals die van kleuren verdwijnen, - toch wel onze empirische en semantische band met de wereld - dreigt het gevaar van een grauwe, kleurloze wereld. Niemand weet echter waarom de woorden verdwijnen. Noch wat erachter zit. Of wie? Een verwarrend patroon. Zomaar…
Gaandeweg verdwijnen meer en meer woorden. Er ontstaat sociale onrust. De overheid reageert pragmatisch en ordonneert om over te schakelen op het Engels. Al was het maar tijdelijk. Dat zou alvast beter en nuttiger zijn voor de economie. Maar ook voor de wereldpolitiek. En de diplomatie… Trouwens, vindt diezelfde politiek, het Engels is intussen toch al de heersende taal van de wetenschap. En van het internet. En in de sociale media... Het is ook een vertrouwde taal voor de jeugd. Dus dat treft!
Een kleine groep denkers, dichters en taalminnaren denkt daar echter anders over en weigert zich bij dat despotisme neer te leggen. Zij beseffen dat de verdwenen woorden iets uitdrukken dat onvervangbaar is: iets essentieels om de wereld en elkaar te begrijpen. Zij gaan in het verweer. Ook al weet eigenlijk niemand hoe woorden gered kunnen worden…
Monddood
Een woord voor van Eva Meijer gaat over taal en macht. Over een wereld waarin woorden verdwijnen. En daarmee ook begrip, subtiliteit en verbinding. Zij schrijft over hoe afhankelijk mensen zijn van taal en wat er op het spel staat wanneer taal - hún taal - verschraalt. Over hoe taal bepaalt wat en hoe we denken en zijn. Over hoe we communiceren en praten met elkaar. Over wie gehoord wordt en wie niet. Over wie het voor het zeggen heeft. En wie niet. Wanneer woorden verdwijnen, verdwijnt ook het vermogen om ideeën en - ja, toch! - emoties uit te drukken. Want woorden zijn dragers van gevoelens…
Dat taal een machtsmiddel is dat retoriek en demagogie gebruikt, dan wel misbruikt, mag duidelijk zijn. 1984 en Big Brother revisited! Denk maar aan de koloniserende en autocratische politiek van het verbieden van een taal. Voorbeelden genoeg die tonen dat taalonderdrukking deel uitmaakt van een systeem van politieke controle en culturele assimilatie: het monddood maken van tegenstand… Zo werden Afrikaanse talen verdrukt door koloniale en apartheidssystemen die Europese talen bevoordeelden in bestuur, onderwijs en economie. En reeds in de 19e eeuw in Rusland beperkten tsaristische decreten publicaties en onderwijs in het Oekraïens. Een Russificatiepolitiek die verder ging in de Sovjetperiode. Minderheidsgroepen in o.m. Oekraïne en de Baltische staten werden verplicht om Russisch te gebruiken in bestuur en onderwijs. In de 19e en 20e eeuw werden inheemse kinderen in de Native American Schools in de VS en Canada fysiek gestraft voor het spreken in hun moedertaal. En in het Spanje van Franco waren het Catalaans, Baskisch en Galicisch verboden in openbare instellingen en onderwijs…
Voorbeelden van taaldiscriminatie genoeg, dus. En er zijn er nog meer in Een woord voor. Eva Meijer neuzelt immers niet louter over het verdwijnen van woordjes en taligheid. Het gaat haar over het verlies van individualiteit en culturele eigenheid. En het ondergaan van macht…
Daarover maakt zij zich zorgen. Over de impact van het Engels in allerlei media en vooral op het internet. Reeds decennialang aan de gang via dingetjes zoals Dynasty en Dallas, de Muppets, Sesamstraat, sitcoms, movies, ... (p.165) Taalimperialisme van de bovenste plank. Mediastrategieën en sluikse indoctrinatie bedoeld om te overheersen en te ondergaan. Want wiens woord men spreekt, diens denken men volgt… (p.139)
Mij bestaat niet meer
Je kan Een woord voor een onwaarschijnlijke dystopie noemen, maar toch leven we in die realiteit. In dit geval: het Nederlands wordt overspoeld door het Engels. En wat betekent dat dan… Taalpuristen mogen verontrust zijn over het gebruik van ‘leenwoordjes’ en daarom nostalgisch ijveren voor ‘taalzuiverheid’ - in al zijn enge of extreme varianten -, maar waar het Meijer eigenlijk om gaat is de machtsstrijd om taal. En de politieke betekenis van kaduke taalvaardigheid voor de mondigheid van de burger. Maar is zich verzetten tegen taalimperialisme dan wel de goede boodschap…
Taal leeft. Woorden komen. En woorden gaan… Of krijgen een andere betekenis. Zomaar. Soms worden ze simpelweg nutteloos en geraken ze vergeten. Bestaat er zoiets als een woordenkerkhof? Woorddementie? Afasie.
Ook in Een woord voor verdwijnen er woorden. Spoorloos. Mensen worden sprakeloos. Er komen gaten in hun denken, spreken en schrijven. Zegt Agnes: “Ik weet niet hoe je om gaten heen moet praten.” (p.129) Er komen vindingrijke omschrijvingen in de plaats. Pop ups. Leenwoorden. Nieuwvormingen. Pseudo-synoniemen. Het woord ‘woord’ zelf wordt vertimmerd tot ‘lettercluster’. Letterclusters van kleuren verdwijnen. Zodat je niets nog in geuren en kleuren kan vertellen. Een verschraling van je wereld. Want kleurloos…
Maar toch is er verrijking. Zoals wanneer Meyer naast de traditionele geslachten een derde gender toevoegt: hij/zij/hen. Dat is wel even wennen bij de verdere lectuur en vooral bij de lovetalk van Kim en Uma. En zelf ben je dan benieuwd over hoe Franstaligen dat zouden onthalen? Want alles wat kan benoemd worden past in de Franse metafysica netjes in twee geslachten: mannelijk dan wel vrouwelijk. Seksisme van die taal? Tja. Gemakkelijk? Misschien…
En wat moet je dan met een zin als: “Wij, zij. Mik loopt naar de slaapkamer en gaat op hun rug op het bed liggen. Zou het iets goeds zijn? Zouden Uma en Agnes het verkeerd zien? Het nieuwe is iets goeds, die dacht hen althans.” (p.167) Of wat vind je van: “Denk je dat mij gek aan het worden is?” (p.142) Terwijl je dacht dat er ‘Denk je dat ik gek aan het worden ben’ hoorde te staan? Denkt mij dan… Ook al volgen nog meer doordenkertjes: zoals de ruil tussen ‘dat’ en ‘die’… (p.126) En hoe zat het ook alweer met de verwarring tussen ‘dan’ en ‘als’? Zoals in: ‘Alles gaat beter als / dan je denkt.’ Schrappen wat niet bij je past!
Dus zeker. De filosofische vertwijfeling van Wittgenstein blijft: “Die Grenzen meiner Sprache bedeuten die Grenzen meiner Welt.” Verkeerd begrepen en retorisch uitgespeeld op vele manieren, maar net als de listige stelling van Sapir & Whorf - de structuur en de woordenschat van jouw taal bepaalt hoe je denkt en naar de wereld kijkt - pittig genoeg om mee te nemen tijdens de lectuur van Een woord voor. Want de taal die je spreekt zegt veel over wat voor mens je bent. Mens? En laat nu ook nog dat woord verdwijnen: “Precies op dat moment gaat het woord mens verloren.” (p.102) Menswaardigheid? Weg!
Vervreemdend
Een woord voor gaat dus over nogal wat. Met op elke pagina wel een weetje, een taalkundige doordenker of een filosofische knipoog. Op het eerste gezicht ietwat futiel gebeuzel, maar voor wie er oog voor heeft toch om van te snoepen. En telkens weer een aansporing tot bewuster en gevoeliger omgaan met taal. En niet enkel voor taalkundigen…
Zo zijn in Een woord voor zowel de witpagina’s als de Engelstalige afsluiter geen toevallige vormkeuze. Ze horen bij het thema van het boek en laten de lezer voelen wat er gebeurt wanneer taal verdwijnt. Want, ja, wat maakt het immers uit dat nutteloze woordjes (letterclusters) zouden verdwijnen. Want overbodig en amper gebruikt! Weg ermee? Taal dient opgeschoond te worden! Taalhygiëne - wat dat verder ook moge betekenen - is vereist. Woorden met een akelig kantje: weg ermee? Taboewoorden: uitklaren!
Maar wat als ideologisch beladen woorden - democratie, vrijheid, rechtvaardigheid of (pakweg) pijn - zouden verdwijnen of verboden worden? Zodat Meijer ons graag herinnert aan de différend van Jean-François Lyotard. Wat betekent het wanneer men geen toegang meer krijgt tot het lopende discours? Want “… als je niet behoort tot een groep met voldoende macht kun je praten wat je wil maar tellen je letterclusters niet mee. […] De rechtvaardigheid is verloren gegaan, Vrouwe Justitia moet voortaan in andere languages aan de slag, alsof het oordelen nog niet ingewikkeld genoeg was.” (p.227-228)
Witte woorden
Zodat er in Een woord voor ook meer en meer witgedeelten komen. Ze onderbreken dan wel het lezen, maar confronteren ons met de letterlijke leegte van de verdwenen woorden: een gat waar betekenis hoort te zijn. Zoals de invulstencils op school die onze woordenschat moesten verrijken… Je leest niet louter over het verdwijnen van taal, maar ervaart het ook daadwerkelijk tijdens het lezen. Het laat voelen wat de personages meemaken.
Zo eindigt Part III volledig in het Engels en krijgt het een symbolische rol. Uiteindelijk neemt het Engels het over. Heeft het gewonnen? In het verhaal zelf was er reeds de politieke idee om pragmatisch over te schakelen op het Engels. Een reddende oplossing voor verdwijnende woorden. Jammer echter voor wie het Engels niet machtig is. Want wie haakt af? Ook hier een frustrerende leeservaring dus: je leest niet langer in je eigen taal. Er ontstaat afstand. Nuances voelen anders. Maar vooral: blijft de betekenis dezelfde als de taal verandert? Het laat je voelen dat taal niet neutraal is, maar vormgeeft aan een unieke manier van denken en ervaren. Een vangnet voor uiteenlopende manieren van denken en beleven…
Ludwig
Een woord voor mag gerust een dystopisch gedachtenexperiment genoemd worden: filosofisch, literair, verhalend, poëtisch. Het is die mix en gelaagdheid die aanzetten tot kritische reflectie over wat-er-nu-weer-gebeurt.
Poëtisch? Ook. Zo dient de relatie tussen Uma en Mik dan wel als emotioneel anker in het verhaal, maar wanneer hun taal begint te verschralen en gevoelens moeilijk kunnen uitgedrukt worden ontstaan er misverstanden. Zonder geschikte woorden wordt hun relatie kwetsbaar. Dan helpt ook poëzie niet. Er vallen stiltes. Met kwetsbare momenten over nabijheid en afstand. Onbegrip. Kun je de ander nog intiem bereiken als je de juiste woorden verliest?
Een woord voor toont de mogelijkheden en beperkingen van onze woorden. En waar hun bereik ophoudt. Het falen van ons zeggen en spreken… “Gedachten die uitglijden, zich vastgrijpen, loslaten, gaan.” (p.284) Taal kan immers mislukken. Maar lukt gelukkig ook erg vaak.
Ludwig zal opgelucht ademhalen…
Karel Van Dinter