Martin Harlaar (red.)
Fons Mariën
Non-fictie
  • 23 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 april 2026 Wee hun die het kwade goed noemen
De ondertitel van dit boek luidt ‘Hoe de Gaza-oorlog ons verdeelde’ en dat maakt al veel meer duidelijk. Dit boek met essays van meerdere auteurs is samengesteld door Martin Harlaar en handelt over het groeiende antisemitisme sinds de Hamas-terreur van 7 oktober 2023 en de daaropvolgende oorlog van Israël in de Gaza-strook.
Martin Harlaar is ons bekend omdat hijzelf geregeld bijdragen levert aan deze website, zowel blogberichten als boekbesprekingen. Dit jongste boek van hem als redacteur en samensteller past in zijn reeks Grote vragen, waarvan we al zijn boek over woke en over genderissues bespraken. In zijn proloog van dit boek  zet hij uiteen wat daartoe de aanleiding was en hoe de samenstelling verliep. Harlaar is Nederlander en het verwondert dan ook niet dat de meeste bijdragen van Nederlanders komen. Toch zijn er enkele essays van Vlamingen opgenomen. Hij streefde er immers naar zoveel mogelijk verschillende stemmen over het toegenomen antisemitisme in onze landen aan bod te laten komen.
De titel van dit boek heeft een bijbelse oorsprong. Het is een verwijzing naar het vers in Jesaja 5:20, een waarschuwing om de moraal niet om te draaien, in naam van het goede het slechte te doen. In zijn bijdrage verwijst filosoof Guido Vanheeswijck naar de uitleg van Martin Harlaar in zijn artikel ‘Overpeinzingen van een zwevende, linkse kiezer’: als linkse jongen was Harlaar tegen de apartheid in Zuid-Afrika. Maar evenzeer had hij bezwaren tegen de methode van ‘necklacing’ die zwarte anti-apartheidsstrijders toepasten op mensen die zij verdachten van collaboratie met het regime. Harlaar schrijft dat hij daar fysiek onpasselijk van werd en dat diezelfde onpasselijkheid hem overviel bij de inval door Hamas op 7 oktober 2023.
De meeste bijdragen onderstrepen het groeiende antisemitisme in onze landen. Het antisemitisme wordt ook onderzocht en geanalyseerd: waar het vandaan komt, welke gezichten het aanneemt, wat het met Joodse burgers emotioneel doet, wat het verschil is met antizionisme. Idealiter maken mensen een duidelijk onderscheid tussen kritiek op Israël, kritiek op het beleid van de Israëlische regering, tussen antizionisme en antisemitisme. Maar na de aanval van Hamas en de reactie van Israël werd vanuit de protestbeweging tegen de Gaza-oorlog meer en meer een amalgaam gemaakt van deze kritieken. 
De Hamas-terreur van 7 oktober werd door sommigen zelfs verheerlijkt en gezien als legitiem verzet. Getuige hiervan de bijdrage van de Joodse student in Leiden Sid Wagenfield. Hij schrijft onder meer: “Op 9 oktober had ik weer college. Tot mijn grote verbazing en schrik stond er een grote groep mensen, zeker zo’n vijfentwintig, midden in mijn lesgebouw te dansen en te juichen. Ze zwaaiden met Palestijnse vlaggen en droegen truien met slogans als ‘FREE PALESTINE’ en ‘From the river to the sea, Palestine will be free’. Het was pijnlijk duidelijk dat dit geen neutraal protest was, maar een viering van de bloedige moordpartij die Hamas twee dagen eerder had aangericht. Ik voelde woede, maar vooral ook angst.” Dus nog voor de reactie van Israël goed op gang kwam werd dit zogenaamde verzet in bepaalde kringen al toegejuicht, lang voor er sprake kon zijn van een disproportionele reactie of een vermeende genocide. Hier is duidelijk dat een kwaad (moorden, verkrachtingen, ontvoeringen) als goed (legitiem verzet) wordt voorgesteld door activisten. Telkens weer stellen deze activisten Israël voor als baarlijke duivel. 
Sommige bijdragen in dit boek focussen op de situatie op de universiteitscampussen waar protesterende activisten de dienst uitmaakten en het universiteitsbestuur onder druk zetten om alle banden met Israëlische universiteiten te doorbreken. Dat die Israëlische universiteiten in eigen land een kritische houding hadden tegenover het beleid, was voor deze activisten van geen tel. Een andere bijdrage focust op de rol van de media sinds de aanval van 7 oktober. Er wordt vastgesteld dat de NOS en de mainstreammedia vooral het standpunt van de Palestijnen vertolkten. Zo werden cijfers van slachtoffers vermeld die door het Ministerie van Gezondheidszorg (door Hamas gecontroleerd) doorgegeven werden. Niet altijd werd erbij vermeld dat het om door Hamas gecontroleerde cijfers ging. De berichtgeving van de NOS en de kwaliteitskranten (NRC en Volkskrant in Nederland) was vooral anti-Israël. Joden werden door deze stemmingmakerij in de samenleving (vooral universiteiten en media) belaagd. Steeds vaker voelden ze dat ze zich moesten distantiëren van Israël en zijn beleid.
In de jaren na de Hamas-aanval hebben zich twee belangrijke incidenten voorgedaan in Nederland, met name de rellen na de voetbalwedstrijd tussen Ajax en Maccabi Tel Aviv en bij de inauguratie van het Holocaustmuseum in Amsterdam. Het betreft de rellen van begin november 2024 na de voetbalwedstrijd waarbij Israëlische supporters werden belaagd, mishandeld en met vuurwerk bekogeld door pro-Palestijnse betogers. Dit alles speelde zich af in het centrum van Amsterdam. Het luidruchtige protest door Pro-Palestijnse betogers bij de opening van het Holocaustmuseum in maart 2024 in Amsterdam was vooral gericht tegen de aanwezigheid van de Israëlische president Herzog. Beide incidenten worden door Joodse bijdragers vermeld en zijn typerend voor de anti-Joodse sfeer die Joden in Nederland erg aanvoelen.
In een interessante bijdrage focust Keyvan Shahbazi op het anti-semitisme in de islamwereld. Hij is zelf van origine een Iraniër, gevlucht naar Nederland na gevangenschap en foltering. Hij kent de islam dus van binnenuit en weet uit eigen ervaring hoe groot de Jodenhaat is in de islam. De meeste bijdragen in dit boek zijn heel goed leesbaar. Het gaat soms om opiniestukken die eerder in de pers verschenen of teksten van toespraken. Twee bijdragen vragen meer van de lezer: de tekst van filosoof Guido Vanheeswijck over slachtofferschap en het zeer academisch geformuleerde essay van historica Amanda Kluveld en politicoloog Eliyahu Sapir (beiden verbonden aan de universiteit Maastricht) over anti-Israëlisch antisemitisme op universiteiten.
In zijn geheel is dit boek goed leesbaar en heel nuttig. Het is van belang de stem van de Joden in dit hele verhaal te kennen: hoe ze alles ervaren, hoe ze dat in verband brengen met eerder anti-semitische stemmingmakerij of zelfs achtervolging. Daarom is interessant om dit boek te lezen.

Fons Mariën
Martin Harlaar (red.)
Fons Mariën
Non-fictie
Fons Mariën is auteur van 'Ik ben geen witte man. Over racisme en woke-activisme', uitgave in de reeks Kwintessens-cahiers.
_Fons Mariën Auteur
Meer van Fons Mariën

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies