Stijn Vercruysse
Stefaan Reel
Non-fictie
  • 15 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

11 juni 2026 De eeuw van Afrika
Met "De eeuw van Afrika" heeft Stijn Vercruysse (VRT) een boek in 11 hoofdstukken afgeleverd over Afrika, de huidige toestand en hoe de toekomst er zou kunnen uitzien. Hij steunt hiervoor vooral op zijn bijzonder intensief journalistiek werk in het continent. Het boek is in het algemeen hoopvol dat het continent zijn volgens oppervlakte en inwonertal logische plek in de wereld eindelijk zal kunnen innemen.
Dat het in Afrika her en der beter loopt dan vroeger is op zich niet verbazingwekkend. Het continent krabbelt eindelijk overeind van 40-50 jaar postkoloniale chaos, niet geheel van eigen makelij trouwens. Het worstelt wel nog steeds met een tegenstroom van ongunstige geopolitiek. Het is zeer de vraag of die verbetering de snelheid, de kracht en de consistentie heeft om de voorthollende bevolkingsaanwas bij te benen. Of de "gouden bergen" van ondergrondse rijkdom ooit boven komen en hoe dat dan gebeurt, valt af te wachten. Afrika gelijkt hierin verbazingwekkend goed op Groenland: veel theoretische minerale potentie en droomdenken maar de werkelijkheid is iets hardnekkiger. Als het allemaal zo geweldig is, waarom gebeurt het dan nu al niet? Zoals de eerste lijn van het recept voor tijgerpaté zegt: vang de tijger!
Grondstoffenweelde en de daaraan verbonden rente ("onverdiend" inkomen) is bovendien politiek vaak erg zwaar om dragen. Ook "Dutch disease" loert meteen om het hoekje. (Genoemd naar wat in Nederland gebeurde na de ontwikkeling van grote gasvoorraden. Daardoor stegen zowel de waarde van de gulden, de inflatie als de lonen zodat heel wat andere economische sectoren concurrentieverlies leden en afzetproblemen kregen in het buitenland.)
Er zijn maar weinig landen die een bonus van plotse minerale rijkdom blijvend weten te combineren met goed bestuur. Botswana, het lichtend voorbeeld, is daarin geslaagd en heeft zijn grote diamantbonus goed beheerd, maar met een kleine en naar Afrikaanse normen vrij homogene bevolking. Dat helpt ook. Op een heel ander niveau heeft bijvoorbeeld Noorwegen dat kunstje ook geflikt met zijn olie- en gasrijkdom door een goed deel van de winsten te "steriliseren" in een Staatsfonds dat bij wet verplicht is exclusief in het buitenland te investeren. Hoe het in bijvoorbeeld Congo zou gaan in geval van plotse hoge minerale inkomsten kunnen we dag in dag uit op onze schermen zien.
De auteur vat uiteraard ook het onderwerp migratie aan. In hoofdstuk 6 bouwt hij systematisch stevige "cordons sanitaires" rond het rechts geleuter over migratie uit Afrika. Hij doet dat, zoals doorheen het hele boek, met compassie voor de vele slachtoffers, doden zowel als overlevenden. Hij maakt met name duidelijk dat Afrika niet het onpeilbaar reservoir aan menselijke ellende is dat op barsten staat en zich klaar maakt om ons te omvolken. Om te beginnen is de financiële kost van spontane arbeidsmigratie torenhoog, zo hoog dat slechts een minuscule fractie van de Afrikaanse bevolking zich dat kan veroorloven en dan doorgaans enkel door achterblijvers en/of de migrant zelf met grote schulden op te zadelen. De onmenselijke ellende tijdens en na de overtocht en het hoog risico de overkant geeneens te halen, kennen de vertrekkers ondertussen maar al te goed. Arbeidsmigratie die slechts de prijs kost van een goedkoop ticket, wat zakgeld en een tijdje miserie aan de overkant, zoals de Europese migratie naar de USA in de 19e eeuw, is echt niet in zicht. Voor "grootschalige" migratie uit Afrika is het dus wachten op een Afrika dat zich echt aan de grote armoede zal ontworsteld hebben, en dat duurt nog wel even. Wie weet of we tegen dan hen niet echt zelf zullen willen binnenhalen?
Blijft ook nog altijd de kwetsbaarheid van de politieke systemen door inefficiëntie tot corruptie. Dat is wat mij betreft zonder meer de kwalijkste en duurzaamste erfenis van de "kolonie": een economie, infrastructuur, administratie en politieke werking die geheel ontworpen was voor het bedienen van een minuscule minderheid, de blanken. Snuggere lokale onverlaten hebben zich daar post-onafhankelijkheid met dank en brutaliteit in veel landen meester van gemaakt en dat werkt nog altijd door, daarbij vaak nog steeds gesteund/gestuurd door buitenlandse machten. Het is raar dat de auteur "goed bestuur" slechts helemaal aan het eind in hoofdstuk 11 aansnijdt. Goed bestuur is nochtans de fundering waarop alles rust: economische groei, sociale rechtvaardigheid, respect voor mensenrechten, bescherming van milieu en klimaat. Wij moeten ons toch meer en meer zelf afvragen of ons model van liberale democratie zo goed is als we menen het in de etalage te mogen zetten en of het überhaupt zonder meer gepast is voor de Afrikaanse situatie. Laat Afrika haar eigen weg vinden naar een vorm van democratie. Misschien leren we er zelf nog iets van.
En ja: ik hoop van ganser harte dat Vercruysse gelijk heeft en dat Afrika dé groeipool van de 21e eeuw wordt, maar mijn 25 jaren (vrij intensieve, al zeg ik het zelf) ervaring in 20+ Afrikaanse landen nopen toch tot voorzichtigheid over de werkelijke toekomstperspectieven voor de grote meerderheid van de nog steeds te snel groeiende bevolking. Als er voor iets de "grote tanker keren" metafoor opgaat dan wel voor demografie. Er is bovendien het groeiend besef dat Afrika getroffen zal worden door klimaatveranderingen. En gezien de fragile toestand zal dat in Afrika wellicht meer schade veroorzaken dan in elke andere regio. Dat besef zet zich vooralsnog niet in krachtige daden om. 
Als er één echt lichtpunt is dan is het de explosieve groei van de steden. Daar gebeurt het in deze fase namelijk: ontwikkelen is in de steden, overleven is voor het platteland. In steden zijn de economische perspectieven, al of niet "legaal", veel gunstiger met dank aan de bevolkingsconcentraties, de diversiteit van de activiteiten en daarmee gepaard gaande technische efficiënties en hoge omloopsnelheid van het geld. De objectief penibele leefomstandigheden in die megasteden worden er bijgenomen. In steden neemt de fertiliteit spectaculair af en daar zijn aanzienlijk meer (en doorgaans betere) diensten beschikbaar: onderwijs, gezondheidszorg, elektriciteit, mobiliteit. De stad zelf kan een motor zijn voor de plattelandsontwikkeling door de vraag naar landbouwproducten. 
De auteur heeft trouwens overschot van gelijk dat op landbouwproductie in Afrika nauwelijks een limiet te plakken valt als de juiste maatregelen genomen worden. Maar in de steden gist ook de onvrede, het verzet en zijn de aantallen aanwezig om daarnaar te handelen. Vandaar dat de machthebbers nog steeds schrik hebben van hun steden en ze te vriend houden, met name door de voedsel- en energieprijzen op één of andere manier, maar altijd onoordeelkundig, te drukken. Precies wat de eigen landbouwproductie en dus de plattelandsontwikkeling afremt.
Laat die verstedelijking en haar "chaos" nu net één element zijn waarmee de auteur doorheen het boek het toch een beetje moeilijk heeft. Of spreekt hier enkel een grotere affiniteit met het platteland en zijn vaker en zwaarder door oorlogen en rampen getroffen inwoners? Had ik subjectief trouwens ook wel, maar als "specialist" plattelandsontwikkeling was het tegelijk ook mijn job. Al was er in die grote projecten altijd een belangrijke component die (jonge) mensen bedoelde voor te bereiden op hun, onvermijdelijke, oversteek naar de steden.
 
Stefaan Reel

Stijn Vercruysse
Stefaan Reel
Non-fictie
In het echte leven is hij economist (met rust) en was hij onder andere 25 jaar zelfstandig consultant voor diverse agentschappen van de UNO op het gebied van plattelandsontwikkeling.
_Stefaan Reel -
Meer van Stefaan Reel

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies