Joseph Roth
Ignace Claessens
fictie
  • 11 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

4 mei 2026 JOB - Roman van een gewone man
Joseph Roth werd geboren in 1894 in Galicië, een uithoek van het Oostenrijks-Hongaarse Keizerrijk, thans een deel van Oekraïne. Na Wereldoorlog I werkte hij als journalist voor de Frankfurter Zeitung in Berlijn. Door zijn Joodse afkomst werden zijn boeken in 1933 verbrand.
Roth achtte het raadzaam uit te wijken en leidde daarop een zwervend bestaan dat zich afspeelde in cafés en hotels in West-Europa. Finaal eindigde hij in Parijs waar hij in 1939 overleed wat hem vervolging gedurende de Tweede Wereldoorlog bespaarde. Naast zijn talrijke journalistieke bijdragen liet hij een uitgebreid literair oeuvre na, waarvan de bekendste werken Radetzkymars uit 1932 en Hotel Savoy uit 1924 nog steeds druk gelezen worden.
Mendel Singer woonde op het einde van de 19e eeuw samen met zijn vrouw Debora en zijn vier kinderen in een sjtetl in een uithoek van Rusland niet ver van de Oostenrijks-Hongaarse grens. Als bijbelleraar kon hij zijn gezin amper onderhouden. Bij het begin van de roman telde het gezin drie kinderen: twee zonen, Jonas en Sjemanga, en één dochter, Mirjam. Al vlug werd nog een derde zoon geboren, Menoechim. Het kind was zwaar gehandicapt, leed aan epilepsie, kon op tienjarige leeftijd amper strompelen, zelfs niet spreken. Tegen de zin van Mendel ging Debora met het kind naar een wonderrabbi. Genezing bleef uit. De rabbi voorspelde dat Menoechim mettertijd gezond zou worden mits zijn moeder voor hem bleef zorgen.
Als Jonas en Sjemanga de volwassen leeftijd bereikten, werden zij opgeroepen om hun legerdienst te vervullen in het leger van de tsaar. Jonas zag dit wel zitten. Dan kon hij zuipen en vrouwen neuken. Sjemanga deserteerde en week uit naar Amerika. Mirjam was een echte draaikont en ging elke avond rampetampen in het koren met kozakken uit de plaatselijke kazerne.
Het ging Sjemanga voor de wind in Amerika. Hij zette zijn ouders aan tot emigratie. Zijn ouders gingen op het aanbod in. Zij hoopten Mirjam zo van erger te redden, alsof er in Amerika geen mannen waren. Menoechim moesten zij noodgedwongen bij de buren achterlaten tegen het advies van de rabbi in.
Sjemanga, die ondertussen Sam heette, deed goede zaken. Mirjam ging voor hem werken en begon een relatie met zijn beste vriend Mac. Zijn ouders pasten zich aan maar Debora had wroeging. Zij miste Menoechim.
Eind juli 1914 bereikte hen het nieuws dat Menoechim genezen was en tot Amerika zou toegelaten worden. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 zette een pad in de korf. Toen Amerika ook in de oorlog betrokken werd meldde Sam zich als vrijwilliger.
Zij bleven zonder nieuws van Jonas tot het Rode Kruis hem als vermist opgaf. Wanneer hen het nieuws bereikte dat Sam gesneuveld was stortte Debora in en overleed dezelfde dag. Een week later werd Mirjam opgenomen in een psychiatrische instelling voor een ongeneeslijke geestesziekte.
Zoveel onheil kon Mendel niet verwerken. Welke zonden had hij begaan dat God hem zo hard strafte? Hij verloor zijn geloof en stond op het punt zijn gebedsriemen, gebedsmantel en gebedenboeken te verbranden. Hij wilde daarmee God verbranden. Vrienden konden hem daarvan weerhouden maar Mendel zal zijn geloofsattributen niet meer aanraken.
De succesrijke Russische componist en orkestleider Aleksej Kossak gaf rond Pasen van het daaropvolgende jaar een reeks concerten in New-York. Hij was ook op zoek naar Mendel. Vrienden nodigden hem uit voor een Paasviering waarop Mendel eveneens aanschoof. Toen bleek dat deze musicus in feite zijn zieke zoon Menoechim was barstte Mendel in tranen uit. Menoechim was door een Russische dokter opgevangen en compleet genezen. Een wonder was geschied. Zijn gebrekkige zoon was een prachtige man geworden. Hij voorspelde de genezing van zijn zuster. Jonas bleek ook niet gesneuveld maar streed in het Witte Leger tegen de Bolsjewieken. Mendel neemt zijn godsdienstige attributen weer op.
Zoals de Bijbelse figuur Job werd Mendel op de proef gesteld. Job was een vroom en rijk man die alles verloor: kinderen, bezittingen, gezondheid. Ondanks zijn lijden en twijfel bleef hij God trouw. Hij zal zijn gezin en welvaart terugkrijgen.
De relatie tussen geloof en tegenspoed staat centraal. Hoe kan God verantwoorden dat rechtvaardige mensen lijden? Hoe kan een rechtvaardige God verantwoorden dat onschuldige kinderen nog elke dag op gruwelijke wijze vermoord worden? Het blijft een onbeantwoorde vraag die op heden actueler is dan ooit.
Roth hanteert een prachtige, zuivere en heldere taal. Hij slaagt erin met enkele woorden Mendel te typeren:

“God had zijn lendenen vruchtbaarheid, zijn hart berusting en zijn handen armoede geschonken.”
         en verder:
“Zijn slaap was droomloos. Zijn geweten was zuiver. Zijn ziel was kuis. Hij hoefde niets te betreuren, er was niets wat hij had willen hebben. Hij hield van zijn vrouw en verlustigde zich in haar vlees.”

Geen woord te veel. Geen woord staat er toevallig.
Het boek kende een wereldwijde triomftocht, werd in vele talen vertaald en herhaaldelijk heruitgegeven. Els Snick, die ook andere boeken van Roth vertaald heeft alsook zijn biografie van de hand van zijn vriend Soma Morgenstern, levert andermaal een keurige vertaling af. Tenslotte dienen ook de fraaie illustraties van de hand van Koen Broucke vermeld.

Een mooie uitgave van de uitgeverij Van Oorschot.

Ignace Claessens
Joseph Roth
Ignace Claessens
fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies