26 juni 2026
Naar Mekka - De hadj in zeven eeuwen reisverslagen
De hadj is niet louter een vrijblijvende reis, maar heeft ook een morele en religieuze betekenis. De reiziger moet dus vele voorschriften naleven, die het sacrale karakter benadrukken en die aangeven dat de pelgrim zich moet voorbereiden op een soort loutering aan het einde.
De hadj
In de Arabische en de Perzische literatuur wemelt het van de reisverhalen, omdat minstens één keer naar Mekka gaan, één van de ‘vijf zuilen’ van de islam is.
Van Leeuwen heeft een boek gemaakt van zeven eeuwen van die verslagen aan de hand van ruim twintig verhalen vanaf de dertiende eeuw tot 1950. De schrijvers vertellen niet alleen over de belevenissen tijdens hun tocht naar het middelpunt van hun geloof, ze vertellen ook wat dat geloof zou moeten inhouden. Over de laatste jaren staat er weinig en dat is wat spijtig voor wie wil weten of er nog evolutie in de doelstellingen van de tocht zit. In de epiloog denkt Van Leeuwen na over het bestaan van de hadj, de betekenis ervan vroeger en nu, over de beproevingen en de overweldigende euforie die het betreden van de Heilige Plaatsen opriep. Hij ontleedt de reizen zonder kritiek te geven, tenzij dan de kritiek die de schrijvers van de reisavonturen zelf uitten.
al-Abdari
We beginnen bij een van de oudste beschrijvingen van de bedevaart naar Mekka, het boek van al-Abdari, over wie we weinig weten. “Hij is een religieus geleerde die grote waarde hecht aan de beoefening van de religieuze wetenschappen, niet alleen uit vroomheid, maar ook als middel om het gedrag en het morele besef van de moslims te verbeteren.” al-Abdari klaagt over het gedrag van de mensen onderweg, maar geeft ook beschrijvingen en praktische verwikkelingen van de reis. Dit verslag kan als een model gezien worden van latere verslagen: er is de realistische weergave van de avonturen, maar ook een duidelijke religieuze inslag.
In de volgende hoofdstukken bespreekt de auteur een groot aantal verslagen van de vroegste teksten tot in het midden van de twintigste eeuw. We lezen geen kopie van het verslag, maar eerder wat ze meedelen wat betreft de traditie, de heilige teksten, de politieke omstandigheden, de gevaren. Alle reisverslagen beginnen met het aanroepen van Allah. De individuele ervaring wordt gekoppeld aan een religieuze laag. “De reiservaring wordt als het ware ‘geïnterpreteerd’ aan de hand van de religieuze traditie waaraan de hadj zijn betekenis ontleent en die bestaat uit religieuze teksten, zoals de koran, de hadieth-verzameling, juridische teksten, gebedenboeken en levensbeschrijvingen van de profeet.”
Gevaarlijk avontuur
Die reis was zeker tot in de negentiende eeuw een gevaarlijk avontuur en geen plezierreisje. De bedevaarders moesten op een kameel, op een ezel of te voet reizen vanuit bijvoorbeeld Marokko, dwars door de woestijn, waar roofzuchtige bedoeïenen de dienst uitmaakten. Er wordt beschreven hoe de kamelen op hol sloegen, hoe guur de woestijnwind was, waar de waterbronnen waren en of er nog water in stond, wat er op de markten verkocht werd. In Cairo troffen pelgrims uit alle landen elkaar en bij hun vertrek – zo schreef al-Ajjasji – waren er grote feestelijkheden. Het moet elk jaar indrukwekkend zijn geweest, hoe die karavanen van tienduizenden pelgrims naar Mekka trokken.
Interview
In een interview, dat te beluisteren is op NPO Radio 1, benadrukt de schrijver dat de hadj het symbool is van de eenheid van de moslims, zeker vanaf de 19e eeuw. Ze kunnen er hun geschillen bijleggen en een soort gemeenschappelijke front vormen zonder toezicht van de koloniale heersers. Ook de verschillen in opvatting komen er tot uiting, al gaat het eerder over kleine verschillen in gebruiken, bijvoorbeeld over het voorschrift of een man op het einde van zijn hadj zich moet laten kaalscheren als uiting van bescheidenheid. De pelgrims komen en kwamen van alle landen en brengen hun eigen cultuur mee. Het contrast tussen rijk en arm blijft groot: Mekka zelf is opgetrokken in marmer en goud, 2 km verder heerst armoede. Het is nog altijd een dure reis, reken tussen de 10.000 en 12.000 euro, dus sommige pelgrims komen te voet uit Noord-Afrika!
De grote kracht van de hadj is dat ze de rationele en mystieke kant van de islam weet te verenigen.
Arabische woorden
We komen dus zowat alles te weten over de hadj, maar verwacht geen meeslepende verhalen. Op elke bladzijde lezen we veel Arabische woorden. De vertaling staat erbij ofwel vinden we die achteraan in 13 volle bladzijden ‘Namen en termen’. Noten en Literatuur vinden we op 43 bladzijden. Het alfabetisch register staat op 11 pagina’s. Met zoveel bladzijden extra uitleg, moet het duidelijk zijn dat dit geen gemakkelijk boek is.
De Nederlandse auteur is in die wereld thuis en als het onderwerp je interesseert, is dit een interessant, mooi uitgegeven boek.
De illustraties in zwart-wit zijn dikwijls foto’s uit de oude tijd. De gekleurde afbeeldingen zijn afkomstig uit oude geschriften. De kaarten waarmee het boek opent, zijn onduidelijk, je haalt er best je atlas bij om te weten waar Mekka en Medina precies liggen.
Gerda Sterk
Richard van Leeuwen (1955) is vertaler van Arabische literatuur en was tot 2022 universitair docent islam aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis van het Midden-Oosten, Arabische literatuur en de islam. Naast moderne romans, verhalen en poëzie vertaalde hij De vertellingen van Duizend-en-een-nacht.