Margot Dijkgraaf
Sophia De Wolf
Non-fictie
  • 74 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

21 juli 2026 Germaine de Staël - Schrijver, balling en feminist avant la lettre
Zo beroemd als Germaine de Staël (1766-1817) was in haar tijd, zo weinig was ik haar tegengekomen in het nochtans ruim aantal boeken dat ik las over de Franse Revolutie, de Verlichting en de filosofen uit de 18e eeuw. De vrouw trad in haar tijd nochtans prominent op het voorplan, ze was dan ook een multitalent.
De Frans-Zwitserse was schrijfster en filosofe én bovendien een zeer snelle denker. Haar liberale geest hield de vrijheid hoog in het vaandel. Ze vocht voor die vrijheid, was tegen slavernij en kwam op voor vrouwenrechten. Zoals gebruikelijk in haar tijd “hield ze salon”. Daarmee trad ze in de voetsporen van haar moeder bij wie d’Alembert en Diderot over de vloer kwamen. Dat ze ook rijk was had ze te danken aan haar vader, de Zwitserse bankier Jacques Necker die later nog minister werd en de Franse financiën controleerde.
Op 22-jarige leeftijd huwde ze met de protestantse Zweed Erik Magnus de Staël Holstein.  Ze kreeg vijf kinderen, maar enkel haar oudste telg had haar wettelijke man als biologische vader. Meerdere mannen konden niet weerstaan aan haar charmes. Met velen van hen onderhield ze “amoureuze vriendschappen”. Er was maar één man die haar niet kon luchten en dat was Napoleon Bonaparte. Hij bleef liefst ver weg van vrouwen die zich bemoeiden met staatszaken en zich niet aan hun traditionele vrouwenrol hielden. Het idee dat de ambitieuze en zeer verstandige Germaine hem zou domineren was voor hem een ondraaglijke gedachte. Het gevolg was dat hij haar verbande uit haar geliefde Parijs. Ze woonde noodgedwongen in Coppet in Zwitserland. Van daaruit ondernam ze een aantal reizen en vluchtte in mei 1812 voor Napoleon die op dat moment het plan had opgevat Rusland binnen te vallen.
Literatuurcriticus en schrijfster Margot Dijkgraaf vertaalde al de brieven die de Staël schreef gedurende die vlucht. Aan de hand van de brieven wordt de vlucht beschreven die ze ondernam vanuit haar kasteel in Coppet naar eindbestemming Engeland. Het was een hachelijke tocht want ze maakte een gigantische omweg om het leger van Napoleon te omzeilen. De brieven zijn telkens een kort intermezzo bij de hoofdstukken waarin haar volledige leven verteld wordt, ze maken duidelijk hoe groot haar stress was van het reizen per koets en al de problemen die daarmee gepaard gingen. Ze contrasteren met het relaas van haar leven dat gekenmerkt is door haar felheid, haar daadkracht en haar engagement. Germaine houdt evenwel niet van extremisme, ze schuwt fanatisme en pleit voor nuance. Ze had echter ook aanleg voor depressiviteit en melancholie, maar uiteindelijk vond ze altijd haar energie terug in elke moeilijke situatie.
Als het van Germaine de Staël had afgehangen had ik waarschijnlijk eerder één van haar romans gelezen in plaats van de biografie van Margot Dijkgraaf over haar. Ze hield van fictie en pleitte voor “een nieuw soort roman, in een vorm die paste bij de postrevolutionaire tijd waarin ze leefde”. Literatuur was in haar tijd nog geen duidelijk omschreven begrip. Het belangrijkste voor Germaine was de literatuur te waarderen “in relatie tot de tijd waarin ze tot stand waren gekomen”. Ze schreef de romans Delphine en Corine, maar ook boeken over politiek, over de sociaal-maatschappelijke situatie in Europa, over het werk van Rousseau en ze “haakte aan bij de geschriften van Goethe en Montesquieu”. Ze schreef een gesmaakt boek over Duitsland en ook een over haar Dix années d’exil. Het was een vurige vrouw die over alles nadacht, verschillende talen leerde en kennismaakte met vele bekende denkers en schrijvers. Dijkgraaf beschrijft haar denken als uiterst actueel en haar persoonlijkheid als uitzonderlijk. De Staël was volgens haar tijdgenoten geniaal, superintelligent, nieuwsgierig en enorm snel van begrip. Doordat ze de Franse Revolutie van dichtbij meemaakte, bepaalde het haar leven en haar denken.
De Nederlandse Margot Dijkgraaf, “ambassadeur tussen Frankrijk en Nederland op het gebied van de letteren”, zet haar neer als een bewonderenswaardige vrouw die over bakken energie beschikte. Ze trotseerde immers de strenge voorschriften waaraan vrouwen in haar tijd moesten voldoen. Fascinerend moet ze ongetwijfeld geweest zijn want waar ze ook kwam, waar ze ook salon hield, nooit was er gebrek aan aanwezigen, aan gesprekspartners. Ze had natuurlijk ook haar twijfels en kende verdriet. Ergens wordt de gedachte geopperd dat ze mogelijk soms “vermoeiend” kon overkomen. De auteur wijst erop dat had ze nu geleefd, ze zeer actief zou zijn geweest op sociale media. Germaine de Staël was niet graag alleen en kon absoluut niet zonder aandacht, een regelmatige selfie zou haar daar waarschijnlijk bij geholpen hebben. Zelf vraag ik me af wat ze had gevonden van de omslag van het boek. Daarover heb ik een puntje van kritiek. Er staat: “Schrijver, balling en feminist”. Waarom mag dat niet meer “schrijfster, ballinge en feministe” zijn? Dat is toch gewoon duidelijker.
Meer dan terecht heeft de auteur de feministe avant la lettre met een boek geëerd. Dijkgraaf spitte diep in het leven van de Staël en bezocht ook tweemaal het kasteel in Coppet aan het meer van Genève. De uitgave boeit van het begin tot het einde. Het was moeilijk om het opzij te leggen. Wanneer tijdelijk stoppen met lezen zich opdrong, was de verleiding groot om er nog snel één à twee bladzijden bij te doen. Germaine de Staël fascineert inderdaad.  Uiteindelijk ging ook Napoleon overstag: “Ik moet achteraf wel toegeven dat het een superieure vrouw is met groot talent en veel esprit”. Hij sloot af met: “elle restera”.

Sophia De Wolf
Margot Dijkgraaf
Sophia De Wolf
Non-fictie
Recensent
_Sophia De Wolf Vrijwilliger bij het Huis van de Mens Zottegem
Meer van Sophia De Wolf

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies