18 augustus 2026
Nazimiljardairs - De donkere geschiedenis van de rijkste families van Duitsland
David de Jong is een Nederlandse onderzoeksjournalist, auteur en correspondent. Internationaal bekend geworden vanwege zijn bestseller ‘Nazi Billionaires’ die op 19 april 2022 voor het eerst werd gepubliceerd in de Verenigde Staten. Kort daarna verscheen de Nederlandse vertaling door Frans Hendriks bij Uitgeverij J.M. Meulenhoff onder de titel ‘Nazimiljardairs’, waarvan in 2025 de achtste druk op de markt kwam. De initiële inspiratie voor het boek ontsproot uit zijn werk als financieel journalist bij het Amerikaanse nieuwsagentschap Bloomberg News in New York. Zijn toenmalige hoofdredacteur gaf hem in 2012 de specifieke opdracht om onderzoek te doen naar de vaak (verborgen) miljardenvermogens van de rijkste families ter wereld.
Omdat de Nederlander goed Duits sprak, werd hij op het dossier van Duitse ondernemers geplaatst. Tijdens zijn journalistieke research stuitte hij op een aantal merkwaardige inzichten. Zo ontdekte hij hoe diep de wortels van vermaarde Duitse industriële families verstrengeld waren met de misdaden van het Derde Rijk en viel het hem op dat deze miljardairs hun naziverleden decennialang angstvallig buiten de schijnwerpers wisten te houden, terwijl Duitsland als land wél heel kritisch naar zijn eigen geschiedenis keek. Deze morele blinde vlek prikkelde hem dermate dat hij zijn baan bij Bloomberg opzegde, naar Berlijn verhuisde en vier jaar lang diepgravend archiefonderzoek verrichtte om het boek vorm te geven.
Daarbij maakte hij gebruik van een enorme hoeveelheid gedetailleerd archiefmateriaal: historische documenten, verslagen van de naoorlogse strafprocessen, bedrijfsarchieven en de weinige (soms selectief vrijgegeven) documenten van de Duitse ondernemingsdynastieën zelf, evenals geallieerde archiefstukken die blootleggen hoe politiek opportunisme (de Koude Oorlog) ervoor zorgde dat de industriëlen destijds vrijuit gingen.
Waar klassieke historici zich toeleggen op de oorlogsjaren zelf, kenmerkt De Jongs onderzoek zich door de focus op de historische lijn naar het heden te leggen. Daarbij onderscheidt hij vier duidelijke, chronologische fasen. Vooreerst de opbouw en collaboratie (1933-1945): grootindustriëlen steunden de nazi’s financieel in ruil voor lucratieve overheidsopdrachten, en namen onder dwang voor een fractie van de waarde succesvolle Joodse bedrijven over waar tijdens de Tweede Wereldoorlog honderdduizenden dwangarbeiders en concentratiekampgevangenen werden ingezet om hun winsten te maximaliseren. Dit allemaal als onderdeel van de zogenaamde “arisering”, het nazi-plan om de samenleving te ontdoen van Joden en Joodse invloeden, met name via de roof van Joods bezit en de verdrijving van Joden uit de economie. Vervolgens vanaf 1945 de geallieerde denazificatie. Een mislukte operatie, vooral omdat de Koude Oorlog prioriteit kreeg, de Duitse samenleving anders dreigde in te storten en het proces bureaucratisch onuitvoerbaar bleek.
De derde periode bestrijkt de naoorlogse decennia waarin diezelfde families en foute managers ook aan het roer van de economische heropstanding van Duitsland bleken te staan. Hun besmette oorlogskapitaal werd geherinvesteerd en hierdoor konden hun bedrijven uitgroeien tot onaantastbare wereldwijde giganten. In de laatste fase voltooit De Jong de verbinding met het heden door te laten zien hoe de huidige generaties van industriëlen de miljardenvermogens van hun (groot)vaders wisten te bestendigen en hoe zij alles in het werk stelden om het naziverleden bewust weg te moffelen of te minimaliseren.
De Jong ontdekt dat er in de praktijk niets is veranderd want de nazi-patriarchen worden tot op vandaag nog steeds verheerlijkt: grote bedrijfsstichtingen, mediaprijzen en hoofdkantoren dragen nog altijd hun naam. Bijgevolg concludeert hij dat de huidige generaties de morele plicht hebben om hun volledige historische verantwoordelijkheid te nemen, zoniet zal het naziverleden nog altijd onlosmakelijk verbonden blijven met de wereldeconomie.
De grote verdienste en typering van zijn minutieus speurwerk is de synthese en de morele invalshoek. De Jong is erin geslaagd droge economische data om te zetten naar een meeslepend, bijna filmisch groepsportret en tegelijkertijd een ethische aanklacht te formuleren door middel van schokkende onthullingen over de geraffineerde tactieken van specifieke Duitse industriële grootmachten om hun donkere geschiedenis wit te wassen of de obscure herkomst van hun miljarden simpelweg te verzwijgen. Dat laatste uitsluitend om reputatieschade te voorkomen, zeker niet om oprecht rekenschap af te leggen, zelfs na drie generaties. Zonder de westerse medeplichtigheid te vergeten die ervoor zorgde dat deze nazimiljardairs met hun gruwelijke misdaden wegkwamen en hun imperia na de oorlog exponentieel zagen doorgroeien. Maar bovenal kan er niet genoeg onderstreept worden met welke bedoeling hij de resultaten van zijn onderzoek in boekvorm heeft gegoten: het bewustzijn buiten Duitsland aanwakkeren over de weerzinwekkende fundamenten van enkele van ’s werelds meest iconische en dominante merken.
Wie zijn nu die nazimiljardairs?
In het boek focust De Jong zich hoofdzakelijk op vijf prominente oligarchische families waarvan hun naziverleden decennialang grotendeels in de doofpot bleef steken: de families Quandt, Flick, von Finck, Oetker en de clan Porsche-Piëch. Opvallend aanwezig in het boek is de batterijen-, wapen- en munitieproducent Günther Quandt en zijn tweede vrouw Magda Ritschel waarmee hij slechts enkele jaren gehuwd bleef. Magda, die onder de indruk raakte van de aanstormende nazipartij in Berlijn, hertrouwde in 1931 met een van de sleutelfiguren uit die beweging: Joseph Goebbels, de latere rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda. Hitler was zeer gesteld op Joseph en Magda, en speciaal op hun kleine blonde zoon, Harald Quandt. Die zou na de tweede wereldbrand samen met zijn halfbroer Herbert een gigantisch zakelijk imperium leiden, met grote belangen in onder andere autofabrikant BMW.
Andere families of bedrijven, zoals bijvoorbeeld Krupp, IG Farben, Thyssen, Siemens en Hugo Boss, komen in het boek nauwelijks of niet aan bod omdat hun rol in het Derde Rijk historisch al luid en duidelijk geopenbaard is. Niettemin wijdt De Jong om twee hoofredenen een apart hoofdstuk aan de steenrijke familie Reimann. Vooreerst kozen de Reimanns er recent voor - in tegenstelling tot andere besproken dynastieën - om hun naziverleden zelf volledig te onthullen en hun duistere geschiedenis onder ogen te zien. In zijn boek voert De Jong hen ten tonele als hét morele contrastvoorbeeld. Ten tweede vormt deze familie de rode draad naar De Jongs persoonlijke journalistieke carrière: zijn vroege onderzoek voor Bloomberg News naar Albert Reimann senior en junior alsook de manier waarop hun hedendaagse erfgenamen via de JAB Holding Company met dit naziverleden omgaan, wekte zijn jarenlange fascinatie voor de rijkdommen van Duitse nazimagnaten.
De Jong schrijft de familieverhalen als een razend spannende thriller en sleurt de lezer onweerstaanbaar mee in een web van intriges, macht en drama. Je wil constant weten hoe de verhalen (verspreid over zes delen, verpakt in korte hoofdstukken en vaak eindigend op een cruciaal moment) verder aflopen. Bovendien met een verbluffende historische precisie zonder ooit vervelend te worden. Voor lezers zonder basiskennis over de Duitse industrie of de Tweede Wereldoorlog, kan de enorme stroom aan namen en feiten soms overweldigend zijn.
Niettemin is Nazimiljardairs een uitermate boeiend, schokkend, ijzersterk gedocumenteerd en confronterend meesterwerk van narratieve non-fictie dat bewijst hoe kapitalisme en fascisme een dodelijk bondgenootschap kunnen vormen en waarmee je blik op Duitse topproducten voorgoed wijzigt. Want na het lezen van dit boek zal die diepvriespizza van Dr. Oetker toch net iets anders smaken, frons je de wenkbrauwen bij het zien van reclameboodschappen van verzekeraar Allianz en kijk je met andere ogen naar een voorbijrijdende Volkswagen, Porsche of BMW.
Marc De Bock