23 september 2026
BLIJVENDE ERFENIS - Griekse mythen in de Nederlandse taal
Hein van Dolen studeerde klassieke talen en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef verschillende boeken over de Griekse mythologie en de Oudheid.
Charles Hupperts is antiekfilosoof en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft eveneens verschillende publicaties over de klassieke oudheid op zijn naam naast vertalingen van klassieke schrijvers.
De Griekse mythologie was polytheïstisch. Bij onbekende of geheimzinnige natuurverschijnselen verwezen de Grieken naar een goddelijke inmenging. Daarbij ontbrak het hen niet aan fantasie. De godin Lethe gaf haar naam aan een bron in de onderwereld. De doden moesten ervan drinken om hun aardse leven uit te wissen. Na duizend jaar konden zij dan voor een nieuw leven kiezen waarbij zij dan, hun ervaringen uit hun vorig leven en wat zij in de onderwereld gezien hadden, vergaten. Zo kon iemand uit de doden opstaan zonder kennis uit een vroeger leven.
Zij creëerden ook fantastische monsters, de ene al gevaarlijker en bloeddorstiger dan de andere. Typhon had een ezelskop die tot aan de sterren reikte. Een dodelijk vuur schoot uit zijn ogen en zijn kwijlende mond braakte constant gloeiendhete stenen uit. Met zijn gekromde klauwen reikte hij tot in de verste punten van oost en west en elke vinger bestond uit tien sissende slangen. Geen wonder dat zelfs alle goden halsoverkop op de vlucht sloegen om aan zijn toorn te ontkomen.
Het ontbrak oppergod Zeus niet aan een gevoel voor humor. Toen Prometheus het vuur uit de hemel gestolen had om het aan de mensheid te bezorgen strafte Zeus zowel Prometheus als de mensheid, die tot dan enkel uit mannen bestond. Hij bezorgde hen vrouwen waaronder Pandora, die door haar doos te openen rampen en ziektes onder de mensheid verspreidde.
De auteurs hadden niet de bedoeling de geschiedenis van de Griekse mythologie te schrijven. In honderdzestig korte stukjes, telkens gewijd aan een godheid, monster, held of koning, illustreren zij hoe de Griekse mythologie tot op heden doorwerkt in onze taal. In ons dagelijks taalgebruik komen nog heel wat uitdrukkingen voor die er hun oorsprong in vinden, zoals ‘een Augiasstal reinigen’, ‘het vat der Danaïden’, ‘een Tantaluskwelling’. Veel Nederlandse woorden gaan terug naar oude Griekse figuren: ‘narcis’, ‘psyche’, ‘oceaan’, ‘adonis’, ‘afrodisiacum’. Planeten, sterrenbeelden en landstreken danken vaak hun naam aan Griekse goden, zoals Neptunus, Mars, de Egeïsche en de Ionische Zee.
Het is inderdaad een blijvende erfenis.
De honderdzestig korte essays worden telkens vergezeld door een afbeelding van een illustratief kunstwerk, hetzij uit de Oudheid, hetzij uit latere tijden. Veel Europese kunstenaars vonden immers eeuwenlang hun inspiratie in de Griekse Oudheid.
Het werk is niet bedoeld om het in één ruk uit te lezen. Het is eerder een encyclopedisch naslagwerk. Door de mooie en verzorgde uitgave verdient het zeker een ereplaats in de huisbibliotheek.
Het is geen saai boek. De goden worden afgeschilderd met menselijke gebreken zoals afgunst, achterklap, geroddel, machtswellust en kinderlijke kibbelarijen. Zij hebben het stelselmatig voorzien op iemands vrouw of dochters en plegen overspel aan de lopende band. De monsters en heersers verorberen zonder aarzelen hun kinderen, soms wel tien per dag. Ook al heb je vijftig kinderen, je bent al vlug door de voorraad heen.
Ik wens de mannelijke lezers geen priapitis toe, misschien wel priapisme wat tot satyriasis kan leiden. Wie wil weten wat daarmee bedoeld wordt moet het boek aanschaffen. Hij zal het zich zeker niet beklagen.
Ignace Claessens