8 oktober 2026
Kilometer 101
Maxim Osipov studeerde geneeskunde en ging aan de slag als cardioloog in het lokale ziekenhuis van Taroesa, een stadje honderd kilometer ten zuiden van Moskou. Na de inval in Oekraïne emigreerde hij naar Nederland waar hij als gastdocent Russische literatuur aan de Universiteit Leiden verbonden is. Hij schrijft vooral korte verhalen. In 2021 verscheen zijn verhalenbundel ‘De wereld is niet stuk te krijgen’ en in 2022 onderhavig werk.
Het boek valt uiteen in twee delen.
Het eerste deel, vernoemd naar Rosa Luxemburg, de revolutionaire socialiste die in 1919 in Berlijn vermoord werd, bevat zeven fictieve verhalen, rond het centrale thema van emigratie. De auteur moet vaststellen dat het verleden teruggekeerd is. Met Gorbatsjov leek het erop dat de USSR, of wat er nog van overbleef, een rechtsstaat zou worden met eerbied voor persoonlijke en politieke vrijheden. Deze illusie was vlug voorbij. De Russische maffia maakte zich meester van het economisch en politiek apparaat en in samenwerking met de veiligheidsdiensten, geleid door tsaar Vladimir, werd Rusland opnieuw een autoritaire staat. De Russen hebben er dezelfde zorgen als dertig jaar geleden met één hoofdbekommernis: hoe geraak ik buiten?
De auteur schetst een ontluisterend beeld van het huidige Rusland. Of een dienst er efficiënt werkt of niet heeft geen belang. Over alles en nog wat moet er wel een verslag gemaakt worden. Dienstroosters worden opgesteld die steevast in het honderd lopen, zoals iedereen al verwacht had. Allerhande formulieren waar niemand de zin van inziet, moeten ingevuld worden terwijl niemand weet wat ermee moet aangevangen worden. Berichten worden anno 2020 nog per fax verzonden. Kortom, bureaucratie viert hoogtij. Rusland pretendeert de opvolger te zijn van de Byzantijnse cultuur en godsdienst na de val van Constantinopel in 1453. Byzantijnen waren gekend als afgrijselijke bureaucraten. Rusland toont zich een verdienstelijke leerling.
Racisme en antisemitisme zijn nog steeds merkbaar aanwezig. Joden worden nog altijd niet toegelaten tot de betere opleidingen en universiteiten. Graven die, volgens de naam van de overledene, wellicht als laatste rustplaats van een Jood dienen, worden op afschuwelijke wijze geschonden, bevuild met uitwerpselen en beklad met hakenkruisen. De daders worden zelden gevonden als er al naar gezocht wordt.
In het tweede deel beschrijft de auteur zijn wedervaren als arts in het plaatselijke ziekenhuis van Taroesa. De titel van het boek, Kilometer 101, verwijst naar de afstand die vrijgelaten veroordeelden in acht moesten nemen bij de keuze van hun woonplaats na hun vrijlating. Zij mochten zich niet op minder dan honderd kilometer van een grote stad, zoals Moskou of St. Petersburg, vestigen. Een soort verbanning na uitvoering van de straf.
De grootvader van de auteur, Michail Osipov, eveneens geneesheer, werd door Stalin naar een strafkamp verbannen. Hij overleefde de goelag en vestigde zich na zijn vrijlating in Taroesa, precies 101 kilometer buiten Moskou.
In het eerste deel hanteert de auteur een eerder weerbarstige stijl. Zijn verhalen komen soms obscuur over en de lezer heeft het af en toe moeilijk om de verschillende personages te duiden. Het tweede deel, gewijd aan zijn ervaringen als arts, is veel toegankelijker. Hij heeft geen hoge dunk van de Russische geneeskunde. Met gevoel voor humor en met een dosis cynisme besluit hij: “Als er al eens iemand geholpen wordt is dit toeval”.
Hij loopt ook niet hoog op met zijn patiënten, vooral niet met mannen “die bijna altijd idioten zijn”. Een patiënt, die hij succesrijk geopereerd heeft, wil hem daarvoor bedanken door iemand in elkaar te slaan. Je zegt maar wie. Alcoholisme is niet te stoppen ook al is drankgebruik niet te combineren met medicatie. Zo overlijdt een patiënt op zijn huwelijksfeest aan een noodzakelijke dosis wodka, want “je kunt op een huwelijksfeest toch niet gaan toasten met limonade”.
De auteur besluit dan ook dat elke weldenkende Rus, die de mogelijkheid heeft, verplicht is het Rusland van Poetin vaarwel te zeggen. Het is triestig dit mooie land met zijn rijke cultuur verder naar zijn ondergang te zien afglijden.
Ignace Claessens
Uit het Engels vertaald door Yolanda Bloemen en Seijo Epema.